rijk/ministeriele-regeling/regeling-materialen-en-chemicaliën-drink-en-warm-tapwatervoorziening/BWBR0030279
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling materialen en chemicaliën drink- en warm tapwatervoorziening BWBR0030279 ministeriele-regeling geldend 2011-07-19 https://wetten.overheid.nl/BWBR0030279 Regeling materialen en chemicaliën drink- en warm tapwatervoorziening

Regeling materialen en chemicaliën drink- en warm tapwatervoorziening

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • besluit: Drinkwaterbesluit;
  • commissie: commissie van deskundigen als bedoeld in artikel 20, tweede lid, van het besluit;
  • common approach: gezamenlijke onderzoeksmethoden en beoordelingsmethoden van lidstaten van de Europese Unie voor producten in contact met drinkwater en warm tapwater, zoals bekendgemaakt overeenkomstig artikel 20a;
  • compositielijst: overeenkomstig artikel 11, in bijlage B bij deze regeling opgenomen lijst met samenstellende componenten en maximaal toegestane verontreinigingen voor metalen producten;
  • conversiefactor: omrekenfactor voor de toetsing van de resultaten van de migratietest;
  • drempeldosis: toegediende of ingenomen hoeveelheid van een stof per eenheid lichaamsmassa, uitgedrukt in mg/kg lichaamsgewicht, waarbij nog juist geen nadelige gevolgen voor de gezondheid optreden;
  • drink- en warm tapwatervoorziening: de winning, de bereiding, de behandeling, de opslag, het transport en de distributie van drinkwater en warm tapwater;
  • erkende certificeringsinstelling: door de Raad voor Accreditatie erkende instelling die bevoegd is tot afgifte van een kwaliteitsverklaring;
  • erkende kwaliteitsverklaring: door de Minister overeenkomstig artikel 12 erkende kwaliteitsverklaring als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het besluit, of artikel 2.14 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bestaande uit een schriftelijk bewijs, afgegeven door een erkende certificeringsinstelling, waaruit blijkt dat materialen of chemicaliën voldoen aan de op grond van deze regeling gestelde eisen;
  • migratietest: onderzoeksmethode voor het afleiden van de migratiesnelheid, opgenomen in bijlage C bij deze regeling;
  • migratie: verplaatsing van stoffen vanuit materialen naar te behandelen water of drinkwater of warm tapwater;
  • Minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;
  • MTC (maximaal toelaatbare concentratie): ten hoogste toegestane concentratie van een stof in drinkwater of warm tapwater;
  • positieve lijsten: overeenkomstig artikel 11 in bijlage B bij deze regeling opgenomen lijsten van stoffen waarvan de aanwezigheid in producten dan wel het gebruik bij de fabricage hiervan toelaatbaar is onder de daar gestelde voorwaarden;
  • product: door de mens vervaardigd object in afgewerkte staat of een bestanddeel daarvan, samengesteld uit materialen of chemicaliën, dat in contact kan komen met te behandelen water of drinkwater of warm tapwater;
  • stoffen: chemische elementen en hun verbindingen zoals deze voorkomen in de natuur of door toedoen van de mens tot stand komen;
  • subcommissie: groep van deskundigen als bedoeld in artikel 4, derde lid, ter ondersteuning van de commissie;
  • QM: maximaal toegestane restgehalte van de stof in het materiaal of product;
  • TDI (Tolerable Daily Intake): toelaatbare dagelijkse dosis van een stof;
  • TOC (Total Organic Carbon): de totale hoeveelheid organische koolstof in drinkwater of warm tapwater afkomstig uit een product dat met het drinkwater of warm tapwater in contact komt, bepaald met en afgeleid van de in bijlage C bij deze regeling opgenomen bepalingsmethode en migratietesten en waarvoor een maximaal toelaatbare concentratie geldt van 2 mg koolstof per liter drinkwater of warm tapwater als bedoeld in bijlage B bij deze regeling;
  • Tijdelijke kwaliteitsverklaring: door de Minister afgegeven verklaring, inhoudende dat een product bestemd voor de bestrijding van legionellabacteriën in drink- en warm tapwaterinstallaties, niet zijnde een biocide in de zin van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, onder de daarbij te stellen voorwaarden en beperkingen kan worden gebruikt ten behoeve van het bepalen van de werkzaamheid van het product onder praktijkomstandigheden.

