40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling kansrijke wijk | BWBR0048340 | ministeriele-regeling | geldend | 2023-09-15 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0048340 | Regeling kansrijke wijk |
Regeling kansrijke wijk
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- alliantieoverleg: een structureel overleg tussen een gemeente en andere publieke en private organisaties, onder aanvoering van de burgemeester, gericht op het verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid in een stedelijk focusgebied;
- college: college van burgemeester en wethouders van een ontvangende gemeente;
- gemeente: een gemeente waarin een stedelijk focusgebied ligt;
- hoofdthema: beleidsthema als bedoeld in artikel 2, derde lid;
- lokale coalitie: groep van lokale partijen die gezamenlijk betrokken zijn bij de ontwikkeling en uitvoering van een lokaal programma met activiteiten buiten de reguliere onderwijstijd van een school, aangeboden ten behoeve van leerlingen op scholen met relatief veel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand. Tot deze groep behoren tenminste de ontvangende gemeente, een school binnen die ontvangende gemeente en een lokale organisatie;
- Minister: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
- ontvangende gemeente: gemeente die de uitkering, bedoeld in artikel 2, eerste lid, ontvangt;
- programmaorganisatie: een organisatie, opgericht door een gemeente, belast met het inrichten en in stand houden van het alliantieoverleg en het uitwerken van het uitvoeringsprogramma, die ten opzichte van het alliantieoverleg een onafhankelijke rol heeft;
- stedelijk focusgebied: de gebieden Zuidoost in Amsterdam, Nieuw-West in Amsterdam, Oost in Arnhem, Noord in Breda, West in Delft, West in Dordrecht, Zuidwest in Den Haag, Woensel-Zuid in Eindhoven, Noord in Groningen, Noord in Heerlen, Oost in Leeuwarden, Oost in Lelystad, Centrale‑As in Nieuwegein, Roosendaal-stad in Roosendaal, Zuid in Rotterdam, Nieuwland-Oost in Schiedam, Noordwest in Tilburg, Overvecht in Utrecht, Westwijk in Vlaardingen en Zaandam-Oost in Zaanstad;
- uitkering: de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, eerste lid;
- uitvoeringsprogramma: een integraal programma gericht op de bevordering van de leefbaarheid en veiligheid in een stedelijk focusgebied.
Artikel 2
1.
De minister kan voor de jaren 2023, 2024, 2025 aan een gemeente die deelneemt aan het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, een specifieke uitkering verstrekken voor:
a. a. de organisatie van een uitvoeringsprogramma in het stedelijk focusgebied of de stedelijke focusgebieden; b. b. de bekostiging van integrale activiteiten als bedoeld in artikel 4; c. c. de bekostiging van activiteiten die bijdragen aan de doelstellingen van het onderdeel ‘meedoen in de samenleving’ van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid.
2.
De organisatie van een uitvoeringsprogramma, bedoeld in het eerste lid, onder a, bestaat uit het:
a. a. inrichten en in stand houden van een programmaorganisatie; b. b. instellen en in stand houden van een alliantieoverleg; c. c. uitwerken van een uitvoeringsprogramma en het bewaken van de voortgang van de uitvoering daarvan.
3.
De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder c, vallen onder de volgende zes hoofdthema’s:
a. a. preventie van armoede en schulden; b. b. veerkracht en weerbaarheid; c. c. re-integratie; d. d. school en omgeving; e. e. ontwikkeling van het jonge kind; f. f. gezonde leefomgeving.
4. Er wordt geen uitkering verstrekt aan een ontvangende gemeente voor activiteiten waarvoor zij reeds een vergoeding van overheidswege ontvangt.
5. De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW die is verschuldigd over kosten voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.
6. Onverminderd het vierde en vijfde lid, worden aan de bekostiging van de activiteiten binnen de hoofdthema’s, bedoeld in het derde lid, de in de artikelen 5, 6, 7, 8, 9 en 9a genoemde voorwaarden gesteld.
Artikel 3
1. Voor de organisatie van een uitvoeringsprogramma worden de uitgekeerde middelen besteed aan de activiteiten, bedoeld, in artikel 2, tweede lid, binnen het stedelijk focusgebied.
