rijk/ministeriele-regeling/regeling-regionale-aanpak-voortijdig-schoolverlaten-20202025/BWBR0043356
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 20202025 BWBR0043356 ministeriele-regeling geldend 2020-09-18 https://wetten.overheid.nl/BWBR0043356 Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 20202025

Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 20202025

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1

In deze regeling wordt verstaan onder:

besluit: Besluit regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten;

contactschool: contactschool als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid;

effectrapportage: effectrapportage als bedoeld in artikel 8.25 van de WVO 2020, artikel 8.3.2, zevende lid, van de WEB en artikel 162b, zevende lid, van de WEC;

entreeopleiding: entreeopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel a, van de WEB;

jongere in een kwetsbare positie: jongere die jonger is dan 23 jaar, en

a. a. die instroomt in of doorstroomt naar een entreeopleiding; of b. b. die doorstroomt naar een basisberoepsopleiding of die uitstroomt uit het onderwijs, en die afkomstig is uit:

      1°.
      het voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de WEC;
    
    
      2°.
      het praktijkonderwijs, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, van de WVO 2020;
    
    
      3°.
      de basisberoepsgerichte leerweg van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 2.22, derde lid, van de WVO 2020 of
    
    
      4°.
      een leerwerktraject als bedoeld in artikel 2.103 van de WVO 2020;
    
    
      5°.
      de entreeopleiding;

1°. 1°. het voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de WEC; 2°. 2°. het praktijkonderwijs, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, van de WVO 2020; 3°. 3°. de basisberoepsgerichte leerweg van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 2.22, derde lid, van de WVO 2020 of 4°. 4°. een leerwerktraject als bedoeld in artikel 2.103 van de WVO 2020; 5°. 5°. de entreeopleiding;

minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

nieuwe voortijdig schoolverlater: jongere die jonger is dan 23 jaar en die in enig jaar behoort tot de startpopulatie, bedoeld in bijlage 1, onder I, die het daaropvolgend jaar niet is ingeschreven aan een onderwijsinstelling en die niet behoort tot één van de categorieën, genoemd in bijlage 1, onder II;

onderwijsinstelling: instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de WEB, school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020 of school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de WEC;

plusvoorziening: voorziening ten behoeve van de onderwijsinstellingen in een RMC-regio, die bestaat uit een gecombineerd programma van onderwijs leidend naar het behalen van een startkwalificatie, zorg, hulpverlening en waar nodig arbeidstoeleiding en die wordt aangeboden aan jongeren tot 23 jaar, die zodanig ernstige problemen ondervinden op het gebied van financiën, gezondheid, huisvesting, sociale omgeving of maatschappelijk functioneren dat zij de onderwijsinstelling zonder diploma dreigen te verlaten;

regionaal programma: regionaal programma als bedoeld in artikel 8.3.4, eerste lid, van de WEB, artikel 8.27, eerste lid, van de WVO 2020 en artikel 149, eerste lid, van de WEC;

RMC-contactgemeente: contactgemeente als bedoeld in artikel 8.3.2, derde lid, van de WEB, artikel 147, derde lid, van de WEC en artikel 8.23, eerste en tweede lid, WVO 2020;

RMC-regio: RMC-regio, opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling;

ROD: Register Onderwijsdeelnemers als bedoeld in de Wet register onderwijsdeelnemers;

startkwalificatie: startkwalificatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Leerplichtwet 1969;

studiejaar: tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daaropvolgende jaar;

WEB: Wet educatie en beroepsonderwijs;

WEC: Wet op de expertisecentra;

WVO 2020: Wet voortgezet onderwijs 2020.

Artikel 1.2

De hoofdstukken 3, 4 en 6 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS zijn niet van toepassing op de subsidieverstrekking op grond van paragraaf 3 van deze regeling.

Paragraaf 2. Het regionaal programma voortijdig schoolverlaten

Artikel 2.1

1. In elke RMC-regio wordt een regionaal programma uitgevoerd.

2. Het regionaal programma wordt opgesteld door de contactschool samen met de RMC-contactgemeente. Zij zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van de maatregelen uit het regionaal programma, bedoeld in artikel 3.1.

3. De RMC-contactgemeente en de contactschool in een RMC-regio stellen streefcijfers op voor de betreffende maatregelen uit het regionaal programma, bedoeld in artikel 3.1, onderdelen a tot en met c.

