40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling eed en belofte SZW 1999 | BWBR0010676 | ministeriele-regeling | geldend | 1999-09-03 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0010676 | Regeling eed en belofte SZW 1999 |
Regeling eed en belofte SZW 1999
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. eed of belofte: de eed of de belofte bedoeld in artikel 51 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, af te leggen volgens het formulier dat is vastgesteld bij Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 23 april 1998, nummer AD98/U232 (Stcrt. 92, 1998); b. b. betrokkene: degene die op grond van artikel 51, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement de eed of de belofte aflegt; c. c. Ministerie, respectievelijk Minister: het Ministerie, respectievelijk de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Artikel 2
De eed of belofte wordt afgelegd door:
a. a. eenieder die bij beschikking van de Minister, danwel op voordracht van de Minister bij Koninklijk Besluit, wordt aangesteld als ambtenaar in de zin van het Algemeen Rijksambtenarenreglement; b. b. de ambtenaar, aangesteld in algemene dienst van het Rijk, die bij het Ministerie wordt tewerkgesteld en die niet eerder ter zake van een aanstelling in Rijksdienst een eed of belofte heeft afgelegd.
Artikel 3
De betrokkene bepaalt zelf of hij de eed, dan wel de belofte wil afleggen.
Artikel 4
Tenzij bijzondere omstandigheden dat verhinderen, legt de betrokkene de eed of belofte af binnen twee maanden na de datum van ingang van de aanstelling of de tewerkstelling.
De betrokkene ontvangt daartoe een oproep.
Artikel 5
De eed of de belofte wordt afgelegd:
a. a. door een Secretaris-Generaal: ten overstaan van de Minister; b. b. door alle andere betrokkenen: ten overstaan van de Secretaris-Generaal, dan wel, bij diens afwezigheid, ten overstaan van de plaatsvervangend Secretaris-Generaal.
Artikel 6
De eed of de belofte wordt afgelegd in aanwezigheid van een getuige, aangewezen door de autoriteit ten overstaan van wie de eed of de belofte wordt afgelegd.
Artikel 7
1. Alvorens de eed of de belofte wordt afgelegd, wordt de tekst van het eeds- of belofteformulier, bedoeld in artikel 1. onder a., hardop voorgelezen.
2. De eed of de belofte wordt afgelegd conform de Wet vorm van de eed (Wet van 17 juli 1911, Stb. 215, 1911).
Artikel 8
1. Het eeds- dan wel belofteformulier wordt na het afleggen van de eed of de belofte ondertekend door de betrokkene, door de getuige en door de autoriteit ten overstaan van wie de eed of de belofte is afgelegd.
2. Het ondertekende formulier wordt opgeborgen in het personeelsdossier van de betrokkene; de betrokkene ontvangt een kopie.
Artikel 9
1. Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
3. Deze regeling kan worden aangehaald als ’Regeling eed en belofte SZW 1999’.