rijk/ministeriele-regeling/regeling-meldings-en-informatieplicht-vervoer-gevaarlijke-stoffen-door-de-lucht/BWBR0027348
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling meldings- en informatieplicht vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht. BWBR0027348 ministeriele-regeling geldend 2003-03-16 https://wetten.overheid.nl/BWBR0027348 Regeling meldings- en informatieplicht vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht.

Regeling meldings- en informatieplicht vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *incident:* incident met gevaarlijke stoffen (Dangerous goods incident) als bedoeld in Hoofdstuk 1 van Annex 18;

b. b.

    *minister:* Minister van Infrastructuur en Milieu;

c. c.

    *NOTOC:* mededeling aan de gezagvoerder als bedoeld in Deel 7, hoofdstuk 4, § 1 van de Technische Voorschriften;

d. d.

    *ongeval:* ongeval met gevaarlijke stoffen (Dangerous goods accident) als bedoeld in Hoofdstuk 1 van Annex 18;

e. e.

    *PSN:* juiste vervoersnaam (proper shipping name);

f. f.

    *Technische Voorschriften:* Technische Voorschriften als gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht.

Artikel 2

Vervallen

Hoofdstuk 2. Melding van voorvallen

Artikel 3

1. Ieder incident of ongeval dient onverwijld te worden gemeld, ongeacht of de gevaarlijke stoffen in vracht, luchtpost, of bagage van passagiers of bemanning worden vervoerd.

2. De melding van een incident of ongeval vindt elektronisch, per fax of schriftelijk plaats aan de Inspectie Leefomgeving en Transport.

3. De melding wordt gedaan overeenkomstig het model zoals opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage.

Artikel 4

1.

De melding vindt zo nauwkeurig mogelijk plaats en bevat alle met betrekking tot het incident of ongeval relevante informatie. De melding bevat, voor zover op het moment waarop de melding wordt opgesteld bekend, in ieder geval de volgende gegevens:

a. a. de datum waarop het incident of ongeval plaatsvond; b. b. de plaats van het incident of ongeval en, indien van toepassing, het vluchtnummer en de vluchtdatum van de vlucht; c. c. een omschrijving van de goederen en het referentienummer van de luchtvrachtbrief, de postzak, het bagagelabel en het vliegticket; d. d. de naam van de gevaarlijke stof, zijnde de PSN, inclusief de technische naam, indien van toepassing, en het UN-nummer zoals aangegeven in Deel 3, Hoofdstuk 2, tabel 3.1, van de Technische Voorschriften; e. e. de klasse en voor zover van toepassing de divisie van de gevaarlijke stof alsmede het secundair risico van die stof; f. f. indien van toepassing, type van de verpakking en het verpakkingskeurmerk; g. g. hoeveelheid van de betrokken stof; h. h. naam en adres van de verlader of de passagier; i. i. mogelijke oorzaak of oorzaken van het incident of ongeval; j. j. naar aanleiding van het incident of ongeval genomen acties; k. k. eerder naar aanleiding van het incident of ongeval gedane melding of meldingen.

2. De melding bevat de naam, de functie, het adres en het telefoonnummer van degene die de melding heeft gedaan.

3. Afschriften van de relevante documenten en genomen foto's dienen met de melding te worden meegestuurd of in geval van elektronische melding hetzij elektronisch te worden meegezonden hetzij onverwijld te worden toegestuurd.

Artikel 5

Behoudens in geval van onmiddellijk gevaar mogen de gevaarlijke stoffen, waarop de melding betrekking heeft, alsmede de verpakking niet worden verplaatst dan na toestemming van de Inspectie Leefomgeving en Transport.

Hoofdstuk 3. Informatie geven aan hulpverlenende instanties

Artikel 6

In geval van

a. a. een ongeval, of b. b. een incident, dat zich heeft voorgedaan onder omstandigheden dat bijna een ongeval heeft plaatsgevonden,

geeft de houder van het desbetreffende luchtvaartuig onverwijld alle informatie over de aan boord van dat luchtvaartuig vervoerde gevaarlijke stoffen aan de betrokken hulpverlenende instanties, eventueel door tussenkomst van de luchtvaart- of luchthavenautoriteiten of de Inspectie Leefomgeving en Transport.

Artikel 7

1.

De houder van het desbetreffende luchtvaartuig verstrekt in de in artikel 6 genoemde gevallen tenminste de volgende informatie over de vervoerde gevaarlijke stoffen:

a. a. de klasse en voor zover van toepassing de divisie van de gevaarlijke stof alsmede het secundair risico van die stof; b. b. het UN-nummer, zoals aangegeven in Deel 3, Hoofdstuk 2, tabel 3.1, van de Technische Voorschriften; c. c. de hoeveelheid van de desbetreffende stof of stoffen aan boord van het luchtvaartuig; d. d. de locatie van de desbetreffende stof of stoffen aan boord van het vliegtuig.

2. De in het eerste lid bedoelde informatie kan worden gegeven door overhandiging van een duidelijk leesbare NOTOC betreffende de lading, of een afschrift daarvan.

Hoofdstuk 4. Diverse bepalingen

Artikel 8

1. Een afschrift, daaronder begrepen een elektronisch afschrift, van de NOTOC wordt door de houder van het desbetreffende luchtvaartuig tot 12 uur na de vlucht bewaard op een zodanige plaats op de grond, dat te allen tijde terstond over de inhoud van de NOTOC beschikt kan worden.

2.

Het in het eerste lid bedoelde afschrift is

a. a. aanwezig op het station van vertrek op de luchthaven, of b. b. voor zover het betreft vluchten die al dan niet met een andere bestemming aankomen in Nederland aanwezig op het station van aankomst op de luchthaven in Nederland, voordat de vlucht is gearriveerd.

Artikel 9

De houder van het luchtvaartuig draagt er zorg voor, dat de inhoud van de artikelen 2 tot en met 8 in het vluchthandboek is opgenomen.

Artikel 10

Handelen in strijd met de artikelen 2, 3, 4, 5, 6, 7 of 8 vormt een strafbaar feit.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking met ingang van 16 maart 2003.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling meldings- en informatieplicht vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht.

Bijlage . als bedoeld in

[afbeelding]