4. Het regionaal programma omvat ten minste één plusvoorziening, tenzij de contactschool en de RMC-contactgemeente in een gezamenlijk verzoek aan de minister aantonen dat een plusvoorziening niet noodzakelijk is binnen de betreffende RMC-regio.

5. Het regionaal programma van de RMC-regio Friesland Noord omvat ten minste één plusvoorziening voor het landelijke expertise behandelcentrum Fier Fryslan.

Artikel 2.2

Het regionaal programma 20202024 wordt verlengd tot en met 31 december 2025.

Paragraaf 3. Subsidie aan contactschool voor het regionaal programma voortijdig schoolverlaten

Artikel 3.1

1.

De minister kan aan een contactschool subsidie verstrekken voor de uitvoering van maatregelen uit het regionaal programma in de studiejaren 2020/2021 tot en met 2023/2024, die tot doel hebben:

a. a. het behalen van het voor de RMC-regio opgestelde streefcijfer ter realisatie van een landelijke vermindering van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters tot maximaal 20.000 nieuwe voortijdig schoolverlaters in het kalenderjaar 2024, gemeten over het studiejaar 2023/2024; b. b. het behalen van het voor de RMC-regio opgestelde streefcijfer om het percentage uitgevallen jongeren dat een jaar later terugkeert naar het onderwijs, te verhogen; c. c. het behalen van het voor de RMC-regio opgestelde streefcijfer om het percentage uitgevallen jongeren dat één jaar later voor minimaal 12 uur per week werkzaam is te verhogen; en d. d. het in de RMC-regio waar nodig ondersteunen van jongeren in een kwetsbare positie ten aanzien van de aansluiting op het vervolgonderwijs en de arbeidsmarkt.

2. De minister kan aan een contactschool subsidie verstrekken voor de uitvoering van maatregelen uit het regionaal programma in de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2025, voor dezelfde doelen, genoemd in het eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met d.

3. De minister kan aan een contactschool subsidie verstrekken voor de uitvoering van maatregelen uit het regionaal programma in de periode van 1 augustus 2025 tot en met 31 december 2025, voor dezelfde doelen, genoemd in het eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met d.

4. De activiteiten voor de subsidies, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, kunnen worden uitgevoerd tot en met 31 december 2025.

Artikel 3.2

1. De onderwijsinstellingen wijzen uit hun midden een onderwijsinstelling aan die optreedt als contactschool in de betreffende RMC-regio.

2.

Het bevoegd gezag van de contactschool heeft in ieder geval tot taak:

a. a. om in samenwerking met de desbetreffende RMC-contactgemeente en de onderwijsinstellingen in de desbetreffende RMC-regio de maatregelen uit te voeren die voortvloeien uit het regionaal programma van de betreffende regio; b. b. het optreden als aanvrager en ontvanger van de subsidie die wordt verstrekt op grond van deze paragraaf; c. c. het namens de in het eerste lid bedoelde onderwijsinstellingen voeren van het regionaal bestuurlijk overleg over het regionaal programma; en d. d. het uitvoering geven aan de afspraken in het regionaal programma over de besteding van de subsidie die wordt verstrekt op grond van deze paragraaf.

Artikel 3.3

Voor subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf is ten hoogste beschikbaar:

a. a. € 121.600.000, voor de subsidie voor de studiejaren 2020/2021 tot en met 2023/2024; b. b. € 30.400.000, voor de subsidie voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2025; c. c. € 12.730.000, voor de subsidie voor de periode van 1 augustus 2025 tot en met 31 december 2025.

Artikel 3.4

1. De hoogte van het subsidiebedrag per contactschool is gelijk aan het bedrag dat voor de betreffende RMC-regio is opgenomen in bijlage 3 bij deze regeling.

2. Voor de contactschool van RMC-regio Friesland Noord wordt het subsidiebedrag per contactschool, genoemd in bijlage 3, verhoogd met een extra bedrag ten behoeve van de plusvoorziening, bedoeld in artikel 2.1, vijfde lid. Dit extra bedrag is eveneens opgenomen in bijlage 3.

Artikel 3.5

1. Een aanvraag voor subsidie op grond van deze paragraaf wordt via de beveiligde omgeving van duo.nl/zakelijk ingediend bij de Dienst Uitvoering Onderwijs. De aanvraag voor subsidie omvat het regionaal programma en een volledig ingevuld aanvraagformulier, opgesteld met gebruikmaking van het model dat als bijlage 4 bij deze regeling is opgenomen.

