40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling kansspelen op afstand | BWBR0044767 | ministeriele-regeling | geldend | 2021-04-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0044767 | Regeling kansspelen op afstand |
Regeling kansspelen op afstand
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
- aspirant-speler:* degene die inschrijving wenst;
- besluit: het Besluit kansspelen op afstand;
- controledatabank: controledatabank als bedoeld in artikel 5.3, eerste lid, van het besluit;
- live casinospelen: casinospelen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van het besluit die in een fysieke omgeving worden georganiseerd met gebruik van een fysieke toevalsgenerator en waar de speler op afstand aan deelneemt;
- speelsessie: periode vanaf het moment van aanmelding tot en met het moment van afmelding van de speler;
-
- stortingslimiet:* grenzen van het speelgedrag van de speler als bedoeld in artikel 4.14, tweede lid, aanhef en onder b, van het besluit;
-
- verslavingspreventie-opgeleid personeel:* personen als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen;
- weddenschap: weddenschap als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c of d, van het besluit.
Hoofdstuk 2. De vergunning en de vergunninghouder
Artikel 2.1
1. De vergoeding die is verschuldigd voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning bedraagt € 48.000.
2.
De vergoeding die is verschuldigd voor de behandeling van een aanvraag tot wijziging van een vergunning bedraagt:
a. a. € 100, voor zover de aanvraag is gericht op de wijziging van de tenaamstelling van de vergunning of de vermelding van gegevens met betrekking tot de vestigingsplaats, de rechtsvorm of andere zakelijke gegevens met betrekking tot de houder van de vergunning, en wordt met € 8.000 vermeerderd, indien hiervoor de betrouwbaarheid overeenkomstig artikel 3.4 van het besluit opnieuw moet worden beoordeeld; b. b. € 100, voor zover de aanvraag is gericht op de wijziging van ter zake relevante vergunningsvoorschriften met als doel de beperking van het toegestane kansspelaanbod; c. c. € 8.000, voor zover de aanvraag is gericht op de wijziging van ter zake relevante vergunningvoorschriften met als doel de verruiming dan wel vervanging van het toegestane kansspelaanbod; d. d. € 8.000, voor zover de aanvraag is gericht op de wijziging van een of meerdere andere onderdelen van de vergunning waarvoor de betrouwbaarheid overeenkomstig artikel 3.4 van het besluit opnieuw moet worden beoordeeld.
Artikel 2.2
1. De vergunninghouder houdt iedere maand 10% van het bruto spelresultaat in over de weddenschappen die hij die maand heeft afgesloten op uitslagen van draf- of renwedstrijden die in Nederland zijn georganiseerd.
2. De vergunninghouder draagt het ingevolge het eerste lid ingehouden bedrag de daarop eerstvolgende maand af aan een door de Minister voor Rechtsbescherming aangewezen ontvanger.
3.
De aangewezen ontvanger, bedoeld in het tweede lid, besteedt de met de afdracht ontvangen gelden uitsluitend aan:
a. a. het uitkeren van geldprijzen aan deelnemers van draf- of renwedstrijden die in Nederland worden georganiseerd; b. b. het bevorderen van de fokkerij van paarden in Nederland; en c. c. het tegengaan van manipulatie van draf- of renwedstrijden.
4. Aan de aanwijzing van de ontvanger worden voorschriften verbonden. Deze voorschriften hebben in ieder geval betrekking op de wijze waarop de ontvanger de ontvangen gelden besteedt aan de doeleinden, bedoeld in het derde lid, en de wijze waarop hij verantwoording hierover aflegt.
5.
De aanwijzing kan worden ingetrokken, indien:
a. a. de ontvanger niet voldoet aan de bestedingseisen, bedoeld in het derde lid; b. b. de ontvanger een aan de aanwijzing verbonden voorschrift heeft overtreden.
Artikel 2.3
De vergunninghouder organiseert geen kansspel dat naar het oordeel van de raad van bestuur een loterij is. Bij de beoordeling van het kansspel betrekt de raad van bestuur in ieder geval:
a. a. de deelnemers aan het kansspel, alsmede de rol van de vergunninghouder; b. b. de invloed van de speler op het moment van prijsbepaling; c. c. de invloed van de speler op het aanvangen van het kansspel; d. d. de op toeval gebaseerde wijze waarop de aanwijzing van de winnaars plaatsvindt; e. e. de verhouding tussen de inleg van spelers en de samenstelling van prijzen of premies; f. f. het moment van vaststelling van de prijzen, premies of het prijzenschema, alsmede de bekendmaking daarvan; g. g. de uitslag van het kansspel, alsmede de bekendmaking daarvan; h. h. de periode tussen de aanvang van de uitgifte van loten of deelnamebewijzen en de uitslag van het kansspel, alsmede de bekendmaking daarvan; i. i. andere criteria die erop kunnen duiden dat het kansspel een loterij is.
Artikel 2.4
De antecedenten, bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, onder c, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.
Hoofdstuk 3. De organisatie van kansspelen op afstand
Afdeling 1. Algemeen
Artikel 3.1
De vergunninghouder organiseert de vergunde kansspelen niet op een wijze die ertoe kan leiden dat een speler meer kan verliezen dan diens inzet.
Artikel 3.2
1. De vergunninghouder treft passende technische en operationele maatregelen om zo veel mogelijk te waarborgen dat de vergunde kansspelen eerlijk verlopen.
2. De vergunninghouder treft in ieder geval passende maatregelen om zo veel mogelijk te voorkomen dat spelers tegen zichzelf spelen, samenspannen met andere spelers of anderszins op oneigenlijke wijze de uitkomst van het kansspel beïnvloeden. Hij neemt in ieder geval daartoe strekkende bepalingen op in de spelregels van de vergunde kansspelen.
Artikel 3.2a
1. De vergunninghouder maakt bij het organiseren van casinospelen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van het besluit uitsluitend gebruik van deugdelijke toevalsgeneratoren die niet kunnen worden gemanipuleerd.
2.
De uitkomsten van de toevalsgenerator zijn onafhankelijk en staan niet onder invloed van:
a. a. het apparaat dat en de communicatiemiddelen die de speler gebruikt voor deelname aan kansspelen op afstand; b. b. andere spelen waaraan de speler deelneemt; c. c. andere onderdelen van het spelsysteem.
3. De toevalsgeneratoren zijn gecertificeerd met betrekking tot de eisen bedoeld in het eerste en tweede lid, en voldoen aan een of meerdere hiervoor ontwikkelde testen.
Artikel 3.3
1. De vergunninghouder treft passende maatregelen ter voorkoming van technische storingen en andere incidenten die een normaal verloop van het spel verhinderen.
2. Ingeval van storingen en incidenten als bedoeld in het eerste lid handelt de vergunninghouder op een voor de speler passende en duidelijke wijze en draagt hij er zorg voor dat de speler hiervan geen onevenredige gevolgen ondervindt.
Artikel 3.4
1. De vergunninghouder presenteert de vergunde kansspelen niet onder een naam die misleidend is of anderszins tot misvattingen kan leiden over de aard van die spelen of de wijze waarop daaraan wordt deelgenomen.
2. De vergunde kansspelen zijn audiovisueel en operationeel niet vormgegeven op een wijze die misleidend is of tot misvattingen kan leiden over de aard van die spelen of de wijze waarop daaraan wordt deelgenomen.
