40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling energie vervoer | BWBR0041050 | ministeriele-regeling | geldend | 2018-07-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0041050 | Regeling energie vervoer |
Regeling energie vervoer
Hoofdstuk 1. Jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 1
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- besluit: Besluit energie vervoer;
-
- bewijs van duurzaamheid: * bewijs dat de duurzaamheid en de broeikasgasemissiereductie van een geleverde hoeveelheid fysieke biobrandstof aantoont, afgegeven door een gecertificeerde schakel van een duurzaamheidssysteem op basis van zijn massabalans;
- bewijs van hernieuwbaarheid: bewijs dat de broeikasgasemissiereductie van een geleverde hoeveelheid hernieuwbare brandstof aantoont, afgegeven door een gecertificeerde schakel van een vrijwillig systeem op basis van zijn massabalans van hernieuwbare brandstoffen;
- binnenschip: binnenschip als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Binnenvaartwet;
- bunkerverklaring: verklaring die de uitslag tot verbruik van de minerale olie aantoont, bedoeld in artikel 19 van het Uitvoeringbesluit accijns, met de gegevens, bedoeld in artikel 29 van het Uitvoeringregeling accijns;
- directe lijn: directe lijn als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel an, van de Gaswet en artikel 1, eerste lid, onderdeel ar, van de Elektriciteitswet 1998;
- elektriciteitsaansluiting: aansluiting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Elektriciteitswet 1998;
- fiatteur: natuurlijk persoon die een door een rekeningbevoegde voorgestelde transactie moet goedkeuren;
- garantie van oorsprong: garantie van oorsprong als bedoeld in artikel 1 van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong, met de vermeldingen, bedoeld in artikel 24, derde lid, van die regeling;
- garantie van oorsprong voor niet-netlevering: garantie van oorsprong voor niet-netlevering als bedoeld in artikel 1 van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong, met de vermeldingen, bedoeld in artikel 24, derde lid, van die regeling;
- gasaansluiting: aansluiting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel m, van de Gaswet;
- gastransportnet: transportnet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Gaswet;
- gecertificeerde schakel van een duurzaamheidssysteem: een onderneming of een partij die gecertificeerd is volgens een duurzaamheidssysteem;
- gecertificeerde schakel van een vrijwillig systeem; een onderneming die gecertificeerd is volgens een vrijwillig systeem;
- LNG: vloeibaar gemaakt aardgas;
- LPG: vloeibaar gemaakt petroleumgas als bedoeld in artikel 26, zesde lid, van de Wet op de accijns en minerale oliën die op grond van artikel 28, met uitzondering van het tweede en zesde lid, van die wet voor het tarief van vloeibaar gemaakt petroleumgas aan de accijns onderworpen zijn;
- massabalans: een boekhouding die een getrouwe weergave geeft van de in- en uitgaande stromen en voorraad van duurzame grondstoffen voor biobrandstoffen en duurzame biobrandstoffen van een onderneming gedurende een bepaalde periode, als onderdeel van een door de inboeker gehanteerd duurzaamheidssysteem;
- minister: minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- rekeningbevoegde: natuurlijk persoon die alle handelingen die mogelijk zijn op een rekening, met uitzondering van het goedkeuren van een transactie, mag uitvoeren;
- transactie: registerhandeling met betrekking tot de invoer van een levering tot eindverbruik, een inboeking van een geleverde hoeveelheid hernieuwbare energie of een afboeking of overboeking van hernieuwbare brandstofeenheden.
Artikel 2
De energie-inhoud op basis van de onderste verbrandingswaarde van de geleverde brandstof, de geleverde biobrandstof of de geleverde hernieuwbare brandstof, waarvoor bijlage III bij de richtlijn hernieuwbare energie geen energie-inhoud vermeldt,
a. a. wordt door de leverancier tot eindverbruik onderscheidenlijk de inboeker ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aangetoond met behulp van een erkende methode die bestemd is voor het vaststellen van de verbrandingswaarde van de brandstof of de biobrandstof; b. b. wordt bepaald door een volgens ISO-/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium; en c. c. betreft een representatieve waarde.
Artikel 3
1. De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit alle informatie die de emissieautoriteit nodig heeft om te bepalen welke ondernemingen een jaarverplichting hebben. Hiertoe levert zij ten minste in oktober een voorlopige lijst met namen van de ondernemingen die naar verwachting een jaarverplichting hebben over het lopende kalenderjaar en in februari een lijst met namen van de ondernemingen met een jaarverplichting over het voorafgaande kalenderjaar. Deze lijst omvat de houders van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats voor minerale oliën, geregistreerd geadresseerden voor minerale oliën en importeurs, die meer dan 500.000 liter benzine, diesel of zware stookolie uitslaan tot verbruik als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de accijns.
2. De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit alle informatie die de emissieautoriteit nodig heeft om te bepalen of in het register de levering tot eindverbruik door ondernemingen juist en volledig is geregistreerd. Hiertoe voert de rijksbelastingdienst ten minste een gegevensanalyse uit nadat zij daartoe de benodigde gegevens heeft ontvangen van de emissieautoriteit. Ook verstrekt zij aan de emissieautoriteit risicosignalen ten aanzien van ondernemingen bedoeld in het eerste lid.
