40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering Nationaal Programma Onderwijs PO en VO | BWBR0045533 | ministeriele-regeling | geldend | 2021-08-28 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0045533 | Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering Nationaal Programma Onderwijs PO en VO |
Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering Nationaal Programma Onderwijs PO en VO
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
aanvullende bekostiging: aanvullende bekostiging als bedoeld in artikel 119 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 117 van de Wet op de expertisecentra, de artikelen 5.9, eerste lid, en 5.15, zevende lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, artikel 2.2.3, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 98, eerste lid van de Wet primair onderwijs BES, of artikel 2.2.3, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES en voor een school voor varende kinderen een subsidie als bedoeld in artikel 2, in samenhang met artikel 4, van de Wet overige OCW-subsidies; a. achterstandsscore:
a. wat betreft een basisschool, niet zijnde een school voor varende kinderen: de achterstandsscore, bedoeld in artikel 18 van het Besluit bekostiging WPO 2022; b. wat betreft een school voor voortgezet onderwijs: de in de bijlage opgenomen achterstandsscore per school voor voortgezet onderwijs;
a. a. wat betreft een basisschool, niet zijnde een school voor varende kinderen: de achterstandsscore, bedoeld in artikel 18 van het Besluit bekostiging WPO 2022; b. b. wat betreft een school voor voortgezet onderwijs: de in de bijlage opgenomen achterstandsscore per school voor voortgezet onderwijs;
-
algemeen vormend onderwijs: vwo, havo, mavo of vbo, met uitzondering van leerlingen in het derde en vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo;
-
basisschool: basisschool als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, een school voor varende kinderen of een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES;
-
beroepsgericht onderwijs: praktijkonderwijs en het derde en vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo;
-
bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, artikel 1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES of artikel 1.1.1 van de Wet educatie beroepsonderwijs BES;
-
havo: hoger algemeen voortgezet onderwijs;
-
hoofdvestiging: hoofdvestiging als bedoeld in artikel 4.13 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
-
kalenderjaar: tijdvak van 1 januari tot en met 31 december daaropvolgend;
-
leerling: leerling als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO 2022, artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC 2022 of artikel 5.8 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
-
leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond: leerling als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO 2022 of artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC 2022;
-
mavo: middelbaar algemeen voortgezet onderwijs;
-
Minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;
-
Nationaal Programma Onderwijs: het programma dat zich richt op het herstel van de als gevolg van en tijdens de COVID-19-pandemie opgelopen vertraging in de ontwikkeling van het onderwijs aan leerlingen;
-
nevenvestiging: nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.14 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.16 van de Wet voortgezet onderwijs 2020; a. nieuwkomer: leerling die:
a. vreemdeling is als bedoeld in artikel 1 van de Vreemdelingenwet 2000; b. geen internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs of Europees secundair onderwijs volgt; c. als werkelijk schoolgaand staat ingeschreven bij een school; en d. op één van de betreffende peildata korter dan twee jaar in Nederland verblijft;
a. a. vreemdeling is als bedoeld in artikel 1 van de Vreemdelingenwet 2000; b. b. geen internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs of Europees secundair onderwijs volgt; c. c. als werkelijk schoolgaand staat ingeschreven bij een school; en d. d. op één van de betreffende peildata korter dan twee jaar in Nederland verblijft;
- praktijkonderwijs; praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 2.8 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- samenwerkingsverband vo: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- schooljaar: tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaropvolgend;
- school voor (voortgezet) speciaal onderwijs: school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
- school voor varende kinderen: school voor varende kinderen als bedoeld in artikel C 1 van het Besluit trekkende bevolking WPO;
- school voor voortgezet onderwijs: school als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- speciale school voor basisonderwijs: speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;
- vbo: voorbereidend beroepsonderwijs;
- vwo: voorbereidend wetenschappelijk onderwijs.