Hoofdstuk 2. De commissie

Artikel 2

1. De commissie bestaat uit ten minste zeven leden en ten hoogste elf leden, de voorzitter daaronder begrepen.

2. De leden van de commissie worden voor een periode van vier jaar door de Minister benoemd. Deze periode kan ten hoogste twee maal met eenzelfde periode worden verlengd. De benoeming van de leden van de commissie wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.

3. Indien het voor het goed functioneren van de commissie vereist is, kunnen de leden van de commissie door de Minister in hun functie worden geschorst of uit hun functie worden ontslagen.

Artikel 3

1. De commissie heeft een secretaris. De secretaris is belast met de ondersteuning van de commissie en met het beheer van door de commissie ten behoeve van de uitvoering van haar taken gevormde gegevensbestanden.

2. De secretaris wordt voor een periode van vier jaar door de Minister benoemd. Die periode kan telkens met een periode van vier jaar worden verlengd. Benoeming en verlenging van de periode worden bekendgemaakt in de Staatscourant.

3. In bijzondere gevallen kan de secretaris door de Minister in zijn functie worden geschorst en uit zijn functie worden ontslagen.

Artikel 4

1.

De commissie is belast met het adviseren van de Minister omtrent:

a. a. met het oog op de bescherming van de gezondheid te stellen eisen aan bij de drink- of warm tapwatervoorziening te gebruiken materialen en chemicaliën; b. b. het onderzoek en de beoordeling van materialen en chemicaliën overeenkomstig de artikelen 6 tot en met 11; c. c. het verlenen van toestemming voor de afgifte van erkende kwaliteitsverklaringen; d. d. de erkenning van een kwaliteitsverklaring; e. e. de gevallen, bedoeld in de artikelen 10 en 20, derde lid, en f. f. het overeenkomstig de richtlijnen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, beoordelen van de mate waarin een kwaliteitsverklaring op grond van artikel 16 als gelijkwaardig aan een erkende kwaliteitsverklaring kan worden beschouwd.

2.

Voorts is de commissie belast met:

a. a. het overeenkomstig de richtlijnen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderzoeken en beoordelen van mogelijke nadelige gevolgen voor de volksgezondheid van materialen of chemicaliën voorzover daarvoor geen onderzoeksmethoden en beoordelingsmethoden zijn opgenomen in de bijlagen bij deze regeling, en b. b. het beheer van de bijlagen bij deze regeling.

3. Bij de uitvoering van de in het eerste en tweede lid genoemde taken kan de commissie zich laten bijstaan door een of meer subcommissies. De benoeming en het ontslag van de leden van een subcommissie worden geregeld in het reglement, bedoeld in artikel 5, eerste lid.

Artikel 5

1. De commissie stelt bij reglement haar werkwijze vast en de werkwijze van een subcommissie als bedoeld in artikel 4, derde lid. De commissie stelt daarbij regels vast met betrekking tot de vergoeding van gemaakte kosten. Het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies is van toepassing.

2. De commissie stelt bij het in het eerste lid bedoelde reglement tevens de werkwijze en richtlijnen vast die zij hanteert bij het onderzoek en de beoordeling, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder f, en tweede lid, onder a en b.

3. De vaststelling van het reglement of een wijziging daarvan behoeft de instemming van de Minister. Na vaststelling of wijziging wordt het reglement bekendgemaakt in de Staatscourant.

Hoofdstuk 3. Onderzoek en eisen aan materialen en chemicaliën

Artikel 6

1. Materialen, niet zijnde metalen, en chemicaliën voldoen aan de in de artikelen 7 tot en met 9 bedoelde eisen. Met het oog daarop worden materialen, niet zijnde metalen, en chemicaliën, alsmede de stoffen waaruit deze zijn samengesteld dan wel die worden gebruikt in het productieproces ervan, op de in die artikelen aangegeven wijze beoordeeld op mogelijke nadelige gevolgen voor de volksgezondheid.