3. De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit informatie die de emissieautoriteit nodig heeft om specifieke toezicht- of handhavingsonderzoeken te doen naar producenten van biobrandstoffen of hernieuwbare brandstoffen als bedoeld in artikel 9.7.6.1 van de wet, ondernemingen die gecertificeerd zijn volgens een duurzaamheidsysteem als bedoeld in artikel 9.7.6.2 van de wet of ondernemingen die een rekening hebben in het register.
4. De rijksbelastingdienst en het bestuur van de emissieautoriteit sluiten over de invulling van het bepaalde in dit artikel een bestuursovereenkomst.
Artikel 3a
1. De minister verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit informatie over welke ondernemingen benzine, diesel of zware stookolie aan binnenschepen leveren, inclusief de geleverde hoeveelheden.
2. De minister geeft aan de emissieautoriteit risicosignalen ten aanzien van de ondernemingen, bedoeld in het eerste lid.
3. De minister en het bestuur van de emissieautoriteit sluiten over de toepassing van dit artikel een bestuursovereenkomst.
Paragraaf 2. Jaarverplichting hernieuwbare energie
Artikel 4
Bij het invoeren van de hoeveelheid benzine, diesel en zware stookolie, bedoeld in artikel 9.7.2.3, eerste lid, van de wet, vermeldt de leverancier tot eindverbruik de volgende gegevens:
a. a. soort brandstof; b. b. bestemming van de brandstof; c. c. periode overeenkomend met de periode van de accijnsaangifte; d. d. volume in liters bij een temperatuur van 15 °C; e. e. of de opgave afwijkt van de accijnsopgave en de omvang van de afwijking; f. f. indien de opgave afwijkt van de accijnsopgave, de verklaring voor die afwijking.
Artikel 5
Vervallen
Paragraaf 3. Inboeken hernieuwbare energie vervoer
Artikel 6
1. De hoeveelheid vloeibare biobrandstof die wordt ingeboekt is de fysieke hoeveelheid in liters bij een temperatuur van 15°C, of de fysieke hoeveelheid in kilogrammen, die blijkt uit de bedrijfsadministratie van de opslaglocatie waar vanaf door de inboeker is geleverd aan de Nederlandse markt.
2. Voor een hoeveelheid vloeibare biobrandstof die wordt ingeboekt stelt de inboeker op basis van de massabalans van de desbetreffende opslaglocatie een bewijs van duurzaamheid op ten behoeve van het bestuur van de emissieautoriteit.
3. Bij vermenging in een opslagtank van een fysieke hoeveelheid vloeibare biobrandstof met een hoeveelheid vloeibare fossiele brandstof wordt de biobrandstof bij deelleveringen uit dat mengsel in gelijke percentages aan die deelleveringen toegekend.
4. Voor het aantonen dat een fysieke hoeveelheid ingeboekte vloeibare biobrandstof is geleverd aan de Nederlandse markt, voldoet de inboeker aan de in bijlage 1, deel B, genoemde eisen.
5. Voor zover een hoeveelheid vloeibare biobrandstof in een brandstof of aan een bestemming is geleverd die niet in bijlage 1, deel A, is vermeld, is de inboeking niet toegestaan.
6. Indien de geleverde hoeveelheid vloeibare biobrandstof als dubbel tellend ingeboekt wordt, dan komt de aard van de grondstof van het bewijs van duurzaamheid overeen met de aard van de grondstof van de dubbeltellingverklaring.
Artikel 6a
1. In afwijking van artikel 6, vierde lid, is de hoeveelheid ingeboekte vloeibare biobrandstof de geleverde hoeveelheid LNG in kilogrammen die door garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen boekhoudkundig wordt vergroend, voor zover de inboeker kan aantonen dat in Nederland ter grootte van de inboeking een hoeveelheid LNG uit aardgas is vervaardigd dat aan het gastransportnet in Nederland is onttrokken. Artikel 7, vijfde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. De geleverde hoeveelheid LNG, bedoeld in het eerste lid, heeft ten minste de omvang van de hoeveelheid die op de garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen is vermeld.
3. Voor de bepaling van het aantal bij te schrijven hernieuwbare brandstofeenheden wordt de omvang van de garanties van oorsprong, bedoeld in het eerste lid, uitgedrukt in GJ en vermenigvuldigd met 0,85.
4.
Indien de geleverde hoeveelheid vloeibare biobrandstof als dubbel tellend ingeboekt wordt,
a. a. komt de aard van de grondstof van de garantie van oorsprong overeen met de aard van de grondstof van de dubbeltellingverklaring; b. b. wordt de omvang van de dubbeltellingverklaring met hetzelfde getal vermenigvuldigd, als de garantie van oorsprong in het derde lid.
5. Ten aanzien van de bestemmingen en de levering aan de Nederlandse markt van LNG, is bijlage 1, deel A, onderdelen 1 en 2, van deze regeling van overeenkomstige toepassing.
6. Een geleverde hoeveelheid LNG als bedoeld in het eerste lid mag niet ook als een vloeibare hernieuwbare brandstof ingeboekt worden, als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder c.
Artikel 7
1. Bij een levering van een gasvormige biobrandstof met behulp van het gastransportnet, is de hoeveelheid geleverde gasvormige biobrandstof die wordt ingeboekt, de geleverde hoeveelheid in kilogrammen die door garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen boekhoudkundig vergroend wordt.
