rijk/ministeriele-regeling/regeling-premieheffing-waz/BWBR0009180
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling premieheffing Waz BWBR0009180 ministeriele-regeling geldend 1998-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0009180 Regeling premieheffing Waz

Regeling premieheffing Waz

Artikel 1

1. Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 71, 72, 73 en 77 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

2. In deze regeling wordt verstaan onder:

3. Voor de toepassing van deze regeling wordt onder mogendheid mede verstaan de Nederlandse Antillen en Aruba.

Artikel 2

Het maximum premie-inkomen, bedoeld in artikel 72, tweede lid, van de wet wordt gesteld op € 38 118.

Artikel 3

Voor de premieheffing behoren niet tot het premie-inkomen:

a. a. winst uit een onderneming of Nederlandse onderneming die niet voor eigen rekening feitelijk wordt gedreven; b. b. winst genoten uit hoofde van een dienstbetrekking; c. c. uitkeringen wegens langdurige arbeidsongeschiktheid op grond van de sociale zekerheidswetgeving van een andere mogendheid die zijn onderworpen aan premieheffing krachtens een wettelijke regeling van die andere mogendheid inzake uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid; d. d. ten aanzien van de verzekerde die tevens inkomensbestanddelen geniet als bedoeld in artikel 4 of 5 van de wet uit hoofde waarvan hij niet is verzekerd: de inkomensbestanddelen uit hoofde waarvan hij niet is verzekerd; e. e. bestanddelen van de winst, bedoeld in artikel 3.78, derde lid, onderdelen a, b en c, van de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel 4

Het bedrag, bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de wet, wordt gesteld op € 13 160.

Artikel 5

1.

De inkomsten uit dienstbetrekking, bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de wet worden gevormd door:

a. a. inkomsten uit in dienstbetrekking verrichte tegenwoordige arbeid; b. b. inkomsten uit tegenwoordige arbeid van de persoon die op grond van artikel 3 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de daarop berustende bepalingen niet als werknemer wordt beschouwd, behoudens:

        1º.
        inkomensbestanddelen uit hoofde waarvan hij verzekerd is;
      
      
        2º.
        inkomsten verkregen uit werkzaamheden als bedoeld in artikel 6, eerste lidaanhef, tweede lidaanhef, derde lidaanhef, vierde lidaanhef, artikel 7, eerste lidaanhef, of artikel 8, eerste lid, van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden werknemersverzekeringen 1990;

1º. 1º. inkomensbestanddelen uit hoofde waarvan hij verzekerd is; 2º. 2º. inkomsten verkregen uit werkzaamheden als bedoeld in artikel 6, eerste lidaanhef, tweede lidaanhef, derde lidaanhef, vierde lidaanhef, artikel 7, eerste lidaanhef, of artikel 8, eerste lid, van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden werknemersverzekeringen 1990; c. c. winst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b; d. d. uitkeringen uit hoofde van de verplichte verzekering op grond van de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Werkloosheidswet hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet en de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria; e. e. uitkeringen uit hoofde van wettelijke regelingen die naar aard en strekking overeenkomen met de in onderdeel d genoemde uitkeringen; en f. f. uitkeringen van een volkenrechtelijke organisatie of op grond van de wetgeving van een andere mogendheid, die naar aard en strekking overeenkomen met de in onderdeel d genoemde uitkeringen;

doch ten hoogste het bedrag aan inkomsten, gelijk aan het loonbedrag waarnaar in een kalenderjaar op grond van artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering ten hoogste premie wordt geheven.

2. Tot de inkomsten uit dienstbetrekking, bedoeld in artikel 73, eerste lid van de wet, behoort niet het bedrag dat tot het belastbaar loon wordt gerekend, bedoeld in artikel 3.145, eerste en derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel 6

Ingeval de premieplicht eindigt met ingang van de eerste dag van de maand waarin de verzekerde de leeftijd van 65 jaar bereikt, wordt van hem de premie geheven naar het heffingspercentage.

Artikel 7

1. Ten aanzien van de persoon die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar niet premieplichtig doch wel belastingplichtig is voor de inkomstenbelasting en op wie artikel 6 van deze regeling niet van toepassing is, wordt voor de premieheffing als premie-inkomen in aanmerking genomen het bedrag dat naar tijdsevenredigheid is afgeleid van het in artikel 2 van deze regeling vermelde premie-inkomen dat maximaal in aanmerking zou zijn genomen indien gedurende het gehele kalenderjaar sprake zou zijn geweest van premieplicht, tenzij toepassing van de bepalingen in de wet of van de overige bepalingen in deze regeling tot een lager premie-inkomen leidt.

2. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt als premie-inkomen geen hoger bedrag in aanmerking genomen dan de inkomensbestanddelen verminderd met het gedeelte daarvan waarop, ingevolge een internationale regeling inzake sociale zekerheid die tussen Nederland en een of meer andere mogendheden van kracht is, de wetgeving van een andere mogendheid van toepassing is, of dat, bij gebreke van een internationale regeling, is onderworpen aan premieheffing krachtens een wettelijke regeling van een andere mogendheid inzake uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid.

Artikel 8

Ingeval het heffingspercentage of het premie-inkomen moet worden bepaald door middel van tijdsevenredige vaststelling, wordt daarbij:

a. a. een kalenderjaar op 360 dagen gesteld; b. b. een kalendermaand op 30 dagen gesteld; c. c. de dag waarop het tijdvak aanvangt als een gehele dag in aanmerking genomen; d. d. de dag waarop het tijdvak eindigt niet in aanmerking genomen.

Artikel 9

Voor de toepassing van artikel 72 van de wet wordt de persoon die verzekerd is uit hoofde van werkzaamheden waarvan de opbrengst niet aan de inkomstenbelasting is onderworpen, geacht ook voor die opbrengst daaraan te zijn onderworpen. In dat geval wordt tot het premie-inkomen gerekend het bedrag aan winst dan wel aan inkomsten uit de werkzaamheden uit hoofde waarvan hij verzekerd is.

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1998.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling premieheffing Waz.