40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling hernieuwbare energie vervoer | BWBR0029954 | ministeriele-regeling | geldend | 2013-06-05 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0029954 | Regeling hernieuwbare energie vervoer |
Regeling hernieuwbare energie vervoer
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- besluit: Besluit hernieuwbare energie vervoer;
- biobrandstoffenbalans: overzicht van de op de Nederlandse markt gebrachte en geleverde biobrandstoffen en elektriciteit ten behoeve van wegvoertuigen en mobiele machines, in het kalenderjaar waarop die biobrandstoffenbalans betrekking heeft;
- broeikasgasemissies gedurende de levenscyclus: broeikasgasemissies gedurende de levenscyclus als bedoeld in het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging;
- duurzaamheidssysteem: systeem voor de beoordeling van de duurzaamheid van biobrandstoffen;
- jaarverplichting: verplichting in een percentage over een kalenderjaar als genoemd in artikel 3, eerste lid, van het besluit;
- minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;
- rekening: rekening als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het besluit;
- verificateur: onafhankelijke deskundige als bedoeld in artikel 3, derde lid, van het besluit.
Artikel 1a
1. De hoeveelheid, bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van het besluit is: 50.000 liter.
2.
De brandstoffen, bedoeld in artikel 1a, eerste en tweede lid, van het besluit zijn:
a. a. benzine; b. b. diesel; c. c. biobrandstoffen, met uitzondering van biogas.
Artikel 2
De energie-inhoud op basis van de onderste verbrandingswaarde van biobrandstoffen waarvoor in bijlage III bij de richtlijn geen energie-inhoud wordt vermeld, wordt door de geregistreerde aangetoond aan de hand van bestaande gegevens of vastgesteld door een volgens ISO-/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium.
Artikel 3
Het aandeel elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, bedoeld in artikel 6, vijfde lid, van het besluit, is het door Eurostat bekend gemaakte gemiddelde aandeel van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen in de Europese Unie twee jaar voorafgaand aan het betreffende kalenderjaar.
Paragraaf 2. Biobrandstoffenbalans
Artikel 4
De geregistreerde dient voor 1 maart bij het bestuur van de emissieautoriteit langs elektronische weg een biobrandstoffenbalans in over het voorafgaande kalenderjaar.
Artikel 5
1. De biobrandstoffenbalans wordt ingediend door middel van een door de minister vastgesteld en door het bestuur van de emissieautoriteit op elektronische wijze ter beschikking gesteld model. Het model en de in te dienen gegevens kunnen voor verschillende categorieën geregistreerden verschillend zijn.
2. De hoeveelheid diesel, benzine en vloeibare biobrandstoffen wordt op de biobrandstoffenbalans vermeld in liters bij een temperatuur van 15°C. De hoeveelheid biogas wordt in de biobrandstoffenbalans vermeld in kilogrammen. De hoeveelheid elektriciteit wordt vermeld in kWh.
Artikel 6
1. De geregistreerde die een ten behoeve van wegvoertuigen en mobiele machines op de Nederlandse markt gebrachte hoeveelheid biogas of elektriciteit uit hernieuwbare bronnen meetelt voor de jaarverplichting of als bioticket verhandelt, overlegt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit een verklaring dat die hoeveelheid biogas respectievelijk elektriciteit als brandstof voor wegvoertuigen of mobiele machines is geleverd. De verklaring wordt opgesteld overeenkomstig het van toepassing zijnde model in bijlage I.
2. De geregistreerde verstrekt het bestuur van de emissieautoriteit op verzoek de gegevens die hij gebruikt heeft om de verklaring, bedoeld in het eerste lid, op te stellen.
3. Een verklaring als bedoeld in het eerste lid, omvat tevens de gegevens, bedoeld in artikel 8, eerste lid.
Artikel 7
1. Een geregistreerde brengt in de biobrandstoffenbalans opgenomen biobrandstoffen die al dan niet bijgemengd bij benzine of diesel naar het buitenland worden overgebracht, in de biobrandstoffenbalans in mindering.
2. Een geregistreerde kan aan biobrandstoffen in benzine of diesel, die niet naar het buitenland worden overgebracht, na het moment van mengen, de bestemming geven dat ze ten behoeve van wegvoertuigen en mobiele machines op de Nederlandse markt worden gebracht.
3. Een geregistreerde brengt biobrandstoffen die de bestemming, bedoeld in het tweede lid, hebben gekregen, niet in mindering in zijn biobrandstoffenbalans.
Paragraaf 3. Duurzaamheidseisen biobrandstoffen
Artikel 8
1.
De geregistreerde vermeldt in de biobrandstoffenbalans voor elke hoeveelheid biobrandstoffen die hij heeft geproduceerd of ingeslagen en voor elke hoeveelheid biobrandstoffen uit zijn fysieke beginvoorraad van het betreffende kalenderjaar en zijn administratieve eindvoorraad van het voorafgaande kalenderjaar, de in de biobrandstoffenbalans gevraagde kenmerken, waaronder:
a. a. het door hem toegepaste duurzaamheidssysteem; b. b. de GN-code van het gewas of de grondstof waaruit die hoeveelheid is geproduceerd; c. c. het land van herkomst van het gewas of de grondstof, bedoeld in onderdeel b; d. d. de reductie van broeikasgasemissies gedurende de levenscyclus.