2. Bij een levering van een gasvormige biobrandstof met behulp van een directe lijn, is de hoeveelheid geleverde gasvormige biobrandstof die wordt ingeboekt, de geleverde hoeveelheid biogas in kilogrammen die voor die lijn door garanties van oorsprong voor niet-netlevering uit hernieuwbare energiebronnen boekhoudkundig vergroend wordt.
3. De geleverde hoeveelheid gas in kilogrammen, bedoeld in het eerste lid, blijkt uit de meter van het bemeterde leverpunt en heeft ten minste de omvang van de hoeveelheid gasvormige biobrandstof die op de garanties van oorsprong vermeld is.
4. De geleverde hoeveelheid biogas in kilogrammen, bedoeld in het tweede lid, blijkt uit de meter van het bemeterde leverpunt en heeft ten minste de omvang van de hoeveelheid gasvormige biobrandstof die op de garanties van oorsprong voor niet-netlevering vermeld is.
5.
De garanties van oorsprong, bedoeld in het eerste lid, en de garanties van oorsprong voor niet-netlevering, bedoeld in het tweede lid:
a. a. zijn voorafgaand aan het inboeken van de hoeveelheid gasvormige biobrandstof, bedoeld in het eerste en het tweede lid, op de rekening van de emissieautoriteit als bedoeld in artikel 3 van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit geboekt; b. b. hebben een einddatum van geldigheid die ligt binnen of na de einddatum van de bij de inboeking opgegeven periode van de levering van gas of biogas; c. c. hebben betrekking op in Nederland geproduceerd gas uit hernieuwbare bronnen.
6. Voor de bepaling van de omvang in kilogrammen van de garanties van oorsprong, bedoeld in het derde en vierde lid, wordt de inhoud in MWh uitgedrukt in MJ en gedeeld door de bovenste verbrandingswaarde van 42,20 MJ/kg.
7. Indien de geleverde hoeveelheid gasvormige biobrandstof als dubbel tellend ingeboekt wordt, dan komt de aard van de grondstof van de garanties van oorsprong, bedoeld in het derde en vierde lid, overeen met de aard van de grondstof van de dubbeltellingverklaring.
Artikel 8
1. De hoeveelheid vloeibare hernieuwbare brandstof die wordt ingeboekt is de fysieke hoeveelheid in liters bij een temperatuur van 15°C of kilogrammen zoals blijkt uit de bedrijfsadministratie van de opslaglocatie waar vanaf door de inboeker is geleverd aan de Nederlandse markt voor vervoer.
2. Voor een hoeveelheid vloeibare hernieuwbare brandstof die wordt ingeboekt stelt de inboeker op basis van de massabalans van hernieuwbare brandstoffen van de desbetreffende opslaglocatie en desbetreffende soort brandstof een bewijs van hernieuwbaarheid op ten behoeve van het bestuur van de emissieautoriteit.
3. Voor het aantonen dat een hoeveelheid ingeboekte vloeibare hernieuwbare brandstof als een onderdeel van een mengsel met een fossiele brandstof van een andere samenstelling is geleverd, voldoet de inboeker aan de in bijlage 2 genoemde eisen.
4. Voor zover een hoeveelheid vloeibare hernieuwbare brandstof in een brandstof of aan een bestemming is geleverd die niet in bijlage 1, deel A, is vermeld, is de inboeking niet toegestaan.
Artikel 8a
1. De hoeveelheid gasvormige hernieuwbare brandstof die wordt ingeboekt door een onderneming, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van het besluit, is de hoeveelheid waterstof in kilogrammen die blijkt uit de meter van het bemeterde leverpunt.
2. De hoeveelheid gasvormige hernieuwbare brandstof die wordt ingeboekt door de onderneming, bedoeld in artikel 9a, tweede lid, van het besluit, is de hoeveelheid waterstof in kilogrammen die aantoonbaar aan een binnenschip of zeeschip is geleverd, zoals blijkt uit de bedrijfsadministratie van de inboeker.
3. Voor een hoeveelheid gasvormige hernieuwbare brandstof die wordt ingeboekt toont de inboeker, bedoeld in het eerste lid, de hernieuwbaarheid van de geleverde waterstof aan met behulp van het bewijs van hernieuwbaarheid dat hij van zijn toeleverancier van waterstof heeft ontvangen.
4. Voor een hoeveelheid gasvormige hernieuwbare brandstof die wordt ingeboekt stelt de inboeker, bedoeld in het tweede lid, op basis van de massabalans van hernieuwbare brandstoffen voor waterstof een bewijs van hernieuwbaarheid op ten behoeve van het bestuur van de emissieautoriteit.
Artikel 9
1. De hoeveelheid geleverde elektriciteit die wordt ingeboekt, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a en b, en derde lid, van het besluit, is de geleverde hoeveelheid in kWh die blijkt uit de meter van het bemeterd leverpunt.
2. De hoeveelheid geleverde elektriciteit die wordt ingeboekt, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van het besluit, is de geleverde hoeveelheid in kWh die blijkt uit de meter van de aansluiting.
3. De hoeveelheid met een directe lijn geleverde elektriciteit die wordt ingeboekt is de hoeveelheid geleverde elektriciteit uit hernieuwbare bronnen die blijkt uit de meter van het bemeterd leverpunt en die voor die lijn door garanties van oorsprong voor niet-netlevering van duurzame elektriciteit vergroend wordt.
