rijk/ministeriele-regeling/regeling-bezoldiging-college-voor-de-rechten-van-de-mens/BWBR0031995
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling bezoldiging College voor de rechten van de mens BWBR0031995 ministeriele-regeling geldend 2012-10-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0031995 Regeling bezoldiging College voor de rechten van de mens

Regeling bezoldiging College voor de rechten van de mens

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *rijksambtenaren:* degenen die door het Rijk zijn aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn;

b. b.

    *College:* College voor de rechten van de mens, genoemd in artikel 1 van de Wet College voor de rechten van de mens;

c. c.

    *minister:* Minister van Veiligheid en Justitie.

Artikel 2

1. Het salaris van de voorzitter van het college die voor een arbeidsduur van gemiddeld 36 uren per week is aangesteld, is gelijk aan het maximum van salarisschaal 17 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren.

2. Het salaris van een ondervoorzitter van het college die voor een arbeidsduur van gemiddeld 36 uren per week is aangesteld, is gelijk aan het maximum van salarisschaal 16 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren.

3. Het salaris van een ander lid van het college dat voor een arbeidsduur van gemiddeld 36 uren per week is aangesteld, is gelijk aan het maximum van salarisschaal 15 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren.

4. Een lid van het college dat is aangesteld voor een arbeidsduur van minder dan gemiddeld 36 uren per week, ontvangt een salaris overeenkomstig het eerste tot en met derde lid, vermenigvuldigd met de voor hem geldende arbeidsduurfactor. De arbeidsduurfactor, bedoeld in de eerste volzin, is een breuk waarvan de teller uit de voor het lid van het college vastgestelde arbeidsduur bestaat en de noemer uit het getal 36 bestaat.

Artikel 3

1. De leden van het college hebben, overeenkomstig de bepalingen die voor rijksambtenaren gelden, aanspraak op een vakantie-uitkering, een eindejaarsuitkering, een ziektekostenvergoeding, een waarnemingstoelage, een vergoeding van reis- en verblijfkosten, een representatiekostenvergoeding en een vergoeding van verplaatsingskosten.

2. Voorts ontvangen de leden van het college een gratificatie ter zake van veeljarige dienst op de tijdstippen en tot de bedragen die gelden voor rijksambtenaren. Bij de bepaling van de diensttijd wordt, overeenkomstig de bepalingen die voor rijksambtenaren gelden, rekening gehouden met tijd in overheidsdienst doorgebracht.

3. Aan een lid of leden van het college kan overeenkomstig de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren een toelage of eenmalige uitkering worden toegekend.

4. Indien aan de rijksambtenaren een eenmalige uitkering wordt toegekend, ontvangen de leden van het college deze op gelijke voet.

5. De bevoegdheden die op grond van het eerste tot en met derde lid van overeenkomstige toepassing zijn, worden uitgeoefend door de minister, met dien verstande dat de bevoegdheden van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de aan een bepaald gezag toekomende regelgevende bevoegdheden worden uitgeoefend door die minister, onderscheidenlijk dat gezag.

Artikel 4

1. De plaatsvervangende leden van het college ontvangen van de minister zittingsgeld overeenkomstig de bepalingen die voor rechters-plaatsvervangers gelden met betrekking tot de vergoeding voor een zitting.

2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt een schriftelijk advies met een zitting gelijkgesteld.

3. In afwijking van het eerste lid, ontvangen de plaatsvervangende leden van het college die zijn benoemd om tijdelijk een volledige of gedeeltelijke taak te vervullen, over de periode waartoe zij zijn benoemd, een schadeloosstelling met overeenkomstige toepassing van het derde, onderscheidenlijk vierde lid van artikel 2.

4. De plaatsvervangende leden van het college genieten een vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig de bepalingen die terzake gelden voor rijksambtenaren. Artikel 3, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5

De bezoldiging van een lid van het college wordt niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van zijn overlijden.

Artikel 6

1. De voorzitter van de raad van advies, genoemd in artikel 15 van de Wet College voor de rechten van de mens, ontvangt van de minister per vergadering een vergoeding van € 186,05.

2. De overige leden van de raad van advies ontvangen van de minister per vergadering een vergoeding van € 124,79.

3. Geen vergoeding wordt toegekend aan de Nationale ombudsman, de voorzitter van het College bescherming persoonsgegevens en de voorzitter van de Raad voor de rechtspraak.

Artikel 7

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bezoldiging College voor de rechten van de mens.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 1 van de Wet College voor de rechten van de mens.