40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling inkoop dienstverlening Arbeidsvoorziening door gemeenten 1996 | BWBR0007690 | ministeriele-regeling | geldend | 1996-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0007690 | Regeling inkoop dienstverlening Arbeidsvoorziening door gemeenten 1996 |
Regeling inkoop dienstverlening Arbeidsvoorziening door gemeenten 1996
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
2.
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel d, 2°, worden:
a. a. dagen waarop de periode van inschrijving is onderbroken door het verrichten van arbeid of door een dienstverband beschouwd als dagen van inschrijving, mits het aantal dagen of gewerkte uren per jaar in totaal niet meer dan 50 respectievelijk 400 bedraagt; de voor de werkloos werkzoekende meest gunstige regeling prevaleert; b. b. dagen waarop de periode van inschrijving is onderbroken door het ondergaan van hechtenis of gevangenisstraf beschouwd als dagen van inschrijving; c. c. bij een onderbreking van de periode van inschrijving door het vervullen van de militaire dienstplicht of in de plaats daarvan vervangende dienst de perioden gelegen voor en na de onderbreking samengeteld als waren zij een ononderbroken periode; d. d. dagen waarop een persoon na toestemming van de Arbeidsvoorzienings-organisatie, de bedrijfsvereniging of de gemeente onbetaalde arbeid verricht als vrijwilliger, dan wel een cursus, opleiding of scholing volgt, beschouwd als dagen van inschrijving.
Artikel 2
Met een moeilijk plaatsbare uitkeringsgerechtigde kan worden gelijkgesteld een uitkeringsgerechtigde, die naar het gezamenlijk oordeel van burgemeester en wethouders en de Arbeidsvoorzieningsorganisatie in een vergelijkbare arbeidsmarktpositie verkeert.
Paragraaf 2. De bijdrage aan de gemeenten
Artikel 3
1. De Minister verleent aan een in bijlage 1 bij deze regeling genoemde gemeente een bijdrage in de vergoedingen, waartoe het gemeentebestuur zich in het kalenderjaar 1996 bij de uitvoering van artikel 111, eerste lid, van de Abw en de artikelen 34, tweede lid, van de Ioaw en de Ioaz jegens de Arbeidsvoorzieningsorganisatie in een schriftelijke overeenkomst heeft verplicht, voor door deze organisatie verleende diensten gericht op het geschikt maken voor inschakeling in de arbeid, in het bijzonder door scholing, en voor bijzondere inspanningen voor de arbeidsbemiddeling, van moeilijk plaatsbare uitkeringsgerechtigden.
2. Burgemeester en wethouders doen vóór 1 juni 1996 opgave van het bedrag waarvoor de in het eerste lid bedoelde diensten zijn overeengekomen met de Arbeidsvoorzieningsorganisatie. Deze opgave wordt ingericht volgens het bij deze regeling behorende model.
3. Voor het kalenderjaar 1996 is het beschikbare bedrag 35 miljoen gulden. De maximale bijdrage per gemeente wordt op basis van dat bedrag vastgesteld naar evenredigheid van de aantallen uitkeringsgerechtigden op 30 juni 1995 in de in bijlage 1 bij deze regeling genoemde gemeenten.
4. De bijdrage aan de gemeente is gelijk aan het in het tweede lid bedoelde bedrag, voor zover het in het derde lid bedoelde maximum niet wordt overschreden.
Artikel 4
Indien uit de opgave, bedoeld in artikel 3, tweede lid, blijkt dat het bedrag, genoemd in artikel 3, derde lid, niet is voltekend, kan de Minister aan een in bijlage 1 bij deze regeling genoemde gemeente, een aanvullende bijdrage verlenen.
Artikel 5
1. De Minister stelt de bijdrage vast binnen een jaar na ontvangst van de jaaropgave bedoeld in artikel 9, eerste lid.
2. Indien de jaaropgave niet is ontvangen binnen 18 maanden na het kalenderjaar 1996, dan wel niet is voorzien van de verklaring, kan de Minister de bijdrage ambtshalve vaststellen.
Paragraaf 3. Bevoorschotting
Artikel 6
1. De Minister betaalt aan de in bijlage 1 genoemde gemeenten op of omstreeks de vijftiende van de maand februari 1996 een voorschot van 80% van de maximale bijdrage, bedoeld in artikel 3, derde lid;
2. De Minister verleent op of omstreeks de vijftiende van de maand september 1996 een voorschot tot ten hoogste 100% van het bedrag, dat is vastgesteld op grond van de artikelen 3, vierde lid, en 4.
Paragraaf 4. Administratieve verplichtingen
Artikel 7
Burgemeester en wethouders dragen zorg dat de administratie voor de uitvoering van deze regeling zodanig wordt ingericht, dat alle van belang zijnde vastleggingen en bewijsstukken ten behoeve van het besluitvorming-, uitvoerings-, controle - en verantwoordingsproces zichtbaar en controleerbaar zijn vastgelegd.
Artikel 8
1. Het toezicht op de uitvoering van deze regeling berust bij de Minister.
2. Burgemeester en wethouders verstrekken desgevraagd aan de Minister kosteloos alle inlichtingen, die hij voor de uitvoering en de beleidsvorming met betrekking tot deze regeling nodig heeft en verlenen hem inzage in de administratie.
Artikel 9
1. Burgemeester en wethouders doen voor 20 september 1997 aan de Minister opgave van de met de Arbeidsvoorzieningsorganisatie over het kalenderjaar 1996 gesloten overeenkomsten en daaruit voortvloeiende uitgaven. Deze jaaropgave is ingericht overeenkomstig het bij deze regeling behorende model en wordt voorzien van een verklaring van een deskundige, belast met de in artikel 213 van de Gemeentewet voorgeschreven controle omtrent de juistheid van gegevens.
2. De verklaring, bedoeld in het eerste lid, wordt gebaseerd op een controle die is uitgevoerd overeenkomstig het in de bijlage opgenomen controle- en rapportageprotocol.
Paragraaf 5. Intrekking van de toekenning en terugvordering
Artikel 10
De Minister kan de toekenning van een bijdrage geheel of gedeeltelijk intrekken en een reeds uitbetaalde bijdrage of voorschot terugvorderen, indien:
a. a. de bijdrage niet is besteed voor de vergoedingen, bedoeld in artikel 3, eerste lid; b. b. niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 9; c. c. de gemeente onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt.
Paragraaf 6. Slotbepalingen
Artikel 11
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1996.
Artikel 12
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling inkoop dienstverlening Arbeidsvoorziening door gemeenten 1996.
Bijlage 1. behorend bij artikel 3
^1 personen < 65 jaar met uitkering per ultimo 2e kwartaal 1995, bron: kwartaaldeclaraties SZW