4. De geleverde hoeveelheid elektriciteit, bedoeld in het vorige lid, heeft ten minste de omvang van de hoeveelheid elektriciteit die op de garanties van oorsprong vermeld is.
5.
De garanties van oorsprong, bedoeld in het tweede lid:
a. a. zijn voorafgaand aan het inboeken van de hoeveelheid elektriciteit, bedoeld in het tweede lid, op de rekening van de emissieautoriteit, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong geboekt; b. b. hebben een einddatum van geldigheid die ligt op of na de einddatum van de bij de inboeking opgegeven periode van de levering van de elektriciteit; c. c. hebben betrekking op in Nederland geproduceerde elektriciteit uit hernieuwbare bronnen.
Artikel 10
1. De inboeker beschikt over een administratieve organisatie met maatregelen van interne beheersing en controle die in opzet en werking waarborgen dat hij de hoeveelheid ingeboekte hernieuwbare energie juist verantwoordt.
2.
De inboeker controleert elk kwartaal in relatie tot de overige bedrijfsadministratie:
a. a. zijn voorraadverloop per soort hernieuwbare energie, waarbij de eindvoorraad gelijk is aan de beginvoorraad opgeteld met het saldo van de leveringen van hernieuwbare energie vervoer in die periode; met b. b. het totaal van inboekingen per soort geleverde hernieuwbare energie in het register, bedoeld in artikel 9.7.5.1 van de wet, waarbij de leveringen ten minste even groot zijn als de inboekingen.
3.
Bij het inboeken van een geleverde hoeveelheid hernieuwbare energie vermeldt de inboeker:
a. a. de in bijlage 3 genoemde gegevens; b. b. de gegevens zoals die vermeld zijn op de bewijsstukken.
4. De inboeker beschikt over bewijsstukken met betrekking tot de gegevens, bedoeld in het derde lid.
Artikel 11
1. De factor voor ingeboekte vloeibare of gasvormige hernieuwbare brandstof, bedoeld in artikel 9.7.4.4, tweede lid, van de wet, is tweeënhalf.
2. Het gedeelte van de energie-inhoud, bedoeld in artikel 9.7.4.6, derde lid, van de wet, voor leveringen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, is het door het Centraal bureau voor statistiek bekendgemaakte gemiddelde aandeel van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen in Nederland twee jaar voorafgaand aan het lopende kalenderjaar.
3. Voor het gedeelte van de geleverde elektriciteit dat de inboeker op locatie aantoonbaar uit hernieuwbare bronnen heeft opgewekt, wordt het volledige gedeelte van de energie-inhoud, bedoeld in artikel 9.7.4.6, derde lid, van de wet, voor leveringen als bedoeld in artikel 9 gebruikt.
4. Voor leveringen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van het besluit, wordt het volledige gedeelte van de energie-inhoud, bedoeld in artikel 9.7.4.6, derde lid, van de wet, gebruikt.
5. De factor voor ingeboekte elektriciteit, bedoeld in artikel 9.7.4.6, derde lid, van de wet, is vier.
6. De factor voor geleverde brandstoffen aan luchtvaart en scheepvaart, bedoeld in artikel 9.7.4.6, vierde lid, is voor luchtvaart 1,2 en voor zeevaart 0,4.
7. De factor, bedoeld in artikel 9.7.4.8, eerste lid, voor de geleverde soorten biobrandstoffen, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het besluit, is twee.
Artikel 12
De importeur die een hoeveelheid vloeibare biobrandstof of vloeibare hernieuwbare brandstof heeft ingeboekt, overlegt aan het bestuur van de emissieautoriteit een bewijs van aangifte accijns voor die hoeveelheid.
Artikel 13
Vervallen
Artikel 14
1. De grondstoffen, bedoeld in artikel 9.7.4.6, eerste lid, onderdeel b, sub 2, van de wet, zijn opgenomen in bijlage 5.
2. Een grondstof in bijlage 5 vervalt met ingang van de datum van toepassing van een gedelegeerde handeling van de Europese Commissie als bedoeld in artikel 28, zesde lid, van de richtlijn hernieuwbare energie, indien de betreffende grondstof is opgenomen in de lijst van grondstoffen van bijlage IX, deel A of B, van de richtlijn hernieuwbare energie.
Artikel 15
Vervallen
Artikel 16
1.
De dubbeltellingverificateur:
a. a. beheert de dubbeltellingverklaringen in het register, bedoeld in artikel 9.7.5.1 van de wet; b. b. controleert of te verifiëren hoeveelheden grondstoffen voor biobrandstoffen en biobrandstoffen zijn bepaald met behulp van voldoende nauwkeurige meters; c. c. controleert of het toegepaste duurzaamheidssysteem passend is voor de gebruikte grondstof; d. d. houdt een deugdelijke boekhouding bij van de dubbeltellingverificatie en het verificatieproces. Het verificatiedossier laat duidelijk alle relevante verificatiestappen en hun onderlinge samenhang zien, bevat voldoende motivering van de keuzes die de hij heeft gemaakt in het kader van zijn oordeelsvorming, bevat een voldoende gedetailleerde vastlegging van de uitgevoerde verificatiewerkzaamheden, is volledig en overzichtelijk; e. e. meldt aan het bestuur van de emissieautoriteit vermoedens van fraude.