Artikel 3.5
1. De vergunninghouder treft passende maatregelen die waarborgen dat de inzetten, winsten en verliezen van de speler in ieder geval op duidelijke, begrijpelijke en voldoende onderscheidende wijze worden weergegeven als bedragen in euro’s.
2.
In afwijking van het eerste lid kunnen inzetten, winsten en verliezen van de speler worden weergegeven als bedragen in Amerikaanse dollars bij de organisatie van poker, indien:
a. a. het spel wordt georganiseerd in de vorm, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van het besluit; en b. b. aan het spel zowel spelers deelnemen die ingeschreven zijn bij de vergunninghouder, als spelers van buitenlandse aanbieders; en c. c. de vergunninghouder passende maatregelen treft die waarborgen dat:
1°.
de speler voor de aanvang van het spel op duidelijke en begrijpelijke wijze en zo volledig mogelijk over de weergave in Amerikaanse dollars wordt geïnformeerd;
2°.
de speler tijdens het spel op duidelijke en begrijpelijke wijze informatie kan verkrijgen over de waarde van de inzetten, winsten en verliezen in euro’s;
3°.
de aanduiding en de waarde van de inzetten, winsten of verliezen in Amerikaanse dollars niet tijdens het spel worden gewijzigd.
1°. 1°. de speler voor de aanvang van het spel op duidelijke en begrijpelijke wijze en zo volledig mogelijk over de weergave in Amerikaanse dollars wordt geïnformeerd; 2°. 2°. de speler tijdens het spel op duidelijke en begrijpelijke wijze informatie kan verkrijgen over de waarde van de inzetten, winsten en verliezen in euro’s; 3°. 3°. de aanduiding en de waarde van de inzetten, winsten of verliezen in Amerikaanse dollars niet tijdens het spel worden gewijzigd.
Artikel 3.5a
De vergunninghouder treft passende maatregelen die waarborgen dat indien de hoogte van de inzet in een spel of speelronde zonder tussenkomst van de speler zodanig is ingesteld dat deze inzet hoger is dan de minimaal mogelijke inzet van dat spel of die speelronde, de speler voorafgaand aan of gelijktijdig met de mogelijkheid tot definitieve invoer van de inzet een waarschuwende melding ontvangt met duidelijke en begrijpelijke informatie dat de speler een lagere inzet kan invoeren. Deze melding vermeldt tevens wat de minimaal mogelijke inzet is.
Artikel 3.6
De vergunninghouder keert een prijs in natura uitsluitend uit aan de speler die deze prijs heeft gewonnen.
Artikel 3.7
De vergunninghouder treft passende technische en operationele maatregelen die waarborgen dat de deelname aan het spel uitsluitend aanvangt, indien de speler direct daaraan voorafgaand een handeling verricht die uitdrukkelijk gericht is op het starten van deelname aan dat spel.
Artikel 3.8
De vergunninghouder treft bij het organiseren van casinospelen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van het besluit passende technische en operationele maatregelen die waarborgen dat:
a. a. de deelname aan ieder opvolgend spel uitsluitend aanvangt, indien:
1°.
de uitkomst van het direct daaraan voorafgaande spel vaststaat; en
2°.
de speler direct daaraan voorafgaand een handeling verricht die uitdrukkelijk gericht is op het starten van deelname aan het opvolgende spel;
1°. 1°. de uitkomst van het direct daaraan voorafgaande spel vaststaat; en 2°. 2°. de speler direct daaraan voorafgaand een handeling verricht die uitdrukkelijk gericht is op het starten van deelname aan het opvolgende spel; b. b. een keuze ter beïnvloeding van het spelverloop uitsluitend wordt ingevoerd, indien de speler direct daaraan voorafgaand voldoende gelegenheid is geboden om een handeling te verrichten die erop gericht is een eigen keuze in te voeren.
Artikel 3.9
1. De vergunninghouder treft bij het organiseren van casinospelen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van het besluit passende technische en operationele maatregelen die waarborgen dat een keuze ter beïnvloeding van het spelverloop wordt ingevoerd, indien de speler direct daaraan voorafgaand voldoende gelegenheid is geboden om een handeling te verrichten die erop gericht is een eigen keuze in te voeren.
2.
De vergunninghouder treft passende technische en operationele maatregelen die waarborgen dat een keuze ter beïnvloeding van het spelverloop bij het uitblijven van een handeling van de speler als bedoeld in het eerste lid uitsluitend wordt ingevoerd, indien:
a. a. deze keuze de speler redelijkerwijs het minst benadeelt ten opzichte van andere keuzes die kunnen worden ingevoerd; en b. b. deze keuze de speler niet onredelijk bevoordeelt ten opzichte van andere spelers.
Artikel 3.9a
1.
De vergunninghouder organiseert live casinospelen uitsluitend indien:
a. a. het eerlijk spelverloop van de live casinospelen te allen tijde is gewaarborgd; b. b. de speler via een rechtstreekse videoverbinding deelneemt aan die casinospelen; c. c. de rechtstreekse videoverbinding en, indien toepasselijk, andere communicatieverbindingen en communicatiemiddelen:
1°.
voldoende zijn gewaarborgd tegen storingen;
2°.
zijn beveiligd tegen onrechtmatige toegang, onrechtmatig gebruik en manipulatie;
1°. 1°. voldoende zijn gewaarborgd tegen storingen; 2°. 2°. zijn beveiligd tegen onrechtmatige toegang, onrechtmatig gebruik en manipulatie; d. d. het verloop van de live casinospelen en het speelgedrag van spelers geanalyseerd en geregistreerd wordt aan de hand van videosurveillance en videoverslaglegging; e. e. de analyse en registratie, bedoeld onder d, in ieder geval gericht is op het herkennen en tegengaan van fraude en misbruik, alsmede risico’s op kansspelverslaving; f. f. uitsluitend personeel wordt ingezet voor de organisatie van de live casinospelen dat beschikt over hiervoor toereikende kwalificaties en dat hiervoor intern of extern is opgeleid of een training heeft gevolgd; g. g. hij zich heeft vergewist van de betrouwbaarheid van het personeel, bedoeld onder f.
2. De vergunninghouder treft passende maatregelen om te waarborgen dat de door de raad van bestuur op grond van artikel 34, eerste lid, van de wet of, indien toepasselijk, door instanties als bedoeld in artikel 34m, eerste lid, aangewezen personen onverwijlde toegang kunnen verkrijgen tot de fysieke omgeving waar de live casinospelen worden georganiseerd en de middels videoverslaglegging geregistreerde gegevens.
3. De raad van bestuur kan in verband met het borgen van een eerlijk spelverloop in ieder geval nadere eisen stellen aan de fysieke toevalsgeneratoren en het gebruik daarvan bij de organisatie van live casinospelen.
Afdeling 2. Integriteitsbeleid
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 3.10
De vergunninghouder benoemt in het integriteitsbeleid, bedoeld in artikel 4.5, eerste lid, van het besluit:
a. a. de integriteitsrisico’s van de door hem georganiseerde kansspelen op:
1°.
witwassen en financiering van terrorisme;
2°.
overtreding van sanctieregelingen; en
3°.
fraude met en misbruik van de vergunde kansspelen;
1°. 1°. witwassen en financiering van terrorisme; 2°. 2°. overtreding van sanctieregelingen; en 3°. 3°. fraude met en misbruik van de vergunde kansspelen; b. b. de maatregelen die hij treft ter voorkoming en ter beheersing van de risico’s, bedoeld onder a; en c. c. de wijze waarop hij de maatregelen, bedoeld onder b, implementeert en de toepassing daarvan borgt.