2. Indien overeenkomstig de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, voor een stof in het product een MTC dan wel een QM is vastgesteld en de stof bij de drink- of warm tapwatervoorziening in contact kan komen met te behandelen water of drinkwater onderscheidelijk warm tapwater, wordt de migratie van de stof of het restgehalte hiervan in het product bepaald overeenkomstig de in bijlage C bij deze regeling bedoelde methoden, overeenkomstig artikel 8, tweede, derde en vierde lid, voor het vaststellen van de concentratie van de stof in het drinkwater of warm tapwater.

3. Metalen producten voldoen aan de eisen voor de samenstelling en zuiverheid, bedoeld in onderdeel 3 van bijlage B bij deze regeling, met inachtneming van de categorie waarin het desbetreffende product kan worden ingedeeld. Voldoet een metalen product aan de criteria van de compositielijst bedoeld in onderdeel 3 van bijlage B bij deze regeling, dan is een onderzoek naar de afgifte van stoffen, in overeenstemming met onderdeel 2.8 van bijlage A bij deze regeling, niet vereist.

4. Indien een metalen product, vallend in productgroep A of B, volgens onderdeel 2.8 van bijlage A bij deze regeling, niet voldoet aan de criteria van de compositielijst van onderdeel 3 van bijlage B bij deze regeling, wordt dit product onderzocht en beoordeeld in overeenstemming met onderdeel 2.8 van bijlage A bij deze regeling.

5. In aanvulling op het eerste lid dienen cementgebonden producten mede te voldoen aan de in onderdeel 2.9 van bijlage A bij deze regeling bedoelde eisen.

6. Indien overeenkomstig de beoordeling van cementgebonden producten voor een stof in het cementgebonden product een MTC dan wel QM is vastgesteld en de stof bij de drink- of warm tapwatervoorziening in het te behandelen water of drinkwater onderscheidelijk warm tapwater terecht kan komen, wordt de migratie van de stof of het restgehalte hiervan in het product bepaald overeenkomstig de in bijlage C bedoelde methoden, overeenkomstig artikel 8, tweede, derde en vierde lid, voor het vaststellen van de concentratie van de stof in het drinkwater of warm tapwater.

7. De beoordeling van een stof, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin, is niet vereist voorzover een stof is opgenomen in de positieve lijst, opgenomen in bijlage B, onderdeel 1, bij deze regeling.

8. Voor de beoordeling van de stoffen, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin, en de producten, genoemd in het vijfde lid, die niet genoemd zijn in het relevante onderdeel van de common approach, genoemd in bijlage B, hoofdstuk 1, worden de gegevens overgelegd, vermeld in deel A, onderdeel 2.4, van de common approach voor organische materialen.

9. Producten samengesteld uit materialen, niet zijnde metalen, voldoen aan de eisen voor de organoleptische aspecten, bedoeld in bijlage C bij deze regeling, voorzover dat in overeenstemming met bijlage A bij deze regeling voor het desbetreffende product relevant is.

Artikel 7

1. De stoffen waaruit materialen, niet zijnde metalen, en chemicaliën zijn samengesteld dan wel die zijn gebruikt in het productieproces ervan, dragen, met uitzondering van acrylamide, vinylchloride en epichloorhydrine, tot maximaal 10% van de parameterwaarden, genoemd in tabel II van bijlage A, behorend bij het besluit, bij aan de concentratie van die stoffen in drinkwater of warm tapwater of het te behandelen water. Acrylamide, vinylchloride en epichloorhydrine dragen tot maximaal 100% van de parameterwaarden, genoemd in tabel II van bijlage A, behorend bij het besluit, bij aan de concentratie van die stoffen in drinkwater of warm tapwater of het te behandelen water.

