40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling meldingen en communicatie scheepvaart | BWBR0031567 | ministeriele-regeling | geldend | 2012-05-19 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0031567 | Regeling meldingen en communicatie scheepvaart |
Regeling meldingen en communicatie scheepvaart
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
– –
*aanloopgebied:* aanloopgebied bedoeld in bijlage 1, behorende bij artikel 2, onderdeel d, van het Scheepvaartreglement territoriale zee;
– –
*besluit:*
Besluit meldingsformaliteiten en gegevensverwerkingen scheepvaart;
– –
*IFCD:* Interface and Functionalities Control Document, bedoeld in bijlage III, onderdeel 2, van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart;
– –
*richtlijn havenontvangstvoorziening:*
Richtlijn (EU) 2019/883 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake havenontvangstvoorzieningen voor de afvalafgifte van schepen, tot wijziging van Richtlijn 2010/65/EU en tot intrekking van Richtlijn 2000/59/EG (PbEU 2019, L 151);
– –
*richtlijn havenstaatcontrole:*
richtlijn nr. 2009/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende havenstaatcontrole (Herschikking) (PbEU L 131);
– –
*zeeschip dat bepaalde gevaarlijke of schadelijke stoffen vervoert:* elk vrachtschip, iedere olie-, chemicaliën- of gastanker, of een passagiersschip, waarmee een gevaarlijke stof als bedoeld in artikel 3, onderdeel g, of een schadelijke stof als bedoeld in artikel 3, onderdeel h, van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart wordt vervoerd.
Artikel 1a
Deze regeling is mede gebaseerd op de artikelen 5, eerste en tweede lid, en 17, eerste en derde lid, van de Wet bestrijding maritieme ongevallen, artikel 3a van het Besluit meldingsformaliteiten en gegevensverwerkingen scheepvaart, artikel 35 van het Besluit voorkoming verontreiniging door schepen en artikel 65 van het Schepenbesluit.
Artikel 2
1. In de bijlage behorend bij artikel 2 zijn de bevoegde autoriteiten of de plaatselijk bevoegde autoriteiten als bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4 van het besluit aangewezen.
2.
Als bevoegde autoriteit voor:
a. a. de structurele internationale doorgifte van ontvangen RIS-gegevens, bedoeld in artikel 14 van het besluit, of b. b. de scheepvaartwegen met RIS-toepassing, bedoeld in artikel 21 van het besluit, zijn aangewezen degenen die bij of krachtens het Binnenvaartpolitiereglement, Rijnvaartpolitiereglement, Scheepvaartreglement Eemsmonding, Scheepvaartreglement Westerschelde, Scheepvaartreglement voor het kanaal van Gent naar Terneuzen of het Scheepvaartreglement gemeenschappelijke Maas als bevoegde autoriteit zijn aangewezen.
3. Als bevoegde autoriteit voor melding van gegevens omtrent de opvarenden als bedoeld in artikel 3a van het besluit, is aangewezen de Kustwacht Nederland.
Hoofdstuk 2. Meldingsformaliteiten zeescheepvaart
Artikel 3
1.
Van een zeeschip worden ter voldoening aan de meldingsformaliteiten, bedoeld in artikel 2 van het besluit, aan de bevoegde autoriteit van de locatie:
a. a. waarnaar toe een zeeschip met een bruto-tonnage als bedoeld in de Meetbrievenwet 1981 van 300 of meer, op weg is, de gegevens gemeld die worden genoemd in bijlage I, onder punt 1, van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart; b. b. waarnaar toe een zeeschip dat bepaalde gevaarlijke of schadelijke stoffen vervoert, op weg is, de gegevens gemeld die worden genoemd in bijlage I, onder punt 3, van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart; of c. c. van waaraf een zeeschip dat bepaalde gevaarlijke of schadelijke stoffen vervoert vertrekt, de gegevens gemeld die worden genoemd in bijlage I, onder punt 3, van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart.
2. Het eerste lid, is niet van toepassing op een schip als bedoeld in artikel 2, tweede lid, in samenhang met artikel 6 bis van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart.
Artikel 4
Van een schip als bedoeld in bijlage 1, voorschrift 2, eerste lid, van de verordening scheeps- en havenbeveiliging worden ter voldoening aan de meldingsformaliteit, bedoeld in artikel 3 van het besluit, aan de bevoegde autoriteit van de haven waarnaar het schip onderweg is, de gegevens gemeld die worden genoemd in het aanhangsel bij de richtlijn meldingsformaliteiten.