Artikel 3.11
Bij de inventarisatie, analyse en evaluatie van integriteitsrisico’s, bedoeld in artikel 4.5, tweede lid, onder a, van het besluit, betrekt de vergunninghouder in ieder geval:
a. a. de ter zake relevante kenmerken van spelers; b. b. de betalingstransacties alsmede de door hem toegestane en door spelers gebruikte betaalinstrumenten; c. c. de geografische locatie van spelers; d. d. de gedragingen van spelers, waaronder in ieder geval hun speelgedrag.
Paragraaf 2. Weddenschappen
Artikel 3.12
De vergunninghouder die weddenschappen organiseert treft passende maatregelen die waarborgen dat de personen die bij het organiseren van die weddenschappen betrokken zijn, voor zover dat relevant is voor de uitoefening van hun taken:
a. a. bekend zijn met de indicatoren die kunnen duiden op risico’s op manipulatie van wedstrijden; en b. b. bij ongebruikelijke feiten of omstandigheden die duiden op een verhoogd risico van manipulatie van een wedstrijd in staat zijn, naargelang de aard en de ernst van dat risico adequaat te handelen.
Artikel 3.13
Als wedstrijden en competities, bedoeld in artikel 4.8, zesde lid, van het besluit, zijn aangewezen de wedstrijden en competities die zijn opgenomen in onderdeel 2.1 van bijlage 2 bij deze regeling.
Artikel 3.14
De vergunninghouder organiseert in ieder geval geen weddenschappen op wedstrijden en competities die zijn opgenomen in onderdeel 2.2 van bijlage 2 bij deze regeling.
Artikel 3.15
1.
Onder een negatieve gebeurtenis als bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, onder d, van het besluit wordt in ieder geval verstaan:
a. a. de oplegging van een disciplinaire maatregel; b. b. het uitvallen van een deelnemer aan de wedstrijd.
2.
Onder een eenvoudig te manipuleren gebeurtenis als bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, onder d, van het besluit wordt in ieder geval verstaan een gebeurtenis waarvan de totstandkoming:
a. a. onder overwegende invloed staat van één deelnemer aan de wedstrijd; en b. b. geen overwegende invloed heeft op het verloop of de uitslag van de wedstrijd.
3. De vergunninghouder organiseert in ieder geval geen weddenschappen op de gebeurtenissen die zijn opgenomen in onderdeel 2.3 van bijlage 2 bij deze regeling.
Artikel 3.15a
De meldplicht, bedoeld in artikel 4.8, vierde lid, van het besluit, is niet van toepassing op voorgenomen of verrichte ongebruikelijke transacties die op grond van artikel 16, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme worden gemeld aan de Financiële inlichtingen eenheid, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van die wet.
Afdeling 3. Toegang tot de vergunde kansspelen en speeltegoeden
Artikel 3.16
De vergunninghouder treft passende maatregelen ter voorkoming van fraude en nadelige gevolgen voor de speler bij een redelijk vermoeden van misbruik van de identificatiemiddelen of bij afwijkingen in de gebruikelijke wijze van aanmelden. Hij informeert de speler onverwijld hierover.
Artikel 3.17
De vergunninghouder treft passende maatregelen om van deelname aan de door hem georganiseerde kansspelen uit te sluiten personen als bedoeld in artikel 4.6 van het besluit en andere personen die bij het organiseren van die kansspelen zijn betrokken.
Artikel 3.18
De vergunninghouder schorst de mogelijkheid tot deelname aan de vergunde kansspelen maximaal zes maanden in de gevallen, bedoeld in artikel 4.19, eerste lid, onder b en c, van het besluit.
Artikel 3.19
1.
De stichting die voor een of meerdere vergunninghouders werkzaam is ter zake van het tijdelijke beheer en de afscheiding van spelerstegoeden als bedoeld in artikel 31l, tweede lid, onder b, van de wet voldoet aan de volgende vereisten:
a. a. de stichting heeft een bestuur dat bestaat uit natuurlijke personen en een raad van toezicht die bestaat uit een oneven aantal natuurlijke personen van ten minste drie leden; b. b. de betrouwbaarheid van de leden van het bestuur en van de leden van de raad van toezicht staat buiten twijfel; c. c. de leden van het bestuur, de leden van de raad van toezicht en het personeel van de stichting werken niet onder de verantwoordelijkheid van de vergunninghouder met wie de stichting een overeenkomst tot het tijdelijke beheer van spelerstegoeden heeft gesloten en voeren hun taken uit onafhankelijk van die vergunninghouder; d. d. de stichting scheidt de door haar beheerde spelerstegoeden te allen tijde af van ander vermogen; e. e. de stichting houdt de door haar beheerde spelerstegoeden aan op een of meer rekeningen die uitsluitend tot haar beschikking staan en uitsluitend door haar worden beheerd; f. f. de stichting houdt op de rekening of rekeningen, bedoeld onder e, uitsluitend spelerstegoeden aan; g. g. de stichting die werkzaam is voor meerdere vergunninghouders, houdt voor iedere vergunninghouder een andere of meerdere andere rekeningen aan; h. h. de stichting wendt de saldi op de rekening of rekeningen uitsluitend aan voor het verrichten van betalingstransacties overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de wet; i. i. de stichting treft passende maatregelen tegen onrechtmatige transacties met de saldi op de rekening of rekeningen; j. j. de stichting treft passende maatregelen om de saldi op de rekening of rekeningen bij ontbinding van de stichting of bij beëindiging van de overeenkomst met de vergunninghouder uit te keren of uit te doen keren aan de rechthebbenden; en k. k. de stichting verstrekt de raad van bestuur desgevraagd alle inlichtingen die deze voor de uitoefening van zijn taken nodig heeft.
2.
De raad van toezicht is in ieder geval belast met:
a. a. het benoemen, schorsen en ontslaan van de leden van het bestuur; b. b. het ontslaan van leden van de raad van toezicht en het benoemen van nieuwe leden; c. c. het toezien op de rechtmatige uitvoering van werkzaamheden en de rechtmatige uitoefening van bevoegdheden door het bestuur; d. d. het toezien op rechtmatig beheer en afscheiding van spelerstegoeden; e. e. het toezien op de naleving van wettelijke verplichtingen door het bestuur.
3. De raad van toezicht stelt een profielschets op voor de benoeming van nieuwe leden in het bestuur en een profielschets voor de benoeming van nieuwe leden in de raad van toezicht, en verstrekt deze onverwijld aan het bestuur. De raad van toezicht benoemt uitsluitend leden die voldoen aan die profielschets.
4.
De vergunninghouder die ter uitvoering van artikel 31l, tweede lid, onder b, van de wet gebruik maakt van een stichting als bedoeld in het eerste lid:
a. a. vergewist zich van de betrouwbaarheid van de leden van het bestuur en van de raad van toezicht van die stichting; b. b. bedingt contractueel van de stichting dat die stichting bij de uitvoering van haar werkzaamheden de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften naleeft en haar werkzaamheden zodanig uitvoert dat het toezicht op de naleving van die voorschriften niet wordt belemmerd; c. c. bedingt contractueel van de stichting dat die stichting aan de rechthebbende onverwijld de bedragen betaalt die de rechthebbende toekomen nadat het verzoek daartoe door die rechthebbende of namens die rechthebbende is gedaan; d. d. bedingt contractueel van de stichting dat het bestuur van die stichting niet bevoegd is tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen, noch tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt; e. e. heeft te allen tijde jegens de stichting uitsluitend aanspraak op betaling van gelden die voor hem zijn bestemd; f. f. draagt er zorg voor dat hij te allen tijde verantwoording kan afleggen over de wijze waarop de stichting de speelrekeningen van de bij hem ingeschreven spelers beheert en te allen tijde de actuele statuten van die stichting en de door hem met die stichting gesloten overeenkomst kan overleggen.
