40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling instelling adviescommissie normering inburgeringseisen | BWBR0016267 | ministeriele-regeling | geldend | 2004-01-07 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0016267 | Regeling instelling adviescommissie normering inburgeringseisen |
Regeling instelling adviescommissie normering inburgeringseisen
Artikel 1
Er is een adviescommissie normering inburgeringseisen.
Artikel 2
1.
De adviescommissie heeft tot taak te adviseren over de volgende vragen:
a. a.
1°.
in welke mate is het mogelijk om de beheersing van het Nederlands op basisniveau, die met het doel om een goede start met de integratie in Nederland als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, te toetsen op alle vijf taalvaardigheden, te weten: luisteren, spreken, gespreksvaardigheden, lezen en schrijven;
2°.
welke eisen van taalvaardigheid, gerelateerd aan het Common European Framework of Reference, moeten worden beschouwd als een voldoende basisniveau voor de beheersing van het Nederlands om een goede start te kunnen maken met de integratie in Nederland, dat als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd;
3°.
welke onderwerpen en welke niveaus, gerelateerd aan één van de kwalificatiestructuren in de BVE-sector, van maatschappij-oriëntatie en kennis van de Nederlandse samenleving, geschiedenis en staatsinrichting moeten worden beheerst en wat de gemiddelde tijdsinvestering is die daarmee gemoeid is om een goede start te kunnen maken met de integratie in Nederland, hetgeen als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd;
1°. 1°. in welke mate is het mogelijk om de beheersing van het Nederlands op basisniveau, die met het doel om een goede start met de integratie in Nederland als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, te toetsen op alle vijf taalvaardigheden, te weten: luisteren, spreken, gespreksvaardigheden, lezen en schrijven; 2°. 2°. welke eisen van taalvaardigheid, gerelateerd aan het Common European Framework of Reference, moeten worden beschouwd als een voldoende basisniveau voor de beheersing van het Nederlands om een goede start te kunnen maken met de integratie in Nederland, dat als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd; 3°. 3°. welke onderwerpen en welke niveaus, gerelateerd aan één van de kwalificatiestructuren in de BVE-sector, van maatschappij-oriëntatie en kennis van de Nederlandse samenleving, geschiedenis en staatsinrichting moeten worden beheerst en wat de gemiddelde tijdsinvestering is die daarmee gemoeid is om een goede start te kunnen maken met de integratie in Nederland, hetgeen als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd; b. b.
1°.
in welke mate is het mogelijk om de beheersing van het Nederlands, die met het doel om een goede start met de integratie in Nederland als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in de artikelen 20 en 33 van de Vreemdelingenwet 2000, te toetsen op alle vijf taalvaardigheden, te weten: luisteren, spreken, gespreksvaardigheden, lezen en schrijven;
2°.
welke eisen van taalvaardigheid, gerelateerd aan het Common European Framework of Reference, moeten worden gesteld om zelfstandig te kunnen functioneren in de Nederlandse maatschappij en op de arbeidsmarkt, hetgeen als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd;
3°.
welke onderwerpen en welke niveaus, gerelateerd aan één van de kwalificatiestructuren in de BVE-sector, van maatschappij-oriëntatie en kennis van de Nederlandse samenleving, geschiedenis en staatsinrichting moeten worden beheerst en wat de gemiddelde tijdsinvestering is die daarmee gemoeid is om zelfstandig te kunnen functioneren in de Nederlandse maatschappij en op de arbeidsmarkt, hetgeen als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
1°. 1°. in welke mate is het mogelijk om de beheersing van het Nederlands, die met het doel om een goede start met de integratie in Nederland als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in de artikelen 20 en 33 van de Vreemdelingenwet 2000, te toetsen op alle vijf taalvaardigheden, te weten: luisteren, spreken, gespreksvaardigheden, lezen en schrijven; 2°. 2°. welke eisen van taalvaardigheid, gerelateerd aan het Common European Framework of Reference, moeten worden gesteld om zelfstandig te kunnen functioneren in de Nederlandse maatschappij en op de arbeidsmarkt, hetgeen als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd; 3°. 3°. welke onderwerpen en welke niveaus, gerelateerd aan één van de kwalificatiestructuren in de BVE-sector, van maatschappij-oriëntatie en kennis van de Nederlandse samenleving, geschiedenis en staatsinrichting moeten worden beheerst en wat de gemiddelde tijdsinvestering is die daarmee gemoeid is om zelfstandig te kunnen functioneren in de Nederlandse maatschappij en op de arbeidsmarkt, hetgeen als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
2.
De adviescommissie houdt bij haar advisering rekening met:
a. a. analfabeten, geestelijke en lichamelijke gehandicapten; b. b. relevante internationale verdragen, zoals de artikelen 8, 12 en 14 van het Europees Verdrag inzake de Rechten van de Mens, het VN-Vrouwenverdrag, het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, het Europees Sociaal Handvest, de EU-richtlijn voor gezinshereniging en de Associatie-Overeenkomst EEG-Turkije. c. c. de uitkomsten van de evaluatie van de eindtermen voor de maatschappij-oriëntatie, waartoe inmiddels door de Staatssecretaris van OCW opdracht is verleend.
Artikel 3
De adviescommissie bestaat uit 8 leden.
Artikel 4
1. De adviescommissie brengt haar advies over artikel 2, eerste lid, onderdeel a in relatie met artikel 2, tweede lid, uit voor 31 januari 2004 aan de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie.
2. De adviescommissie brengt haar advies over artikel 2, eerste lid, onderdeel b in relatie met artikel 2, tweede lid, uit voor 31 mei 2004 aan de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie.
3. Na het uitbrengen van het advies, bedoeld in het tweede lid, is de adviescommissie opgeheven.
Artikel 5
De archiefbescheiden van de adviescommissie worden na haar opheffing of, zo de omstandigheden daartoe eerder aanleiding geven, zoveel eerder, overgebracht naar het archief aan het Ministerie van Justitie, Directie Coördinatie Integratiebeleid Minderheden.
Artikel 6
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 31 oktober 2003.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 juli 2004.
Artikel 7
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling instelling adviescommissie normering inburgeringseisen.