40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling impuls beroepsonderwijs voor landelijke organen 2001 | BWBR0012796 | ministeriele-regeling | geldend | 2001-09-10 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0012796 | Regeling impuls beroepsonderwijs voor landelijke organen 2001 |
Regeling impuls beroepsonderwijs voor landelijke organen 2001
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Artikel 2
1.
Het doel van de regeling is het versterken van de beroepskolom, door projecten gericht op:
a. a. de ontwikkeling van gemeenschappelijke kaders in de aansluiting vmbo-bo en bo-hbo onder regie van Vereniging Colo; b. b. versterken van de beroepspraktijkvorming in de geïntegreerde benadering van de beroepskolom. c. c. het oplossen van knelpunten die zich voordoen in de aansluiting van structuren binnen de beroepskolom en de ontwikkeling naar competenties, in samenwerking met scholen en instellingen voor vmbo, bo en hbo.
2. Om het doel, bedoeld in het eerste lid, te bereiken verleent de minister op verzoek van het bevoegd gezag van een landelijk orgaan een aanvullende vergoeding aan landelijke organen ten behoeve van projecten.
3. Het doel van de projecten dient gerelateerd te zijn aan de taken van de landelijke organen zoals omschreven in artikel 1.5.2, eerste lid tot en met vierde lid, van de wet.
Artikel 3
1. Voor toekenningen van aanvullende vergoedingen op grond van deze regeling is een bedrag van f 8.000.000,- (3.630.242 euro) beschikbaar.
2. De hoogte van de aanvullende vergoeding voor een landelijk orgaan die een verzoek als bedoeld in artikel 4, eerste lid, heeft ingediend, wordt berekend naar rato van de omvang van de rijksbijdrage berekend op grond van de artikel 4.2.3 van het Uitvoeringsbesluit WEB, die het landelijk orgaan over 2001 ontvangt.
3. De minister maakt de hoogte van de aanvullende vergoeding uiterlijk 20 oktober 2001 aan de landelijke organen bekend.
Artikel 4
1. De minister verleent de aanspraak op een aanvullende vergoeding, bedoeld in artikel 3, slechts indien het bestuur van het landelijk orgaan voor 21 september 2001 een verzoek indient bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, directie Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie, postbus 25000, 2700 LZ Zoetermeer. Een verzoek dat op of na 21 september 2001 wordt ingediend wordt afgewezen.
2.
In het verzoek is opgenomen:
a. a. de naam van de contactpersoon bij het landelijk orgaan voor het project; b. b. voor welke projecten, bedoeld in artikel 2, de subsidie wordt besteed; c. c. met welke landelijke organen en instellingen wordt samengewerkt; d. d. een verklaring dat het landelijk orgaan voor 15 november 2001 met samenwerkingspartners kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen vaststelt, volgens het format dat hiervoor door OCenW ter beschikking zal worden gesteld; e. e. een verklaring dat het landelijk orgaan voor 1 februari 2002 een tussentijdse effectrapportage en voor 1 oktober 2002 een afsluitende effectrapportage aan de minister zendt volgens het format dat hiervoor door OCenW ter beschikking zal worden gesteld; f. f. een verklaring dat het landelijk orgaan de producten ter beschikking stelt aan de Vereniging Colo.
3.
In de effectrapportages, bedoeld in het tweede lid onder e, wordt tenminste aangegeven:
a. a. voor welke projecten, bedoeld in artikel 2, de subsidie wordt besteed; b. b. de wijze waarop met landelijke organen en bedrijfsleven wordt samengewerkt; c. c. welke kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen zijn gesteld; d. d. in welke mate de gestelde kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen zijn gerealiseerd en een analyse van eventuele verschillen;
4. Het project wordt voor 1 juli 2002 afgerond.
Artikel 5
1. Het landelijk orgaan zendt uiterlijk 1 oktober 2002 een inhoudelijke verantwoording aan de minister bestaande uit de afsluitende effectrapportage, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder e.
2. De aanvullende vergoeding wordt verstrekt als tegemoetkoming in de kosten die zijn verbonden aan het in deze regeling omschreven doel. De aanvullende vergoeding wordt in ieder geval besteed ten dienste van de primaire taak van het landelijk orgaan.
3. De toegewezen middelen worden overeenkomstig de OCenW-Richtlijnen Jaarverslaggeving in de jaarrekening verantwoord. De lasten worden verantwoord binnen de daartoe bestemde posten in de jaarrekening.
Artikel 6
De landelijke organen werken mee aan een onafhankelijke monitoring naar de effecten van de regeling.
Artikel 7
De aanvullende vergoeding, bedoeld in artikel 3, kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd van een aanvrager, indien:
a. a. er uiterlijk voor 15 november 2001 geen kwantitatieve en kwalitatieve doelen zijn vastgesteld die bijdragen aan het realiseren van de beoogde resultaten; b. b. er uiterlijk voor 1 februari 2002 geen tussentijdse effectrapportage en uiterlijk voor 1 oktober 2002 geen afsluitende effectrapportage die voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, zijn ingediend bij de minister; c. c. de aanvrager onjuiste, niet tijdige of voor de beoordeling van de uitvoering van de regeling onvolledige gegevens heeft verstrekt; d. d. het project niet is gestart, aanzienlijk is vertraagd of voortijdig wordt beëindigd, of e. e. de ontvanger van de aanvullende vergoeding heeft gehandeld in strijd met de verplichtingen die aan de aanvullende vergoeding zijn verbonden.
Artikel 8
Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 9
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling impuls beroepsonderwijs voor landelijke organen 2001.