2. Voor stoffen als bedoeld in het eerste lid met een drempeldosis, die niet zijn opgenomen in tabel II van bijlage A, behorend bij het besluit, wordt een MTC in drinkwater of warm tapwater vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in deel A, onderdeel 3, van de common approach voor organische materialen.

3. Voor stoffen zonder drempeldosis is de migratie uit het product onder redelijkerwijs te verwachten gebruiksomstandigheden kleiner is dan 0,1 µg/l.

4. Voor stoffen die gebruikt worden voor de fabricage van producten bestemd voor de drink- en warm tapwatervoorziening, maar ook worden toegepast als pesticide, is de maximum waarde van 0,1 µg/l per pesticide niet van toepassing. Voor deze stoffen dient een MTC te worden vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in deel A, onderdeel 3, van de common approach voor organische materialen.

5. Voor de samenstellende componenten van metalen producten en de verontreinigingen hierin gelden de eisen, opgenomen in de tabel onder paragraaf 2.8.3.7 van bijlage A bij deze regeling.

6. Op de samenstellende componenten van metalen producten en de verontreinigingen hierin, niet opgenomen in de tabel van paragraaf 2.8.3.7 van bijlage A bij deze regeling, zijn het tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8

1. Alle materialen kunnen worden onderworpen aan laboratoriumonderzoek, uitgevoerd overeenkomstig bijlage C bij deze regeling, met als doel om na te gaan of aan de eisen van deze regeling wordt voldaan.

2.

Voor materialen, niet zijnde metallische materialen, gelden de volgende eisen:

a. a. de verwachte concentratie van de op grond van artikel 7 onderzochte stoffen in drinkwater of warm tapwater, bepaald met de migratietest, na omrekening als bedoeld in deel A, onderdeel 5, van de common approach voor organische materialen, is kleiner dan de migratielimiet; b. b. de TOC, bepaald met de migratietest, na omrekening als bedoeld in deel A, onderdeel 5, van de common approach voor organische materialen, bedraagt ten hoogste 2 mg/l; c. c. QM van een stof in het materiaal, voor zover van toepassing, is kleiner dan de aangegeven limiet; en d. d. de migratiesnelheid neemt gedurende de migratietest niet toe.

3. Indien voor een stof nog geen geschikte bepalingsmethode beschikbaar is, kan de toelaatbaarheid van de stof beoordeeld worden op grond van de modelberekeningen, genoemd in de hoofdstukken 3 of 4 van bijlage C bij deze regeling.

4. In plaats van het laboratoriumonderzoek, bedoeld in het eerste lid, kunnen de in het derde lid bedoelde modelberekeningen ook worden toegepast voor het vaststellen van de noodzaak van de in het tweede lid bedoelde migratietest naar stoffen waarvoor wel een bepalingsmethode beschikbaar is, zulks ter beoordeling van de commissie.

5. De commissie kan bepalen dat in geval van een, volgens de in het derde en vierde lid bedoelde berekeningen te verwachten, overschrijding van de MTC alsnog een migratietest wordt uitgevoerd. De verwachte concentratie, bepaald met de migratietest en de omrekening, bedoeld in deel A, onderdeel 5, van de common approach voor organische materialen, is bindend voor de toelaatbaarheid van het betreffende product.

6. Voor metalen producten die niet voldoen aan de eisen, bedoeld in onderdeel 3 van bijlage B bij deze regeling, gelden de eisen voor onderzoek en beoordeling, genoemd in onderdeel 2.8 van bijlage A bij deze regeling.

Artikel 9

1. Alle chemicaliën kunnen worden onderworpen aan laboratoriumonderzoek, uitgevoerd overeenkomstig bijlage A, onderdeel 3, bij deze regeling, met als doel om na te gaan of aan de eisen van deze regeling wordt voldaan.

2. Voor chemicaliën zijn de maximaal toelaatbare gehaltes aan verontreinigingen bij een maximale dosering kleiner zijn dan de limieten, bedoeld in artikel 7.

Artikel 10

1. Het onderzoek en de beoordeling, bedoeld in de artikelen 6 tot en met 9, worden uitgevoerd volgens de laatste stand van de wetenschap en techniek.

