40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling koopsubsidiegrenzen Wet BEW oud | BWBR0025845 | ministeriele-regeling | geldend | 2009-07-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0025845 | Regeling koopsubsidiegrenzen Wet BEW oud |
Regeling koopsubsidiegrenzen Wet BEW oud
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*wet:*
Wet bevordering eigenwoningbezit, zoals die luidde op 31 december 2006;
b. b.
*eenpersoonshuishouden:* eenpersoonshuishouden als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel a, van de wet;
c. c.
*tweepersoonshuishouden:* tweepersoonshuishouden als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de wet;
d. d.
*eenpersoonsouderenhuishouden:* eenpersoonsouderenhuishouden als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel c, van de wet;
e. e.
*tweepersoonsouderenhuishouden:* tweepersoonsouderenhuishouden als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel d, van de wet.
Paragraaf 2. Inkomensgerelateerde parameters
Artikel 2
De maximale inkomensgrenzen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet, zijn voor het tijdvak van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021 voor:
a. a. een eenpersoonshuishouden: € 24.400; b. b. een tweepersoonshuishouden: € 32.700; c. c. een eenpersoonsouderenhuishouden: € 21.975, en d. d. een tweepersoonsouderenhuishouden: € 28.850.
Artikel 3
De maximale vermogensgrenzen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdelen a, c respectievelijk d, van de wet, zijn voor het tijdvak van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021:
a. a. € 26.475 voor een eenpersoonshuishouden als de eigenaar-bewoner op de laatste dag van het eerste bijdragejaar van een driejaarstijdvak in de zin van de wet jonger is dan 65 jaar; b. b. € 45.275 voor een eenpersoonshuishouden als de eigenaar-bewoner op de laatste dag van het eerste bijdragejaar van een driejaarstijdvak in de zin van de wet 65 jaar of ouder is, of een eenpersoonsouderenhuishouden, en c. c. € 62.675 voor een tweepersoonshuishouden als de eigenaar-bewoner of degene die tot diens huishouden behoort op de laatste dag van het eerste bijdragejaar van een driejaarstijdvak in de zin van de wet 65 jaar of ouder is, of een tweepersoonsouderenhuishouden.
Artikel 4
De minimaal vereiste inkomens, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de wet, zijn voor het tijdvak van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021 voor:
a. a. een eenpersoonshuishouden: € 15.425; b. b. een tweepersoonshuishouden: € 19.275; c. c. een eenpersoonsouderenhuishouden: € 17.200, en d. d. een tweepersoonsouderenhuishouden: € 22.050.
Artikel 5
Het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 28 van de wet, is voor het tijdvak van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021 voor:
a. a. een eenpersoonshuishouden: € 15.425; b. b. een tweepersoonshuishouden: € 19.275; c. c. een eenpersoonsouderenhuishouden: € 17.200, en d. d. een tweepersoonsouderenhuishouden: € 22.050.
Artikel 6
De minimum-normlast, bedoeld in artikel 29, eerste lid, formule, van de wet, is voor het tijdvak van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021: € 145,96.
Paragraaf 3. Overige parameters
Artikel 7
1. Het bedrag, genoemd in artikel 15, eerste lid, onderdeel a, van de wet, is tot en met 31 december 2021: € 175.275.
2. Het bedrag, genoemd in artikel 15, eerste lid, onderdeel b, van de wet, is tot en met 31 december 2021: € 140.200.
Artikel 8
Het percentage van de normrente, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de wet, bedraagt, voor zover de datum van de acceptatie van de offerte, bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de wet, is gelegen in het tijdvak van 1 oktober 2021 tot en met 31 december 2021: 1,3.
Artikel 9
Het normbedrag voor de per maand te betalen spaarpremie, bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de wet, bedraagt, voor zover de peildatum in de zin van de wet is gelegen in het tijdvak van 1 oktober 2021 tot en met 31 december 2021: € 112,98.
Artikel 10
Het bedrag, genoemd in artikel 31, eerste lid, van de wet, is tot en met 31 december 2021: € 219,29.
Paragraaf 4. Slotbepalingen
Artikel 11
Vervallen
Artikel 12
Vervallen
Artikel 13
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling koopsubsidiegrenzen Wet BEW oud.