rijk/ministeriele-regeling/regeling-eenmalige-subsidies-afkoop-hoogniveaurenovatie-2006/BWBR0020426
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling eenmalige subsidies afkoop hoogniveaurenovatie 2006 BWBR0020426 ministeriele-regeling geldend 2006-10-26 https://wetten.overheid.nl/BWBR0020426 Regeling eenmalige subsidies afkoop hoogniveaurenovatie 2006

Regeling eenmalige subsidies afkoop hoogniveaurenovatie 2006

Paragraaf 1. Algemene bepaling

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. gemeente: gemeente jegens wie verbintenissen bestaan die voortvloeien uit de RGSVH; b. b. minister: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; c. c. RGSVH: Regeling geldelijke steun voorzieningen aan huurwoningen 1987, zoals deze regeling luidde op 31 december 1991.

Paragraaf 2. Subsidie ter beëindiging van verbintenissen van het Rijk jegens gemeenten die voortvloeien uit de RGSVH

Artikel 2

1. De minister nodigt de gemeenten uit een aanvraag in te dienen tot vaststelling van een eenmalige subsidie ter beëindiging per 1 oktober 2006 van de verbintenissen jegens de gemeente die voortvloeien uit de RGSVH. De uitnodiging gaat in ieder geval vergezeld van een totaaloverzicht waarop die verbintenissen zijn vermeld en het totaalbedrag waartegen die verbintenissen worden afgekocht.

2. De gemeente kan tot 10 november 2006 de aanvraag indienen door de akkoordverklaring en de overige gevraagde stukken ondertekend terug te zenden. Indien in de uitnodiging voor die terugzending een later tijdstip wordt genoemd dan 10 november 2006, kan de gemeente dat tijdstip aanhouden voor het terugzenden van de stukken.

3. De minister stelt de eenmalige subsidie vast indien alle gemeenten tijdig een aanvraag hebben ingediend.

4. Indien een of meer gemeenten geen aanvraag hebben ingediend, kan de minister in afwijking van het derde lid besluiten de eenmalige subsidie vast te stellen voor de gemeenten die een aanvraag hebben ingediend.

Artikel 3

1. Het subsidiebedrag per verbintenis van het Rijk jegens de gemeente die voortvloeit uit de RGSVH wordt overeenkomstig het tweede tot en met het vijfde lid vastgesteld.

2. Voor elk jaar van de nog resterende looptijd van de verbintenis wordt het bedrag aan geldelijke steun, dat het Rijk op grond van die verbintenis aan de gemeente verschuldigd is, contant gemaakt door middel van deling van dat bedrag door (1 + i)^n. Hierbij is i de disconteringsvoet en n het aantal jaren vanaf de eerste vervaldatum van een bedrag aan geldelijke steun na 30 september 2006 tot aan de laatste vervaldatum.

3. De overeenkomstig het tweede lid berekende bedragen worden gesommeerd. Het resultaat wordt contant gemaakt naar 30 september 2006 door deling door (1 + i*m), waarbij i de disconteringsvoet is en m de periode vanaf 30 september 2006 tot aan de eerste vervaldatum van geldelijke steun, herleid tot een gedeelte van een heel jaar.

4. Het overeenkomstig het derde lid berekende bedrag wordt vermeerderd met een rente van 4,00% per jaar, te rekenen vanaf 1 oktober 2006 tot de datum waarop de eenmalige subsidie wordt uitbetaald.

5. Indien op grond van de verbintenis een jaarlijkse bijdrage aan geldelijke steun is betaald in de periode vanaf 1 oktober 2006 tot de datum waarop de beschikking tot vaststelling van de eenmalige subsidie is genomen, wordt het overeenkomstig het vierde lid berekende bedrag verminderd met die bijdrage en met een over die bijdrage berekende rente van 4,00% per jaar over de periode vanaf de datum waarop die bijdrage is betaald tot de datum waarop de eenmalige subsidie wordt uitbetaald.

Artikel 4

1. Voor de toepassing van artikel 3 wordt uitgegaan van maanden van dertig dagen en van een jaar van 360 dagen.

2. Voor de toepassing van artikel 3 wordt voor het derde tijdvak van tien jaar van de beschikkingen tot vaststelling van geldelijke steun uitgegaan van een rendement van 4,00% voor het vaststellen van de resterende looptijd van de jaarlijkse bijdrage.

3. Voor de toepassing van artikel 3, tweede en derde lid, wordt de disconteringsvoet (i) gesteld op 0,0400 (4,00%).

Artikel 5

1. Het bedrag van de eenmalige subsidie aan de gemeente komt overeen met het totaal aan subsidiebedragen, bedoeld in artikel 3, eerste lid.

2.

De vaststelling van de eenmalige subsidie heeft tot gevolg dat:

a. a. een verbintenis van het Rijk jegens de gemeente uit hoofde van geldelijke steun die is verleend krachtens de RGSVH te niet gaat voorzover deze betrekking heeft op het tijdvak vanaf 1 oktober 2006; b. b. aanspraken van het Rijk op de gemeente als gevolg van herziening van beschikkingen op grond van de RGSVH vervallen; c. c. aanspraken van de gemeente op het Rijk als gevolg van herziening van beschikkingen op grond van de RGSVH vervallen.

Artikel 6

1. Indien alle gemeenten tijdig een aanvraag hebben ingediend, wordt de beschikking op de aanvraag gegeven voor 4 december 2006.

2. Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 2, vierde lid, wordt de beschikking op de aanvraag gegeven voor 4 december 2006.

3. Indien geen toepassing wordt gegeven aan artikel 2, vierde lid, worden de gemeenten daarvan in kennis gesteld voor 4 december 2006.

Artikel 7

1. Na de beschikking tot subsidievaststelling wordt het subsidiebedrag in december 2006 uitbetaald.

2. De beschikking tot subsidievaststelling vermeldt de datum waarop het subsidiebedrag wordt uitbetaald.

Paragraaf 3. Subsidie ter beëindiging van verbintenissen van gemeenten jegens natuurlijke personen of rechtspersonen die voortvloeien uit de RGSVH

Artikel 8

Burgemeester en wethouders van een gemeente kunnen op aanvraag van een natuurlijke persoon of rechtspersoon een eenmalige subsidie vaststellen ter beëindiging van verbintenissen van de gemeente jegens die persoon op grond van de RGSVH.

Artikel 9

Op de vaststelling van het subsidiebedrag en de beëindiging van verbintenissen als bedoeld in artikel 8 zijn de artikelen 3 tot en met 5 en 7, tweede lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

a. a. voor minister gelezen moet worden: burgemeester en wethouders; b. b. voor Rijk gelezen moet worden: gemeente; c. c. voor gemeente gelezen moet worden: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de aanvraag indient; d. d. burgemeester en wethouders de disconteringsvoet, bedoeld in artikel 4, derde lid, kunnen stellen op maximaal 0,0425 (4,25%).

Paragraaf 4. Slotbepalingen

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling eenmalige subsidies afkoop hoogniveaurenovatie 2006.