2. De Minister kan nadere aanwijzingen geven over de wijze waarop het onderzoek en de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, worden uitgevoerd.

Artikel 11

1. Stoffen waarvoor na de beoordeling, bedoeld in de artikelen 6 en 7, een MTC is vastgesteld, worden opgenomen in de positieve lijsten van onderdelen 1 en 2 van bijlage B bij deze regeling. Voorzover de bedoelde beoordeling heeft plaatsgevonden op grond van een aanvraag tot afgifte van een erkende kwaliteitsverklaring wordt een stof niet, dan met toestemming van de aanvrager, opgenomen in de positieve lijsten.

2. Een metallisch materiaal waarvan na onderzoek en beoordeling als bedoeld in artikel 6, vierde lid, wordt vastgesteld dat dit voldoet aan de artikelen 6 tot en met 9, wordt opgenomen in de compositielijst voor metalen, genoemd in onderdeel 3 van bijlage B bij deze regeling. Voorzover bedoeld onderzoek en beoordeling hebben plaatsgevonden op grond van een aanvraag tot afgifte van een kwaliteitsverklaring, als bedoeld in art. 12, eerste lid, wordt de samenstelling van het desbetreffende metallische materiaal niet dan met toestemming van de aanvrager opgenomen in de compositielijst voor metalen.

Hoofdstuk 4. Erkende kwaliteitsverklaring

Artikel 12

De Minister kan een door een erkende certificeringsinstelling af te geven kwaliteitsverklaring op verzoek van die instelling erkennen, indien die kwaliteitsverklaring en de daarop betrekking hebbende aanvraag voldoen aan de eisen, bedoeld in de artikelen 13 en 14.

Artikel 13

1. Bij de aanvraag van een kwaliteitsverklaring als bedoeld in artikel 12 worden door de aanvrager ten minste de gegevens overgelegd, vermeld in deel A, paragraaf 2.4, van de common approach voor organische materialen, in een door de erkende certificeringsinstelling gewenste vorm.

2. De certificeringsinstelling, bedoeld in het eerste lid, zendt terstond na ontvangst van de aanvraag een afschrift daarvan en van de in dat lid bedoelde gegevens aan de commissie.

3. De bij een aanvraag van een erkende kwaliteitsverklaring overgelegde productgegevens worden vertrouwelijk behandeld.

4. De Minister beslist op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, ten hoogste na zes maanden na het moment waarop de gegevens, bedoeld in het eerste lid, zijn overgelegd.

Artikel 14

1.

Onverminderd de eisen, bedoeld in de artikelen 6 tot en met 9, beschikt de aanvrager, bedoeld in artikel 13, eerste lid, over een kwaliteitssysteem. Dit systeem omvat ten minste:

a. a. een intern kwaliteitsbewakingsschema met een beschrijving van de tot het kwaliteitssysteem behorende keuringen, en b. b. de procedures die voor de afgifte van een erkende kwaliteitsverklaring van belang kunnen zijn, waaronder in elk geval de maatregelen die worden genomen bij gesignaleerde tekortkomingen en de behandeling van klachten over geleverde producten worden begrepen.

2.

In het kwaliteitsbewakingsschema, bedoeld in het eerste lid, onder a, worden in elk geval de volgende onderdelen opgenomen:

a. a. de toegeleverde grondstoffen of de samenstellende materialen; b. b. het productieproces; c. c. de eindproducten; d. d. de status van meet- en beproevingsmiddelen; e. e. de controle op de verwerking van afgekeurde producten; f. f. de controle op producten met afwijkingen; g. g. het intern transport, de opslag en de identificatie- of merktekens van de half- en eindproducten.

3.

Met betrekking tot de in het tweede lid genoemde onderdelen legt de aanvrager van een kwaliteitsverklaring het volgende schriftelijk vast:

a. a. de te controleren aspecten van het productieproces, waartoe ten minste behoren de zuiverheid van de te gebruiken grond- en hulpstoffen, de temperatuur, menging en applicaties tijdens de productie, de wanddikte en diameter van buizen, het kalibreren van meetapparaten en de wijze van afdichting van buizen tijdens transport, b. b. de gebruikte controlemethoden, en c. c. de controlefrequenties en de wijze waarop de controleresultaten worden geregistreerd en bewaard.