2. De dubbeltellingverificatie en de dubbeltellingverklaring voldoen aan de eisen gesteld in bijlage 7.
Artikel 17
1.
De inboekverificateur:
a. a. beheert de inboekverificatieverklaringen en de rapporten van bevindingen in het register, bedoeld in artikel 9.7.5.1 van de wet; b. b. vermeldt in het register het resultaat van de verificatie per soort hernieuwbare energie; c. c. houdt een deugdelijke boekhouding bij van de inboekverificatie en het verificatieproces. Het verificatiedossier laat duidelijk alle relevante verificatiestappen en hun onderlinge samenhang zien, bevat voldoende motivering van de keuzes die de hij heeft gemaakt in het kader van zijn oordeelsvorming, bevat een voldoende gedetailleerde vastlegging van de uitgevoerde verificatiewerkzaamheden, is volledig en overzichtelijk; d. d. meldt aan het bestuur van de emissieautoriteit vermoedens van fraude.
2. Het rapport van bevindingen wordt opgesteld op basis van een verificatie van alle inboekingen per soort hernieuwbare energie die ter verificatie werden aangeboden.
3. De inboekverificatie en de inboekverificatieverklaring voldoen aan de eisen, gesteld in bijlage 8.
Paragraaf 4. Register hernieuwbare energie
Artikel 18
1. Het register is toegankelijk via het internet.
2. Voor de toegang tot het register wordt gebruik gemaakt van een door het bestuur van de emissieautoriteit aangewezen inlogmiddel.
3. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de toegang tot het register opschorten indien schade is ontstaan of dreigt te ontstaan aan het register.
4. Het bestuur van de emissieautoriteit neemt alle maatregelen die redelijkerwijs verwacht kunnen worden om te zorgen dat het register beschikbaar is op werkdagen van 9.00 tot 17.00 uur.
Artikel 19
1. De aanvraag voor een rekening vermeldt de gewenste faciliteiten.
2.
Bij de aanvraag voor een rekening verstrekt de onderneming aan het bestuur van de emissieautoriteit langs elektronische weg de volgende gegevens:
a. a. de naam, het vestigingsadres en handelsregisternummer van de onderneming; b. b. de naam en een kleurenkopie van het geldige legitimatiebewijs van de statutair vertegenwoordigingsbevoegde van de onderneming; c. c. de naam, het vestigingsadres, het elektronisch postadres en het telefoonnummer van de rekeningbevoegden en fiatteurs; d. d. het bewijs van een actieve bankrekening van de onderneming; e. e. indien de onderneming een vergunning voor een accijnsgoederenplaats voor minerale oliën heeft of geregistreerd geadresseerde voor minerale oliën is, de afgiftedatum, de ingangsdatum, de einddatum en het nummer van de vergunning voor de accijnsgoederenplaats, alsmede het Rechtspersonen en Samenwerkingsverbanden Informatienummer (RSIN).
3.
Het bestuur van de emissieautoriteit kan verzoeken om:
a. a. een verklaring omtrent het gedrag van de persoon, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b; en b. b. waarmerking van de kleurenkopie van het legitimatiebewijs, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b.
Artikel 20
1. Bij de aanvraag van een rekening met inboekfaciliteit verstrekt de onderneming aan het bestuur van de emissieautoriteit langs elektronische weg een overzicht van de administratieve organisatie, bedoeld in artikel 10.
2.
Bij de aanvraag van een rekening met inboekfaciliteit verstrekt de onderneming aan het bestuur van de emissieautoriteit langs elektronische weg voorts de volgende gegevens:
a. a. indien de onderneming een geleverde hoeveelheid vloeibare biobrandstof wil inboeken:
1°.
de naam en het vestigingsadres van de beoogde opslaglocatie of opslaglocaties voor het leveren aan de Nederlandse markt;
2°.
per opslaglocatie de naam van het voor die opslaglocatie gehanteerde duurzaamheidssysteem of de voor die opslaglocatie gehanteerde duurzaamheidssystemen;
3°.
bewijs dat de opslaglocatie, bedoeld onder 2, gecertificeerd is door het duurzaamheidssysteem of de duurzaamheidssystemen en dat die certificering geldig is; en
4°.
het nummer waaronder de accijnsgoederenplaats bij de rijksbelastingdienst geregistreerd is.
1°. 1°. de naam en het vestigingsadres van de beoogde opslaglocatie of opslaglocaties voor het leveren aan de Nederlandse markt; 2°. 2°. per opslaglocatie de naam van het voor die opslaglocatie gehanteerde duurzaamheidssysteem of de voor die opslaglocatie gehanteerde duurzaamheidssystemen; 3°. 3°. bewijs dat de opslaglocatie, bedoeld onder 2, gecertificeerd is door het duurzaamheidssysteem of de duurzaamheidssystemen en dat die certificering geldig is; en 4°. 4°. het nummer waaronder de accijnsgoederenplaats bij de rijksbelastingdienst geregistreerd is. b. b. indien de onderneming een geleverde hoeveelheid gasvormige biobrandstof wil inboeken:
1°.
bij levering met het gastransportnet: het EAN van de gasaansluiting of gasaansluitingen en de naam van de netbeheerder van die gasaansluiting of gasaansluitingen, dan wel bij levering met een directe lijn: het EAN van het bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten;
2°.
het adres waar de gasaansluiting of aansluitingen, dan wel het bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten zich bevinden;
3°.
bij levering met het gastransportnet: een machtiging om bij de netbeheerder informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van de aansluiting op het gastransportnet in te winnen.