2. Het aanvraagformulier wordt door zowel de contactschool als de RMC-contactgemeente van de desbetreffende RMC-regio ondertekend.

3.

De aanvraag voor subsidie op grond van deze paragraaf wordt uiterlijk ingediend op:

a. a. 30 september 2020 voor subsidies voor de studiejaren 2020/2021 tot en met 2023/2024; b. b. 30 september 2024 voor subsidies voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2025; c. c. 31 maart 2025 voor subsidies voor de periode van 1 augustus 2025 tot en met 31 december 2025.

4. Indien dit voor een goede uitvoering van de regeling noodzakelijk is, kan de minister aanvragen die na de in het derde lid genoemde data zijn ingediend, afwijzen.

Artikel 3.6

1.

De minister beslist uiterlijk op de aanvraag op:

a. a. 30 november 2020 voor subsidies voor de studiejaren 2020/2021 tot en met 2023/2024; b. b. 30 november 2024 voor subsidies voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2025; c. c. 30 april 2025 voor subsidies voor de periode van 1 augustus 2025 tot en met 31 december 2025.

2. De verleende subsidie voor de studiejaren 2020/2021 tot en met 2023/2024 wordt in vier gelijke delen als voorschot uitbetaald. In het studiejaar 2020-2021 vindt de betaling uiterlijk plaats in december. Voor de overige studiejaren vindt de betaling steeds plaats in november van het betreffende studiejaar.

3. De verleende subsidie voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2025 wordt in een keer als voorschot uitbetaald. De betaling vindt uiterlijk plaats in december 2024.

4. De subsidie voor de periode van 1 augustus 2025 tot en met 31 december 2025 kan worden verleend onder de opschortende voorwaarde dat het voorstel van wet tot Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2025 (Kamerstukken 36 600-VIII) tot wet wordt verheven en in werking treedt. Indien De miinister geen gebruik maakt van deze voorwaarde, wordt de subsidie in één keer als voorschot uitbetaald en vindt de betaling uiterlijk plaats in mei 2025. Indien de minister wel gebruik maakt van deze voorwaarde, wordt de subsidie in één keer als voorschot uitbetaald nadat aan die voorwaarde is voldaan en vindt de betaling zo snel mogelijk daarna plaats.

5. De Minister stelt de subsidie vast binnen 52 weken na ontvangst van het jaarverslag over het laatste jaar van besteding.

Artikel 3.7

1. De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor zij is verstrekt.

2. De subsidie wordt uiterlijk in 2025 besteed.

3. Niet-bestede middelen die een bedrag van € 1.000, te boven gaan, worden teruggevorderd.

Artikel 3.8

De financiële verantwoording geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, onderdeel 2, zoals bedoeld in richtlijn RJ660 van de Raad van de Jaarverslaggeving.

Artikel 3.9

1. Een contactschool meldt onverwijld schriftelijk een wijziging in de samenstelling van het samenwerkingsverband in een RMC-regio aan de minister.

2. De contactschool en de RMC-contactgemeente melden onverwijld schriftelijk een wijziging van het regionaal programma aan de minister.

Artikel 3.10

1. De minister evalueert de effecten van de regionale programmas uiterlijk in 2026.

2. De contactschool draagt er zorg voor dat de onderwijsinstellingen in de RMC-regio meewerken aan het onderzoek naar de effecten van het regionaal programma.

Paragraaf 4. Specifieke uitkering voor RMC-contactgemeenten voor de regionale meld- en coördinatiefunctie en het regionaal programma voortijdig schoolverlaten

Artikel 4.1

De minister verstrekt jaarlijks op grond van deze paragraaf een specifieke uitkering aan de RMC-contactgemeenten voor het in de RMC-regios uitvoeren van de taken, bedoeld in de artikelen 8.24, eerste tot en met derde lid, van de WVO 2020, 8.3.2, vijfde lid, van de WEB en 147, vijfde lid, van de WEC, en het uitvoeren van het regionaal programma, bedoeld in de artikelen 8.27, vierde lid, WVO 2020, 8.3.4, vierde lid, van de WEB en 149, vierde lid, van de WEC.

