40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling Erfgoedwet archeologie | BWBR0049487 | ministeriele-regeling | geldend | 2024-04-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0049487 | Regeling Erfgoedwet archeologie |
Regeling Erfgoedwet archeologie
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- wet: Erfgoedwet.
Artikel 2
Als de richtlijn, bedoeld in artikel 5.5, onderdeel b, van de Erfgoedwet worden aangewezen:
a. a. versie 4.2 van de Beoordelingsrichtlijn 4000 Archeologie, zoals gepubliceerd op de website van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, en b. b. van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, van het deel Landbodems versie 4.2, de volgende onderdelen:
1°.
het Protocol 4001 Programma van eisen,
2°.
het Protocol 4002 Bureauonderzoek,
3°.
het Protocol 4003 Inventariserend veldonderzoek,
4°.
het Protocol 4004 Opgraven,
5°.
het Protocol 4006 Specialistisch onderzoek, en
6°.
het Protocol 4010 Depotbeheer.
1°. 1°. het Protocol 4001 Programma van eisen, 2°. 2°. het Protocol 4002 Bureauonderzoek, 3°. 3°. het Protocol 4003 Inventariserend veldonderzoek, 4°. 4°. het Protocol 4004 Opgraven, 5°. 5°. het Protocol 4006 Specialistisch onderzoek, en 6°. 6°. het Protocol 4010 Depotbeheer. c. c. van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, van het deel Waterbodems versie 4.2, de volgende onderdelen:
1°.
het Protocol 4001 Programma van eisen,
2°.
het Protocol 4002 Bureauonderzoek,
3°.
het Protocol 4103 Inventariserend veldonderzoek,
4°.
het Protocol 4104 Opgraven,
5°.
het Protocol 4006 Specialistisch onderzoek,
6°.
het Protocol 4107 Archeologische begeleiding, en
7°.
het Protocol 4010 Depotbeheer.
1°. 1°. het Protocol 4001 Programma van eisen, 2°. 2°. het Protocol 4002 Bureauonderzoek, 3°. 3°. het Protocol 4103 Inventariserend veldonderzoek, 4°. 4°. het Protocol 4104 Opgraven, 5°. 5°. het Protocol 4006 Specialistisch onderzoek, 6°. 6°. het Protocol 4107 Archeologische begeleiding, en 7°. 7°. het Protocol 4010 Depotbeheer.
Artikel 3
1. Een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van het Besluit Erfgoedwet archeologie wordt ingediend met gebruikmaking van een aanvraagformulier.
2. Het aanvraagformulier wordt vastgesteld door de minister en gepubliceerd op www.cultureelerfgoed.nl.
3.
De aanvraag bevat in ieder geval:
a. a. een projectplan; b. b. de gedragscode van de vereniging, die een goede omgang met archeologische monumenten en archeologische vondsten voldoende waarborgt; c. c. de interne sancties die zijn verbonden aan het schenden van de gedragscode.
4. Voor het projectplan wordt het model gebruikt dat is gepubliceerd op www.cultureelerfgoed.nl.
5.
Het projectplan geeft in ieder geval weer:
a. a. de aard en duur, en indien van toepassing de financiering, van de activiteiten, en de gebruikte hulpmiddelen; b. b. wanneer de activiteiten worden verricht; c. c. het gebied waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd; d. d. welk lid van de vereniging de projectcoördinator is en, indien van toepassing, welk lid als plaatsvervanger optreedt; e. e. welke leden van de vereniging de verstorende handelingen verrichten; f. f. het opleidingsniveau van degenen genoemd in de onderdelen d en e, dat tenminste een equivalent is van de Basiscursus Maritieme Archeologie; en g. g. indien van toepassing, met welke partijen wordt samengewerkt.
Artikel 4
1. De ontheffinghouder meldt telkens voor aanvang de activiteiten bij de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed onder verwijzing naar de desbetreffende ontheffing.
2. De ontheffinghouder meldt de archeologische vondsten binnen twee weken na het opgraven daarvan aan de minister.
3. De ontheffinghouder volgt aanwijzingen van de minister ten aanzien van de conservering op.
Artikel 5
De aanvraag kan worden afgewezen:
a. a. als het projectplan onvoldoende concreet is; b. b. als niet aannemelijk is gemaakt dat de activiteiten op zodanige wijze worden uitgevoerd dat de verstoring van cultureel erfgoed onderwater zo beperkt mogelijk blijft; c. c. als in strijd met het bij of krachtens de wet bepaalde of de voorschriften van een eerdere ontheffing is gehandeld; d. d. voor zover activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de wet, van een certificaathouder voorzien zijn op een locatie binnen het gebied als bedoeld in artikel 3, aanhef en vijfde lid, onder c; e. e. als het college van burgemeester en wethouders, gedeputeerdestaten, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat of een staat met een verifieerbare band met het desbetreffende cultureel erfgoed onderwater bezwaren heeft; of f. f. als voor de voorgenomen activiteiten een vergunning is vereist en deze niet is verleend.
Artikel 6
De ontheffing kan op verzoek of ambtshalve worden gewijzigd als gewijzigde omstandigheden of nieuwe informatie daartoe aanleiding geven.
Artikel 7
De ontheffing kan worden ingetrokken als:
a. a. de ontheffinghouder in afwijking van de ontheffing handelingen verricht waarop het opgravingsverbod, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de wet, van toepassing is; b. b. de ontheffinghouder niet voldoet aan de aan de ontheffing verbonden verplichtingen; c. c. de ontheffinghouder onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot weigering van de aanvraag om ontheffing zou hebben geleid; d. d. de ontheffing anderszins onjuist was en de ontheffinghouder dit wist of behoorde te weten; of e. e. de ontheffinghouder anderszins in strijd met het bij of krachtens de wet bepaalde handelt.
Artikel 8
Het Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2 juli 2016, nr. 1014109 houdende aanwijzing van de richtlijn, bedoeld in artikel 5.5, onderdeel b, van de Erfgoedwet, voor het op professionele wijze verrichten van opgravingen (Stcrt. 2016, 36440) wordt ingetrokken.
Artikel 9
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2024.
Artikel 10
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Erfgoedwet archeologie.