Artikel 2
1. De Minister verstrekt aan het bevoegd gezag van een basisschool, speciale school voor basisonderwijs, school voor (voortgezet) speciaal onderwijs, of school voor voortgezet onderwijs aanvullende bekostiging voor de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs.
2. De Minister verstrekt extra aanvullende bekostiging voor nieuwkomers voor de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs.
3. De Minister verstrekt aan een samenwerkingsverband vo aanvullende bekostiging in verband met de hogere kosten door de aanwezigheid van extra leerlingen in het praktijkonderwijs als gevolg van COVID-19.
Artikel 3
De artikelen 4, 5, 7, 8, 10 en 11 zijn niet van toepassing op het bevoegd gezag van een school in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.
Hoofdstuk 2. Primair onderwijs
Artikel 4
1. De Minister verstrekt aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een basisschool, speciale school voor basisonderwijs of school voor (voortgezet) speciaal onderwijs.
2. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een bedrag per leerling.
3. De hoogte van de aanvullende bekostiging wordt berekend op grond van het aantal leerlingen dat staat ingeschreven op de school op 1 oktober 2020 als bedoeld in artikel 118 van de Wet op het primair onderwijs of artikel 116 van de Wet op de expertisecentra. Voor per 1 augustus 2021 gestarte scholen wordt de aanvullende bekostiging berekend op grond van het aantal leerlingen dat staat ingeschreven op de school op 1 oktober 2021.
4. Het bedrag per leerling bedraagt € 701,16 voor basisscholen, € 1.051,74 voor speciale scholen voor basisonderwijs en € 1.402,31 voor scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs.
5. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt in september 2021 vastgesteld en uitbetaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. De eerste betaling vindt plaats in september 2021. In deze maand wordt ook de bekostiging voor de maand augustus van het jaar 2021 betaald.
6. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk in juli 2022 definitief vastgesteld en aangepast op basis van de bijdrage voor loon- en prijsbijstelling.
Artikel 5
1.
De Minister verstrekt aanvullende bekostiging aan:
a. a. het bevoegd gezag van een basisschool; en b. b. het bevoegd gezag van een speciale school voor basisonderwijs of een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs waar op 1 oktober 2020 meer dan 4 leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond staan ingeschreven.
2. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bestaat uit een bedrag per eenheid achterstandsscore, op basis van de onderwijsscore van de leerlingen die op 1 oktober 2020 zijn ingeschreven op een basisschool en voor per 1 augustus 2021 gestarte basisscholen op basis van de onderwijsscore van de leerlingen die op 1 oktober 2021 zijn ingeschreven.
3. Het bedrag per eenheid achterstandsscore bedraagt € 251,16.
4. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, bestaat boven het aantal van vier uit een bedrag per leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond.
5. Het bedrag per leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond bedraagt € 548,56.
6. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt, met uitzondering van de bekostiging voor per 1 augustus 2021 gestarte basisscholen, in september 2021 vastgesteld en uitbetaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. De eerste betaling vindt plaats in september 2021. In deze maand wordt ook de bekostiging voor de maand augustus van het jaar 2021 betaald.
7. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de per 1 augustus 2021 gestarte basisscholen in maart 2022 vastgesteld en uitbetaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. De eerste betaling vindt plaats in maart 2022. In deze maand wordt ook de bekostiging voor de maanden augustus 2021 tot en met februari 2022 betaald.
8. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk in juli 2022 definitief vastgesteld en aangepast op basis van de bijdrage voor loon- en prijsbijstelling.
Artikel 6
1. De Minister verstrekt aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een basisschool in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.
2. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een bedrag per leerling.
3. De hoogte van de aanvullende bekostiging wordt berekend op grond van het aantal leerlingen dat staat ingeschreven op de school op 1 oktober 2020 als bedoeld in artikel 102 van de Wet primair onderwijs BES.
4.
Het bedrag per leerling bedraagt:
a. a. USD 1.435,51 per leerling ingeschreven op een basisschool gevestigd in het openbaar lichaam Bonaire; en b. b. USD 1.665,19 per leerling ingeschreven op een basisschool gevestigd in het openbaar lichaam Sint Eustatius of Saba.
5. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt in oktober 2021 vastgesteld en in één termijn in oktober 2021 uitbetaald.
Hoofdstuk 3. Voortgezet onderwijs
Artikel 7
1. De Minister verstrekt aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs.
2. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een bedrag per leerling in het beroepsgericht onderwijs.
3. De hoogte van de aanvullende bekostiging wordt berekend op grond van het aantal leerlingen in het beroepsgericht onderwijs dat staat ingeschreven op de school op 1 oktober 2020.
4. De bekostiging bedraagt € 350,58 per leerling in het beroepsgericht onderwijs.
5. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk in juni 2022 vastgesteld en berekend op basis van het door de accountant gevalideerde aantal leerlingen en in één termijn uiterlijk in juni 2022 uitbetaald. De aanvullende bekostiging wordt rekenkundig afgerond op twee decimalen.
6. De bekostiging voor de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt voor de periode van schooljaar 2021-2022. Er wordt beschikt voor het kalenderjaar 2022.
7. De aanvullende bekostiging wordt uiterlijk in juli 2022 definitief vastgesteld en aangepast op basis van de bijdrage voor loon- en prijsontwikkeling.
Artikel 8
1. De Minister verstrekt aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs.
2. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een bedrag per eenheid achterstandsscore.
3. De achterstandsscore is voor elke school eenmalig berekend door het Centraal bureau voor de statistiek op basis van de onderwijsscore van de leerlingen die op 1 oktober 2020 zijn ingeschreven op een school voor voortgezet onderwijs. Het Centraal bureau voor de statistiek verstrekt de achterstandsscores van de scholen voor voortgezet onderwijs aan de Minister, in voorkomend geval uitgesplitst naar hoofdvestiging en nevenvestiging, en maakt deze zo spoedig mogelijk daarna openbaar. De achterstandsscores zijn opgenomen in de bijlage.
4. Het bedrag per eenheid achterstandsscore bedraagt € 1.038,63.
5. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk in juni 2022 vastgesteld en in één termijn uiterlijk in juni 2022 uitbetaald. De aanvullende bekostiging wordt rekenkundig afgerond op twee decimalen.
6. De bekostiging voor de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt voor de periode van schooljaar 2021-2022. Er wordt beschikt voor het kalenderjaar 2022.
7. De aanvullende bekostiging wordt uiterlijk in juli 2022 definitief vastgesteld en aangepast op basis van de bijdrage voor loon- en prijsontwikkeling.
Artikel 9
1. De Minister verstrekt aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba; en
2. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een bedrag per leerling.
3. De hoogte van de aanvullende bekostiging wordt berekend op grond van het aantal leerlingen dat staat ingeschreven op de school op 1 oktober 2020. Wat betreft de school voor voortgezet onderwijs in het openbaar lichaam Bonaire worden bij het bepalen van het aantal leerlingen tevens de studenten die staan ingeschreven aan de instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs BES meegeteld.
4.
Het bedrag per leerling bedraagt:
a. a. USD 1.435,51 per leerling ingeschreven op een school voor voortgezet onderwijs gevestigd in het openbaar lichaam Bonaire; en b. b. USD 1.665,19 per leerling ingeschreven op een school voor voortgezet onderwijs gevestigd in het openbaar lichaam Sint Eustatius of Saba.
5. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt in oktober 2021 vastgesteld en in één termijn in oktober 2021 uitbetaald.
Artikel 10
1. De Minister verstrekt voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 aan het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs die onderwijs aan nieuwkomers verzorgt extra aanvullende bekostiging voor de extra ondersteuning bij het onderwijs aan nieuwkomers in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs.
2. De extra aanvullende bekostiging wordt per school berekend op basis van het aantal nieuwkomers dat op een of meer van de peildata 1 april 2020, 1 juli 2020, 1 oktober 2020, 1 januari 2021 en 1 april 2021 aan de school staat ingeschreven.
3. Bij de vaststelling van de extra aanvullende bekostiging wordt uitgegaan van de aantallen nieuwkomers die op de peildata, genoemd in het tweede lid, ingeschreven staan aan de school en waarvan de basisgegevens, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet register onderwijsdeelnemers, uiterlijk op 16 april 2020, 16 juli 2020, 16 oktober 2020, 16 januari 2021 respectievelijk 16 april 2021 zijn opgenomen in het register onderwijsdeelnemers overeenkomstig artikel 14 van de Wet register onderwijsdeelnemers.
4. De extra aanvullende bekostiging bedraagt € 2.619,47 per nieuwkomer, voor elk van de peildata waarop de nieuwkomer aan de school staat ingeschreven en wordt uiterlijk in juni 2022 voor alle peildata eenmalig vastgesteld en ineens uitbetaald.
5. De bekostiging voor de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt voor de periode van schooljaren 2021-2022 en 2022-2023. Er wordt beschikt voor het kalenderjaar 2022.
Hoofdstuk 4. Aanvullende bekostiging samenwerkingsverbanden
Artikel 11
1. De Minister verstrekt aanvullende bekostiging aan een samenwerkingsverband vo in verband met de hogere kosten door de aanwezigheid van extra leerlingen in het praktijkonderwijs.
2. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een bedrag per leerling in het praktijkonderwijs.
3. De hoogte van de aanvullende bekostiging wordt berekend op grond van het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 5.8 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, in het praktijkonderwijs dat is ingeschreven op vestigingen in het gebied van het samenwerkingsverband vo op 1 oktober 2020.
4. Het bedrag per leerling bedraagt € 237,02.
5. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt in september 2021 vastgesteld en uitbetaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. De eerste betaling vindt plaats in september 2021. In deze maand wordt ook de bekostiging voor de maand augustus van het jaar 2021 betaald.
6. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk in december 2021 vastgesteld en berekend op basis van het door de accountant gevalideerde aantal leerlingen. De aanvullende bekostiging wordt uiterlijk in juli 2022 definitief vastgesteld en aangepast op basis van de bijdrage voor loon- en prijsontwikkeling.
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Artikel 12
1. De verantwoording van de besteding van de bekostiging geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening bevat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de aanvullende bekostiging.
2. Het bevoegd gezag verstrekt via XBRL aanvullende informatie over de activiteiten die met de bekostiging, bedoeld in de artikelen 4, 5, 7 en 8, zijn verricht voor de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid geschiedt de verantwoording van de besteding van de bekostiging door het bevoegd gezag van een school in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES. In een apart overzicht verstrekt het bevoegd gezag aanvullende informatie over de activiteiten die met de bekostiging, bedoeld in de artikelen 6 en 9, zijn verricht.
4. De aanvullende bekostiging voor de doelen, genoemd in artikel 2, kan ook worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
Artikel 13
1. De Minister monitort periodiek de implementatie en effecten van deze regeling op landelijk niveau.
2. Ten behoeve van de in het eerste lid bedoelde monitor zorgt het bevoegd gezag desgevraagd voor een samenhangend overzicht van de gepleegde inspanningen en uitkomsten daarvan ten behoeve van de in artikel 2 bedoelde doelen.
Artikel 14
Wijzigt de Regeling aanvullende bekostiging strategisch personeelsbeleid,begeleiding en verzuim vo.
Artikel 14a
Deze regeling is mede gebaseerd op de artikelen 5.9 en 5.10 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
Artikel 15
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 2021.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 augustus 2025.
Artikel 16
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering Nationaal Programma Onderwijs PO en VO.
Bijlage . behorende bij
In de tabel staan de vestigingen met een achterstandsscore >0 na aftrek van de drempel.