Afdeling 3a. Het spelersprofiel
Artikel 3.19a
1.
Onverminderd artikel 3.19f treft de vergunninghouder passende maatregelen die waarborgen dat spelers en aspirant-spelers de grenzen van hun speelgedrag kunnen invoeren in lege invoervelden zonder dat deze op enige wijze voorzien zijn van:
a. a. vooraf ingestelde en zichtbare minima, maxima of andere invoermogelijkheden dan wel invoersuggesties; b. b. opties om minima, maxima of andere invoermogelijkheden dan wel invoersuggesties zichtbaar te maken.
2. In afwijking van het eerste lid treft de vergunninghouder passende maatregelen die waarborgen dat voor spelers die de grenzen van hun speelgedrag wensen te wijzigen, de op dat moment nog ongewijzigde grenzen zichtbaar zijn in of bij de invoervelden.
Artikel 3.19b
De vergunninghouder treft passende maatregelen die waarborgen dat:
a. a. spelers en aspirant-spelers stortingslimieten en het maximale tegoed, bedoeld in artikel 4.14, tweede lid, onder c, van het besluit uitsluitend in euro’s kunnen invoeren; b. b. de stortingslimieten en het maximale tegoed uitsluitend in euro’s worden weergegeven in alle gedeelten van de spelersinterface waar deze worden getoond.
Artikel 3.19c
1.
Onverminderd artikel 3.19d treft de vergunninghouder passende maatregelen die waarborgen dat elke grens die een speler of aspirant-speler als onderdeel van het spelersprofiel invoert, uitsluitend wordt verwerkt door het spelsysteem nadat:
a. a. op duidelijke en begrijpelijke wijze is verzocht om de definitieve invoer te bevestigen; en b. b. de bevestiging is ontvangen en geregistreerd.
2.
Bij de invoer van elke stortingslimiet bevat het verzoek, bedoeld in het eerste lid, onder a, tevens:
a. a. een duidelijke en begrijpelijke vraag of de speler of de aspirant-speler bereid is het ingevoerde bedrag te verliezen onder herhaling van de hoogte van dat bedrag; b. b. een duidelijke en begrijpelijke mededeling dat de speler of de aspirant-speler met de bevestiging verklaart bereid te zijn het ingevoerde bedrag te verliezen onder herhaling van de hoogte van dat bedrag.
Artikel 3.19d
1.
De vergunninghouder treft passende maatregelen die waarborgen dat spelers en aspirant-spelers:
a. a. in de leeftijdscategorie tussen 18 en 24 jaar, een bedrag dat gelijk is aan of meer is dan:
1°.
€ 150 per maand; of
2°.
€ 37,50 per week bij het ontbreken of niet invoeren van een stortingslimiet per maand; of
3°.
€ 5,35 per dag bij het ontbreken of niet invoeren van een stortingslimiet per maand en per week;
1°. 1°. € 150 per maand; of 2°. 2°. € 37,50 per week bij het ontbreken of niet invoeren van een stortingslimiet per maand; of 3°. 3°. € 5,35 per dag bij het ontbreken of niet invoeren van een stortingslimiet per maand en per week; b. b. in de leeftijdscategorie van 24 jaar of ouder, een bedrag dat gelijk is aan of meer is dan:
1°.
€ 350 per maand; of
2°.
€ 87,50 per week bij het ontbreken of niet invoeren van een stortingslimiet per maand; of
3°.
€ 12,50 per dag bij het ontbreken of niet invoeren van een stortingslimiet per maand en per week;
slechts definitief kunnen invoeren en laten verwerken als stortingslimiet door daarover via de kansspelinterface of telefonisch contact op te nemen met verslavingspreventie-opgeleid personeel van de vergunninghouder.
1°. 1°. € 350 per maand; of 2°. 2°. € 87,50 per week bij het ontbreken of niet invoeren van een stortingslimiet per maand; of 3°. 3°. € 12,50 per dag bij het ontbreken of niet invoeren van een stortingslimiet per maand en per week;
2. Het eerste lid is niet van toepassing op gevallen waarin spelers een bedrag invoeren tot verlaging van een bestaande stortingslimiet.
Artikel 3.19e
1.
Indien contact als bedoeld in artikel 3.19d, eerste lid, plaatsvindt over het invoeren van een stortingslimiet vraagt het verslavingspreventie-opgeleid personeel van de vergunninghouder tijdens dat contact aan de speler of aspirant-speler:
a. a. of hij zich ervan bewust is dat hij een hoge stortingslimiet wil instellen; b. b. of hij zich ervan bewust is dat hij het in te voeren bedrag kan verliezen onder herhaling van de hoogte van dat bedrag; c. c. om te verklaren dat hij bereid is het ingevoerde bedrag te verliezen onder herhaling van de hoogte van dat bedrag.
2.
Voordat het contact wordt afgerond, wijst het verslavingspreventie-opgeleid personeel de speler of aspirant-speler in ieder geval op:
a. a. de risico’s van onmatige deelname aan kansspelen; b. b. de mogelijkheid tot uitsluiting van deelname aan kansspelen, georganiseerd in speelautomatenhallen, in speelcasino’s en op afstand, door inschrijving in het register; c. c. de mogelijkheid tot het zich, zo nodig anoniem, laten voorlichten en ontvangen van informatie omtrent kansspelverslaving door het landelijke preventieloket dat wordt gefinancierd op grond van artikel 33e, eerste lid, aanhef en onder b, van de wet onder vermelding van de contactgegevens van dat loket.
3.
De vergunninghouder verzendt via e-mail een bevestiging van het contact aan de speler of aspirant-speler alsmede een verslag daarvan. Dat verslag bevat in ieder geval:
a. a. de reactie op de vragen, bedoeld in het eerste lid; b. b. de informatie, bedoeld in het tweede lid; c. c. het bedrag dat definitief wordt ingevoerd als stortingslimiet; d. d. de termijn die ingevolge artikel 4.14, derde lid, onder b, van het besluit geldt voor wijziging van de stortingslimiet, indien die wijziging strekt tot verhoging van die limiet.
Artikel 3.19f
1. De vergunninghouder treft passende maatregelen die waarborgen dat spelers en aspirant-spelers opnieuw worden verzocht om een grens in te voeren met inachtneming van de bepalingen in deze afdeling, indien zij bij het invullen of wijzigen van het spelersprofiel informatie invoeren die het spelsysteem niet als grens kan verwerken.
2. Indien de ingevoerde grens lager is dan de minimale grens die het spelsysteem kan verwerken, bevat het verzoek, bedoeld in het eerste lid, de mededeling welke minimale waarde kan worden ingevoerd die het spelsysteem kan verwerken. In geen geval wordt daarbij de maximale waarde vermeld die het spelsysteem kan verwerken.
3. Indien de ingevoerde grens hoger is dan de maximale grens die het spelsysteem kan verwerken, bevat het verzoek, bedoeld in het eerste lid, de mededeling welke minimale en maximale waarden kunnen worden ingevoerd die het spelsysteem kan verwerken en dat andere in te voeren waarden tussen die waarden in moeten liggen.
