rijk/ministeriele-regeling/regeling-mandaat-volmacht-en-machtiging-rijksgebouwendienst-2005/BWBR0018003
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling mandaat, volmacht en machtiging Rijksgebouwendienst 2005 BWBR0018003 ministeriele-regeling geldend 2005-02-19 https://wetten.overheid.nl/BWBR0018003 Regeling mandaat, volmacht en machtiging Rijksgebouwendienst 2005

Regeling mandaat, volmacht en machtiging Rijksgebouwendienst 2005

Artikel 1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. a.

    *minister*: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

b. b.

    *staatssecretaris*: Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

c. c.

    *functionaris*: natuurlijk persoon bij de Rijksgebouwendienst tewerkgesteld;

d. d.

    *directeur-generaal*: functionaris belast met de leiding van de Rijksgebouwendienst;

e. e.

    *directie*: directie van de Rijksgebouwendienst zoals genoemd in bijlage 3 van deze regeling;

f. f.

    *stafafdeling*: stafafdeling van de Rijksgebouwendienst zoals genoemd in bijlage 3 van deze regeling;

g. g.

    *afdeling*: afdeling van een directie van de Rijksgebouwendienst;

h. h.

    *directeur*: functionaris belast met de leiding van een directie van de Rijksgebouwendienst, dan wel belast met de leiding van een deel van de werkzaamheden van een directie van de Rijksgebouwendienst;

i. i.

    *stafafdelingshoofd*: functionaris belast met de leiding van een stafafdeling;

j. j.

    *afdelingshoofd*: functionaris belast met de leiding van een afdeling;

k. k.

    *projectbevoegde*: functionaris die bij een besluit overeenkomstig bijlage 4 of 5 van deze regeling door de directeur-generaal, een directeur of een stafafdelingshoofd is benoemd als verantwoordelijke voor de uitvoering van een project bij de Rijksgebouwendienst;

l. l.

    *mandaat*: bevoegdheid om in naam van de minister of de staatssecretaris besluiten te nemen;

m. m.

    *volmacht*: bevoegdheid om in naam van de minister of staatssecretaris privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

n. n.

    *machtiging*: bevoegdheid om in naam van de minister of de staatssecretaris handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel 2

De plaatsvervangend directeur-generaal is met inachtneming van artikel 8 gemandateerd, gevolmachtigd en gemachtigd om de aan de directeur-generaal op grond van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging VROM 2005 verleende bevoegdheden uit te oefenen.

Artikel 3

Aan de directeur-generaal en de plaatsvervangend directeur-generaal blijft voorbehouden het uitoefenen van:

a. a. de bevoegdheden op het terrein van Personeel & Organisatie, genoemd in bijlage 1; b. b. de bevoegdheid tot het benoemen van een externe tot projectbevoegde; c. c. de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten die zijn genomen door de directeuren en de stafafdelingshoofden; d. d. de bevoegdheid tot het beslissen omtrent het oprichten van een rechtspersoon; e. e. de bevoegdheid tot het beslissen omtrent de vertegenwoordiging van de minister of de staatssecretaris in het orgaan van een rechtspersoon; f. f. de bevoegdheid tot het beslissen omtrent de vertegenwoordiging van de Staat der Nederlanden, de minister/staatssecretaris of de Rijksgebouwendienst in rechte; g. g. de bevoegdheid tot het vaststellen van vaststellingsovereenkomsten; h. h. de bevoegdheid tot het vaststellen van beleidsregels; i. i. de bevoegdheid tot het beslissen omtrent het verlenen van subsidie. j. j. de bevoegdheid tot het inhuren van externen op het terrein van interim-management, organisatie- en formatieadvies, communicatieadvies en beleidsadvies.

Artikel 4

De directeuren, stafafdelingshoofden en plaatsvervangers van de directeuren en stafafdelingshoofden zijn met inachtneming van de artikelen 7 en 8 gemandateerd om de aan de directeur-generaal op grond van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging VROM 2005 verleende bevoegdheden uit te oefenen.

Artikel 5

1. De directeuren, stafafdelingshoofden, afdelingshoofden, plaatsvervangers van de hiervoor genoemde functionarissen en projectbevoegden zijn met inachtneming van de artikelen 7 en 8 en met inachtneming van de per functie vastgestelde begrenzing in financieel belang als genoemd in bijlage 2 gevolmachtigd en gemachtigd om de aan de directeur-generaal op grond van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging VROM 2005 verleende bevoegdheden uit te oefenen.

2. Bij afwezigheid van een projectbevoegde worden de aan deze toegekende bevoegdheden uitgeoefend door de functionaris onder wie de projectbevoegde rechtstreeks ressorteert.