Artikel 4.2

1. De minister verstrekt voor de kalenderjaren 2021 tot en met 2025 jaarlijks ten hoogste € 56.151.032, voor het uitvoeren van de taken, bedoeld in artikel 4.1.

2.

De verdeling van de specifieke uitkering over de RMC-contactgemeenten voor de kalenderjaren 2021 tot en met 2025 is per jaar als volgt:

a. a. het vaste bedrag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, bedraagt jaarlijks € 10.322.169,; b. b. het budget, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, dat over de RMC-regios wordt verdeeld, bedraagt jaarlijks € 4.232.365,; c. c. het budget, bedoeld in artikel 4 eerste lid, onderdeel c, van het besluit, dat over de RMC-regios wordt verdeeld, bedraagt jaarlijks € 6.638.308,; d. d. het budget, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, van het besluit, dat over de RMC-regios wordt verdeeld, bedraagt jaarlijks € 15.758.190,; e. e. het budget, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel e, van het besluit, dat over de RMC-regios wordt verdeeld, bedraagt jaarlijks € 19.200.000,.

3. De bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen jaarlijks worden aangepast in verband met loon- en prijsbijstelling.

4. De verdeling van het budget, bedoeld in het tweede lid, onder e, over de RMC-regios, is opgenomen in bijlage 6 bij deze regeling.

Artikel 4.3

1. Indien de uitkering niet of niet geheel is besteed in het betreffende kalenderjaar aan het doel waarvoor deze is bestemd, mag het resterende bedrag uiterlijk in 2026 aan dat doel worden besteed.

2. De minister vordert bedragen die blijkens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, alsdan niet zijn besteed aan het doel waarvoor zij waren bestemd, terug.

Artikel 4.4

1. In aanvulling op het bedrag, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, verstrekt de minister voor kalenderjaar 2022 een bedrag van € 4.500.000,.

2.

De verdeling van het in het eerste lid genoemde bedrag over de RMC-contactgemeenten is als volgt:

a. a. het vaste bedrag, bedoeld in artikel 4.2, tweede lid, onder a, wordt vermeerderd met € 1.255.500,; b. b. het budget, bedoeld in artikel 4.2, tweede lid, onder b, wordt vermeerderd met € 517.500,; c. c. het budget, bedoeld in artikel 4.2, tweede lid, onder c, wordt vermeerderd met € 810.000,; d. d. het budget, bedoeld in artikel 4.2, tweede lid, onder d, wordt vermeerderd met € 1.917.000,.

Artikel 4.5

1. In aanvulling op het bedrag, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, verstrekt de minister voor kalenderjaar 2025 een extra bedrag van € 35.900.000,. Laatstgenoemd bedrag behoort tot het budget, bedoeld in artikel 4.2, tweede lid, onderdeel e.

2. De verdeling van het extra bedrag, genoemd in het eerste lid, over de RMC-contactgemeenten, is opgenomen in bijlage 6 bij deze regeling.

Paragraaf 5. Uitvoeringsvoorschriften inzake de regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten en het regionaal programma voortijdig schoolverlaten

Artikel 5.1

1. De effectrapportage wordt telkens opgesteld per studiejaar gedurende de studiejaren 2020/2021 tot en met 2023/2024 en vervolgens nog eenmalig opgesteld voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2025. Het format is voor de effectrapportage is vastgelegd in bijlage 5 bij deze regeling.

2. Burgemeester en wethouders van de desbetreffende RMC-contactgemeente dienen de effectrapportage uiterlijk op 1 april van het jaar volgend op het studiejaar waarop deze betrekking heeft, in bij de minister. Voor de effectrapportage over de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2025 is de uiterlijke indieningsdatum 1 april 2026.

3. Burgemeester en wethouders van de desbetreffende RMC-contactgemeente dragen er zorg voor dat de onderwijsinstellingen in de RMC-regio meewerken aan het opstellen van de effectrapportage.

Artikel 5.2

1. De vastgestelde RMC-regios staan in bijlage 2 bij deze regeling.

2. De RMC-contactgemeente verzoekt de minister schriftelijk een wijziging in de samenstelling van de RMC-regio aan te brengen.

Artikel 5.3

De RMC-contactgemeente draagt er zorg voor dat de gemeenten in de RMC-regio meewerken aan het onderzoek naar de effecten van het regionaal programma, bedoeld in artikel 3.10.