Afdeling 4. Consumentenbescherming
Paragraaf 1. De klantendienst en de afhandeling van klachten
Artikel 3.20
1. De vergunninghouder treft passende maatregelen die waarborgen dat de klantendienst ondersteuning biedt bij het verkrijgen van informatie over de vergunde kansspelen zonder hiervoor kosten in rekening te brengen.
2.
De vergunninghouder treft passende maatregelen die waarborgen dat:
a. a. de klantendienst klachten registreert en klachten aan de klantendienst kunnen worden gericht; b. b. de klantendienst interne en externe signalen die wijzen op onmatige deelname of risico’s op kansspelverslaving herkent en registreert.
Artikel 3.21
1.
De vergunninghouder registreert klachten van spelers binnen 72 uur na de ontvangst daarvan. Daarbij registreert de vergunninghouder in ieder geval:
a. a. de contactgegevens van de klager; b. b. de datum van ontvangst van de klacht; c. c. het onderwerp en de inhoud van de klacht.
2.
De vergunninghouder registreert de afhandeling van een klacht binnen 72 uur na bedoelde afhandeling. Daarbij registreert de vergunninghouder in ieder geval:
a. a. binnen welke termijn de klacht is afgehandeld; b. b. op welke wijze de klacht is afgehandeld; c. c. de uitkomst van de klachtbehandeling.
Artikel 3.22
1. De vergunninghouder bevestigt de ontvangst van een klacht uiterlijk binnen 72 uur na de ontvangst van de klacht aan de klager.
2. De vergunninghouder is niet verplicht een klacht te behandelen, indien zij betrekking heeft op een gedraging waarover de klager eerder een klacht heeft ingediend en die met inachtneming van de procedure, bedoeld in artikel 4.37, eerste lid, van het besluit is afgehandeld.
3. Indien de vergunninghouder een klacht niet in behandeling neemt, stelt hij de klager hiervan uiterlijk binnen een week na ontvangst van de klacht op de hoogte.
Paragraaf 2. Informatieverplichtingen
Artikel 3.23
De vergunninghouder biedt bij iedere gelegenheid om het spelersprofiel in te vullen of te wijzigen in ieder geval toegang tot duidelijke en begrijpelijke informatie over:
a. a. de werking van het spelersprofiel; b. b. de wijze waarop het spelersprofiel zo effectief mogelijk kan worden ingevuld of gewijzigd ter voorkoming van onmatige deelname of risico’s op kansspelverslaving; c. c. welke gegevens uit het spelersprofiel worden verwerkt en met welk doel.
Artikel 3.24
De vergunninghouder biedt op de kansspelinterface en het beginscherm van de spelersinterface in ieder geval toegang tot duidelijke en begrijpelijke informatie over:
a. a. de mogelijke uitkomsten van het kansspel en de daaraan gekoppelde prijzen of premies; b. b. de mogelijkheden die de speler heeft om invloed uit te oefenen op het verloop van het kansspel; c. c. de wijze waarop de hoogte of de omvang van de te winnen prijzen of premies door verloop van het kansspel wordt bepaald, indien deze hoogte of omvang voorafgaand aan deelname aan het kansspel niet is bepaald.
Artikel 3.25
De vergunninghouder die kansspelen met een jackpot organiseert biedt op de kansspelinterface en het beginscherm van de spelersinterface toegang tot duidelijke en begrijpelijke informatie over in ieder geval:
a. a. de actuele hoogte van de jackpot; b. b. de voorwaarden voor uitkering van de jackpot; c. c. het wel of niet verwerken van de jackpot in het uitbetalingspercentage, bedoeld in artikel 4.34, eerste lid, onder d, van het besluit.
Artikel 3.26
1.
De vergunninghouder biedt voor de aanvang van een weddenschap toegang tot duidelijke en begrijpelijke informatie over:
a. a. de wijze waarop de vergunninghouder handelt bij vermoedens van manipulatie van de wedstrijd waarop hij de weddenschap aanbiedt; b. b. de procedure waarop spelers op voor elkaar anonieme wijze worden gekoppeld.
2.
De vergunninghouder draagt er zorg voor dat quoteringen bij weddenschappen:
a. a. bekend worden gemaakt voor de aanvang van de weddenschap; en b. b. de speler voldoende inzicht bieden welke prijs hij kan winnen met welke inzet.
Afdeling 5. Het spelsysteem
Artikel 3.27
1. Het kwaliteitsmanagementsysteem van de vergunninghouder, bedoeld in artikel 4.40, onder a, van het besluit, voldoet ten minste aan de vereisten genoemd in onderdeel 3.1 van bijlage 3 bij deze regeling.
2. Het informatiebeveiligingssysteem van de vergunninghouder, bedoeld in artikel 4.40, onder b, van het besluit, voldoet ten minste aan de vereisten genoemd in onderdeel 3.2 van bijlage 3 bij deze regeling.
3. Het systeem voor het beheer van de informatietechnologie en- communicatienetwerken van de vergunninghouder, bedoeld in artikel 4.40, onder c, van het besluit, voldoet ten minste aan de vereisten genoemd in onderdeel 3.3 van bijlage 3 bij deze regeling.
Artikel 3.28
1.
De vergunninghouder beoordeelt het risiconiveau, bedoeld in artikel 4.41, tweede lid, onder a, subonderdeel 2°, van het besluit, van ieder onderdeel van het spelsysteem in ieder geval op de volgende controleaspecten:
a. a. exclusiviteit; b. b. integriteit; c. c. eerlijkheid; d. d. veiligheid; e. e. beschikbaarheid; f. f. controleerbaarheid.
2.
De vergunninghouder hanteert een van de volgende toepasselijke categorieën voor de classificatie van het risiconiveau van ieder onderdeel van het spelsysteem als bedoeld in artikel 4.41, derde lid, van het besluit:
a. a. niet-kritiek; b. b. enigszins kritiek; c. c. kritiek.
Afdeling 6. De keuring van het spelsysteem
Artikel 3.29
1.
Een keuringsinstelling kan overeenkomstig artikel 4.44, eerste lid, van het besluit worden aangewezen, indien zij is geaccrediteerd voor het verrichten van werkzaamheden zoals opgenomen in het schema tot conformiteitsbeoordeling, bedoeld in artikel 4.53, eerste lid, onder a, van het besluit, tegen:
a. a. NEN-EN-ISO/IEC 17020, voor zover die werkzaamheden in dat schema zijn aangemerkt als inspectiewerkzaamheden; b. b. NEN-EN-ISO/IEC 17021-1, voor zover die werkzaamheden in dat schema zijn aangemerkt als certificeringswerkzaamheden met betrekking tot managementsystemen; c. c. NEN-EN-ISO/IEC 17025, voor zover die werkzaamheden in dat schema zijn aangemerkt als laboratorium- of testwerkzaamheden; d. d. NEN-EN-ISO/IEC 17065, voor zover die werkzaamheden in dat schema zijn aangemerkt als certificeringswerkzaamheden voor producten, processen of diensten.
2. De aanwijzing als keuringsinstelling vermeldt de onderdelen van het spelsysteem die de aangewezen keuringsinstelling op grond van die aanwijzing kan keuren.
