40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling procedure bij reorganisaties EL&I | BWBR0030768 | ministeriele-regeling | geldend | 2011-12-14 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0030768 | Regeling procedure bij reorganisaties EL&I |
Regeling procedure bij reorganisaties EL&I
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*ministerie:* Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
b. b.
*minister:* de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
c. c.
*secretaris-generaal:* de secretaris-generaal van het ministerie;
d. d.
*hoofd van dienst:* hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onder c, van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EL&I 2011;
e. e.
*kernministerie:* hetgeen daaronder wordt verstaan in Hoofdstuk I, onder 2, van de bijlage bij het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EL&I 2011;
f. f.
*buitendienst:* hetgeen daaronder wordt verstaan in Hoofdstuk I, onder 3, van de bijlage bij het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EL&I 2011;
g. g.
*medewerker:* medewerker van het ministerie die op grond van het Algemeen Rijksambtenarenreglement in tijdelijke dienst voor een proeftijd of in vaste dienst is aangesteld;
h. h.
*reorganisatie:* reorganisatie als bedoeld in artikel 49b, tweede lid, onder a, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
i. i.
*nieuwe organisatie:* organisatie van het ministerie of een onderdeel daarvan na reorganisatie;
j. j.
*sleutelfunctie:* functie waaraan in het licht van het reorganisatieproces en tegen de achtergrond van de opbouw van de nieuwe organisatie specifieke eisen worden gesteld.
Artikel 2
1. Benoeming in een sleutelfunctie vindt plaats vooruitlopend op een reorganisatie.
2. Bij het benoemen van sleutelfunctionarissen wordt gebruik gemaakt van een selectieprocedure.
3. Selectiecriteria worden tijdig voor de selectieprocedure door de secretaris-generaal of het met de uitvoering belaste hoofd van een buitendienst bekend gemaakt.
Artikel 3
1. Voor het vervullen van functies in de nieuwe organisatie waarin geen functievolgers zijn geplaatst hebben medewerkers wier functie is opgeheven of die door vermindering van een aantal functies overtollig zijn geworden in de lopende reorganisatie voorrang op herplaatsingskandidaten die uit eerdere reorganisaties afkomstig zijn en op belangstellenden die functievolgend zijn voor andere dan de hier bedoelde, vacante functies.
2. In geval van een reeks van opeenvolgende, onderling samenhangende reorganisaties, doen medewerkers die in één van die reorganisaties herplaatsingskandidaat zijn geworden in de volgende reorganisatie mee in de plaatsingsprocedure, indien hun functie terugkomt in het reorganisatiebereik dat dan van toepassing is.
Artikel 4
1. Er is een centrale Adviescommissie bedenkingen voorgenomen (niet) plaatsing voor het kernministerie.
2. Het hoofd van een buitendienst kan een decentrale Adviescommissie bedenkingen voorgenomen (niet) plaatsing instellen.
3.
De commissie bestaat uit drie leden en is als volgt samengesteld:
a. a. een niet onder het gezagsbereik van de minister ressorterende, onafhankelijke voorzitter; b. b. een lid; c. c. een lid, tevens secretaris, werkzaam onder verantwoordelijkheid van de directie Bedrijfsvoering (HRM).
4. De leden, onder wie de voorzitter, worden door of namens de minister benoemd.
5. De commissie adviseert de minister over tegen een voorgenomen (niet) plaatsing ingebrachte bedenkingen.
6.
Advisering door de commissie is voor (onderdelen van) het kernministerie verplicht in geval van reorganisaties:
a. a. waarop de Regeling procedure bij reorganisatie van toepassing is; b. b. die majeure standplaatswijzigingen ten gevolge hebben; c. c. die veel niet-functievolgers ten gevolge hebben.
7. In alle overige gevallen is advisering door de commissie facultatief.
Artikel 5
1. De medewerker kan binnen twee weken nadat hem het voornemen om hem al dan niet te plaatsen op een passende functie schriftelijk bekend is gemaakt, zijn bedenkingen daartegen schriftelijk indienen.
2. De bedenkingen worden gericht aan de minister, ter attentie van het hoofd van dienst.
3. Binnen twee weken na ontvangst van de bedenkingen vraagt het hoofd van dienst advies aan de in artikel 4 bedoelde commissie. Hij zendt hiertoe alle op de zaak betrekking hebbende stukken en eventueel een schriftelijke reactie mee.
4. Ingeval van een schriftelijke reactie als bedoeld in het derde lid zendt het hoofd van dienst hiervan een afschrift aan de medewerker die zijn bedenkingen kenbaar heeft gemaakt.
5. De medewerker die zijn bedenkingen kenbaar heeft gemaakt wordt door de commissie in de gelegenheid gesteld te worden gehoord voordat een definitief besluit met betrekking tot het al dan niet plaatsen van die medewerker op een functie wordt genomen.
6. De commissie kan na het horen nog nadere informatie inwinnen bij het hoofd van dienst.
7. Binnen zes weken na ontvangst van de bedenkingen adviseert de commissie bij reorganisaties binnen het kernministerie aan de minister, ter attentie van de secretaris-generaal, en in de overige gevallen aan de minister, ter attentie van het hoofd van dienst. Een afschrift van dit advies wordt door de commissie aan de medewerker gezonden.
8. Uiterlijk twee weken na ontvangst van het advies neemt het hoofd van dienst namens de minister een definitief besluit over de (niet) plaatsing.
9. Ten aanzien van ambtenaren voor wie salarisschaal 15 of hoger van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 geldt, respectievelijk kandidaten voor functies waarvoor die salarisschalen gelden, wordt voor “het hoofd van dienst” gelezen: de secretaris-generaal.
10. Een besluit tot plaatsing wordt niet genomen voor zover de uitkomst van een overeenkomstig de voorgaande leden in gang gezette bedenkingenprocedure gevolgen kan hebben voor die plaatsing.
Artikel 6
1. Er is een Toetsingscommissie herplaatsingskandidaten Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.
2.
De commissie bestaat uit vier leden en is als volgt samengesteld:
a. a. een niet onder het gezagsbereik van de minister ressorterende, onafhankelijke voorzitter; b. b. twee leden, op voordracht van de centrales van overheidspersoneel, vertegenwoordigd in het Departementaal Georganiseerd Overleg van het ministerie; c. c. een lid, tevens secretaris, werkzaam onder verantwoordelijkheid van de directie Bedrijfsvoering (HRM).
3. Voor de in het tweede lid, onder b, bedoelde leden kan tevens een plaatsvervanger worden benoemd, eveneens op voordracht van de centrales van overheidspersoneel.
4. De (plaatsvervangende) leden, onder wie de voorzitter, en de secretaris worden door of namens de minister benoemd.
Artikel 7
1. Een herplaatsingskandidaat kan binnen twee weken nadat hem het voornemen tot het verlenen van een reorganisatieontslag schriftelijk bekend is gemaakt, zijn bedenkingen daartegen schriftelijk indienen.
2. De bedenkingen worden gericht aan de minister, ter attentie van de directeur Bedrijfsvoering.
3. Binnen twee weken na ontvangst van de bedenkingen vraagt de directeur Bedrijfsvoering een toetsingsoordeel aan de in artikel 6 bedoelde commissie. Hij zendt hiertoe alle op de zaak betrekking hebbende stukken en eventueel een schriftelijke reactie mee.
4. Ingeval van een schriftelijke reactie als bedoeld in het derde lid zendt de directeur Bedrijfsvoering hiervan een afschrift aan de herplaatsingskandidaat die zijn bedenkingen kenbaar heeft gemaakt.
5. De herplaatsingskandidaat die zijn bedenkingen kenbaar heeft gemaakt wordt door de commissie in de gelegenheid gesteld te worden gehoord voordat een definitief besluit met betrekking tot het al dan niet verlenen van reorganisatieontslag wordt genomen.
6. De commissie kan na het horen nog nadere informatie inwinnen.
7. Binnen zes weken na ontvangst van de bedenkingen geeft de commissie haar toetsingsoordeel aan de directeur Bedrijfsvoering in de vorm van een rapport van bevindingen. Een afschrift van dit rapport wordt door de commissie aan de herplaatsingskandidaat gezonden.
8. Indien de commissie in haar rapport van bevindingen tot het oordeel komt dat meer inspanningen tot herplaatsing aangewezen zijn, geeft zij een termijn aan waarbinnen deze redelijkerwijs hun beslag moeten krijgen, zo mogelijk aangevuld met concrete activiteiten die binnen die termijn ondernomen dienen te worden.
9. De directeur Bedrijfsvoering betrekt namens de minister het rapport van bevindingen van de commissie bij de verdere besluitvorming inzake het voorgenomen reorganisatieontslag.
10. Ten aanzien van ambtenaren voor wie salarisschaal 15 of hoger van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 geldt, wordt voor “de directeur Bedrijfsvoering” gelezen: de secretaris-generaal.
Artikel 8
De Regeling reorganisaties LNV 2007 en de Regeling procedure bij reorganisaties EZ worden ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de in 2011 vastgestelde organisatiebesluiten van de volgende dienstonderdelen:
a. a. nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit; b. b. Dienst Regelingen.
Artikel 9
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 september 2011.
Artikel 10
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling procedure bij reorganisaties EL&I.