Artikel 5.4

Voor de studiejaren 2021/2022 tot en met 2023/2024 en voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2025 beantwoordt het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende RMC-contactgemeente in de effectrapportage twee aanvullende vragen, opgenomen in bijlage 5, over de resultaten van de besteding van de extra financiële middelen, bedoeld in artikel 4.4.

Paragraaf 6. Slotbepalingen

Artikel 6

Deze regeling is mede gebaseerd op de artikelen 8.25, derde lid, 8.26, tweede lid, en 8.27, eerste lid, van de WVO 2020, artikel 8.3.4, eerste lid, van de WEB en artikel 149, eerste lid, van de WEC.

Artikel 6.1

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 mei 2025, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de subsidies en specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verstrekt.

Artikel 6.2

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 20202025.

Bijlage 1. behorende bij

Door het aantal nieuwe vsvers af te zetten tegen het aantal jongeren in de startpopulatie wordt het vsv-percentage bepaald van een instelling. Voor deze definitie is gekozen om meetbaar op instellingsniveau, landelijk uniform, zonder administratieve lasten voor de instellingen en controleerbaar het aantal (nieuwe) jaarlijkse voortijdig schoolverlaters te kunnen meten.

Bijlage 2. behorende bij

Bijlage 3. behorende bij

Op grond van deze regeling kunnen contactscholen drie keer subsidie aanvragen:

Voor deze subsidies wordt het totaal beschikbare bedrag als volgt over de contactscholen verdeeld:

^1 Voor subsidie (1) geldt dat het in deze kolom genoemde bedrag moet worden vermenigvuldigd met vier.

Bijlage 4. behorende bij

Via het aanvraagformulier kunt u als contactschool subsidie aanvragen voor de uitvoering van het regionaal programma. U kunt drie keer subsidie aanvragen: voor de studiejaren 2020/2021 tot en met 2023/2024 (1), voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2025 (2) en voor de periode van 1 augustus 2025 tot en met 31 december 2025 (3). Alle drie de subsidiebedragen dienen uiterlijk eind 2025 besteed te zijn. De contactgemeente krijgt via een specifieke uitkering tevens middelen voor de uitvoering van het regionaal programma (artikel 8.3.4, vierde lid, WEB).

Het aanvraagformulier vindt u op de beveiligde omgeving van Mijn DUO (www.duo.nl/zakelijk). U dient het volledig ingevulde en ondertekende aanvraagformulier met bijlagen hier in te dienen. Het verplichte format van het in te vullen aanvraagformulier wordt door DUO beschikbaar gesteld.

De volgende items dienen minimaal in het regionaal programma terug te komen om in aanmerking te komen voor subsidie:

Het regionaal programma hoeft niet in een bepaald format te worden aangeleverd, maar in het aanvraagformulier wordt wel een overzicht van de begrootte maatregelen gevraagd. Alhoewel niet verplicht, verzoeken we de regios tevens in het regionaal programma een analyse te maken van de stijgende vsv-cijfers wanneer dat in uw regio van toepassing is, waarbij gebruik wordt gemaakt van de meest recente kwantitatieve en kwalitatieve landelijke en regionale gegevens van uw regio. Hierbij vragen we extra aandacht voor ongediplomeerde uitstroom naar werk (groenpluk) als oorzaak van vsv en maatregelen die worden genomen om dit tegen te gaan. Ook raden we aan de kwaliteitsagendas van de mbo-scholen in uw regio bij het opstellen van de streefcijfers en de maatregelen te betrekken. In de kwaliteitsagendas staan reeds doelstellingen en maatregelen om vanuit de mbo-school uitval tegen te gaan en jongeren in kwetsbare positie te ondersteunen. Tot slot vragen we u ook om uw OCW-accountmanager bij het opstellen en vaststellen van het regionaal programma te betrekken.5De contactgegevens van uw OCW-accountmanager zijn te vinden via www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/vsv/vraag-en-antwoord/contact-rmc-regios.

Mocht u gedurende de looptijd van het regionaal programma aanleiding zien om de streefcijfers en/of maatregelen aan te passen, dan verzoeken we u dit te melden aan uw accountmanager en aan DUO. Het betreft in dat geval namelijk een aanpassing van het regionaal programma en daarmee subsidieaanvraag. Dit geldt zowel voor subsidie (1), (2) als (3).

