40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling instemming deelname aan Kyoto-projectactiviteiten | BWBR0019759 | ministeriele-regeling | geldend | 2009-11-04 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0019759 | Regeling instemming deelname aan Kyoto-projectactiviteiten |
Regeling instemming deelname aan Kyoto-projectactiviteiten
Artikel 1
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
CDM-projectactiviteit: projectactiviteit als bedoeld in artikel 16.46b, eerste lid, van de wet;
CDM-raad: raad van bestuur van het mechanisme voor schone ontwikkeling, bedoeld in artikel 12, vierde lid, van het Protocol van Kyoto;
JI-projectactiviteit: projectactiviteit als bedoeld in artikel 16.46c, eerste lid, van de wet;
nalevingsrapport hydro-elektrische projectactiviteiten: rapport als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder d;
wet: Wet milieubeheer.
Artikel 2
1.
Bij een verzoek om instemming met deelname aan een CDM-projectactiviteit als bedoeld in artikel 16.46b, derde lid, van de wet, worden de volgende gegevens verstrekt:
a. a. in het geval de projectactiviteit reeds door de CDM-raad overeenkomstig de overeenkomstig het Protocol van Kyoto genomen besluiten is geregistreerd: de naam en het registratienummer van de projectactiviteit en de datum van registratie; b. b. in het geval de projectactiviteit nog niet door de CDM-raad is geregistreerd: de naam van de projectactiviteit alsmede de website waarop het ontwerp van die activiteit voor inspraak is gepubliceerd overeenkomstig artikel 40, onder b, van de Modaliteiten en procedures voor een mechanisme van schone ontwikkeling als bedoeld in artikel 12 van het Protocol van Kyoto en:
1°.
voor zover het gaat om projectactiviteiten voor het opwekken van elektriciteit door waterkracht met een opwekkingsvermogen van meer dan 20 MW: de datum waarop de termijn voor inspraak is afgelopen;
2°.
voor zover het gaat om andere projectactiviteiten dan projectactiviteiten als bedoeld onder 1°: de datum waarop het ontwerp van die activiteit voor inspraak is gepubliceerd.
1°. 1°. voor zover het gaat om projectactiviteiten voor het opwekken van elektriciteit door waterkracht met een opwekkingsvermogen van meer dan 20 MW: de datum waarop de termijn voor inspraak is afgelopen; 2°. 2°. voor zover het gaat om andere projectactiviteiten dan projectactiviteiten als bedoeld onder 1°: de datum waarop het ontwerp van die activiteit voor inspraak is gepubliceerd.
2.
Bij het verzoek worden de volgende bescheiden overgelegd:
a. a. in het geval de projectdeelnemer geen natuurlijke persoon is: een afschrift van de inschrijving in het handelsregister waarop de naam van de projectdeelnemer staat vermeld of, in het geval van een buiten Nederland gevestigde projectdeelnemer: 1º. een daaraan gelijkwaardig document of 2º. in het geval geen gelijkwaardig document als bedoeld onder a bestaat: een ander document waaruit de naam van de projectdeelnemer blijkt; b. b. in het geval de projectdeelnemer een natuurlijke persoon is: een kopie van een geldig legitimatiebewijs; c. c. een verklaring van de projectdeelnemer dat de deelname aan de projectactiviteit zal voldoen aan de eisen die in het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig dat protocol genomen besluiten aan die deelname zijn gesteld; d. d. voorzover het gaat om projectactiviteiten voor het opwekken van elektriciteit door waterkracht met een opwekkingsvermogen van meer dan 20 MW: een rapport waarin wordt aangetoond dat de in artikel 11ter, zesde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten bedoelde richtlijnen van de Wereldcommissie Stuwdammen in acht worden genomen, welk rapport is gevalideerd door:
1°.
een door de algemene vergadering van de Partijen bij het Protocol van Kyoto volgens de procedure, bedoeld in sectie E van de Modaliteiten en procedures voor een mechanisme van schone ontwikkeling als bedoeld in artikel 12 van het Protocol van Kyoto, aangewezen entiteit voor het valideren van projectactiviteiten, of
2°.
een overeenkomstig artikel 3b geaccepteerde gekwalificeerde onafhankelijke derde partij, behoudens wanneer de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie ten aanzien van de betrokken projectactiviteit reeds een nalevingsrapport heeft geaccepteerd, in welk geval kan worden volstaan met overlegging van een kopie van laatstbedoeld nalevingsrapport.