1°. 1°. bij levering met het gastransportnet: het EAN van de gasaansluiting of gasaansluitingen en de naam van de netbeheerder van die gasaansluiting of gasaansluitingen, dan wel bij levering met een directe lijn: het EAN van het bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten; 2°. 2°. het adres waar de gasaansluiting of aansluitingen, dan wel het bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten zich bevinden; 3°. 3°. bij levering met het gastransportnet: een machtiging om bij de netbeheerder informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van de aansluiting op het gastransportnet in te winnen. c. c. indien de onderneming een geleverde hoeveelheid vloeibare hernieuwbare brandstof wil inboeken:
1°.
de naam en het vestigingsadres van de beoogde opslaglocatie of opslaglocaties voor het leveren aan de Nederlandse markt;
2°.
per opslaglocatie de naam van het voor die opslaglocatie gehanteerde vrijwillige systeem of de voor die opslaglocatie gehanteerde vrijwillige systemen;
3°.
bewijs dat de opslaglocatie, bedoeld onder sub 2, gecertificeerd is door het vrijwillige systeem of de vrijwillige systemen en dat die certificering geldig is; en
4°.
het nummer waaronder de accijnsgoederenplaats bij de rijksbelastingdienst geregistreerd is.
1°. 1°. de naam en het vestigingsadres van de beoogde opslaglocatie of opslaglocaties voor het leveren aan de Nederlandse markt; 2°. 2°. per opslaglocatie de naam van het voor die opslaglocatie gehanteerde vrijwillige systeem of de voor die opslaglocatie gehanteerde vrijwillige systemen; 3°. 3°. bewijs dat de opslaglocatie, bedoeld onder sub 2, gecertificeerd is door het vrijwillige systeem of de vrijwillige systemen en dat die certificering geldig is; en 4°. 4°. het nummer waaronder de accijnsgoederenplaats bij de rijksbelastingdienst geregistreerd is. d. d. indien de onderneming een geleverde hoeveelheid gasvormige hernieuwbare brandstof wil inboeken:
1°.
de naam en het vestigingsadres van de locatie of locaties voor het leveren van waterstof aan vervoer in Nederland;
2°.
afschrift van de vergunning, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van het besluit;
3°.
in geval van het leveren van een gasvormige hernieuwbare brandstof met een waterstofcontainer: de naam en het adres van de locatie waar de waterstof wordt geproduceerd en waar vanaf met een waterstofcontainer aan binnenschepen en zeeschepen wordt geleverd;
4°.
bewijs dat de locatie, bedoeld onder sub 3, gecertificeerd is door een vrijwillig systeem en dat die certificering geldig is.
1°. 1°. de naam en het vestigingsadres van de locatie of locaties voor het leveren van waterstof aan vervoer in Nederland; 2°. 2°. afschrift van de vergunning, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van het besluit; 3°. 3°. in geval van het leveren van een gasvormige hernieuwbare brandstof met een waterstofcontainer: de naam en het adres van de locatie waar de waterstof wordt geproduceerd en waar vanaf met een waterstofcontainer aan binnenschepen en zeeschepen wordt geleverd; 4°. 4°. bewijs dat de locatie, bedoeld onder sub 3, gecertificeerd is door een vrijwillig systeem en dat die certificering geldig is. e. e. indien de onderneming een geleverde hoeveelheid elektriciteit wil inboeken:
1°.
bij leveringen met het elektriciteitsnet: het EAN van de elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen, alsmede de naam van de netbeheerder van die elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen, dan wel bij leveringen met een directe lijn: het EAN van het bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten;
2°.
het adres waar de elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen, dan wel de directe lijn zich bevinden;
3°.
bij leveringen met het elektriciteitsnet:
i.
een machtiging om bij de netbeheerder informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van de elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen in te winnen; en
ii.
of gebruik gemaakt wordt van een secundair allocatiepunt als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a van het besluit;
4°.
bij leveringen met behulp van een accupakket of elektrolyt: de locatie waar het accupakket of de elektrolyt geladen wordt.
1°. 1°. bij leveringen met het elektriciteitsnet: het EAN van de elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen, alsmede de naam van de netbeheerder van die elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen, dan wel bij leveringen met een directe lijn: het EAN van het bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten; 2°. 2°. het adres waar de elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen, dan wel de directe lijn zich bevinden; 3°. 3°. bij leveringen met het elektriciteitsnet:
i.
een machtiging om bij de netbeheerder informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van de elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen in te winnen; en
ii.
of gebruik gemaakt wordt van een secundair allocatiepunt als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a van het besluit;
i. i. een machtiging om bij de netbeheerder informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van de elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen in te winnen; en ii. ii. of gebruik gemaakt wordt van een secundair allocatiepunt als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a van het besluit; 4°. 4°. bij leveringen met behulp van een accupakket of elektrolyt: de locatie waar het accupakket of de elektrolyt geladen wordt.
Artikel 21
1. Het bestuur van de emissieautoriteit controleert of de gegevens en documenten die verstrekt zijn, volledig, actueel, nauwkeurig en waarheidsgetrouw zijn.