Bij dit onderdeel vult u de gevraagde contactgegevens in.

Bij dit onderdeel vult u de tabel in.

Voor de subsidieaanvraag voor subsidie (1) geeft u aan naar hoeveel procent nieuwe jaarlijkse vsvers u streeft op peildatum 1 oktober 2024 en welke resultaten uitgedrukt in percentages u in de tussenliggende jaren wilt behalen. Ditzelfde geldt voor het percentage uitgevallen jongeren dat een jaar later opnieuw naar school gaat en het percentage uitgevallen jongeren dat een jaar later aan het werk is. Het gaat ook hierbij om de periode tot en met peildatum 1 oktober 2024, maar in dit geval gaat het om het terugkeermoment, namelijk de vsvers die een jaar na uitval onderwijs volgen of een baan hebben. Bij de streefcijfers van de nieuwe vsvers gaat het over het uitvalmoment van de jongeren. Ten behoeve van het opstellen van deze streefcijfers staan op het zakelijk portaal van DUO de resultaten voor uw regio op peildatum 1 oktober van de jaren 2017, 2018 en 2019. Optioneel kunt u als regio ook streefcijfers per onderwijssector (vo/mbo) en per onderwijsniveau (mbo niveau 1, 2, 3 en 4) opstellen.

Voor de subsidieaanvraag voor subsidie (2) vult u de streefcijfers tot en met peildatum 1 oktober 2025 in. U hoeft alleen de nieuwe gegevens in de laatste kolom (Teldatum 1 oktober 2025 m.b.t studiejaar 2024/2025) in te vullen. Indien het regionaal programma ongewijzigd blijft, is het vijfde streefpercentage hetzelfde als het vierde streefpercentage. Indien u ervoor kiest om het regionaal programma te wijzigen door de streefcijfers aan te passen, is het vijfde streefpercentage logischerwijs anders dan het vierde streefpercentage.

Voor de subsidieaanvraag voor subsidie (3) hoeft u alleen de streefcijfers op peildatum 1 oktober 2025 in de laatste kolom (Teldatum 1 oktober 2025 m.b.t studiejaar 2024/2025) in te vullen indien u het regionaal programma wijzigt door daarin aangepaste streefcijfers op te nemen.6Hierbij gaat het om wijzigingen ten opzichte van de laatste versie van het regionaal programma. Dit is dus het regionaal programma zoals dat luidde bij de aanvraag van subsidie (2). Indien de streefcijfers van het regionaal programma ongewijzigd blijven, hoeft u niets in te vullen.

In tabel 1 staat een overzicht van de gegevens, die u van DUO kunt verwachten met betrekking tot deze jaarlijkse nieuwe vsvers:

Daarnaast staan op het zakelijk portaal van DUO de gegevens over de vsvers die een jaar na uitval een baan hebben of opnieuw naar school gaan. Dit is te zien in tabel 2.

Voor de subsidieaanvraag voor subsidie (1) gaat u bij dit onderdeel in op de maatregelen die in uw RMC-regio worden genomen. U geeft aan wat de maatregel inhoudt, aan welke doelstelling(en) van de regeling de maatregel bijdraagt en wat het totaalbedrag per maatregel is. Dit kunnen personele of materiële kosten zijn. Ook geeft u kosten aan die u begroot voor de beheers- en coördinatiekosten. Dit betreft zowel de overkoepelende beheers- en coördinatiekosten als de beheers- en coördinatiekosten van specifieke maatregelen. U kunt ook een dergelijke tabel in uw regionaal programma opnemen en hiernaar verwijzen.

Voor de subsidieaanvraag voor de subsidies (2) en (3) vult u ook de tabel in indien u het regionaal programma wijzigt door daarin nieuwe of gewijzigde maatregelen op te nemen. U hoeft in dat geval alleen de nieuwe of gewijzigde maatregelen op te nemen. Indien het regionaal programma ongewijzigd blijft, volstaat het om dit aan geven.

Bij dit onderdeel geeft u het totale bedrag aan waarvoor u subsidie aanvraagt.

Bij dit onderdeel ondertekent u de aanvraag.

DUO controleert of:

Subsidie (1):

Subsidie (2):

Subsidie (3):

Bijlage 5. behorende bij

Bijlage 6. behorende bij

^1 Als bedoeld in artikel 4.5.