Voor elke hoeveelheid wordt één set kenmerken vermeld.
2. In geval van eerste inslag of productie van biobrandstoffen in Nederland en in geval van biobrandstoffen uit de fysieke beginvoorraad van het betreffende kalenderjaar en de fysieke eindvoorraad van het voorafgaande kalenderjaar verstrekt de geregistreerde het bestuur van de emissieautoriteit op verzoek de gegevens die hij gebruikt heeft om de kenmerken, bedoeld in het eerste lid, op te stellen.
Artikel 9
1. Op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit, toont de geregistreerde met betrekking tot de biobrandstoffen die hij ten behoeve van wegvoertuigen en mobiele machines op de Nederlandse markt brengt aan dat een duurzaamheidssysteem is toegepast dat door de Europese Commissie op grond van artikel 18, vierde lid, van de richtlijn is geaccepteerd.
2.
Een duurzaamheidssysteem als bedoeld in het eerste lid kan tevens betreffen een door de minister geaccepteerd duurzaamheidssysteem voor het werkveld waarvoor die geregistreerde dat systeem toepast, voor zover:
a. a. de acceptatie heeft plaatsgevonden op grond van artikel 10, zoals die bepaling gold onmiddellijk voorafgaand aan 1 juli 2013, en b. b. de termijn van die acceptatie nog niet is verlopen.
Artikel 10
Vervallen
Artikel 11
Vervallen
Artikel 12
Vervallen
Artikel 13
Vervallen
Paragraaf 4. Duurzaamheidsverklaring
Artikel 14
Vervallen
Paragraaf 5. Register
Artikel 15
De geregistreerde opent voor een kalenderjaar een rekening door voor de eerste keer in dat kalenderjaar een biobrandstoffenbalans in te dienen bij de emissieautoriteit. De emissieautoriteit zendt een bevestiging daarvan aan de geregistreerde.
Paragraaf 6. Dubbeltelling betere biobrandstoffen
Artikel 16
1.
Bij de vaststelling van het percentage, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit, telt biobrandstof die is geproduceerd uit materialen genoemd in:
a. a.
bijlage II, tabel 1, 2 en 3: dubbel;
b. b.
bijlage II, tabel 4 en 5: niet dubbel.
2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder b, kan de minister op verzoek van de drijver van een inrichting besluiten dat biobrandstof die is geproduceerd uit materialen genoemd in tabel 5 van bijlage II onder specifieke locatie- of bedrijfsomstandigheden dubbeltellen. De minister kan voorwaarden verbinden aan zijn besluit.
3. Een verzoek als bedoeld in het tweede lid omvat in ieder geval de ontstaanswijze van het materiaal, de huidige toepassingen van het materiaal en de marktcondities. De minister kan om nadere informatie vragen.
4.
De minister beoordeelt bij een verzoek als bedoeld in het tweede lid, de materialen als volgt:
a. a. materiaal dat in de richtlijn of bijbehorende communicaties als residu wordt genoemd, is residu; b. b. materiaal dat niet in de richtlijn of bijbehorende communicaties als afval of residu wordt genoemd, is alleen afval of residu als:
1°.
er geen alternatieve toepassing is;
2°.
het niet een materiaal betreft dat in kwaliteit zodanig is verlaagd of verontreinigd dat het niet meer geschikt is voor zijn oorspronkelijke toepassing;
3°.
het geen ongebruikt product betreft waarvan de houdbaarheidsdatum is verstreken;
1°. 1°. er geen alternatieve toepassing is; 2°. 2°. het niet een materiaal betreft dat in kwaliteit zodanig is verlaagd of verontreinigd dat het niet meer geschikt is voor zijn oorspronkelijke toepassing; 3°. 3°. het geen ongebruikt product betreft waarvan de houdbaarheidsdatum is verstreken; c. c. materiaal dat niet op grond van onderdeel a of b kan worden gecategoriseerd, is een co-product als:
1°.
het productieproces waaruit het materiaal overblijft is aangepast om een grotere hoeveelheid of een hogere kwaliteit van het betreffende materiaal te verkrijgen, of
2°.
het in aanzienlijke mate bijdraagt aan de waarde van alle producten uit het proces waarin het ontstaat;
1°. 1°. het productieproces waaruit het materiaal overblijft is aangepast om een grotere hoeveelheid of een hogere kwaliteit van het betreffende materiaal te verkrijgen, of 2°. 2°. het in aanzienlijke mate bijdraagt aan de waarde van alle producten uit het proces waarin het ontstaat; d. d. materiaal dat niet op grond van onderdeel a, b of c kan worden gecategoriseerd, is afval of residu.
5.
Ten behoeve van de beoordeling, bedoeld in het vierde lid, wordt verstaan onder:
a. a.
*alternatieve toepassing:* toepassing anders dan opwekking van elektriciteit of warmte, compostering of benutting van het lignocellulosedeel van biomassa als diervoerder;
b. b.