Artikel 4a
Van een zeeschip als bedoeld in artikel 3 van de richtlijn registratie opvarenden van passagiersschepen worden ter voldoening aan de meldingsformaliteit, bedoeld in artikel 3a, eerste lid, van het besluit de gegevens bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, van die richtlijn, met uitzondering van het op eigen initiatief verstrekte contactnummer voor noodsituaties, gemeld aan de bevoegde autoriteit.
Artikel 4b
Van een zeeschip als bedoeld in artikel 3 van de richtlijn registratie opvarenden van passagiersschepen wordt ter voldoening aan de meldingsformaliteit bedoeld in artikel 3a, eerste lid, van het besluit het aantal opvarenden bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de richtlijn registratie opvarenden van passagiersschepen gemeld aan de bevoegde autoriteit.
Artikel 4c
Van een zeeschip als bedoeld in artikel 3 van de richtlijn registratie opvarenden van passagiersschepen worden ter voldoening aan de meldingsformaliteit, bedoeld in artikel 3a, eerste lid, van het besluit de gegevens bedoeld in artikel 5, eerste lid, van die richtlijn, met uitzondering van het op eigen initiatief verstrekte contactnummer voor noodsituaties, gemeld aan de bevoegde autoriteit.
Artikel 5
Van een schip als bedoeld in artikel 4 van het besluit, worden aan de havenbeheerder, bedoeld in artikel 1 van de Wet havenstaatcontrole, die als bevoegde autoriteit van de haven waarnaar het schip onderweg is, is aangewezen, de gegevens gemeld die worden genoemd in bijlage III van de richtlijn havenstaatcontrole.
Artikel 6
Een schip als bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen dat onderweg is naar een in de bijlage behorende bij artikel 2 vermelde haven, meldt aan de bevoegde autoriteit van de haven waarnaar het onderweg is, de gegevens die worden genoemd in bijlage 2 van de richtlijn havenontvangstvoorzieningen.
Artikel 7
Een bevoegde autoriteit kan:
a. a. voor een zeeschip dat in lijndienst vaart tussen twee in Nederland gelegen havens of tussen een in Nederland gelegen haven en een haven gelegen in een andere staat, ontheffing verlenen van een meldingsformaliteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, als wordt voldaan aan de voorschriften, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart. Voor de toepassing van de eerste zin wordt onder haven tevens verstaan ankerplaats of een in de Nederlandse territoriale zee gelegen laad- of losinrichting. Een ontheffing wordt ingetrokken wanneer niet meer wordt voldaan aan de daaraan verbonden voorschriften. b. b. voor een zeeschip dat in lijndienst vaart ontheffing verlenen van de meldingsformaliteit, bedoeld in artikel 4, indien en voor zolang door dat zeeschip wordt voldaan aan artikel 7 van de verordening scheeps- en havenbeveiliging; c. c. voor een zeeschip dat in lijndienst vaart namens de minister ontheffing verlenen van de meldingsformaliteit, bedoeld in artikel 6, indien en voor zolang wordt voldaan aan artikel 9c van het Besluit havenontvangstvoorzieningen. Als een ontheffing namens de Minister wordt verleend, handelt de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 9c, derde lid, van het Besluit havenontvangstvoorzieningen.
Artikel 8
1.
De meldingen, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdelen a en b, 4 en 6 geschieden:
1°. 1°. ten minste 24 uur voor aankomst; of 2°. 2°. indien de bestemming bij de afvaart uit de vorige haven bekend was en de reisduur minder dan 24 uur bedraagt, uiterlijk op het tijdstip waarop het schip de vorige haven verlaat; of 3°. 3°. indien de bestemming bij de afvaart uit de vorige haven nog niet bekend was of tijdens de reis wordt gewijzigd, zodra deze bekend is.
2. De melding, bedoeld in artikel 5, geschiedt ten minste 72 uur voor de verwachte aankomst in de haven, of voor het vertrek uit de vorige haven, als de reis naar verwachting minder dan 72 uur in beslag zal nemen.
3. De meldingen bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel c, 4a en 4b, geschieden voor het vertrek.
4. De melding bedoeld in artikel 4c geschiedt uiterlijk 15 minuten na het vertrek van het schip.
5. De melding bedoeld in artikel 6b, tweede lid, van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen, geschiedt uiterlijk voor vertrek van het schip of zodra het afvalontvangstbewijs is ontvangen door het schip.
