40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling Rijkshuisvestingsberaad 2006 | BWBR0020149 | ministeriele-regeling | geldend | 2006-08-16 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0020149 | Regeling Rijkshuisvestingsberaad 2006 |
Regeling Rijkshuisvestingsberaad 2006
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. besluit: Besluit Rijksgebouwendienst 1999; b. b. minister: Minister voor Wonen, Wijken en Integratie; c. c. directeur-generaal: directeur-generaal van de Rijksgebouwendienst.
Artikel 2
1. Het Rijkshuisvestingsberaad is gevestigd te ’s-Gravenhage.
2.
Het Rijkshuisvestingsberaad bestaat uit:
a. a. de voorzitter; b. b. één lid dat het Ministerie van Jusititie vertegenwoordigt; c. c. één lid dat het Ministerie van Verkeer en Waterstaat vertegenwoordigt; d. d. één lid dat het Ministerie van Financiën vertegenwoordigt; e. e. twee leden als vertegenwoordigers van de overige afnemers van rijkshuisvesting; f. f. één lid als vertegenwoordiger van grote landelijk opererende lichamen op het niveau van de centrale overheid die wat betreft de huisvesting niet ressorteren onder een ministerie; g. g. als agendalid één vertegenwoordiger van de Hoge Colleges van Staat en het Ministerie van Algemene Zaken; h. h. de directeur-generaal Rijksbegroting, als lid; i. i. de directeur-generaal, als adviserend lid.
3. De voorzitter wordt door de secretarissen-generaal van de ministeries uit hun midden gekozen en door de minister, op voordracht van zijn secretaris-generaal, benoemd voor de duur van vier jaren. Voorzitter kan niet zijn hij die tevens secretaris-generaal is van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
4. De leden, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b, c, en d, worden door de minister voor onbepaalde duur benoemd, op voordracht van zijn secretaris-generaal, gehoord de secretaris-generaal van het ministerie dat door het betreffende lid wordt vertegenwoordigd.
5. De leden, bedoeld in het tweede lid, onderdelen e en f, worden door de minister voor bepaalde duur benoemd, op voordracht van de voorzitter, gehoord de secretarissen-generaal van de ministeries. De voorzitter richt zijn voordracht, die mede omvat een voorstel aangaande de invulling van de duur van de benoemingen, op een zodanige wijze in dat in het Rijkshuisvestingsberaad de belangen van de grote, kleine, centrale en decentrale afnemers van rijkshuisvesting voldoende zijn vertegenwoordigd.
6. Het lid, bedoeld in het tweede lid, onderdeel g, wordt door de minister voor bepaalde duur benoemd, op voordracht van de voorzitter, gehoord de Hoge Colleges van Staat en het Ministerie van Algemene Zaken, en is vrij om al dan niet deel te nemen aan de vergaderingen van het Rijkshuisvestingsberaad.
7. De voorzitter en de leden, met uitzondering van de directeur-generaal, hebben stemrecht.
8. De voorzitter wordt ingeval van zijn ontstentenis vervangen door een van de leden, de directeur-generaal daarvan uitgezonderd.
9. De leden, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b tot en met g, kunnen zich, ingeval van hun ontstentenis, slechts laten vervangen door een van de overige leden, de directeur-generaal daarvan uitgezonderd.
10. De directeur-generaal Rijksbegroting en de directeur-generaal kunnen, ieder voor zich, de voorzitter verzoeken om in hun plaats een door hen aan te wijzen vervanger, niet zijnde een van de overige leden, te doen optreden.
11. Aan de voorzitter en de leden wordt al dan niet op eigen verzoek tussentijds ontslag verleend.
Artikel 3
1. Aan het Rijkshuisvestingsberaad worden een secretaris en een plaatsvervangend secretaris toegevoegd die, op voordracht van de voorzitter, door de directeur-generaal voor onbepaalde duur als zodanig worden benoemd.
2. Secretaris en plaatsvervangend secretaris kan slechts zijn hij die een vaste aanstelling heeft bij de dienst.
3. Aan de secretaris en de plaatsvervangend secretaris wordt op voordracht van de voorzitter ontslag verleend.
4.
De secretaris draagt zorg voor:
a. a. de functionele ondersteuning van het Rijkshuisvestingsberaad; b. b. de coördinatie van de inhoudelijke voorbereiding en de verslaglegging van de vergaderingen; c. c. de correspondentie die door of namens het Rijkshuisvestingsberaad wordt gevoerd; d. d. het verstrekken van de opdrachten die namens het Rijkshuisvestingsberaad worden gegeven; e. e. de bewaking van de voorraadagenda van het Rijkshuisvestingsberaad; f. f. de communicatie met de dienst, de voorzitter en de leden; g. g. de coördinatie van de werkzaamheden die de dienst ten behoeve van het Rijkshuisvestingsberaad uitvoert, alsmede h. h. alle overige werkzaamheden die in het kader van een goed functionerend secretariaat benodigd zijn.
5. De secretaris heeft tekenbevoegdheid voorzover die door de voorzitter aan hem is toegekend.
6. De secretaris en de plaatsvervangend secretaris zijn ten aanzien van de aan hen opgedragen taken en bevoegdheden uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de voorzitter.
Artikel 4
1. Het Rijkshuisvestingsberaad overlegt over rijkshuisvestingsaangelegenheden en adviseert de minister gevraagd en ongevraagd op strategisch niveau ten aanzien van de rijkshuisvesting in algemene zin en de belangen van de gebruikers van rijkshuisvesting in het bijzonder.
2.
De advisering betreft onder meer de volgende onderwerpen:
a. a. de doelmatigheid van het rijkshuisvestingsstelsel; b. b. het proces en de procedures aangaande de rijkshuisvesting; c. c. de ontwikkeling van het producten- en dienstenpakket van de dienst; d. d. het rijkshuisvestingsbeleid, voor zover het de strategische kaders en de normering betreft; e. e. de wettelijke voorschriften die de rijkshuisvesting betreffen of raken.
3. Het Rijkshuisvestingsberaad brengt zijn adviezen schriftelijk uit. Bij besluitvorming door de minister aangaande de hiervoor genoemde onderwerpen wordt door hem aangegeven of en in welke mate van de adviezen van het Rijkshuisvestingsberaad is gebruikgemaakt.
4. Het Rijkshuisvestingsberaad doet op verzoek van de minister dan wel op eigen initiatief, voorstellen aan de minister tot herziening van deze regeling.
Artikel 5
1. Het Rijkshuisvestingsberaad is bevoegd om zich bij de uitvoering van zijn werkzaamheden te laten bijstaan door deskundigen.
2. Het Rijkshuisvestingsberaad brengt jaarlijks, uiterlijk op 1 maart, aan de minister verslag uit over de werkzaamheden die in het voorafgaande jaar zijn uitgevoerd.
3. Het Rijkshuisvestingsberaad vergadert zo dikwijls de voorzitter of ten minste de helft van de leden dit wenselijk acht, doch ten minste tweemaal per jaar.
Artikel 6
1. De directeur-generaal draagt zorg voor de huisvesting van het Rijkshuisvestingsberaad alsmede voor de voor een goed functioneren van het Rijkshuisvestingsberaad benodigde ondersteuning.
2. De kosten die voorkomen uit de in het eerste lid bedoelde zorg maken deel uit van de apparaatskosten van de dienst.
Artikel 7
1. Deze regeling treedt in werking op 16 augustus 2006.
2. Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Rijkshuisvestingsberaad 2006.