*residu:* van landbouw, aquacultuur, visserij of bosbouw afkomstig restproduct of stof die niet het eindproduct vormt waarop een productieproces rechtstreeks is gericht.
Artikel 17
1. Op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit legt de geregistreerde die biobrandstoffen als bedoeld in artikel 16 produceert, of voor de eerste keer in Nederland inslaat, een verklaring over waaruit blijkt dat die biobrandstoffen geproduceerd zijn uit materiaal als bedoeld in bijlage II, tabel 1, 2, 3 of uit materiaal waarop artikel 16, tweede lid, van toepassing is.
2.
De verklaring, bedoeld in het eerste lid, wordt afgegeven door een onafhankelijke instelling:
a. a. die door een accreditatie-instantie, die ondertekenaar is van de Multilateral Agreement van de European co-operation for Accreditation, is geaccrediteerd:
1°.
volgens NEN-EN-ISO 17020, type A, en
2°.
voor de aanvullende werkzaamheden met betrekking tot het werkveld dubbeltelling biobrandstoffen, of
1°. 1°. volgens NEN-EN-ISO 17020, type A, en 2°. 2°. voor de aanvullende werkzaamheden met betrekking tot het werkveld dubbeltelling biobrandstoffen, of b. b. ten aanzien waarvan een accreditatie-instantie als bedoeld in onderdeel a het accreditatieproces nog niet heeft geëindigd, maar het vooronderzoek ten behoeve van accreditatie als bedoeld in onderdeel a met goed gevolg heeft afgerond.
3. De onafhankelijke instelling, bedoeld in het tweede lid, geeft de verklaring, bedoeld in het eerste lid, niet af indien niet voldaan wordt aan de eisen, genoemd in bijlage III.
4.
De onafhankelijke instelling, bedoeld in het tweede lid:
a. a. beheert de unieke codes van de verklaringen, bedoeld in het eerste lid; b. b. geeft bij splitsing van de verklaring opnieuw een unieke code af; c. c. verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit, binnen zes maanden na het kalenderjaar een overzicht van de door haar afgegeven en ingenomen verklaringen; d. d. ziet erop toe dat te verifiëren hoeveelheden grondstoffen en biobrandstoffen zijn bepaald overeenkomstig artikel 2 van het Meetinstrumentenbesluit I.
Paragraaf 7. Administratieve overdracht in voorgaand kalenderjaar geleverde biobrandstoffen
Artikel 18
1. Het percentage van de jaarverplichting dat wordt ingevuld met biobrandstoffen als bedoeld in artikel 3, zesde lid, onderdeel b, van het besluit is ten hoogste 25.
2. De biobrandstoffen, bedoeld in het eerste lid, voldoen in het kalenderjaar waarin deze worden meegeteld aan de voor dat kalenderjaar geldende eisen, bedoeld in artikel 3, derde lid, van het besluit.
Paragraaf 8. Biotickets
Artikel 19
Het bioticket wordt opgesteld overeenkomstig het model in bijlage IV.
Paragraaf 9. Vrijgestelde brandstoffen
Artikel 20
Het besluit is niet van toepassing op diesel waarvoor vrijstelling van accijns als bedoeld in artikel 66 van de Wet op de accijns dan wel teruggaaf van accijns als bedoeld in artikel 70, eerste lid, onderdeel b, van die wet is verleend.
Paragraaf 10. Openbaar overzicht
Artikel 21
1. Als categorieën ondernemingen als bedoeld in artikel 12.33, eerste lid, van de Wet milieubeheer worden aangewezen de registratieplichtigen die biobrandstoffen fysiek bijmengen in benzine of diesel.
2.
Het overzicht, bedoeld in artikel 12.33, eerste lid, van de Wet milieubeheer, heeft betrekking op de biobrandstoffen, bedoeld in het eerste lid, wordt langs elektronische weg bekendgemaakt, en bestaat uit drie overzichten waarin over het laatst verstreken kalenderjaar per geregistreerde van de hoeveelheid ten behoeve van wegvoertuigen en mobiele machines op de Nederlandse markt gebrachte biobrandstoffen wordt vermeld:
a. a. de aard van de verschillende grondstoffen; b. b. de herkomst van de grondstoffen, en c. c. de gehanteerde duurzaamheidssystemen.
Paragraaf 11. Slotbepalingen
Artikel 22
De geregistreerde bewaart ten minste vijf jaar na indiening van de biobrandstoffenbalans:
a. a. de biobrandstoffenbalans; b. b. de verklaringen, bedoeld in artikel 6, eerste lid; c. c. de gegevens, bedoeld in artikel 6, tweede lid; d. d. de gegevens, bedoeld in artikel 8, tweede lid; e. e. de verklaringen, bedoeld in artikel 17, eerste lid; f. f. de biotickets.
Artikel 23
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2011.
Artikel 24
Deze regeling wordt aangehaald: Regeling hernieuwbare energie vervoer.
Bijlage I. behorend bij
Bijlage II. behorend bij
^1 Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten).
^1 Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten).
^2 Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten).
Bijlage III. , behorend bij
De verklaring, bedoeld in artikel 17, eerste lid, voldoet aan de volgende eisen: