40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling nationale en bovenregionale recherche | BWBR0016290 | ministeriele-regeling | geldend | 2005-09-23 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0016290 | Regeling nationale en bovenregionale recherche |
Regeling nationale en bovenregionale recherche
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. ministers: de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de minister van Justitie; b. b. DNR: de Dienst Nationale Recherche van het Korps landelijke politiediensten, bedoeld in artikel 3; c. c. Bovenregionale recherche: een organisatorisch onderdeel binnen een centrumkorps waarvan een bovenregionaal rechercheteam, een interregionaal fraudeteam en een interregionaal milieuteam onderdeel uitmaken, met uitzondering van het centrumkorps Utrecht, waar dit slechts bestaat uit een bovenregionaal rechercheteam; d. d. samenwerkingsgebieden: gebieden van de samenwerkende regio’s, zoals opgenomen in bijlage I; e. e. centrumkorps: het regionale politiekorps, waar een bovenregionaal rechercheteam als bedoeld in artikel 7 beheersmatig is ondergebracht; f. f. hoofdofficier van Justitie van het centrumkorps: de hoofdofficier van Justitie van het arrondissement waarin het centrumkorps is gelegen; g. g. horizontale fraude: fraude in het particuliere geld- en goederenverkeer, met een particuliere partij als benadeelde; h. h. aandachtsgebieden: het geheel van delictsoorten of clusters van delictsoorten, dadergroepen, aanpakstrategieën of geografische gebieden waarop de activiteiten van de DNR kunnen worden gericht; i. i. taakaccent: gebied binnen de horizontale fraude, waarop expertise wordt ontwikkeld door een Bovenregionaal rechercheteam; j. j. bovenregionaal rechercheoverleg (BRO): het overlegorgaan bedoeld in artikel 9.
Paragraaf 2. Beleidsprogramma georganiseerde criminaliteit
Artikel 2
1. Het Korps landelijke politiediensten stelt in opdracht van het College van procureurs-generaal vierjaarlijks een nationaal dreigingsbeeld op ten behoeve van de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit.
2. Het College van procureurs-generaal stelt in opdracht van de minister van Justitie vierjaarlijks een beleidsprogramma op voor de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit.
3. De ministers stellen, mede op basis van het beleidsprogramma als bedoeld in het tweede lid, gezamenlijk, vierjaarlijks de hoofdlijnen van het beleid met betrekking tot de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit vast.
Paragraaf 3. Instelling, taak en sturing Dienst Nationale Recherche
Artikel 3
Er is een DNR die als afzonderlijke en herkenbare organisatorische en bedrijfsmatige eenheid deel uitmaakt van het Korps landelijke politiediensten en onder gezag staat van de hoofdofficier van justitie van het Landelijk Parket.
Artikel 4
1. De hoofdofficier van justitie van het Landelijk Parket stelt in opdracht van het College van procureurs-generaal ter uitvoering van het beleidsprogramma vierjaarlijks een plan van aanpak op voor de bestrijding door de DNR van de zware georganiseerde criminaliteit.
2. In het plan van aanpak, bedoeld in het eerste lid, worden de aandachtsgebieden voor de DNR bepaald, alsmede de criteria voor de toedeling van onderzoeken aan de DNR.
Artikel 5
De DNR heeft tot taak:
a. a. het binnen vooraf bepaalde aandachtsgebieden verrichten van onderzoeken naar zware en georganiseerde criminaliteit die naar aard of organisatie een landelijk of internationaal karakter hebben en die de rechtsstaat in ernstige mate bedreigen. b. b. het afhandelen van gecompliceerde internationale rechtshulpverzoeken op de aandachtsgebieden van de DNR en van gecompliceerde rechtshulpverzoeken die niet zijn terug te brengen op een specifieke regio of opsporingsinstantie; c. c. het verrichten van onderzoeken van nationaal belang zoals die door het College van procureurs-generaal als zodanig zijn aangewezen en die naar aard of methodiek aansluiten bij de dienst; d. d. het leveren van capaciteit ten behoeve van internationale samenwerkingsverbanden; e. e. het vervullen van een landelijke expertisefunctie op de voor de DNR vastgestelde aandachtsgebieden, ten behoeve van het opstellen van criminaliteitsbeeldanalyses en het nationaal dreigingsbeeld alsmede het vervullen van deze functie ter ondersteuning van de bestrijding en voorkoming van zware en georganiseerde criminaliteit en van de operationele onderzoeken van de dienst en andere opsporingseenheden; f. f. de bestrijding van de productie en verspreiding van XTC, de bestrijding van terrorisme en het verrichten van onderzoeken naar oorlogsmisdrijven.
Artikel 6
De DNR wordt, naast een centrale vestiging, gedeconcentreerd gehuisvest binnen de samenwerkingsgebieden, genoemd in bijlage I. Wijzigingen worden ter vaststelling voorgelegd aan de ministers.
Paragraaf 4. Instelling, taak en sturing bovenregionale recherche
Artikel 7
1. Binnen de in bijlage I genoemde samenwerkingsgebieden wordt bovenregionale recherche ingesteld. De binnen een samenwerkingsgebied betrokken korpsen vormen een bovenregionaal rechercheteam, dat als herkenbare organisatorische en bedrijfsmatige eenheid deel uit maakt van het centrumkorps. Dit geldt niet voor de korpsen Flevoland, Utrecht en Gooi en Vechtstreek, die binnen het samenwerkingsgebied, behorend bij centrumkorps Utrecht, een bovenregionaal rechercheteam vormen, en niet voor het centrumkorps Amsterdam-Amstelland dat zelfstandig een bovenregionaal rechercheteam vormt.
2. Een bovenregionaal rechercheteam staat onder gezag van de hoofdofficier van justitie van het centrumkorps.
3. Een interregionaal milieuteam vormt een herkenbare organisatorische en bedrijfsmatige eenheid binnen de bovenregionale recherche.
4. In afwijking van het tweede lid, staat een interregionaal milieuteam, voor wat betreft de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 8, onder e, onder gezag van de hoofdofficier van justitie van het Functioneel Parket.
Artikel 8
De bovenregionale recherche heeft tot taak:
a. a. het verrichten van tactische en financiële opsporingsonderzoeken, alsmede het afhandelen van internationale rechtshulpverzoeken, naar vormen van middencriminaliteit die criminele groeperingen betreffen die in verschillende politieregio’s actief zijn of criminele verschijnselen betreffen die zich in samenhang voordoen in het gehele land en de regionale recherchedienst van een politiekorps gedurende te lange tijd te zwaar zouden belasten; b. b. het verrichten van zware en middelzware opsporingsonderzoeken, alsmede het afhandelen van internationale rechtshulpverzoeken, naar horizontale fraude in het samenwerkingsgebied of binnen het toegewezen taakaccent; c. c. het vervullen van een expertisefunctie op het gebied van horizontale fraude en financieel rechercheren; d. d. het in stand houden van een fraudemeldpunt op het aangewezen taakaccent; e. e. het verrichten van tactische opsporingsonderzoeken naar complexe bovenregionale en ketengerelateerde milieudelicten. Deze taak wordt binnen de bovenregionale recherche opgedragen aan het interregionaal milieuteam.
Artikel 9
1. Er is een bovenregionaal rechercheoverleg (BRO) dat onderzoeken toewijst aan de bovenregionale rechercheteams, taakaccenten toewijst en zorgdraagt voor inzicht in de aanpak van alsmede de beleidsmatige en beheersmatige afstemming met betrekking tot de uitoefening van de taak als bedoeld in artikel 8, onderdelen a tot en met d, door de bovenregionale rechercheteams.
2. Het BRO bestaat uit twee (fungerend)hoofdofficieren van justitie van arrondissementsparketten, twee korpsbeheerders van regionale politiekorpsen, alsmede twee korpschefs van regionale politiekorpsen. De leden van het BRO worden benoemd door de ministers. De korpsbeheerders en de korpschefs worden voorgedragen uit de kringen van de korpsbeheerders respectievelijk de korpschefs.