Artikel 3.30
De vergunninghouder draagt er zorg voor dat de werkzaamheden bij een eigen keuring als bedoeld in artikel 4.51, tweede lid, onder a, van het besluit:
a. a. door een dienst of afdeling worden uitgevoerd die vaktechnisch voldoende onafhankelijk is; b. b. door daartoe gekwalificeerd personeel met voldoende kennis en ervaring op het gebied van het keuren van spelsystemen worden uitgevoerd; c. c. op betrouwbare en reproduceerbare wijze worden uitgevoerd en gedocumenteerd; d. d. op basis van dezelfde eenduidige vaktechnische richtlijnen als die gelden voor een aangewezen keuringsinstelling worden uitgevoerd; e. e. voorafgaand aan de operationalisering van het gewijzigde onderdeel van het spelsysteem worden uitgevoerd.
Artikel 3.31
1.
De aangewezen keuringsinstelling betrekt de resultaten van een eerdere keuring van het spelsysteem of een onderdeel daarvan, bij diens keuring van het spelsysteem of een onderdeel daarvan uitsluitend indien:
a. a. die eerdere keuring is uitgevoerd door een keuringsinstelling die is geaccrediteerd tegen een voor die keuringswerkzaamheden toepasselijke geharmoniseerde norm als bedoeld in artikel 3.29, eerste lid; en b. b. de eisen met betrekking tot de uitvoering van de eerdere keuring naar het oordeel van de aangewezen keuringsinstelling voldoende overeenkomen met de bij of krachtens de wet aan dat spelsysteem of dat onderdeel gestelde eisen.
2. Bij toepassing van het eerste lid verricht de aangewezen keuringsinstelling zo nodig aanvullende keuringswerkzaamheden.
Artikel 3.32
Het keuringsrapport van iedere eigen keuring als bedoeld in artikel 4.51, tweede lid, onder a, van het besluit is voldoende actueel en bevat in ieder geval:
a. a. een toereikende aanduiding van die onderdelen van het spelsysteem die aan de keuring zijn onderworpen; b. b. de resultaten van de keuring en een toereikende onderbouwing daarvan; c. c. de classificatie van iedere geconstateerde tekortkoming in het gekeurde spelsysteem of onderdeel daarvan naar het risico dat die tekortkoming vormt voor de verantwoorde, betrouwbare en controleerbare organisatie van de vergunde kansspelen; d. d. een verantwoording van de bij de keuring gehanteerde methoden, technieken en principes; e. e. een verantwoording van de deskundigheid en ervaring van de personen die de keuring hebben uitgevoerd.
Hoofdstuk 4. Toezicht en handhaving
Afdeling 1. Registratieverplichtingen
Artikel 4.1
De vergunninghouder registreert met betrekking tot de inschrijving van iedere persoon, voor zover van toepassing, ten minste:
a. a. de gegevens, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit, en iedere wijziging van deze gegevens; b. b. de datum en het tijdstip van de inschrijving, dan wel de weigering daarvan en de reden voor weigering; c. c. of verscherpt cliëntenonderzoek heeft plaatsgevonden overeenkomstig artikel 8, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, en de feiten die hebben geleid tot dat onderzoek; d. d. de datum, tijdstip en methode van verificatie van de identiteit van de speler overeenkomstig artikel 4.16, tweede lid, van het besluit; e. e. de datum en het tijdstip van iedere door de vergunninghouder opgelegde schorsing van de mogelijkheid tot deelname en de reden voor schorsing; f. f. de datum en het tijdstip van de beëindiging van de inschrijving van de speler en de reden voor beëindiging.
Artikel 4.2
De vergunninghouder registreert met betrekking tot iedere speler, voor zover van toepassing, ten minste de volgende gegevens per kansspel waaraan de speler deelneemt:
a. a. een zodanig unieke aanduiding van het kansspel dat dit kansspel te onderscheiden is van andere kansspelen waaraan de speler deelneemt; b. b. de namen, voornamen en de unieke aanduiding, bedoeld in artikel 5.3, tweede lid, onder a, van het besluit, van iedere speler die aan het kansspel deelneemt; c. c. het totale bedrag dat iedere speler heeft ingezet; d. d. het totale bedrag dat, dan wel een opsomming van de prijzen in natura die iedere speler bij afloop van het kansspel heeft gewonnen; e. e. het totale bedrag dat de speler bij wijze van vergoeding aan de vergunninghouder verschuldigd is voor het geven van gelegenheid tot deelname aan dat kansspel.
Artikel 4.3
De vergunninghouder registreert met betrekking tot iedere speler ten minste de volgende gegevens per speelsessie van de speler:
a. a. een zodanig unieke aanduiding van de speelsessie dat deze speelsessie te onderscheiden is van andere speelsessies; b. b. de datum en het tijdstip van aanvang van de speelsessie; c. c. de duur van de speelsessie.
Artikel 4.4
De vergunninghouder registreert met betrekking tot iedere speler, voor zover van toepassing, ten minste de volgende gegevens per speelronde van ieder kansspel waaraan de speler deelneemt:
a. a. de datum en het tijdstip van aanvang van de speelronde; b. b. de datum en het tijdstip van het einde van de speelronde; c. c. de datum en het tijdstip van de inzetten in de speelronde; d. d. de hoogte van de inzetten in de speelronde uitgedrukt in bedragen; e. e. de uitkomst van de speelronde, alsmede de feiten op basis waarvan de uitkomst van de speelronde definitief is vastgesteld; f. f. de hoogte van de speelwinst uitgedrukt in bedragen en een omschrijving van de prijs in natura die een speler tijdens een speelronde heeft gewonnen; g. g. het bedrag dat de speler bij wijze van vergoeding verschuldigd is aan de vergunninghouder voor het geven van gelegenheid tot deelname aan het kansspel in een speelronde.
Artikel 4.5
De vergunninghouder registreert met betrekking tot iedere onderbreking als bedoeld in artikel 3.3 ten minste:
a. a. de oorzaak van de onderbreking; b. b. de maatregelen die de vergunninghouder heeft getroffen naar aanleiding van de onderbreking.
Artikel 4.6
De vergunninghouder registreert met betrekking tot de werkzaamheden van vertegenwoordigers als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, van het besluit, ten minste:
a. a. de datum, de plaats en de gegevens van de organisator van ieder overleg als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, onderdeel a, van het besluit waaraan de vertegenwoordiger heeft deelgenomen; b. b. de zakelijke weergave van elk overleg in de vorm van een schriftelijk verslag; c. c. de zakelijke weergave van elke afspraak die de vertegenwoordiger namens de vergunninghouder maakt; d. d. iedere wijziging die wordt doorgevoerd in het verslavingspreventiebeleid vanwege inzichten die door tussenkomst van de vertegenwoordiger zijn verkregen, alsmede gegevens met betrekking tot de uitvoering daarvan.
Artikel 4.7
De vergunninghouder registreert met betrekking tot iedere vermoedelijke integriteitsinbreuk, voor zover van toepassing, ten minste de volgende gegevens:
a. a. de datum en het tijdstip waarop de vermoedelijke integriteitsinbreuk is gesignaleerd; b. b. de aard van de vermoedelijke integriteitsinbreuk; c. c. de gegevens van de personen die betrokken zijn bij de vermoedelijke integriteitsinbreuk; d. d. de feiten en omstandigheden die hebben geleid tot de signalering van de vermoedelijke integriteitsinbreuk; e. e. de beslissing van de vergunninghouder om wel of geen onderzoek te verrichten naar de vermoedelijke integriteitsinbreuk; f. f. de overwegingen van de vergunninghouder om geen onderzoek te verrichten naar de vermoedelijke integriteitsinbreuk, indien hij als zodanig beslist.