2. Indien is voldaan aan de eisen voor het hebben van een rekening maakt de emissieautoriteit uiterlijk twintig werkdagen na ontvangst van de gegevens, bedoeld in de artikelen 19 en 20 in het register een rekening aan voor de aanvrager.
3. Alvorens de rekening te gebruiken accepteert de rekeninghouder de gebruiksvoorwaarden.
Artikel 22
1. De rekeninghouder meldt wijzigingen van de op hem betrekking hebbende gegevens, bedoeld in artikel 19, tweede lid, en artikel 20, tweede lid, onderdelen a, c en d, binnen twintig werkdagen langs elektronische weg aan het bestuur van de emissieautoriteit.
2. De emissieautoriteit wijzigt de gegevens, nadat de juistheid van de melding, bedoeld in het eerste lid, is vastgesteld overeenkomstig die melding binnen twintig werkdagen na ontvangst van die melding.
3. Artikel 21, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
4. De rekeninghouder beheert de gegevens, bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel b en e, en zorgt dat ze volledig, actueel, nauwkeurig en waarheidsgetrouw zijn.
Artikel 23
1. Indien een rekeningbevoegde weet of vermoedt dat een onbevoegde persoon zich toegang tot de rekening kan verschaffen, blokkeert hij de toegang tot zijn rekening en meldt hij dit onverwijld langs elektronische weg aan het bestuur van de emissieautoriteit.
2. Indien een melding als bedoeld in het eerste lid is ontvangen, controleert de emissieautoriteit of de toegang tot de desbetreffende rekening geblokkeerd is.
3. Tot het moment waarop de melding, bedoeld in het eerste lid, is ontvangen, wordt elke toegang tot de rekening als bevoegd aangemerkt.
Artikel 24
1. De rekeninghouder wijst per rekening ten minste twee rekeningbevoegden aan.
2. De rekeninghouder kan per rekening twee of meer fiatteurs aanwijzen.
3. Een rekeninghouder heeft opgeteld per rekening niet meer dan tien rekeningbevoegden of fiatteurs.
4. Een rekeningbevoegde kan slechts fiatteur zijn voor een transactie die hij niet heeft voorgesteld.
Paragraaf 5. Rapportages hernieuwbare energie
Artikel 25
Het overzicht, bedoeld in artikel 9.7.4.7, eerste lid, van de wet, wordt openbaar gemaakt op 4 januari, 4 maart, 4 april, 10 mei, 4 juli en 4 oktober, dan wel op de eerste werkdag na de genoemde datum.
Paragraaf 6. Naleving van de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria
Artikel 25a
1. De producent van biobrandstoffen voert een massabalans op zijn productielocatie over de ontvangen hoeveelheden duurzame grondstoffen voor de vervaardiging van biobrandstof en vervaardigde hoeveelheid biobrandstof. Artikel 25b is van overeenkomstige toepassing.
2.
De producent van biobrandstoffen beschikt over een administratieve organisatie met maatregelen van interne beheersing en controle die in opzet en werking waarborgen dat hij juist verantwoording aflegt over:
a. a. de aard en hoeveelheid ontvangen duurzame grondstoffen voor de vervaardiging van duurzame biobrandstof; b. b. de juiste verhouding tussen de aard en hoeveelheid gebruikte duurzame grondstof en de soort en hoeveelheid vervaardigde duurzame biobrandstof; en c. c. de hoeveelheid per afnemer geleverde duurzame biobrandstof.
3. De producent van hernieuwbare brandstoffen voert een massabalans van hernieuwbare brandstoffen op zijn locatie per soort hernieuwbare brandstof.
4.
De producent van hernieuwbare brandstoffen beschikt over een administratieve organisatie met maatregelen van interne beheersing en controle die in opzet en werking waarborgen dat hij een juiste verantwoording aflegt over:
a. a. de hoeveelheid gebruikte energie uit hernieuwbare bronnen voor de vervaardiging van de hernieuwbare brandstof; b. b. de juiste verhouding tussen de hoeveelheid gebruikte energie uit hernieuwbare bronnen en de soort en hoeveelheid vervaardigde hernieuwbare brandstof; en c. c. de hoeveelheid per afnemer geleverde hernieuwbare brandstof.
Artikel 25b
1. Een onderneming die is gecertificeerd volgens een duurzaamheidssysteem voert een massabalans. Een onderneming die over een opslaglocatie beschikt, voert een massabalans over elke opslaglocatie waar zich fysieke hoeveelheden grondstoffen voor biobrandstoffen en biobrandstoffen bevinden.
2. De massabalans is een volledig onderdeel van de bedrijfsadministratie van de onderneming.
3. Na afloop van de massabalansperiode maakt de onderneming een aansluiting tussen de bedrijfsadministratie van biobrandstof en de massabalans op basis van een betrouwbare voorraadopname van tastbare hoeveelheden biobrandstof.
4. Bij een vastgesteld verschil tussen de voorraad van tastbare hoeveelheden biobrandstof, de bedrijfsadministratie van biobrandstof en de massabalans, past de onderneming zijn bedrijfsadministratie van biobrandstof aan op de voorraad van fysieke biobrandstof.