4. Het kwaliteitsbewakingsschema en de van belang zijnde procedures worden vastgelegd in een bijlage behorend bij de kwaliteitsverklaring.

5. Voorzover het ter waarborging van de vervaardiging van materialen of chemicaliën van constante kwaliteit noodzakelijk is om eisen te stellen aan het productieproces, worden die eisen opgenomen in een bijlage bij de erkende kwaliteitsverklaring.

6. Voorzover het voor een juiste verwerking van materialen of chemicaliën van belang is eisen te stellen aan de wijze van verwerking of aan daarvoor door de aanvrager van een kwaliteitsverklaring gestelde richtlijnen, waarbij in het bijzonder wordt gelet op de uitvoerbaarheid daarvan, worden daartoe strekkende eisen opgenomen in een bijlage bij die kwaliteitsverklaring.

7. In een bijlage bij de erkende kwaliteitsverklaring wordt tevens vastgelegd op welke wijze een certificeringsinstelling overeenkomstig het door deze toegepaste certificeringsreglement een periodieke controle van het productieproces en het kwaliteitssysteem van de producent uitvoert. De aanvrager is gehouden tot medewerking aan deze controle.

8. Indien het in het tweede lid, onder b, bedoelde productieproces niet continu van aard of slechts eenmalig is, worden daarover in aanvulling op artikel 13 en het eerste tot en met het zevende lid, aanvullende voorschriften opgenomen in de bijlage behorende bij de erkende kwaliteitsverklaring.

Artikel 15

1. Een certificeringsinstelling stelt de commissie in kennis van de afgifte van een erkende kwaliteitsverklaring.

2.

Certificeringsinstellingen houden de commissie van hun activiteiten terzake op de hoogte door de commissie jaarlijks voor 1 april schriftelijk de volgende gegevens te doen toekomen:

a. a. de resultaten van de controle- en toelatingsonderzoeken, uitgevoerd door een erkende certificeringsinstelling, als bedoeld in artikel 12, die zijn verricht in het voorafgaande kalenderjaar, en b. b. eventueel informatief en aanvullend commentaar van de certificeringsinstelling behorende bij een of meer onderzoeken terzake.

3. Indien de gegevens, bedoeld in het tweede lid, niet volledig zijn, kan de commissie aanvullende gegevens opvragen.

Artikel 16

Een kwaliteitsverklaring afgegeven door een onafhankelijke certificeringsinstelling in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, is gelijkwaardig aan een erkende kwaliteitsverklaring, voorzover naar het oordeel van de Minister uit de eerstgenoemde kwaliteitsverklaring blijkt dat voldaan wordt aan ten minste gelijkwaardige eisen als bedoeld in deze regeling.

Artikel 17

De Minister geeft in de Staatscourant kennis van de afgifte van een erkende kwaliteitsverklaring dan wel een daaraan gelijkwaardige kwaliteitsverklaring als bedoeld in artikel 16 voor de daarbij genoemde materialen of chemicaliën.

Hoofdstuk 5. Biociden

Artikel 18

1. Voor producten, zijnde biociden als bedoeld in Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden, die ten behoeve van de voorziening van drink- of warm tapwater hiermee in contact worden gebracht, dan wel daaraan worden toegevoegd met het doel een kwaliteitsverandering van dat water te bewerkstelligen, is naast toelating in overeenstemming met de Verordening, een erkende kwaliteitsverklaring vereist.

2. Voor de afgifte van een kwaliteitsverklaring voor de in het eerste lid bedoelde biociden zijn de artikelen 12 tot en met 17 van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 6. Tijdelijke kwaliteitsverklaring

Artikel 19

1. Producten, niet zijnde biociden als bedoeld in de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden die bestemd zijn om de microbiologische kwaliteit van het drinkwater of warm tapwater te beïnvloeden, worden niet toegepast zonder dat daar door de Minister een tijdelijke kwaliteitsverklaringvoor is afgegeven.