Artikel 9
Wijzigingen in de op grond van de artikelen 3 tot en met 6 gemelde gegevens en wijzigingen van meer dan 30 minuten in de eerder gemelde aankomst- of vertrektijd worden onmiddellijk doorgegeven.
Artikel 9a
De in de bijlage behorende bij artikel 2 aangewezen bevoegde autoriteit of plaatselijk bevoegde autoriteit, verstrekt onverwijld aan SafeSeaNet, de werkelijke aankomsttijd in de haven en de werkelijke vertrektijd uit de haven van elk schip dat valt onder het toepassingsgebied van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart, alsook een identificatiecode van de betreffende haven.
Artikel 10
1. De meldingen, bedoeld in de artikelen 3 tot en met 6 worden aan de desbetreffende bevoegde autoriteit elektronisch gedaan via een elektronisch portaal waardoor door een gestandaardiseerde aanlevering van informatie van het bedrijfsleven aan de overheid en het meervoudige gebruik van die informatie door die overheid beoogd wordt de gegevensstromen tussen het bedrijfsleven en de overheid efficiënter te organiseren en de administratieve en toezichtlasten te reduceren. Via hetzelfde elektronisch portaal wordt ook de melding op grond van artikel 6b, eerste lid, van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen gedaan.
2. In afwijking van het eerste lid, meldt de kapitein, exploitant of agent van een schip dat onderweg is naar een in Nederland gelegen haven zich op een door de desbetreffende bevoegde autoriteit bekend gemaakte alternatieve wijze indien het schip onderweg is naar een haven die niet is aangesloten op het in het eerste lid bedoelde portaal.
3. In afwijking van het eerste lid, meldt de kapitein van een schip dat onderweg is naar een in Nederland gelegen haven zich op een door de desbetreffende bevoegde autoriteit bekend gemaakte alternatieve wijze indien elektronische melding van hem niet verlangd kan worden bij gebreke van aan boord daartoe geschikte communicatieapparatuur terwijl ook redelijkerwijs van hem niet verlangd kan worden dat een exploitant of agent aan de wal deze melding voor hem verricht.
4. Door vernummering vervallen.
5. De betreffende ontvanger van gegevens draagt er zorg voor dat de in dit artikel bedoelde wijzen van melden bekend worden gemaakt aan de scheepvaart.
Hoofdstuk 3. Overige meldingen zeescheepvaart
Paragraaf 1. Meldingen ten behoeve van beloodsing
Artikel 11
Bij de melding, bedoeld in artikel 19, tweede lid, onderdeel a, van het Loodsplichtbesluit 2021, verstrekt de kapitein van een schip de volgende gegevens:
a. a. naam, roepnaam, IMO-identificatienummer en MMSI-nummer van het schip; b. b. de naam, het adres en het telefoonnummer van de agent, kapitein of exploitant van het schip; c. c. de haven van bestemming en de vermoedelijke aankomsttijd bij het loodsstation indien het schip komende van zee onderweg is naar een Nederlandse haven of indien het schip vertrekt vanuit een haven, het tijdstip waarop en de locatie waar de loods wordt verwacht; en d. d. alle overige voor de beloodsing van het betreffende schip relevante gegevens over het schip en de reis.
Artikel 12
1.
De melding, bedoeld in artikel 19, tweede lid, onderdeel a, van het Loodsplichtbesluit 2021, ten behoeve van een schip dat komende van zee een haven wil binnenvaren, geschiedt:
1°. 1°. ten minste 24 uur voor aankomst; of 2°. 2°. indien de bestemming bij de afvaart uit de vorige haven bekend was en de reisduur minder dan 24 uur bedraagt, uiterlijk op het tijdstip waarop het schip de vorige haven verlaat; of 3°. 3°. indien de bestemming bij de afvaart uit de vorige haven nog niet bekend was of tijdens de reis wordt gewijzigd, zodra deze bekend is.
2. De melding, bedoeld in artikel 19, tweede lid, onderdeel a, van het Loodsplichtbesluit 2021, ten behoeve van een schip dat naar zee vertrekt, geschiedt ten minste 24 uur voor vertrek of indien de afvaart op dat moment nog niet was voorzien, ten minste 12 uur voor vertrek.
