40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling periodiek evaluatieonderzoek en beleidsinformatie 2006 | BWBR0019769 | ministeriele-regeling | geldend | 2006-04-30 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0019769 | Regeling periodiek evaluatieonderzoek en beleidsinformatie 2006 |
Regeling periodiek evaluatieonderzoek en beleidsinformatie 2006
Paragraaf . Definities en reikwijdte
Artikel 1
1.
In deze regeling wordt onder de beleidsinformatie verstaan de informatie betreffende het beleid en de bedrijfsvoering, die is opgenomen in de beleidsartikelen van de begrotingen en de jaarverslagen van het Rijk en die is ontleend aan:
a. a. departementale systemen voor het verzamelen, genereren en veredelen van beleidsinformatie (monitorsystemen); b. b. informatiebronnen van derden; c. c. evaluatieonderzoeken en bedrijfsvoeringsonderzoeken die onder deze regeling vallen.
2. De evaluatieonderzoeken en de bedrijfsvoeringsonderzoeken die onder deze regeling vallen zijn de evaluatieonderzoeken en de bedrijfsvoeringsonderzoeken die zijn geprogrammeerd of genoemd in de beleidsartikelen van de begrotingen en de jaarverslagen van het Rijk.
Artikel 2
1.
Het evaluatieonderzoek dat onder deze regeling valt betreft:
a. a. het evaluatieonderzoek ex ante: een systematische analyse van de te verwachten maatschappelijke effecten van beleidsalternatieven in relatie tot de maatschappelijke kosten. b. b. het evaluatieonderzoek ex post: het periodieke onderzoek naar de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het beleid, bedoeld in artikel 20 van de Comptabiliteitswet 2001.
2. Het bedrijfsvoeringsonderzoek in de zin van deze regeling is het periodieke onderzoek van de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 21 van de Comptabiliteitswet 2001.
Artikel 3
De twee onder deze regeling vallen vormen van evaluatieonderzoek ex post zijn:
a. a. de beleidsdoorlichting: een evaluatie van beleid op het niveau van de algemene of operationele doelstellingen, die de in artikel 8, tweede lid, van deze regeling opgenomen onderdelen omvat; b. b. het effectenonderzoek ex post: het meten van de netto-effecten van beleid.
Artikel 4
Deze regeling heeft ten doel bij te dragen aan de betrouwbaarheid van de beleidsinformatie zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, door waarborgen in het proces van totstandkoming. Deze waarborgen zijn opgenomen in artikel 5 van deze regeling.
Paragraaf . Normenkader beleidsinformatie, evaluatieonderzoek en bedrijfsvoeringsonderzoek
Artikel 5
1.
De beleidsinformatie dient te voldoen aan de onderstaande eisen:
a. a. de beleidsinformatie is binnen het departement op een ordelijke, controleerbare en deugdelijke wijze tot stand gekomen. Dat is het geval als:
1°.
de verantwoordelijkheden en bevoegdheden goed in het totstandkomingsproces zijn belegd;
2°.
het totstandkomingsproces achteraf reconstrueerbaar is;
3°.
de beleidsinformatie die als uitkomst van het totstandkomingsproces wordt opgeleverd op volledige en juiste wijze in de begroting en in het jaarverslag is opgenomen;
4°.
de onafhankelijkheid van de evaluatieonderzoeken en van de bedrijfsvoeringsonderzoeken is geborgd zoals omschreven in artikel 6 van deze regeling;
1°. 1°. de verantwoordelijkheden en bevoegdheden goed in het totstandkomingsproces zijn belegd; 2°. 2°. het totstandkomingsproces achteraf reconstrueerbaar is; 3°. 3°. de beleidsinformatie die als uitkomst van het totstandkomingsproces wordt opgeleverd op volledige en juiste wijze in de begroting en in het jaarverslag is opgenomen; 4°. 4°. de onafhankelijkheid van de evaluatieonderzoeken en van de bedrijfsvoeringsonderzoeken is geborgd zoals omschreven in artikel 6 van deze regeling; b. b. de beleidsinformatie is niet strijdig met de financiële informatie in de begroting of het jaarverslag; c. c. van de beleidsinformatie wordt duidelijk de informatiebron aangegeven.
2. Daarenboven kan de betrokken minister in specifieke gevallen met de Tweede Kamer concrete afspraken maken over aanvullende kwaliteitseisen voor de beleidsinformatie.
Artikel 6
1. Bij de uitvoering van evaluatieonderzoeken en bedrijfsvoeringsonderzoeken worden onafhankelijken betrokken. De wijze waarop onafhankelijken bij het onderzoek betrokken zijn geweest, wordt beschreven in het onderzoeksrapport of het onderzoeksdossier.
2. Met onafhankelijken worden deskundigen bedoeld die geen verantwoordelijkheid dragen voor het te onderzoeken beleid en waarvan een onafhankelijk oordeel mag worden verwacht. Indien daarom wordt verzocht, moet de opdrachtgever van het onderzoek kunnen motiveren waarom de betrokken deskundigen aan deze voorwaarden voldoen.
Paragraaf . Toepassing evaluatieonderzoek
Artikel 7
Bij de beleidsonderbouwing wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van informatie verkregen met evaluatieonderzoek ex ante.
Artikel 8
1. Beleid gericht op de realisatie van de algemene of operationele beleidsdoelstellingen wordt, aansluitend bij de beleidscyclus, periodiek geëvalueerd in een beleidsdoorlichting. Beleidsdoorlichtingen hebben het karakter van een syntheseonderzoek. De beleidsdoorlichtingen worden geprogrammeerd in de begroting.
2.
Een beleidsdoorlichting bestaat uit de volgende onderdelen:
a. a. beschrijving en analyse van het probleem dat aanleiding was voor het beleid; b. b. beschrijving en motivering van de rol van de rijksoverheid; c. c. beschrijving van de onderzochte beleidsdoelstellingen; d. d. beschrijving van de gehanteerde instrumenten en analyse van de maatschappelijke effecten daarvan; e. e. beschrijving van de budgetten die zijn ingezet.
3. De beleidsdoorlichting steunt zoveel mogelijk op (deel)onderzoeken naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid en (deel)onderzoeken naar de doelmatigheid van de bedrijfsvoering.
4. De betrokken minister zendt de beleidsdoorlichting aan de Tweede Kamer.
Artikel 9
Bij de beleidsdoorlichting wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van onder meer effectenonderzoek ex post. De effectenonderzoeken ex post worden geprogrammeerd in de begroting.
Paragraaf . Slotbepaling
Artikel 10
1. De Regeling Prestatiegegevens en Evaluatieonderzoek Rijksoverheid, zoals opnieuw vastgesteld op 15 maart 2004, wordt ingetrokken.
2. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2006.
3. De huidige regeling wordt aangehaald als: Regeling periodiek evaluatieonderzoek en beleidsinformatie 2006.