2. De maximale hoogte van de uitkering inclusief btw per ontvangende gemeente is in de bij deze regeling behorende bijlage opgenomen en is gebaseerd op het aantal focusgebieden binnen een ontvangende gemeente.
Artikel 4
1. Voor de bekostiging van integrale activiteiten worden de uitgekeerde middelen besteed aan de uitvoering van activiteiten binnen het stedelijk focusgebied, die bijdragen aan een of meerdere doelstellingen als bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, 6, eerste lid, 7, eerste lid, 8, eerste en tweede lid, en 9, eerste lid.
2.
De minister verstrekt uitsluitend ten behoeve van de volgende gemeenten een uitkering voor de bekostiging van integrale activiteiten die voldoen aan de doelstelling, bedoeld in artikel 8, eerste lid:
a. a. Leeuwarden; b. b. Heerlen; c. c. Zaanstad; d. d. Groningen; en e. e. Rotterdam.
3. De maximale hoogte van de uitkering inclusief btw per ontvangende gemeente is in de bij deze regeling behorende bijlage opgenomen.
Artikel 5
1. Voor het hoofdthema preventie van armoede en schulden worden de uitgekeerde middelen besteed aan activiteiten binnen het stedelijk focusgebied die bijdragen aan de preventie van armoede en schulden.
2. De maximale hoogte van de uitkering inclusief btw per ontvangende gemeente is in de bij deze regeling behorende bijlage opgenomen.
Artikel 6
1. Voor het hoofdthema veerkracht en weerbaarheid worden de uitgekeerde middelen besteed aan activiteiten van preventieve aard binnen het stedelijk focusgebied die bijdragen aan veerkracht en weerbaarheid ten behoeve van sociale stabiliteit.
2.
Onder de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval verstaan activiteiten die zich richten op:
a. a. positieve identiteitsontwikkeling; b. b. zelfbeschikking; c. c. digitale weerbaarheid; d. d. sociale inclusie; e. e. ondersteunende gezinsstructuren; f. f. ontmoeting tussen verschillende individuen en gemeenschappen; g. g. ambtelijke en bestuurlijke professionaliteit.
3. De maximale hoogte van de uitkering inclusief btw per ontvangende gemeente is in de bij deze regeling behorende bijlage opgenomen.
Artikel 7
1. Voor het hoofdthema re-integratie worden de uitgekeerde middelen besteed aan activiteiten waarmee inwoners van het stedelijk focusgebied die aanspraak maken op ondersteuning bij arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet begeleiding krijgen gericht op het vinden van duurzame betaalde arbeid.
2. De maximale hoogte van de uitkering inclusief btw per ontvangende gemeente is in de bij deze regeling behorende bijlage opgenomen.
Artikel 8
1. Voor het hoofdthema school en omgeving worden de uitgekeerde middelen besteed aan voor- of naschoolse activiteiten op het gebied van sport, cultuur, cognitieve ontwikkeling, sociale ontwikkeling of het gebied van oriëntatie op jezelf of op de wereld voor leerlingen op alle scholen die vallen binnen de lokale coalitie waaraan minimaal 85 procent van de scholen binnen het stedelijk focusgebied deelnemen en waarvoor de uitkering wordt aangevraagd.
2.
De uitgekeerde middelen worden niet besteed aan:
a. a. activiteiten die onder onderwijstijd worden aangeboden; b. b. onderwijshuisvesting; c. c. reizen naar het buitenland; d. d. activiteiten die betrekking hebben op bijles, Citotraining of examentraining; e. e. het verstrekken van maaltijden; f. f. activiteiten die worden uitgevoerd op scholen die niet vallen binnen de lokale coalitie ten behoeve waarvan de uitkering wordt aangevraagd.
3. De minister kent uitsluitend ten behoeve van de gemeenten, genoemd in artikel 4, tweede lid, een uitkering toe.
4. De maximale hoogte van de uitkering inclusief btw per ontvangende gemeente is in de bij deze regeling behorende bijlage opgenomen.
Artikel 9
1. Voor het hoofdthema ontwikkeling van het jonge kind worden de uitgekeerde middelen besteed aan activiteiten binnen het stedelijk focusgebied waarmee de voorschoolse en vroegschoolse periode worden geoptimaliseerd, zodat ieder kind zich zo goed mogelijk kan ontwikkelen in de eerste belangrijke levensjaren en een goede start maakt in zijn schoolloopbaan.
2.
Onder de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval verstaan:
a. a. activiteiten voor ouders van kinderen die behoren tot de doelgroep bedoeld in artikel 160, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de Wet op het primair onderwijs, met als doel de ouders te ondersteunen bij de ontwikkeling van hun kinderen; b. b. activiteiten ter bevordering van de deelname aan voorschoolse educatie; c. c. vakinhoudelijke trainingen en coaching op de werkvloer voor pedagogisch medewerkers in de voorschoolse educatie en voor leerkrachten in groep 1, 2 en 3; d. d. het vergoeden van personeelskosten voor de vervanging van pedagogisch medewerkers in de voorschoolse educatie en leerkrachten in groep 1, 2 en 3 die deelnemen aan een door de gemeente georganiseerde training als bedoeld onder c; e. e. het vergoeden van personeelskosten voor de inzet van een onderwijsassistent of pedagogisch medewerker in groep 1 en 2, naast de reguliere leerkracht.
3. De onderwijsassistent, bedoeld in eerste lid, beschikt ten minste over een diploma van een vakopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder c, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
4. De maximale hoogte van de uitkering inclusief btw per ontvangende gemeente is in de bij deze regeling behorende bijlage opgenomen.
Artikel 9a
1. Voor het hoofdthema gezonde leefomgeving worden de uitgekeerde middelen besteed aan activiteiten gericht op de voorbereiding van interventies om de leefomgeving voor de inwoners van het stedelijk focusgebied gezonder te maken.
2.
Onder de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval verstaan:
a. a. het inwinnen van advies over effectieve interventies in het betreffende stedelijke focusgebied; b. b. planvorming, waaronder het ontwerpen van de interventies en afstemming met betrokken partijen; c. c. het inwinnen van juridisch of financieel advies om de interventies te kunnen implementeren; d. d. het voorbereiden van besluiten ter uitvoering van de adviezen, bedoeld onder c; e. e. het inrichten en in stand houden van monitoring om de interventies in de toekomst te kunnen evalueren; f. f. het inrichten en in stand houden van een projectorganisatie om de continuïteit van de interventies te borgen.
3. De maximale hoogte van de uitkering exclusief btw per ontvangende gemeente is in de bij deze regeling behorende bijlage opgenomen.
Artikel 9b
In afwijking van de artikelen 4, eerste lid, 5, eerste lid, 6, eerste lid en 9, eerste lid, kunnen de uitgekeerde middelen tevens worden besteed aan in die artikelen beschreven activiteiten die buiten het stedelijk focusgebied worden uitgevoerd indien deze activiteiten hoofdzakelijk ten goede komen aan de inwoners van het stedelijk focusgebied.
Artikel 10
1. Een aanvraag voor een uitkering als bedoeld in artikel 2 kan worden ingediend in de periode van 1 augustus tot en met 30 september 2023.
2. De uitkering wordt aangevraagd met gebruikmaking van het door de minister ter beschikking gestelde formulier.
3. Een wijziging van de uitkering, bedoeld in artikel 13, eerste lid, kan worden aangevraagd van 1 maart tot en met 30 april 2024, van 1 september tot en met 31 oktober 2024 en van 1 maart tot en met 30 april 2025. De aanvraag tot wijziging wordt ingediend door middel van het in het tweede lid bedoelde formulier.
4.
Een aanvraag tot wijziging van de uitkering, bedoeld in het derde lid, die ziet op aanpassing van de activiteiten in het stedelijk focusgebied en het daarvoor benodigde budget, wordt uitsluitend ingediend indien:
a. a. ten minste 25 procent van het budget voor een hoofdthema of voor de integrale activiteiten, bedoeld in artikel 4, gewijzigd wordt; of b. b. de wijzing ziet op een nieuwe activiteit die niet in de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, is omschreven.