Artikel 6

Aan de directeuren en stafafdelingshoofden blijft voorbehouden de bevoegdheid tot het inhuren van externen, met uitzondering van de externen als genoemd in artikel 3, sub j. van deze regeling.

Artikel 7

1. De directeuren, stafafdelingshoofden, afdelingshoofden en projectbevoegden maken van de aan hen verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik voor zover het aangelegenheden betreft die behoren tot hun werkterrein.

2. Met het werkterrein van de in het eerste lid bedoelde functionarissen wordt bedoeld het werkterrein van het desbetreffende organisatieonderdeel zoals genoemd in bijlage 3 en het werkterrein zoals schriftelijk is vastgelegd in functieomschrijvingen en projectopdrachten.

3. De directeur-generaal blijft bevoegd de in het eerste lid bedoelde functionarissen per geval of in het algemeen instructies te geven ter zake van de uitoefening van de aan hen toegekende bevoegdheden. Daarnaast blijft de directeur-generaal bevoegd om de toegekende bevoegdheden zelf uit te oefenen en heeft hij de bevoegdheid om toegekende bevoegdheden te allen tijde te beëindigen.

Artikel 8

1. De plaatsvervangend directeur-generaal, de plaatsvervangend directeur, het plaatsvervangend stafafdelingshoofd en het plaatsvervangend afdelingshoofd maken van de aan hen verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik bij afwezigheid van de functionaris onder wie zij rechtstreeks ressorteren en voor zover het aangelegenheden betreft die behoren tot hun werkterrein.

2. Met het werkterrein van de in het eerste lid bedoelde functionarissen wordt bedoeld het werkterrein van het desbetreffende organisatieonderdeel zoals genoemd in bijlage 3 en het werkterrein zoals schriftelijk is vastgelegd in functieomschrijvingen en projectopdrachten.

3. De directeur-generaal blijft bevoegd de in het eerste lid bedoelde functionarissen per geval of in het algemeen instructies te geven ter zake van de uitoefening van de aan hen toegekende bevoegdheden. Daarnaast blijft de directeur-generaal bevoegd om de toegekende bevoegdheden zelf uit te oefenen en heeft hij de bevoegdheid om toegekende bevoegdheden te allen tijde te beëindigen.

Artikel 9

1.

Een document waarmee een besluit wordt vastgelegd door een daartoe op grond van deze regeling bevoegde functionaris vermeldt aan het slot:

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

voor deze:

de Directeur-Generaal van de Rijksgebouwendienst,

voor deze:

(functieaanduiding, handtekening en naam van de betrokken functionaris).

2.

Een document waarmee een privaatrechtelijke rechtshandeling wordt vastgelegd door een daartoe op grond van deze regeling bevoegde functionaris vermeldt aan het slot:

De Staat der Nederlanden, te dezen vertegenwoordigd door

de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

voor deze:

de Directeur-Generaal van de Rijksgebouwendienst,

voor deze:

(functieaanduiding, handtekening en naam van de betrokken functionaris).

3. Een document waarin geen besluit of privaatrechtelijke rechtshandeling wordt vastgelegd, vermeldt aan het slot functieaanduiding, handtekening en naam van de betrokken functionaris.

Artikel 10

1. Deze regeling inclusief de bijlagen ligt ter inzage bij de centrale bibliotheek van het Ministerie van VROM.

2. De directeuren en stafafdelingshoofden dragen er zorg voor dat de besluiten tot benoeming tot projectbevoegde van de onder hun gezagsbereik werkzame projectbevoegden ter inzage liggen in het centrale competentieregister van de Rijksgebouwendienst.

Artikel 11

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2. De Regeling mandaat, volmacht en machtiging Rijksgebouwendienst 2003 wordt ingetrokken.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling mandaat, volmacht en machtiging Rijksgebouwendienst 2005.

Bijlage 1. Aangelegenheden op het terrein van Personeel & Organisatie die op grond van

Bijlage 2. Begrenzing volmacht en machtiging aan de hand van het financieel belang

Naast de algemene begrenzing van de bevoegdheden, die uit de artikelen 7 en 8 volgt, bestaat een begrenzing in de verleende bevoegdheden aan de hand van het financieel belang dat met de desbetreffende (rechts)handeling gemoeid is. Als grens aan de bevoegdheid van een op grond van artikel 5 bevoegde functionaris om bedoelde (rechts)handelingen te verrichten is een absoluut bedrag opgenomen, exclusief BTW. Deze grens is afhankelijk van de functie, van de vraag of de (rechts)handeling verricht wordt op het terrein van werken of van leveringen en diensten en in enkele gevallen van de directie of de stafafdeling waar men te werk is gesteld.