Artikel 4.8
1.
De vergunninghouder registreert de status en, indien mogelijk, de uitkomst van ieder onderzoek naar een vermoedelijke integriteitsinbreuk op zodanige wijze dat daaruit blijkt of:
a. a. verder onderzoek nodig is; b. b. het vermoeden van een integriteitsinbreuk als ongegrond wordt beoordeeld, of c. c. het vermoeden van een integriteitsinbreuk als gegrond wordt beoordeeld.
2. Indien het vermoeden van een integriteitsinbreuk als gegrond wordt beoordeeld, registreert de vergunninghouder voorts welke maatregelen hierop zijn getroffen.
Artikel 4.9
De vergunninghouder registreert met betrekking tot de beoordeling, bedoeld in artikel 4.6 van het besluit, ten minste:
a. a. de ter zake relevante gegevens van de personen waarvan de vergunninghouder de betrouwbaarheid op grond van artikel 4.6 van het besluit heeft beoordeeld; b. b. de procedures die de vergunninghouder heeft gevolgd om de betrouwbaarheid te beoordelen.
Artikel 4.10
De vergunninghouder registreert met betrekking tot ieder risico dat overeenkomstig artikel 4.8, eerste en derde lid, van het besluit is onderkend:
a. a. de datum en het tijdstip waarop het risico is onderkend; b. b. de aanduiding van de wedstrijd waar het risico betrekking op heeft; c. c. de gegevens die ten grondslag liggen aan de analyse van het risico en de aard van dat risico; d. d. de gevolgde procedure na het onderkennen van het risico.
Artikel 4.11
1.
De vergunninghouder registreert, voor zover van toepassing, met betrekking tot iedere transactie van of naar een speelrekening ten minste de volgende gegevens:
a. a. de identiteit van de speler wiens speelrekening wordt gedebiteerd of gecrediteerd; b. b. de datum en het tijdstip van de transactie; c. c. het bedrag dat bij de transactie is gedebiteerd of gecrediteerd; d. d. de aard van de transactie; e. e. de aard van het betaalinstrument dat voor de transactie is gebruikt; f. f. het rekeningnummer of een andere unieke aanduiding van de betaalrekening die bij de transactie is gedebiteerd of gecrediteerd; g. g. het rekeningnummer of een andere unieke aanduiding van het betaalinstrument dat voor de transactie is gebruikt.
2.
Onverminderd artikel 5.3, tweede lid, van het besluit neemt de vergunninghouder de volgende gegevens, voor zover van toepassing, per speelrekening op in de controledatabank:
a. a. ieder bedrag dat overeenkomstig artikel 4.29, derde lid, van het besluit, niet ten gunste van de tegenrekening is gedebiteerd, omdat de betrouwbare, verantwoorde en controleerbare organisatie van de vergunde kansspelen zich daartegen verzet, onder vermelding van de redenen om tot dit oordeel te komen; b. b. de datum en het tijdstip van ieder verzoek tot creditering van de speelrekening dat de vergunninghouder heeft geweigerd vanwege het gebruik van een betaalinstrument dat niet voldoet aan artikel 4.25, tweede lid, aanhef en onder a, van het besluit, onder vermelding van deze weigeringsgrond.
Artikel 4.12
1. De vergunninghouder registreert de gegevens, bedoeld in artikel 4.5, tweede lid, onder b, van het besluit, en de gegevens, bedoeld in deze afdeling, op het moment waarop deze gegevens worden gegenereerd of, indien dit niet mogelijk is, onverwijld na dat moment.
2. De vergunninghouder neemt de gegevens, bedoeld in artikel 5.3, tweede lid, van het besluit, en in artikel 4.11, tweede lid, van deze regeling in onbewerkte vorm op in de controledatabank op het moment waarop deze gegevens worden gegenereerd of, indien dit niet mogelijk is, onverwijld na dat moment.
Artikel 4.13
1. De vergunninghouder bewaart de gegevens die hij opneemt in zijn administratie ter uitvoering van deze afdeling en artikel 4.4 van het besluit met uitzondering van persoonsgegevens van spelers voor de duur van drie jaar, gerekend vanaf het moment van registratie daarvan, tenzij uit een wettelijk voorschrift anders voortvloeit.
2. In afwijking van het eerste lid bewaart de vergunninghouder de spelersprofielen, de daarin opgenomen persoonsgegevens van spelers, alsmede andere persoonsgegevens die hij van spelers registreert ter uitvoering van deze afdeling en artikel 4.4 van het besluit en vernietigt hij deze na afloop van drie jaar, gerekend vanaf het moment van beëindiging van de inschrijving van de speler, tenzij uit een wettelijk voorschrift anders voortvloeit.
3. In afwijking van de voorgaande leden bewaart de vergunninghouder de gegevens, bedoeld in artikel 4.2, onder c tot en met e, en in artikel 4.4, onder g, zeven jaar, gerekend vanaf het moment van registratie daarvan.
4. Onverminderd de voorgaande leden houdt de vergunninghouder de gegevens die hij opneemt in de controledatabank ter uitvoering van deze afdeling en artikel 5.3, tweede lid, van het besluit voor de duur van twaalf maanden in de controledatabank.
Afdeling 2. Rapportageverplichtingen
Artikel 4.14
De vergunninghouder neemt in de rapportage, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van het besluit, in ieder geval de volgende gegevens op:
a. a. met betrekking tot integriteitsinbreuken:
1°.
het totaal aantal vermoedelijke integriteitsinbreuken;
2°.
het totaal aantal onderzoeken dat is verricht naar aanleiding van vermoedelijke integriteitsinbreuken onderverdeeld naar status of uitkomst als bedoeld in artikel 4.7 van deze regeling;
3°.
het totaal aantal overeenkomstig artikel 4.19, eerste lid, aanhef en onder b, van het besluit uitgevoerde schorsingen naar aanleiding van vermoedelijke integriteitsinbreuken onderverdeeld naar de aard van deze inbreuken en de daarop getroffen maatregelen;
1°. 1°. het totaal aantal vermoedelijke integriteitsinbreuken; 2°. 2°. het totaal aantal onderzoeken dat is verricht naar aanleiding van vermoedelijke integriteitsinbreuken onderverdeeld naar status of uitkomst als bedoeld in artikel 4.7 van deze regeling; 3°. 3°. het totaal aantal overeenkomstig artikel 4.19, eerste lid, aanhef en onder b, van het besluit uitgevoerde schorsingen naar aanleiding van vermoedelijke integriteitsinbreuken onderverdeeld naar de aard van deze inbreuken en de daarop getroffen maatregelen; b. b. met betrekking tot de integriteit van weddenschappen:
1°.
het totaal aantal overeenkomstig artikel 4.8, derde lid, van het besluit onderkende risico’s;
2°.
het totaal aantal overeenkomstig artikel 4.8, vierde lid, van het besluit gedane meldingen.
1°. 1°. het totaal aantal overeenkomstig artikel 4.8, derde lid, van het besluit onderkende risico’s; 2°. 2°. het totaal aantal overeenkomstig artikel 4.8, vierde lid, van het besluit gedane meldingen.
Artikel 4.15
De vergunninghouder neemt in de rapportage, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van het besluit, in ieder geval de volgende gegevens op:
a. a. het aantal spelers dat overeenkomstig afdeling 3 van hoofdstuk 4 van het besluit bij hem is ingeschreven; b. b. het aantal spelers ten aanzien waarvan overeenkomstig artikel 8, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme een verscherpt cliëntenonderzoek is verricht; c. c. het aantal spelers van wie de inschrijving op grond van artikel 4.13, eerste respectievelijk tweede lid, van het besluit, is geweigerd; d. d. het aantal spelers waarvan de inschrijving overeenkomstig artikel 4.17 van het besluit is beëindigd; e. e. het aantal spelers dat overeenkomstig artikel 4.19, eerste lid, aanhef en onder c, van het besluit is geschorst.
Artikel 4.16
De vergunninghouder neemt in de rapportage, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c, van het besluit, in ieder geval het aantal keer op dat de vergunninghouder de speelrekening van een speler niet overeenkomstig artikel 4.27, eerste lid, aanhef en onder a, van het besluit heeft gecrediteerd, omdat de geldmiddelen afkomstig zijn van een tegenrekening of een andere betaalrekening die niet ondubbelzinnig tot de persoon van de speler is te herleiden.
Artikel 4.17
De vergunninghouder neemt in de rapportage, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder d, van het besluit, in ieder geval het aantal klachten op:
a. a. dat de vergunninghouder heeft ontvangen, onderverdeeld naar onderwerp van de klacht; b. b. dat de vergunninghouder in behandeling heeft, onderverdeeld naar onderwerp van de klacht; c. c. dat de vergunninghouder heeft afgehandeld, onderverdeeld naar onderwerp van de klacht met vermelding van de uitkomst van de klachtafhandeling.
Artikel 4.18
1. De vergunninghouder stelt de rapportages, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van het besluit, op en zendt deze jaarlijks aan de raad van bestuur overeenkomstig door de raad te stellen regels. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de vorm waarin en de wijze waarop wordt gerapporteerd.
2. De raad van bestuur kan in afwijking van het eerste lid bepalen dat een vergunninghouder of de vergunninghouders vaker dan eenmaal per jaar rapporteren. De raad van bestuur geeft in dat geval aan over welke onderwerpen, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van het besluit, moet worden gerapporteerd.
Afdeling 3. De controledatabank
Artikel 4.19
De vergunninghouder treft passende technische en operationele maatregelen die waarborgen dat:
a. a. gegevens uitsluitend in de controledatabank worden opgenomen onder vermelding van de datum en het tijdstip van opneming van die gegevens; b. b. gegevens na opneming in de controledatabank uitsluitend worden gewijzigd onder vermelding van de datum en het tijdstip van wijziging van die gegevens met behoud van de oorspronkelijke gegevens; c. c. gegevens na opneming in de controledatabank in ieder geval niet worden verwijderd in strijd met artikel 4.13, vierde lid; d. d. personen uitsluitend in de controledatabank gegevens kunnen opnemen, wijzigen of verwijderen, indien:
1°.
die personen daartoe uitdrukkelijk geautoriseerd zijn door de vergunninghouder;
2°.
die handelingen voor de uitoefening van de taken van die personen noodzakelijk zijn; en
3°.
die handelingen op indirecte wijze naar de betrokken persoon zijn te herleiden.
1°. 1°. die personen daartoe uitdrukkelijk geautoriseerd zijn door de vergunninghouder; 2°. 2°. die handelingen voor de uitoefening van de taken van die personen noodzakelijk zijn; en 3°. 3°. die handelingen op indirecte wijze naar de betrokken persoon zijn te herleiden. e. e. de ambtenaren en personen, bedoeld in artikel 5.3, derde lid, van het besluit, gegevens uit de controledatabank kunnen kopiëren en geen gegevens in de controledatabank kunnen opnemen, wijzigen of verwijderen; f. f. de ambtenaren en personen, bedoeld in artikel 5.3, derde lid, onder b en c, van het besluit, uitsluitend toegang hebben tot:
1°.
de gegevens, bedoeld in artikel 5.3, tweede lid, onder a, d en e, van het besluit;
2°.
de gegevens, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van deze regeling.
1°. 1°. de gegevens, bedoeld in artikel 5.3, tweede lid, onder a, d en e, van het besluit; 2°. 2°. de gegevens, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van deze regeling.
Artikel 4.20
De vergunninghouder plaatst de controledatabank niet in een woning of een andere ruimte waartoe de ambtenaren en personen, bedoeld in artikel 34 van de wet, geen onverwijlde, fysieke toegang tot kunnen verkrijgen.
Artikel 4.21
De vergunninghouder draagt er zorg voor de dat de controledatabank voldoet aan de technische en operationele voorschriften die de raad van bestuur na overleg met de directeur-generaal van de Belastingdienst stelt. Die voorschriften hebben in ieder geval betrekking op de wijze waarop:
a. a. de controledatabank wordt ingericht en beveiligd; b. b. gegevens worden opgeslagen in de controledatabank; c. c. elektronische toegang wordt geboden tot de controledatabank; d. d. de procedures bij storingen van de controledatabank; e. e. reservebestanden of kopieën worden aangehouden van gegevens in de controledatabank; f. f. de controledatabank wordt afgescheiden van de overige elektronische middelen van het spelsysteem.
Hoofdstuk 5. Wijziging van andere regelingen
Artikel 5.1
Wijzigt de Regeling werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen.
Artikel 5.2
Wijzigt de Uitvoeringsregeling kansspelheffing.
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Artikel 6.1
1. De raad van bestuur kan voor de periode van maximaal twee jaar tot na inwerkingtreding van de Wet van 20 februari 2019 tot wijziging van de Wet op de kansspelen, de Wet op de kansspelbelasting en enkele andere wetten in verband met het organiseren van kansspelen op afstand (Stb. 2019, 127) ontheffing verlenen van het vereiste, bedoeld in artikel 31h, tweede lid, onder b, van de wet, mits het spelsysteem van de vergunninghouder naar het oordeel van de raad wordt gekeurd door een of meer ter zake kundige keuringsinstellingen.
2.
De keuringsinstellingen, bedoeld in het eerste lid, voldoen in ieder geval aan de volgende vereisten:
a. a. de keuringsinstelling is overeenkomstig artikel 3.29, eerste lid, geaccrediteerd tegen een of meerdere in dat artikel bedoelde accreditatienormen voor het verrichten van keuringen ten aanzien van de organisatie van kansspelen op afstand in ten minste twee lidstaten; b. b. de accreditaties, bedoeld in onderdeel a, zijn afgegeven door een accreditatie-instantie die volwaardig lid is van de International Laboratory Accreditation Cooperation of het International Accreditation Forum; c. c. de keuringsresultaten en keuringsrapporten van de keuringsinstelling worden geaccepteerd door de ter zake van kansspelen bevoegde autoriteiten in de lidstaten, bedoeld in onderdeel a; en d. d. de keuringsinstellingen hebben ten minste drie jaar ervaring met het onder accreditatie verrichten van keuringen in de lidstaten, bedoeld in onderdeel a.
3. Het bepaalde bij en krachtens hoofdstuk 4, afdeling 7, van het besluit met uitzondering van de artikelen 4.44 en 4.45, is van overeenkomstige toepassing op keuringsinstellingen als bedoeld in eerste lid.
Artikel 6.2
Deze regeling treedt met uitzondering van artikel 2.2 in werking op 1 april 2021.
Artikel 6.3
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling kansspelen op afstand.