3. In alle andere dan de in het eerste en tweede lid bedoelde gevallen, geschiedt de melding ten minste 6 uur voor aankomst of vertrek van het schip.
4. De meldingen, bedoeld in dit artikel, geschieden zo mogelijk elektronisch of op een alternatieve wijze die door of namens de betreffende Regionale loodsencorporatie wordt bekend gemaakt.
Artikel 13
In afwijking van de artikelen 11 en 12, geschiedt de melding, bedoeld in artikel 19, tweede lid, onderdeel a, van het Loodsplichtbesluit 2021, voor schepen die loodsplichtig zijn tijdens de vaart op de scheepvaartwegen die worden bedoeld in hoofdstuk 5 van de Loodsplichtregeling 2021 overeenkomstig artikel 13 respectievelijk 14 van het Scheldereglement en de daarop berustende bepalingen.
Artikel 14
Wijzigingen in de op grond van artikel 11 aangeleverde gegevens en wijzigingen van meer dan 30 minuten in de eerder medegedeelde aankomst- of vertrektijd worden onmiddellijk doorgegeven.
Paragraaf 2. Incidentmeldingen aan de Kustwacht Nederland
Artikel 15
1. Een melding als bedoeld in artikel 5, eerste lid, of 17, eerste lid, van de Wet bestrijding maritieme ongevallen en artikel 12, eerste en tweede lid, van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen, wordt gedaan aan de Directeur van de Kustwacht Nederland.
2. Een melding als bedoeld in het eerste lid bevat in elk geval de gegevens, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart.
3. Een melding als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen bevat naast de gegevens, bedoeld in het tweede lid, ook de genomen maatregelen met betrekking tot assistentie en berging en de hoeveelheid en soort van de olie, de schadelijke vloeistof, de schadelijke stof in verpakte vorm of de gevaarlijke stoffen aan boord.
Artikel 15a
De melding van het verlies of de lozing van vistuig, bedoeld in voorschrift 10.6 van Bijlage V bij het op 2 november 1973 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen met Protocollen en Bijlagen met Aanhangsels (Trb. 1975, 147), en met het op 17 februari 1978 te Londen tot stand gekomen Protocol bij dat Verdrag met Bijlage en Aanhangsels (Trb. 1978, 188), wordt gedaan aan de Directeur van de Kustwacht Nederland.
Hoofdstuk 4. Internationale uitwisseling van scheepvaartgegevens
Artikel 16
De directeur-generaal Rijkswaterstaat wordt aangewezen als NCA-SafeSeaNet en tevens als RIS-autoriteit, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van het besluit.
Artikel 17
1. De in artikel 6b, tweede lid, van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen en artikel 11 van het besluit bedoelde gegevens worden overeenkomstig de daaraan in het IFCD gestelde eisen aan SafeSeaNet doorgegeven.
2. Onverminderd het eerste lid geschiedt de uitwisseling van gegevens, bedoeld in de artikelen 12, 13 en 16 van het besluit, op de tussen de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de desbetreffende bevoegde autoriteit, binnen de randvoorwaarden van het IFCD, schriftelijk overeengekomen wijze.
Hoofdstuk 5. Bepalingen in verband met de richtlijn river information services
Artikel 18
Voor de toepassing van artikel 21, derde lid, van het besluit, worden, in afwijking van artikel 11.5a van de Telecommunicatiewet de volgende RIS-diensten aangeboden:
a. a. diensten ter voorkoming van hinder en ter vergroting van de veiligheid op de scheepvaartwegen zoals het managen van het scheepvaartverkeer in het algemeen en in het bijzonder na incidenten en ongevallen, bij onoverzichtelijke situaties en bij knooppunten van vaarwegen; en b. b. diensten ter bevordering van de vlotte doorvaart van het scheepvaartverkeer bij het schutten van de scheepvaart bij sluizen en bij de bediening van bruggen.
Hoofdstuk 6. Bepalingen in verband met lrit
Artikel 19
Voor de toepassing van hoofdstuk 6 van het besluit wordt aangewezen als:
a. a. LRIT-datacentrum: het datacentrum voor long range identification and tracking van de Europese Unie (EU-LRIT-DC); b. b. applicatie-service provider: Collecte Localisation Satellites; c. c. organisatie die bevoegd is meldplichtige gegevens bij het LRIT-datacentrum op te vragen: de Kustwacht Nederland, tevens in zijn hoedanigheid van Search and Rescue dienst bedoeld in artikel 24, tweede lid, van het besluit; d. d. organisatie die bevoegd is aan te geven met welke intervallen meldplichtige gegevens door middel van het LRIT worden verzonden: de Kustwacht Nederland; e. e. organisatie aan wie wordt gemeld dat het LRIT is uitgeschakeld: de Kustwacht Nederland.
