rijk/ministeriele-regeling/regeling-bevordering-eigenwoningbezit/BWBR0011972
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling bevordering eigenwoningbezit BWBR0011972 ministeriele-regeling geldend 2001-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0011972 Regeling bevordering eigenwoningbezit

Regeling bevordering eigenwoningbezit

Paragraaf 1. Definitie

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder wet: Wet bevordering eigenwoningbezit.

Paragraaf 2. Maximaal toegestaan inkomen en vermogen

Artikel 2

Wijzigt de Wet bevordering eigenwoningbezit.

Artikel 3

Wijzigt de Wet bevordering eigenwoningbezit.

Paragraaf 3. Minimaal vereist inkomen en minimum-inkomensijkpunten

Artikel 4

Het bedrag waaraan het rekeninkomen ingevolge artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de wet, ten minste gelijk moet zijn, is per 1 januari 2001:

a. a. voor een eenpersoonshuishouden: f 23 800; b. b. voor een tweepersoonshuishouden: f 29 900; c. c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: f 23 900 en d. d. voor een tweepersoonsouderenhuishouden: f 29 750.

Artikel 5

Het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 28 van de wet, per 1 januari 2001 is:

a. a. voor een eenpersoonshuishouden: f 23 800; b. b. voor een tweepersoonshuishouden: f 29 900; c. c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: f 23 900 en d. d. voor een tweepersoonsouderenhuishouden: f 29 750.

Paragraaf 4. Maximale koopsom en maximale hypothecaire lening

Artikel 6

Wijzigt de Wet bevordering eigenwoningbezit.

Artikel 7

Wijzigt de Wet bevordering eigenwoningbezit.

Paragraaf 5. Hypotheekvormen en rentevaste periode

Artikel 8

Voor een primaire toekenning van een eigenwoningbijdrage als bedoeld in artikel 23, aanhef, van de wet wordt de hypothecaire lening afgesloten in de vorm van een:

a. a. annuïteitenhypotheek; b. b. lineaire hypotheek; c. c. spaarhypotheek, of d. d. combinatie van hypotheekvormen als bedoeld onder a, b en c.

Artikel 9

Voor een primaire toekenning van een eigenwoningbijdrage als bedoeld in artikel 23, aanhef, van de wet wordt de hypothecaire lening afgesloten met een rentevaste periode van 15 jaar of langer.

Paragraaf 6. De normrente en de spaarpremie

Artikel 10

Het percentage van de normrente bedraagt, voorzover de datum van de acceptatie van de offerte, bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de wet, is gelegen voor 1 april 2001: 6,9.

Artikel 11

Het normbedrag voor de spaarpremie bedraagt, voorzover de peildatum is gelegen voor 1 april 2001: f 83.

Paragraaf 7. Fiscaal effect

Artikel 12

Vervallen

Paragraaf 8. Normlasten en maximale eigenwoningbijdrage

Artikel 13

Wijzigt de Wet bevordering eigenwoningbezit.

Artikel 14

Wijzigt de Wet bevordering eigenwoningbezit.

Paragraaf 9. Herrekening netto inkomen

Artikel 15

1.

Het netto inkomen over de eerste kalendermaand van het desbetreffende bijdragetijdvak wordt herrekend door:

a. a. voor een eenpersoonshuishouden: dat netto inkomen te vermenigvuldigen met een factor die wordt verkregen door het betrokken minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 28 van de wet, te delen door een bedrag dat gelijk is aan de netto uitkering voor alleenstaanden krachtens de Wet werk en bijstand zonder inbegrip van de daarover berekende vakantietoeslag, vermeerderd met € 22; b. b. voor een tweepersoonshuishouden: dat netto inkomen te vermenigvuldigen met een factor die wordt verkregen door het betrokken minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 28 van de wet, te delen door een bedrag dat gelijk is aan de netto uitkering voor gehuwden krachtens de Wet werk en bijstand zonder inbegrip van de daarover berekende vakantietoeslag, vermeerderd met € 22; c. c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: dat netto inkomen te vermenigvuldigen met een factor die wordt verkregen door het betrokken minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 28 van de wet, verminderd met het in onderdeel c van dat artikel genoemde bedrag, te delen door een bedrag dat gelijk is aan de netto uitkering voor alleenstaanden krachtens de Algemene Ouderdomswet zonder inbegrip van de daarover berekende vakantietoeslag, vermeerderd met € 22, en d. d. voor een tweepersoonsouderenhuishouden: dat netto inkomen te vermenigvuldigen met een factor die wordt verkregen door het betrokken minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 28 van de wet, verminderd met het in onderdeel d van dat artikel genoemde bedrag, te delen door een bedrag dat gelijk is aan de netto uitkering voor gehuwden krachtens de Algemene Ouderdomswet zonder inbegrip van de daarover berekende vakantietoeslag, vermeerderd met € 22.

2. De factoren, bedoeld in het eerste lid, worden op één decimaal afgerond.

Paragraaf 10. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 16

1. De Gewenningssubsidieregeling eigenwoningbezit wordt ingetrokken.

2. Indien de peildatum, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Gewenningssubsidieregeling eigenwoningbezit is gelegen voor of op 31 december 2000 wordt de aanvraag om een koopgewenningssubsidie, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van die regeling, afgedaan overeenkomstig die regeling, zoals deze luidde op 31 december 2000, behoudens het derde lid.

3. Voor de toepassing van artikel 17 van de Gewenningssubsidieregeling eigenwoningbezit wordt uitgegaan van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, zoals deze luidde op 31 december 2000. In afwijking van artikel 19, vierde lid, tweede volzin, van die regeling geschiedt de herrekening van het netto bedrag van de subsidie krachtens die regeling naar het uit te betalen bruto bedrag door dat netto bedrag te verhogen met een bedrag dat gelijk is aan de belasting die op grond van de Wet inkomstenbelasting 2001 over de koopgewenningssubsidie zal moeten worden betaald.

Artikel 17

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.

Artikel 18

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bevordering eigenwoningbezit.