2. De tijdelijke kwaliteitsverklaring geldt voor een door de Minister per product vastgestelde periode. In die periode worden de werkzaamheid en de neveneffecten van het product onderzocht aan de hand van de door de commissie vastgestelde criteria, opgenomen in de bijlage bij de tijdelijke kwaliteitsverklaring.

3. Indien de werkzaamheid van het in het eerste lid bedoelde product is aangetoond en vastgesteld is dat de neveneffecten van dit product niet nadelig zijn voor de volksgezondheid, kan de Minister, na de in het tweede lid bedoelde periode, een door een erkende certificeringsinstelling af te geven kwaliteitsverklaring op verzoek van die instelling erkennen indien die kwaliteitsverklaring en de daarop betrekking hebbende procedures zijn gebaseerd op de voor het product bedoelde eisen, bedoeld in de artikelen 13 en 14.

Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 20

1. Deze regeling blijft buiten toepassing voor producten die voor het tijdstip van de inwerkingtreding van deze regeling zijn toegepast in bestaande woninginstallaties, bestaande collectieve leidingnetten, bestaande collectieve watervoorzieningen, bestaande distributienetten en bestaande watervoorzieningswerken.

2. Indien voor producten in overeenstemming met deze regeling een erkende kwaliteitsverklaring is afgegeven en nadien een wijziging van de toelatingscriteria wordt vastgesteld door de Minister, blijven de ten tijde van de afgifte van de erkende kwaliteitsverklaring geldende toelatingscriteria van toepassing voor de nieuwe situatie gedurende twee jaar na het tijdstip waarop de wijzigingen aan belanghebbende schriftelijk kenbaar zijn gemaakt.

3. In het geval en gedurende de periode, bedoeld in het tweede lid, kan de Minister beperkingen stellen aan de toepassing van de in dat lid bedoelde producten bij de drink- en warm tapwatervoorziening, indien die toepassing naar zijn oordeel nadelige gevolgen voor de volksgezondheid kan hebben.

4. Indien voor materialen en chemicaliën voor het tijdstip van de inwerkingtreding van deze regeling een erkende kwaliteitsverklaring op grond van de Drinkwaterwet is afgegeven, wordt die verklaring voor de toepassing van deze regeling aangemerkt als een erkende kwaliteitsverklaring.

Artikel 20a

1. De Minister draagt zorg voor de bekendmaking van de op grond van deze regeling toepasselijke common approach middels terinzagelegging en publicatie op internet.

2. Van de bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 20b

1. Een wijziging van de op grond van deze regeling toepasselijke common approach gaat, tenzij bij besluit van de Minister anders is bepaald, voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop van de wijziging mededeling is gedaan in de Staatscourant.

2. Voor zover de wijziging slechts geldt ten aanzien van producten toegepast op of na een bepaalde datum, blijft, tenzij bij besluit van de Minister anders is bepaald, op producten die zijn toegepast voor die datum, de common approach zoals die voor de desbetreffende wijziging luidde van toepassing.

3. Een besluit van de Minister als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt bekendgemaakt in Staatscourant.

Artikel 21

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Drinkwaterwet in werking treedt. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven op of na het tijdstip, bedoeld in de eerste volzin, treedt deze regeling in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 22

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling materialen en chemicaliën drink- en warm tapwatervoorziening.

Bijlage A. Productomschrijving en beoordeling (bijlage behorend bij de Regeling materialen en chemicaliën drink- en warm tapwatervoorziening)

Bijlage B. Positieve lijsten (bijlage behorend bij de Regeling materialen en chemicaliën drink- en warm tapwatervoorziening)

Bijlage C. Onderzoeksmethoden

Bijlage D. Beoordelingsmethoden

Vervallen

Bijlage E. Te verstrekken algemene en specifieke gegevens voor de toxicologische beoordeling van producten, niet zijnde metalen, of de samenstellende grond- en hulpstoffen hiervan of de eindproducten van metalen

Vervallen