rijk/ministeriele-regeling/regeling-landelijk-rechercheteam/BWBR0007622
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling landelijk rechercheteam BWBR0007622 ministeriele-regeling geldend 1995-11-15 https://wetten.overheid.nl/BWBR0007622 Regeling landelijk rechercheteam

Regeling landelijk rechercheteam

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. Er is een landelijk rechercheteam, dat als afzonderlijke en herkenbare organisatorische eenheid deel uitmaakt van het Korps landelijke politiediensten.

2. Het hoofd van het landelijk rechercheteam onderhoudt onder verantwoordelijkheid van de korpschef regelmatige contacten met de hoofden van de kernteams teneinde samenwerking en goede afstemming van werkzaamheden tussen het landelijk rechercheteam en de kernteams te waarborgen.

3.

Onverminderd de taakuitvoering van de regionale politiekorpsen is het landelijk rechercheteam belast met het verrichten van:

a. a. onderzoek naar misdrijven die gezien hun ernst of frequentie dan wel het georganiseerd verband waarin ze worden gepleegd een ernstige inbreuk op de rechtsorde maken en waarvoor een hoge mate van financiële en fiscale deskundigheid noodzakelijk is; b. b. onderzoek, ter uitvoering van internationale verzoeken om rechtshulp; c. c. onderzoek naar misdrijven die in nationaal of internationaal verband worden gepleegd en waarvoor betrokkenheid van het landelijk rechercheteam, gezien de taakuitvoering van de regionale politiekorpsen, in aanmerking komt.

Artikel 3

1. De ambtenaar van politie die werkzaam is bij een regionaal politiekorps en die werkzaam zal zijn bij het landelijk rechercheteam, treedt in beginsel voor de duur van vier jaren in dienst van het Korps landelijke politiediensten. Na afloop van deze termijn wordt hij weer aangesteld bij het betrokken regionaal politiekorps.

2. De Minister van Justitie, de korpsbeheerder van het betrokken regionaal politiekorps en de betrokken ambtenaar van politie maken omtrent het gestelde in het eerste lid nadere afspraken.

3. Indien bij het landelijk rechercheteam buitengewoon opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering werkzaam zullen zijn, draagt de Minister van Justitie ervoor zorg dat te dien aanzien overeenkomstig het eerste lid afspraken worden gemaakt.

Artikel 4

Het Korps landelijke politiediensten maakt bij het opstellen van de stukken, bedoeld in artikel 39, tweede lid, van de Politiewet 1993, een onderscheid tussen het landelijk rechercheteam en de overige onderdelen van het Korps landelijke politiediensten.

Artikel 5

1. De Minister van Binnenlandse Zaken stelt in overeenstemming met de Minister van Justitie jaarlijks vóór 1 juli de bijdrage voor het landelijk rechercheteam voor het volgende kalenderjaar voorlopig vast.

2. Betaalbaarstelling van de voorlopig vastgestelde bijdrage vindt plaats overeenkomstig het vierde tot en met achtste lid van artikel 2 van het Besluit financiën regionale politiekorpsen.

Artikel 6

1. Jaarlijks vóór 1 augustus verstrekt de Minister van Justitie de Minister van Binnenlandse Zaken een jaarrekening en een verslag bij de jaarrekening over het voorafgaande begrotingsjaar, voorzien van een verklaring, een rapport en een verslag van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waarin verantwoording wordt afgelegd over de besteding van de bijdrage, bedoeld in artikel 5, eerste lid, over het voorafgaande begrotingsjaar.

2. De Minister van Binnenlandse Zaken stelt in overeenstemming met de Minister van Justitie de omvang van de bijdrage over het voorafgaande begrotingsjaar definitief vast binnen drie maanden na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde bescheiden.

3. De Minister van Binnenlandse Zaken kan in overeenstemming met de Minister van Justitie besluiten tot terugvordering van de verleende bijdrage, indien uit de beoordeling van de in het tweede lid bedoelde bescheiden blijkt dat de verleende bijdrage in het betrokken begrotingsjaar niet tot besteding is gekomen binnen de daarvoor gestelde regels.

Artikel 7

De korpschef en de landelijk hoofdofficier van justitie overleggen periodiek met vertegenwoordigers van de Ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie over beheersaangelegenheden het landelijk rechercheteam betreffende.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling landelijk rechercheteam.