40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling representatiekostenvergoeding OCW 2005 | BWBR0018835 | ministeriele-regeling | geldend | 2005-10-15 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0018835 | Regeling representatiekostenvergoeding OCW 2005 |
Regeling representatiekostenvergoeding OCW 2005
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a. ambtenaar:
–
degene wiens functie is opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlage,
–
degene die door een directeur of hoofd van een diensteenheid vanwege de noodzakelijke (externe) contacten een persoonsgebonden representatiekostenvergoeding krijgt toegewezen, onder voorbehoud van goedkeuring door de secretaris-generaal;
– – degene wiens functie is opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlage, – – degene die door een directeur of hoofd van een diensteenheid vanwege de noodzakelijke (externe) contacten een persoonsgebonden representatiekostenvergoeding krijgt toegewezen, onder voorbehoud van goedkeuring door de secretaris-generaal; b. b. bevoegd gezag:
–
de secretaris-generaal voor zover het betreft de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal, de voorzitter van de Onderwijsraad, de inspecteur-generaal van het onderwijs en degenen die vallen onder de centrale personeelsvoorziening;
–
de directeuren-generaal voor zover het betreft de directeuren en hoofden van diensteenheden die tot hun portefeuille behoren;
–
de directeuren en hoofden van diensteenheden voor zover het betreft hun medewerkers;
– – de secretaris-generaal voor zover het betreft de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal, de voorzitter van de Onderwijsraad, de inspecteur-generaal van het onderwijs en degenen die vallen onder de centrale personeelsvoorziening; – – de directeuren-generaal voor zover het betreft de directeuren en hoofden van diensteenheden die tot hun portefeuille behoren; – – de directeuren en hoofden van diensteenheden voor zover het betreft hun medewerkers; c. c. representatiekosten:
–
de kosten welke voortvloeien uit de eisen die de uitoefening van de functie stelt ten aanzien het onderhouden van externe contacten en die niet declarabel zijn.
– – de kosten welke voortvloeien uit de eisen die de uitoefening van de functie stelt ten aanzien het onderhouden van externe contacten en die niet declarabel zijn.
Artikel 2
1. Aan de ambtenaar wordt maandelijks een vaste representatiekostenvergoeding toegekend.
2. De hoogte van de representatiekostenvergoeding is afhankelijk van de functie die wordt bekleed en is vastgelegd in de bij dit besluit behorende bijlage.
3. De ambtenaar ontvangt de representatiekostenvergoeding voor zolang hij de functie bekleedt uit hoofde waarvan hij de vergoeding ontvangt.
Artikel 3
De ambtenaar kan de volgende kosten niet declareren:
- kosten in verband met aanschaf van kleding en schoeisel;
- kosten in verband met aanpassing en inrichting van de eigen woning;
- kosten in verband met persoonlijke verzorging;
- kosten in verband met ontvangsten van bescheiden omvang in de eigen woning;
- fooien;
- het aanbieden van een drankje en rookwaar aan een zakenrelatie tijdens een bespreking, anders dan tijdens een lunch of diner;
- het aanbieden van attenties of geschenken ter zake van recepties, jubilea en dergelijke aan medewerkers, collega’s of zakenrelaties;
- vakliteratuur, abonnementen en kantoorbenodigdheden, voor zover deze niet rechtstreeks door de werkgever worden betaald;
- contributies vakvereniging, niet zijnde een beroepsvereniging.
Artikel 4
De maandelijks toe te kennen representatiekostenvergoeding wordt gebruteerd waarna loonheffing wordt ingehouden.
Artikel 5
De ambtenaar die bij datum ingang van dit besluit uit hoofde van een vroegere functie een persoonsgebonden representatiekostenvergoeding ontvangt, behoudt deze tot aan de datum waarop het bevoegd gezag een nadere beslissing neemt.
Artikel 6
Het ‘Besluit representatiekostenvergoeding OCenW 2002’ wordt ingetrokken.
Artikel 7
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 oktober 2005.
Artikel 8
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling representatiekostenvergoeding OCW 2005.
Bijlage . behorende bij de Regeling representatiekostenvergoeding OCW 2005 per 1 januari 2010
Het maximum aan representatietoelage toe te kennen bedrag wordt periodiek door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgesteld.
Binnen OCW wordt hierbij de volgende onderverdeling aangebracht. De bedragen zijn gerangschikt in een aantal categorieën.