1°. 1°. een door de algemene vergadering van de Partijen bij het Protocol van Kyoto volgens de procedure, bedoeld in sectie E van de Modaliteiten en procedures voor een mechanisme van schone ontwikkeling als bedoeld in artikel 12 van het Protocol van Kyoto, aangewezen entiteit voor het valideren van projectactiviteiten, of 2°. 2°. een overeenkomstig artikel 3b geaccepteerde gekwalificeerde onafhankelijke derde partij, behoudens wanneer de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie ten aanzien van de betrokken projectactiviteit reeds een nalevingsrapport heeft geaccepteerd, in welk geval kan worden volstaan met overlegging van een kopie van laatstbedoeld nalevingsrapport.
3. De in het tweede lid, onder c, bedoelde verklaring, alsmede het nalevingsrapport hydro-elektrische projectactiviteiten mogen Engelstalig zijn. Voorzover het document, bedoeld in het tweede lid, onder a, onder 1° of 2°, niet in de Nederlandse of Engelse taal is gesteld, wordt een door een beëdigd vertaler opgestelde Nederlandse of Engelse vertaling daarvan overgelegd.
Artikel 3
1.
Bij een verzoek om instemming met deelname aan een JI-projectactiviteit als bedoeld in artikel 16.46c, derde lid, van de wet worden de in artikel 2, tweede lid, bedoelde bescheiden overgelegd, met dien verstande dat in plaats van de in artikel 2, tweede lid, onder d, onder 1°, genoemde entiteit wordt gelezen: een door de algemene vergadering van de Partijen bij het Protocol van Kyoto volgens de procedure, bedoeld in sectie E van de Richtlijnen voor de implementatie van artikel 6 van het Protocol van Kyoto, geaccrediteerdeentiteit voor het valideren van projectactiviteiten. Bij het verzoek worden tevens de volgende gegevens verstrekt:
a. a. in het geval op de projectactiviteit de procedure, bedoeld in sectie E van de Richtlijnen voor de implementatie van artikel 6 van het Protocol van Kyoto, wordt toegepast: de naam van de projectactiviteit alsmede de website en de datum waarop het ontwerp van de activiteit voor inspraak is gepubliceerd overeenkomstig artikel 32 van die richtlijnen; b. b. in het geval op de projectactiviteit niet de onder a bedoelde procedure wordt toegepast: de naam van de projectactiviteit.
2. Indien het eerste lid, onder b, van toepassing is, wordt bij het verzoek tevens een afschrift overgelegd van de instemmende beslissing van de bevoegde autoriteit van het land waar de projectactiviteit plaatsvindt.
Artikel 3a
Het nalevingsrapport hydro-elektrische projectactiviteiten wordt opgesteld met gebruikmaking van het model, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.
Artikel 3b
1. De Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Economische Zaken kunnen op verzoek een natuurlijk persoon of rechtspersoon accepteren als een gekwalificeerde onafhankelijke derde partij voor het valideren van nalevingsrapporten hydro-elektrische projectactiviteiten.
2. De in het eerste lid bedoelde acceptatie geschiedt met gebruikmaking van het toetsingskader, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.
Artikel 4
Voor het in behandeling nemen van een verzoek om instemming met deelname aan een projectactiviteit is de indiener een vergoeding verschuldigd van:
a. a. € 800 voor zover het gaat om een verzoek om instemming met deelname aan een projectactiviteit voor het opwekken van elektriciteit door waterkracht met een opwekkingsvermogen van meer dan 20 MW; b. b. € 400 in andere gevallen.
Artikel 5
De deelname van een projectdeelnemer aan een projectactiviteit wordt aangemerkt als te voldoen aan de in artikel 16.46b, derde lid, onder a, van de wet bedoelde eisen, indien hij een verklaring als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder c, heeft overgelegd. De eerste volzin laat de bevoegdheid, bedoeld in artikel 16.46b, vijfde lid, aanhef en onder b, van de wet, onverlet.
Artikel 6
Een projectactiviteit en de uitvoering daarvan worden aangemerkt als te voldoen aan de in artikel 16.46b, derde lid, onder b, van de wet bedoelde richtlijnen, indien de projectdeelnemer een gevalideerd nalevingsrapport hydro-elektrische projectactiviteiten, heeft overgelegd. De eerste volzin laat de bevoegdheid, bedoeld in artikel 16.46b, vijfde lid, aanhef en onder b, van de wet, onverlet.
Artikel 7
Deze regeling treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop de Implementatiewet EG-richtlijn projectgebonden Kyoto-mechanismen in werking treedt.
Artikel 8
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling instemming deelname aan Kyoto-projectactiviteiten.