Bijlage 3. Omschrijving van de werkterreinen van de organisatieonderdelen van de Rijksgebouwendienst, bedoeld in de

Bijlage 4

Ministerie van Volkshuisvesting,Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Rijksgebouwendienst

De Directeur-Generaal van de Rijksgebouwendienst

Besluit:

De heer/Mevrouw ...................., werkzaam in de functie van .................... bij de directie/stafafdeling ...................., met ingang van de datum als vermeld op de meest recente door het bevoegd gezag vastgestelde lijst aanwijzing projecten Rijksgebouwendienst te benoemen tot projectbevoegde voor het project/de projecten als omschreven op de meest recente door het bevoegd gezag vastgestelde lijst aanwijzing projecten Rijksgebouwendienst onder de naam van de heer/mevrouw .................... voornoemd.

Voor de uitvoering van bovenbedoeld project/bovenbedoelde projecten zijn aan de heer/mevrouw .................... voornoemd, verder te noemen projectbevoegde, bevoegdheden toegekend op grond van de Regeling mandaat, volmacht en machtiging Rijksgebouwendienst 2005 (Staatscourant 17 februari 2005, nr. 34). Met inachtneming van de beperkingen en begrenzingen als opgenomen in de Regeling mandaat, volmacht en machtiging Rijksgebouwendienst, is de projectbevoegde bevoegd om in het kader van de uitvoering van bovenbedoeld project/bovenbedoelde projecten de Staat der Nederlanden te binden.

De projectbevoegde wordt aangestuurd door en legt verantwoording af aan de directeur/het hoofd van de stafafdeling .................... Als aanvullende instructies gelden de instructies als omschreven op de meest recente door het bevoegd gezag vastgestelde lijst aanwijzing projecten Rijksgebouwendienst.

Een exemplaar van dit besluit wordt onderaan voorzien van handtekening en paraaf van de projectbevoegde en opgeslagen in het competentieregister van de Rijksgebouwendienst.

Den Haag, ....................

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

voor deze,

de Directeur-Generaal van de Rijksgebouwendienst,

voor deze,

de directeur/het hoofd van de stafdeling ....................,

.................... (naam van directeur of hoofd stafafdeling)

De projectbevoegde:

Afschrift te zenden aan belanghebbenden.

Tegen dit besluit kunt u binnen 6 weken na datum van verzending hiervan, op grond van de Algemene wet bestuursrecht, een bezwaarschrift indienen bij de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, ter attentie van de ondertekenaar van dit besluit, postbus 20952, 2500 EZ Den Haag. Het bezwaarschrift moet van een datum en van uw naam zijn voorzien. U moet duidelijk aangeven waarom u tegen dit besluit bezwaar maakt en zo mogelijk een kopie van dit besluit meezenden.

Bijlage 5

Ministerie van Volkshuisvesting,Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Rijksgebouwendienst

De Directeur-Generaal van de Rijksgebouwendienst

Besluit:

De heer/Mevrouw ...................., werkzaam in de functie van .................... bij de directie/stafafdeling .................... met ingang van de datum als vermeld op de meest recente door het bevoegd gezag vastgestelde lijst aanwijzing projecten Rijksgebouwendienst te benoemen tot projectbevoegde voor het project/de projecten als omschreven op de meest recente door het bevoegd gezag vastgestelde lijst aanwijzing projecten Rijksgebouwendienst onder de naam van de heer/mevrouw .................... voornoemd.

Voor de uitvoering van bovenbedoeld project/bovenbedoelde projecten zijn aan de heer/mevrouw ..................... voornoemd, verder te noemen projectbevoegde, bevoegdheden toegekend op grond van de Regeling mandaat, volmacht en machtiging Rijksgebouwendienst 2005 (Staatscourant 17 februari 2005, nr. 34). De projectbevoegde moet in dit verband worden aangemerkt als functionaris in de zin van de zojuist genoemde regeling. Met inachtneming van de beperkingen en begrenzingen als opgenomen in de Regeling mandaat, volmacht en machtiging Rijksgebouwendienst, is de projectbevoegde bevoegd om in het kader van de uitvoering van het bovenbedoelde project/bovenbedoelde projecten de Staat der Nederlanden te binden.

De projectbevoegde wordt aangestuurd door en legt verantwoording af aan de directeur/het hoofd van de stafafdeling .................... Als aanvullende instructies gelden de instructies als omschreven op de meest recente door het bevoegd gezag vastgestelde lijst aanwijzing projecten Rijksgebouwendienst.

Een exemplaar van dit besluit wordt onderaan voorzien van handtekening en paraaf van de projectbevoegde en opgeslagen in het competentieregister van de Rijksgebouwendienst.

Den Haag, ....................

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

voor deze,

de Directeur-Generaal van de Rijksgebouwendienst,

.................... (naam van directeur-generaal)

De projectbevoegde::

Afschrift te zenden aan belanghebbenden.