5. In afwijking van het eerste lid wordt voor een uitkering voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel f, geen aanvraag ingediend.
6. Indien de minister de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk heeft afgewezen, kan het college een nieuwe aanvraag doen voor een uitkering voor de jaren 2024 en 2025 die betrekking heeft op de afgewezen onderdelen. Deze aanvraag kan worden ingediend van 1 januari tot en met 29 februari 2024.
Artikel 11
1. Indien de uitgekeerde middelen niet volledig zijn besteed aan de activiteiten zoals omschreven in de aanvraag, kan het college het niet bestede bedrag tot maximaal 100 procent van de uitgekeerde middelen reserveren voor besteding aan activiteiten binnen hetzelfde hoofdthema in het stedelijk focusgebied in het daaropvolgende kalenderjaar.
2. De uitkering dient uiterlijk op 31 december 2025 te zijn besteed.
3. Het college kan bij de minister een gemotiveerd verzoek indienen tot uitstel van de bestedingstermijn tussen 1 augustus en 1 oktober 2025. Uitstel kan ten hoogste worden verleend tot en met 31 december 2026.
4. Het derde lid is niet van toepassing op de uitgekeerde middelen, bedoeld in de artikelen 3 en 9a.
Artikel 12
1. Een uitkering wordt niet verstrekt voor activiteiten waarvan de minister niet verwacht dat zij zullen bijdragen aan de doelen, genoemd in artikel 2, eerste lid.
2. Een uitkering wordt niet verstrekt indien gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de activiteiten waarvoor de uitkering wordt verstrekt niet of niet in zijn geheel zullen worden uitgevoerd, of de gemeente niet zal voldoen aan de in deze regeling opgenomen voorwaarden.
Artikel 13
1. De minister neemt binnen twaalf weken na het einde van de aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 10 een besluit over de verlening van de uitkering.
2.
Voor zover de uitkering wordt verstrekt, bevat de verleningsbeschikking in ieder geval:
a. a. een omschrijving van de onderdelen waarvoor de uitkering wordt verleend; b. b. het bedrag van de uitkering dat wordt verleend; c. c. de verantwoordingsindicatoren ten behoeve van de verantwoording, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet; en d. d. de periode waarvoor de uitkering wordt verleend.
3.
Voor zover de aanvraag wordt afgewezen, bevat de beschikking in ieder geval:
a. a. een omschrijving van de onderdelen waarvoor de aanvraag wordt afgewezen; b. b. het bedrag van de aangevraagde uitkering dat niet wordt toegekend; c. c. de reden van afwijzing.
4. De minister verleent een voorschot van 100 procent en betaalt dat uit in jaarlijkse termijnen, die zijn genoemd in de bijlage.
Artikel 14
Het college legt verantwoording af over de besteding van de uitkering op de wijze bepaald in artikel 17a, eerste lid van de Financiële-verhoudingswet.
Artikel 15
1. De minister stelt binnen dertien weken na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, over het laatste kalenderjaar van de uitkering de uitkering vast.
2. Indien de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de uitkering, wordt de uitkering vastgesteld tot ten hoogste het bedrag dat is bepaald in de verleningsbeschikking, bedoeld in artikel 13.
3. Indien de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, niet binnen achttien maanden na het kalenderjaar waarop het betrekking heeft is ontvangen door de minister wordt de hoogte van de uitkering ambtshalve door de minister vastgesteld.
4. Indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat de uitkering niet volledig of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen één jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan het college.
Artikel 16
De minister kan een bepaling van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van het verstrekken van een uitkering voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 17
1. Het college informeert de minister op verzoek over de voortgang van de activiteiten waarvoor de uitkering is verstrekt.
2. De minister draagt zorg voor de evaluatie van de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze regeling.
3. Het college verleent op verzoek van de minister medewerking en verstrekt op verzoek van de minister informatie ten behoeve van de voortgang en evaluatie van de doelmatigheid en doeltreffendheid van de activiteiten waarvoor de uitkering is verstrekt.
Artikel 18
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2023.
Artikel 19
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling kansrijke wijk.