Hoofdstuk 7. Uitluisteren en communicatie
Artikel 20
1. Uitluisteren, communicatie door en met verkeersdeelnemers met betrekking tot nautisch- of veiligheidsverkeer en het maken van afspraken tussen verkeersdeelnemers onderling, vindt uitsluitend plaats op de door de desbetreffende bevoegde autoriteit aan de scheepvaart bekend gemaakte marifoonkanalen.
2. Voor de in het eerste lid bedoeld communicatie en het maken van afspraken wordt bij voorkeur de Engelse taal gebruikt. Het gebruik van de Nederlandse of een andere taal is toegestaan als dat ter plaatse gebruikelijk is.
Artikel 20a
1. Gedurende loodsen op afstand gebruikt de kapitein de Engelse taal, dan wel op aangeven van de loods de voorgeschreven of gebruikelijke voertaal van het betreffende gebied.
2. De kapitein maakt bij loodsen op afstand vanaf de wal gebruik van het marifoonkanaal, dat door de bevoegde autoriteit is bekendgemaakt.
3. De kapitein die gebruik maakt van loodsen op afstand, bevestigt direct de ontvangst van elk advies, en herhaalt daarbij de koers- en vaartadviezen, en op verzoek de overige adviezen.
4. De kapitein die gebruik maakt van loodsen op afstand meldt de loods direct wanneer en op welke wijze hij afwijkt van een door de loods gegeven advies.
Hoofdstuk 8. Aanpassings-, slot- en overgangsbepalingen
Artikel 21
Wijzigt de Beschikking aanwijzing bevoegde autoriteiten Binnenvaartpolitiereglement.
Artikel 22
Wijzigt de Aanwijzing bevoegde autoriteit Scheepvaartreglement Kanaal van Gent naar Terneuzen.
Artikel 23
Wijzigt de Regeling aanwijzing bevoegde autoriteiten Scheepvaartreglement territoriale zee.
Artikel 24
Wijzigt de Regeling havenstaatcontrole 2011.
Artikel 25
Wijzigt de Regeling communicatie rijksbinnenwateren.
Artikel 26
Vervallen
Artikel 27
De volgende regelingen worden ingetrokken:
a. a. de Regeling communicatie en loodsaanvragen zeevaart, met dien verstande dat de melding bij PLVTS voor de aanloop naar Scheveningen en Rotterdam, bedoeld in de bijlage 2 van die regeling eerst met ingang van 1 juni 2015 vervalt; b. b. de Regeling meldingen en voorvallen op zee 2005; c. c. de Regeling verstrekken gegevens scheepvaart 2007; d. d. het besluit van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 10 juli 2009, nr. CEND/HDJZ-2009/805 sector SCH, houdende aanwijzen datacentrum, applicatie-service provider, en organisaties met bepaalde bevoegdheden met betrekking tot long range identification and tracking (LRIT) voor de zeevaart (Stcrt. 10815); en e. e. het besluit van de Minister van Infrastructuur en Milieu van 11 maart 2011, nr. IENM/BSK-2011/20583, houdende aanwijzing DG RWS als nationaal bevoegde autoriteit SSN en bevoegde instantie RIS.
Artikel 28
Na inwerkingtreding van deze regeling berust de op grond van artikel 3, tweede lid, van de Regeling verstrekking gegevens scheepvaart 2007 of de op grond van artikel 2, tweede lid, van de Regeling verstrekking gegevens scheepvaart, door de Minister van Infrastructuur en Milieu en de desbetreffende autoriteit, overeengekomen wijze van melden, op artikel 17, tweede lid, van deze regeling.
Artikel 29
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling meldingen en communicatie scheepvaart.
Artikel 30
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 19 mei 2012, met uitzondering van de artikelen 7, onderdeel c, en 10, eerste, derde en vierde lid, die met ingang van 1 juni 2015 in werking treden.
2. Artikel 26 vervalt met ingang van 1 juni 2015.
Bijlage . behorend bij
Bijlage 2
Vervallen