Hoofdstuk 2. Rapportage- en reductieverplichting vervoersemissies
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 26
Vervallen
Artikel 27
1. De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit alle informatie die de emissieautoriteit nodig heeft om te bepalen welke ondernemingen rapportageplichtig zijn. Hiertoe levert zij ten minste in oktober respectievelijk februari een lijst met namen van de dan bekende rapportageplichtigen over het betreffende respectievelijk voorafgaande kalenderjaar. Deze lijst omvat de houders van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats voor minerale oliën, geregistreerd geadresseerden voor minerale oliën en importeurs, die meer dan 500.000 liter of kilogram benzine, diesel, LPG of LNG uitslaan tot verbruik als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de accijns.
2. De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit alle informatie die de emissieautoriteit nodig heeft om te bepalen of in het register de uitslag tot vervoersverbruik door ondernemingen juist en volledig is geregistreerd. Hiertoe voert de rijksbelastingdienst ten minste een gegevensanalyse uit nadat zij daartoe de benodigde gegevens heeft ontvangen van de emissieautoriteit. Ook verstrekt zij aan de emissieautoriteit risicosignalen ten aanzien van ondernemingen bedoeld in het eerste lid.
3. De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit informatie die de emissieautoriteit nodig heeft om specifieke toezicht- of handhavingsonderzoeken te doen naar ondernemingen die een rekening hebben in het register.
4. De rijksbelastingdienst en het bestuur van de emissieautoriteit sluiten over de invulling van het bepaalde in dit artikel een bestuursovereenkomst.
Artikel 27a
1. De minister verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit informatie over welke ondernemingen benzine, diesel, zware stookolie of LPG aan binnenschepen leveren, inclusief de geleverde hoeveelheden.
2. Gelet op het eerste lid voert de minister ten minste een gegevensanalyse uit nadat hij daartoe de benodigde gegevens heeft ontvangen van de emissieautoriteit.
3. De minister geeft aan de emissieautoriteit risicosignalen ten aanzien van de ondernemingen, bedoeld in het eerste lid.
Paragraaf 2. Rapportage- en reductieverplichting
Artikel 28
Ten behoeve van het voldoen aan de rapportageverplichting:
a. a. maakt de rapportageplichtige gebruik van de berekeningsmethode in bijlage I en de definities in artikel 2 van richtlijn (EU) 2015/652; b. b. maakt de rapportageplichtige gebruik van zijn rekening met reductieverplichtingfaciliteit in het register.
Artikel 29
1. Teneinde aan te tonen dat de uitslag tot verbruik, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de accijns, van benzine en diesel, betrekking heeft op andere bestemmingen dan bedoeld in artikel 9.8.1.2 van de wet, overlegt de rapportageplichtige op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit bewijsstukken, in ieder geval een factuur en betaalbewijs waaruit dat blijkt.
2. Teneinde aan te tonen dat de uitslag tot verbruik, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de accijns, van betere fossiele brandstof tevens een uitslag tot vervoersverbruik is, overlegt de rapportageplichtige op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit bewijsstukken in ieder geval een factuur en betaalbewijs waaruit dat blijkt.
Paragraaf 3. Hernieuwbare brandstofeenheden
Artikel 30
Vervallen
Artikel 31
Vervallen
Artikel 32
Vervallen
Artikel 33
1. Het bestuur van de emissieautoriteit stelt jaarlijks op uiterlijk 1 juli de broeikasgasemissiereductiebijdrage van de hernieuwbare brandstofeenheden vast voor het volgende kalenderjaar.
2. Voor de vaststelling van de broeikasgasemissiereductiebijdrage, bedoeld in het eerste lid, maakt het bestuur van de emissieautoriteit gebruik van de broeikasgasemissiereductiebijdragen van de ingeboekte hernieuwbare energie en geleverde betere fossiele brandstoffen van het voorgaande kalenderjaar.
3. Het bestuur van de emissieautoriteit maakt de vastgestelde broeikasgasemissiereductiebijdrage op elektronische wijze kenbaar.
Paragraaf 4. Register rapportage- en reductieverplichting vervoersemissies
Artikel 34
De artikelen 18 en 19 en 21 tot en met 24 zijn van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
Artikel 35
Een wijziging van de bijlagen I, II of IV van richtlijn (EU) 2015/652 gaat voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
Artikel 36
De Regeling hernieuwbare energie vervoer 2015 wordt ingetrokken.
Artikel 37
Wijzigt de Regeling brandstoffen luchtverontreiniging.
Artikel 38
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit energie vervoer in werking treedt.
Artikel 39
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling energie vervoer.
Bijlage 1. behorend bij
Bijlage 2. behorend bij
De inboeker die een vloeibare hernieuwbare brandstof als een onderdeel van een mengsel met een fossiele brandstof van een andere samenstelling levert, toont met behulp van een monstername en analyse de hoeveelheid van de desbetreffende vloeibare hernieuwbare brandstof in de geleverde brandstof aan.
Bijlage 3. behorend bij
Bij inboeking van hernieuwbare energie te vermelden gegevens:
Bijlage 4. behorend bij
Vervallen
Bijlage 5. behorend bij
De grondstoffen, bedoeld in artikel 9.7.4.6, eerste lid, onderdeel b, sub 2, van de wet (biomassafractie van industrieel afval) zijn:
Bijlage 6. behorend bij
Vervallen
Bijlage 7. behorend bij
De dubbeltellingverklaring wordt afgegeven aan de producent van de biobrandstof en voldoet aan de volgende eisen:
Bijlage 8. behorend bij
Bijlage 9. behorend bij
Vervallen