3. Eén van de (fungerend) hoofdofficieren van justitie treedt op als voorzitter van het BRO.
4. De voorzitter van het BRO doet jaarlijks namens het BRO verslag aan de ministers over de werkzaamheden van het bovenregionaal rechercheoverleg en de milieukamer, bedoeld in artikel 9a, eerste lid. Het verslag wordt toegezonden aan de korpsbeheerders van de centrumkorpsen.
Artikel 9a
1. Er is een milieukamer die binnen de in artikel 8, onderdeel e, genoemde taak onderzoeken toewijst aan de interregionale milieuteams.
2. De milieukamer bestaat uit de hoofdofficier van justitie van het Functioneel Parket, een korpsbeheerder, en een korpschef. De leden van de milieukamer worden benoemd door de ministers.
3. De hoofdofficier van justitie van het Functioneel Parket treedt op als voorzitter van de milieukamer.
4. De milieukamer brengt haar beslissingen ter kennis van het BRO en stemt zo nodig af met het BRO.
Artikel 10
1. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt jaarlijks het budget ten behoeve van de bovenregionale rechercheteams vast, alsmede het deel binnen dat budget dat is bestemd voor de interregionale milieuteams.
2. De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, wordt krachtens artikel 3, eerste lid, van het Besluit financiën regionale politiekorpsen beschikbaar gesteld aan de centrumkorpsen onder de voorwaarde dat wordt gehandeld overeenkomstig deze regeling, de toewijzing van onderzoeken en taakaccenten door het BRO, bedoeld in artikel 9, eerste lid, en de toewijzing van onderzoeken door de milieukamer, bedoeld in artikel 9a, eerste lid.
3. De korpsbeheerder van een centrumkorps alsmede het regionale college van de desbetreffende regio maken bij het opstellen van de stukken, bedoeld in artikel 28 van de Politiewet 1993 onderscheidenlijk bij het vaststellen van de stukken, bedoeld in artikel 31 van de Politiewet 1993, een onderscheid tussen de bovenregionale recherche en de overige onderdelen van het korps.
Artikel 11
De bovenregionale rechercheteams kunnen binnen het samenwerkingsgebied gedeconcentreerd worden gehuisvest. De korpsbeheerder van het centrumkorps stelt, in overeenstemming met de hoofdofficier van justitie van het centrumkorps, de vestigingsplaats(en) van het bovenregionale rechercheteam vast, gehoord de korpsbeheerders van de korpsen alsmede de hoofdofficieren van justitie van de parketten behorend tot het samenwerkingsgebied.
Paragraaf 4a. Instelling, taak en sturing landelijk internationaal rechtshulpcentrum
Artikel 11a
Er is een landelijk internationaal rechtshulpcentrum dat als afzonderlijke en herkenbare organisatorische en bedrijfsmatige eenheid deel uitmaakt van het Korps landelijke politiediensten en onder gezag staat van de hoofdofficier van justitie van het Landelijk Parket.
Artikel 11b
Het landelijk internationaal rechtshulpcentrum heeft in ieder geval tot taak:
a. a. de registratie van rechtshulpverzoeken ten behoeve van het Korps landelijke politiediensten en de bijzondere opsporingsdiensten; b. b. de uitvoering van eenvoudige rechtshulpverzoeken ten behoeve van het Korps landelijke politiediensten, alsmede de coördinatie van de uitvoering en het toezicht op de kwaliteit van de afhandeling van overige rechtshulpverzoeken ten behoeve van dit korps; c. c. de uitvoering van eenvoudige rechtshulpverzoeken ten behoeve van de bijzondere opsporingsdiensten; d. d. het zijn van kennis- en expertisecentrum op het gebied van internationale rechtshulp; e. e. het beheer van de informatiekanalen genoemd in bijlage III.
Paragraaf 4b. Instelling, taak en sturing internationaal rechtshulpcentrum
Artikel 11c
1. Binnen de in bijlage I genoemde samenwerkingsgebieden, met uitzondering van het samenwerkingsgebied, behorend bij centrumkorps Utrecht, wordt door de daarbinnen betrokken korpsen een internationaal rechtshulpcentrum ingesteld, dat als herkenbare organisatorische en bedrijfsmatige eenheid deel uitmaakt van het centrumkorps.
2. Een internationaal rechtshulpcentrum staat onder gezag van de hoofdofficier van justitie van het centrumkorps.
Artikel 11d
Een internationaal rechtshulpcentrum heeft in ieder geval tot taak:
a. a. registratie van rechtshulpverzoeken; b. b. de uitvoering van eenvoudige rechtshulpverzoeken, alsmede de coördinatie van de uitvoering en het toezicht op de kwaliteit van de afhandeling van overige rechtshulpverzoeken; c. c. het zijn van kennis- en expertisecentrum op het gebied van internationale rechtshulp.
Artikel 11e
1. Een internationaal rechtshulpcentrum wordt door de ministers ieder voor de helft bekostigd. De ministers stellen jaarlijks het budget vast.
2. De korpsbeheerder van een centrumkorps alsmede het regionale college van de desbetreffende regio maken bij het opstellen van de stukken, bedoeld in artikel 28 van de Politiewet 1993, onderscheidenlijk bij het vaststellen van de stukken, bedoeld in artikel 31 van die wet, onderscheid tussen het internationale rechtshulpcentrum en de overige onderdelen van het korps.
Artikel 11f
De korpsbeheerder van het centrumkorps stelt, in overeenstemming met de hoofdofficier van justitie van het centrumkorps de vestigingsplaats van het internationale rechtshulpcentrum vast, gehoord de korpsbeheerders van de korpsen alsmede de hoofdofficieren van justitie van de parketten behorend tot het samenwerkingsgebied.
Paragraaf 5. Afstemming tussen de nationale recherche en bovenregionale recherche alsmede samenwerking met regionale politiekorpsen
Artikel 12
1. De korpsbeheerder van het Korps landelijke politiediensten, de hoofdofficier van justitie van het Landelijk Parket en de korpschef van het Korps landelijke politiediensten voeren regelmatig overleg met het BRO.
2. De voorzitter van het BRO doet jaarlijks verslag aan de ministers van de resultaten van de in dit artikel bedoelde overleggen.
Artikel 13
De korpsbeheerders van het Korps landelijke politiediensten, de centrumkorpsen en de overige regionale politiekorpsen maken afspraken over het te voeren personeelsbeleid voor het personeel dat te werk wordt gesteld bij de DNR en het landelijk internationaal rechtshulpcentrum, respectievelijk de bovenregionale rechercheteams en de internationale rechtshulpcentra bij de centrumkorpsen.
Artikel 14
De korpsbeheerders van het Korps landelijke politiediensten en van de centrumkorpsen maken afspraken over beheersmatige en operationele samenwerking.
Artikel 15
Ten behoeve van de ontwikkeling van het nationaal dreigingsbeeld, als bedoeld in artikel 2, alsmede van de taakuitvoering van de DNR en de bovenregionale recherche leveren de regionale politiekorpsen en het Korps landelijke politiediensten informatie aan bij de Dienst Nationale Rechercheinformatie van het Korps landelijke politiediensten volgens door de ministers vastgestelde eisen.
