40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling bevoegdheden van de secretaris-generaal van VROM met betrekking tot personeelsaangelegenheden | BWBR0009477 | ministeriele-regeling | geldend | 1998-04-10 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0009477 | Regeling bevoegdheden van de secretaris-generaal van VROM met betrekking tot personeelsaangelegenheden |
Regeling bevoegdheden van de secretaris-generaal van VROM met betrekking tot personeelsaangelegenheden
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
-
- de secretaris-generaal: de secretaris-generaal van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
-
- het KB van 1988: het Koninklijk Besluit van 18 oktober 1988 (Stb. 1988, 499), houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal;
-
- mandaat: de bevoegdheid om in naam van de minister of de staatssecretaris besluiten dan wel beslissingen op bezwaar te nemen dan wel regels vast te stellen;
-
-
diensten:
het directoraat-generaal Milieubeheer; het Directoraat-Generaal Wonen; de Rijksplanologische Dienst; de Rijksgebouwendienst; het Inspectoraat-Generaal VROM.
-
- het directoraat-generaal Milieubeheer;
- het Directoraat-Generaal Wonen;
- de Rijksplanologische Dienst;
- de Rijksgebouwendienst;
- het Inspectoraat-Generaal VROM.
-
- de hoofden van de diensten: de directeuren-generaal van de diensten;
-
- de hoofden van de organisatie-onderdelen: de hoofden van de organisatie-onderdelen die worden vermeld in artikel 4 van de ’Beschikking Organisatie Centrale Sector VROM’;
Artikel 2
1. Aan de secretaris-generaal wordt mandaat verleend tot het nemen van besluiten die verband houden met zijn taak, zoals vermeld in het KB van 1988.
2. Tot de besluiten die verband houden met zijn taak, zoals vermeld in het KB van 1988, behoren in ieder geval besluiten tot verlening van strafontslag als bedoeld in artikel 81 lid 1 sub l van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
Artikel 3
1. Met inachtneming van artikel 10:3 lid 3 van de Algemene wet bestuursrecht wordt aan de secretaris-generaal mandaat verleend tot het nemen van beslissingen op bezwaarschriften die zijn gericht tegen besluiten die verband houden met zijn taak, zoals vermeld in het KB van 1988.
2.
Tot de beslissingen op bezwaar die verband houden met zijn taak, zoals vermeld in het KB van 1988, behoren in ieder geval:
a. a. beslissingen op bezwaarschriften die zijn gericht tegen besluiten die behoren tot de bevoegdheden van de Centrale Directie Personele Zaken, zoals vermeld in bijlage 1 bij de Regeling Taken en Bevoegdheden VROM 1998 en in de bijlage bij het ’Besluit tot het stellen van nadere regels omtrent de taken van de Centrale Directie Personele Zaken’; b. b. beslissingen op bezwaarschriften die zijn gericht tegen besluiten die voortvloeien uit het Besluit Reorganisaties VROM 1996; c. c. beslissingen op bezwaarschriften die zijn gericht tegen besluiten op het gebied van personeelsaangelegenheden van de hoofden van de diensten of van de hoofden van de organisatie-onderdelen.
3. De secretaris-generaal is niet bevoegd tot het beslissen op bezwaarschriften als bedoeld in lid 1 indien het besluit waartegen het bezwaar zich richt door de minister of de staatssecretaris is genomen.
Artikel 4
Aan de secretaris-generaal wordt mandaat verleend tot het vaststellen van regels op het gebied van personeelsaangelegenheden, waaronder wordt verstaan ministeriële regelingen alsmede beleidsregels, die verband houden met zijn taak, zoals is vermeld in het KB van 1988, waarvan naar zijn oordeel en te zijner verantwoordelijkheid vaststelling door de minister of de staatssecretaris niet noodzakelijk is.
Artikel 5
Indien de secretaris-generaal met gebruikmaking van zijn bevoegdheden voortvloeiend uit de artikelen 2, 3 en 4 van dit besluit stukken afdoet, luidt de ondertekening overeenkomstig de in bijlage 1 aangegeven formule.
Artikel 6
De minister kan de bevoegdheden genoemd in dit besluit met onmiddellijke ingang wijzigen of intrekken.
Artikel 7
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 8
Dit besluit kan worden aangehaald als: Regeling bevoegdheden van de secretaris-generaal van VROM met betrekking tot personeelsaangelegenheden.
Bijlage 1
Indien uitvoering wordt gegeven aan de artikelen 2, 3 of 4 luidt de ondertekening als volgt:
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, dan wel voortvloeiend uit de taakverdeling tussen Minister en Staatssecretaris:
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
voor deze,
de secretaris-generaal,
R. den Dunnen.