rijk/ministeriele-regeling/regeling-schatkistbankieren-decentrale-overheden/BWBR0034336
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling schatkistbankieren decentrale overheden BWBR0034336 ministeriele-regeling geldend 2013-12-15 https://wetten.overheid.nl/BWBR0034336 Regeling schatkistbankieren decentrale overheden

Regeling schatkistbankieren decentrale overheden

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • actuele marktwaarde: de waarde die wordt berekend op basis van de actuele rente behorende bij de resterende looptijden van de toekomstige kasstromen (rente en aflossing) van een deposito;
  • Agentschap: het Agentschap van de Generale Thesaurie van het ministerie van Financiën;
  • basispunt: een honderdste van een procent (0,01%);
  • deposito: het creditbedrag op een aan de rekening-courant gekoppelde depositorekening van de schatkist van het Rijk, waarover een vooraf vastgestelde rente wordt vergoed en waarover gedurende een vooraf vastgestelde periode door het openbaar lichaam niet vrij beschikt kan worden;
  • daggeldrente: de dagelijkse vaststelling door de Europese Centrale Bank van de Euro Short Term Rate (€STR), zijnde de rente waartegen gemiddeld genomen overnight en zonder onderpand liquiditeiten zijn geleend in de eurogeldmarkt (afgerond op 2 decimalen);
  • intradaglimiet: het maximum bedrag dat gedurende de dag rood mag worden gestaan op de tussenrekening;
  • rekening courant: de rekening die een openbaar lichaam bij de schatkist van het Rijk aanhoudt;
  • tussenrekening: de rekening die het openbaar lichaam aanhoudt bij een bank via welke de zero-balancing plaatsvindt;
  • de wet: de Wet financiering decentrale overheden;
  • zero-balancing: de aanzuivering dan wel de afroming van de tussenrekening ten laste dan wel ten gunste van de rekening-courant.

Artikel 2

1. Het openbaar lichaam heeft op eigen naam een tussenrekening bij een of meer banken.

2. Het openbaar lichaam verstrekt aan de staat een machtiging voor de tussenrekening waarmee de staat de zero-balancing kan uitvoeren. Hiertoe ondertekent het openbaar lichaam de bankmachtiging zoals die door de staat ten behoeve van de betreffende bank is opgesteld.

3. De tussenrekening kent een door het openbaar lichaam, in overleg met de staat, vast te stellen intradaglimiet.

4. De tussenrekening mag door het openbaar lichaam alleen voor het doel van zero-balancing worden gebruikt. De minister van Financiën kan een openbaar lichaam toestaan om de tussenrekening ook voor andere doelen dan zero-balancing te gebruiken.

5. Transacties ten laste en ten gunste van de tussenrekening worden door openbare lichamen bij voorkeur niet later dan 15.30 uur verricht.

6. Alle kosten verbonden aan de tussenrekening die banken in rekening brengen bij het openbaar lichaam komen voor rekening van het openbaar lichaam.

Artikel 3

1. De staat opent op naam van het openbaar lichaam een rekening-courant, waarop het openbaar lichaam de krachtens artikel 2 van de wet bedoelde middelen aanhoudt.

2. De staat is verantwoordelijk voor de verwerking van de mutaties op de rekening-courant.

3. Een debetstand in rekening-courant is niet toegestaan.

4. Het Ministerie van Financiën mag een debetstand op de rekeningcourant van een openbaar lichaam, nadat een rappel aan het openbaar lichaam is gestuurd om de debetstand op te heffen, verrekenen met een positief saldo op een depositorekening van datzelfde openbaar lichaam als bedoeld in artikel 4 van deze regeling.

Artikel 4

1. Een openbaar lichaam kan aan de rekening-courant een depositorekening koppelen.

2. De looptijd van een deposito is minimaal gelijk aan 2 dagen en maximaal gelijk aan 30 jaar.

3. Het vervroegd laten vrijvallen van een deposito is uitsluitend mogelijk indien de middelen, of een deel daarvan, benodigd zijn voor het uitoefenen van de publieke taak bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet. Het vervroegd laten vrijvallen gebeurt tegen de actuele marktwaarde.

Artikel 5

1. De modelovereenkomst, bedoeld in artikel 2b, tweede lid, van de wet, is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage.

2. De staat gebruikt de informatie waarover zij uit hoofde van de rekening-courantovereenkomst beschikt uitsluitend ten behoeve van de uitvoering van de rekening-courantovereenkomst en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.

Artikel 6

1. Over de in rekening-courant aangehouden middelen wordt de daggeldrente vergoed.

2. Over een deposito wordt rente vergoed afhankelijk van de looptijd van het deposito. De rente is gebaseerd op de rente waartegen de Staat zichzelf financiert op de (inter)nationale geld- en kapitaalmarkt via de uitgifte van Dutch Treasury Certificates en Dutch State Loans.

3. Indien de rente, bedoeld in het eerste en tweede lid, negatief is, wordt de betreffende rente gelijk gesteld aan nul.

4. Over een debetstand in de rekening-courant wordt een rente in rekening gebracht die gelijk is aan de daggeldrente, vermeerderd met een boete van 100 basispunten. Indien de daggeldrente negatief is, wordt de rente gelijk gesteld aan 100 basispunten.

5.

Bij de berekening van rente wordt, indien de overeengekomen rentevastperiode maximaal gelijk is aan een jaar, de periode waarop de rente betrekking heeft op het juiste aantal dagen gesteld en het jaar op 360 dagen gesteld (actual/360).

Indien de overeengekomen rentevastperiode minimaal gelijk is aan een jaar en een dag worden zowel het jaar als de periode waarop de rente betrekking heeft op het juiste aantal dagen gesteld, resulterend in de formule actual/actual.

Artikel 7

1.

Uitgezonderd van de verplichting om in de schatkist van het Rijk te worden aangehouden, zijn:

a. a. middelen voor zover deze, gerekend over een kwartaal gemiddeld het drempelbedrag, bedoeld in het tweede lid, niet te boven gaan; b. b. middelen aangehouden in de fondsen, bedoeld in artikel 15.47 van de Wet milieubeheer; c. c. middelen op een G-rekening als bedoeld in artikel 1, onder k, van de Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004.

2. Het drempelbedrag, genoemd in het eerste lid, onder a, wordt bepaald op basis van het begrotingstotaal van het openbaar lichaam. Voor openbare lichamen met een begrotingstotaal kleiner dan of gelijk aan € 500 miljoen is het drempelbedrag gelijk aan 2,0% van het begrotingstotaal, waarbij het drempelbedrag minimaal € 1 miljoen bedraagt. Voor openbare lichamen met een begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is het drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat.

Artikel 8

De Minister van Financiën kan een garantie toestaan ten aanzien van de liquide middelen die een openbaar lichaam in de schatkist van het Rijk aanhoudt, indien het openbaar lichaam daartoe een verzoek bij de Minister van Financiën heeft ingediend en de liquide middelen, die het in de schatkist van het Rijk aanhoudt, toereikend zijn.

Artikel 9

1.

De minister van Financiën kan een openbaar lichaam op diens verzoek uitzonderen van de verplichting, bedoeld in artikel 2, indien sprake is van een van de volgende omstandigheden:

a) a) Het openbaar lichaam beschikt niet over een eigen bankrekening; b) b) Het openbaar lichaam houdt de krachtens artikel 2 van de wet bedoelde middelen op de rekening-courant van een ander openbaar lichaam in de schatkist van het Rijk aan.

2. Een lijst van de openbare lichamen die zijn uitgezonderd op grond van het eerste lid wordt gepubliceerd op de website van het Agentschap. Een openbaar lichaam dat is uitgezonderd op grond van het eerste lid stelt het Agentschap zo spoedig mogelijk op de hoogte van wijzigingen in de omstandigheden op grond waarvan de uitzondering is verleend.

Artikel 10

Vervallen

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip dat de wet tot wijziging van de Wet financiering decentrale overheden in verband met het rentedragend aanhouden van liquide middelen in s Rijks schatkist (verplicht schatkistbankieren) in werking treedt.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling schatkistbankieren decentrale overheden.

Bijlage . behorend bij

Bijlage . Tariefstructuur rekening-courant en depositos