Paragraaf 6. Overgangsbepalingen
Artikel 16
1. Het budget van de DNR wordt per 1 januari 2004 gebaseerd op tenminste het aantal budgetverdeeleenheden zoals dat in de krachtens art. 2, achtste lid, Besluit financiën regionale politiekorpsen, vastgestelde circulaire voor het jaar 2003 is toegekend ten behoeve van de kernteams als bedoeld in de Regeling kernteams, het Landelijk Rechercheteam, bedoeld in de Regeling landelijk rechercheteam, alsmede van de teams en units als bedoeld in bijlage II, vermenigvuldigd met het normbedrag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d, van het Besluit financiën regionale politiekorpsen, vermeerderd met het aan het Korps landelijke politiediensten toegekende budget ten behoeve van NOVO en terrorismebestrijding.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 10 is het budget van elk van de bovenregionale rechercheteams voor het jaar 2004 bepaald op 1% van de budgetverdeeleenheden die op grond van artikel 2, tweede lid, Besluit financiën regionale politiekorpsen zijn toegekend aan de tot de samenwerkingsgebieden behorende regionale politiekorpsen vermenigvuldigd met het normbedrag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d, van het Besluit financiën regionale politiekorpsen, vermeerderd met het aantal budgetverdeeleenheden ten behoeve van de binnen de respectieve samenwerkingsgebieden opererende interregionale fraudeteams, zoals dat is vastgesteld voor het jaar 2003 in de krachtens artikel 2, achtste lid, vastgestelde circulaire, vermenigvuldigd met het normbedrag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d, van het Besluit financiën regionale politie.
Artikel 16a
Het budget van een interregionaal milieuteam wordt voor de jaren 2005 en 2006 bepaald op 20 budgetverdeeleenheden vermenigvuldigd met 1,2 van het normbedrag als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d, van het Besluit financiën regionale politiekorpsen.
Artikel 16b
De ministers stellen de formatie van de internationale rechtshulpcentra bij de centrumkorpsen voor het jaar 2005 vast overeenkomstig bijlage IV.
Artikel 17
Vervallen
Artikel 18
De Regeling kernteams en de Regeling landelijk rechercheteam worden ingetrokken.
Artikel 19
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2004.
Artikel 20
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling nationale en bovenregionale recherche.
Bijlage I. Indeling samenwerkingsgebieden en aanwijzing centrumkorpsen
Tot het samenwerkingsgebied, behorend bij centrumkorps IJsselland, behoren de volgende politieregio’s:
Groningen
Fryslân
Drenthe
IJsselland
Twente
Noord- en Oost-Gelderland
Gelderland-Midden
Gelderland-Zuid
Flevoland, voor zover het betreft de taken, bedoeld in artikel 8, onder b tot en met e
Tot het samenwerkingsgebied, behorend bij centrumkorps Kennemerland, behoren de volgende politieregio’s:
Utrecht, voor zover het betreft de taken, bedoeld in artikel 8, onder b tot en met e
Noord-Holland Noord
Zaanstreek-Waterland
Kennemerland
Tot het samenwerkingsgebied, behorend bij centrumkorps Amsterdam-Amstelland, voor zover het betreft de taken, bedoeld in artikel 8, onder b tot en met e, behoren de volgende politieregio’s:
Amsterdam-Amstelland, dat daarnaast zelfstandig een bovenregionaal rechercheteam vormt
Gooi en Vechtstreek
Tot het samenwerkingsgebied, behorend bij centrumkorps Haaglanden, behoren de volgende politieregio’s:
Haaglanden
Hollands Midden
Tot het samenwerkingsgebied, behorend bij centrumkorps Rotterdam-Rijnmond, behoren de volgende politieregio’s:
Rotterdam-Rijnmond
Zuid-Holland-Zuid
Tot het samenwerkingsgebied, behorend bij centrumkorps Brabant Zuidoost, behoren de volgende politieregio’s:
Zeeland
Midden- en West-Brabant
Brabant-Noord
Brabant-Zuid-Oost
Limburg-Noord
Limburg-Zuid
Tot het samenwerkingsgebied, behorend bij centrumkorps Utrecht, met als taak het verrichten van tactische en financiële opsporingsonderzoeken naar vormen van middencriminaliteit als bedoeld in artikel 8, onder a, door middel van een bovenregionaal rechercheteam, behoren de volgende politieregio’s:
Utrecht
Gooi en Vechtstreek
Flevoland
Bijlage II
Bijlage III
Internationale politiële informatie-uitwisseling vindt plaats: