40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling schatkistbankieren RWT’s en andere rechtspersonen | BWBR0040289 | ministeriele-regeling | geldend | 2018-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0040289 | Regeling schatkistbankieren RWT’s en andere rechtspersonen |
Regeling schatkistbankieren RWT’s en andere rechtspersonen
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
1.
In deze regeling wordt verstaan onder:
- actuele marktwaarde: de waarde die wordt berekend op basis van de actuele rente behorend bij de resterende looptijden van toekomstige kasstromen (rente en aflossing) van een deposito of lening;
- betaalrekening: een rekening die de rechtspersoon bij een bank aanhoudt;
- daggeldrente: de dagelijkse vaststelling door de Europese Centrale Bank van de Euro Short Term Rate (€STR), zijnde de rente waartegen gemiddeld genomen overnight en zonder onderpand liquiditeiten zijn geleend in de eurogeldmarkt (afgerond op 2 decimalen);
- deposito: het creditbedrag op een aan een rekening-courant gekoppelde depositorekening van de schatkist van het Rijk, waarover een vooraf vastgestelde rente wordt vergoed en waarover de rechtspersoon gedurende een vooraf vastgestelde periode niet vrij kan beschikken;
- inleenrente: de rente waartegen de Staat zichzelf financiert op de (inter)nationale geld- en kapitaalmarkt via de uitgifte van Dutch Treasury Certificates en Dutch State Loans;
- lening: de lening, bedoeld in de artikelen 5.5, eerste en tweede lid, en artikel 5.6, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016;
- rechtspersoon: de rechtspersoon met een wettelijke of publieke taak en de rechtspersoon die publieke liquide middelen beheert, bedoeld in artikel 5.2, eerste en derde lid, respectievelijk 5.4 van de Comptabiliteitswet 2016;
- rekening-courant: de rekening die een rechtspersoon bij de schatkist van het Rijk aanhoudt;
- rekening-courantkrediet: het maximaal toegestane debetsaldo op een rekening-courant, bedoeld in artikel 5.5, eerste en derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016;
2. De begrippen van artikel 1.1 van de Comptabiliteitswet 2016 zijn van overeenkomstige toepassing op deze regeling.
Paragraaf 2. Rekening-courant, deposito en lening
Artikel 2
1. De Minister van Financiën opent op naam van de rechtspersoon een rekening-courant, waar de rechtspersoon zijn publieke liquide middelen aanhoudt.
2. De Minister van Financiën koppelt de betaalrekening aan de rekening-courant. Aan de rekening-courant kan een depositorekening worden gekoppeld.
3. Een deposito kan iedere gewenste looptijd hebben tot een maximum van 30 jaar.
4. Het vervroegd laten vrijvallen van een deposito geschiedt tegen de actuele marktwaarde en is uitsluitend mogelijk voor zover dit noodzakelijk is voor de uitoefening van de wettelijke of publieke taak van de rechtspersoon.
Artikel 3
1. De Minister van Financiën sluit ten behoeve van het verstrekken van een lening een overeenkomst met de rechtspersoon.
2. De Minister van Financiën kan in overeenstemming met de betrokken Minister nadere voorwaarden verbinden aan de lening.
3. Een lening heeft een looptijd van minimaal twaalf maanden.
4. De Minister van Financiën kan in overeenstemming met de rechtspersoon en de betrokken Minister een rentevastperiode overeenkomen die korter is dan de looptijd van een lening.
5. Een lening kan in termijnen worden opgenomen en kan geheel of in gedeelten vervroegd worden afgelost tegen de actuele marktwaarde.
Artikel 4
1. De Minister van Financiën vergoedt aan de rechtspersoon rente over de liquide middelen die hij op de rekening-courant aanhoudt. De rente is gebaseerd op de daggeldrente.
2. De Minister van Financiën vergoedt aan de rechtspersoon rente over een deposito. De rente is gebaseerd op de inleenrente die behoort bij de looptijd van het betreffende deposito.
3. De Minister van Financiën brengt over een lening rente in rekening bij de rechtspersoon. De hoogte van de rente is gelijk aan de inleenrente die behoort bij de looptijd van de lening waarbij rekening wordt gehouden met de reguliere aflossingen die gedurende de looptijd plaatsvinden. De rente wordt door de Minister van Financiën vastgesteld uiterlijk op de ingangsdatum van de lening, tenzij de rechtspersoon ervoor kiest. Bij een verlenging van een rentevastperiode wordt de rente al voor de ingangsdatum nieuwe rentevastperiode vastgesteld uiterlijk op de eerste dag van de lening vast te stellen nieuwe rentevastperiode.
4. De Minister van Financiën brengt over een rekening-courantkrediet rente in rekening. De hoogte van de rente is gelijk aan de daggeldrente.
5. Wanneer de rente, bedoeld in het eerste tot en met het vijfde lid, negatief is, wordt deze rente in afwijking van dit artikel gelijk gesteld aan nul.
Paragraaf 3. Rekening-courantkrediet en garantie
Artikel 5
1. De Minister van Financiën kan op verzoek van de rechtspersoon krediet ten laste van de rekening-courant verstrekken. Het krediet wordt in de vorm van een rekening-courantkrediet verstrekt.
2. De rechtspersoon geeft in het verzoek, bedoeld in het eerste lid, de gewenste omvang van het rekening-courantkrediet aan.
3. De Minister van Financiën stelt in overeenstemming met de betrokken Minister de omvang van het rekening-courantkrediet vast.
4. De Minister van Financiën kan in overeenstemming met de betrokken Minister nadere voorwaarden verbinden aan een rekening-courantkrediet.
Artikel 6
1. Bij het overschrijden van het rekening-courantkrediet maakt de rechtspersoon de overschrijding onverwijld ongedaan.
2. Indien de rechtspersoon de overschrijding, bedoeld in het eerste lid, niet binnen vijf werkdagen ongedaan maakt, is zij van rechtswege in verzuim. De Minister van Financiën stelt de rechtspersoon en de betrokken Minister schriftelijk in kennis van het verzuim, tenzij naar het oordeel van de Minister van Financiën voldoende aannemelijk is dat het verzuim binnen vijf werkdagen ophoudt te bestaan.
3. De Minister van Financiën kan het gebruik van de betaalrekening door de rechtspersoon gedurende het verzuim beperken. De Minister van Financiën stelt de rechtspersoon en de betrokken Minister hiervan onverwijld in kennis. De beperking wordt ongedaan gemaakt zodra het verzuim eindigt.
4. De rechtspersoon is, gedurende de periode waarin zij in verzuim is, een boeterente van één procent verschuldigd over het bedrag van de overschrijding van het rekening-courantkrediet.
5. De Minister van Financiën is bevoegd om het bedrag waarmee het rekening-courantkrediet is overschreden te verrekenen met de door de betrokken Minister aan de rechtspersoon te verstrekken middelen.
6. Niet tegenstaande een wettelijke mogelijkheid tot verrekening, mag het Ministerie van Financiën altijd hetgeen zij al dan niet opeisbaar of onder voorwaarde van de rechtspersoon te vorderen heeft, verrekenen met al dan niet opeisbare tegenvorderingen van de rechtspersoon op het Ministerie van Financiën uit hoofde van deze regeling, waaronder doch niet uitsluitend vorderingen uit hoofde van rekening-courant, leningen en deposito’s, ongeacht de valuta waarin de vorderingen en tegenvorderingen luiden. Vorderingen in vreemde valuta worden verrekend tegen de koers van de dag van verrekening. Verrekening kan (onder andere) geschieden door middel van incasso ten laste van de rekening-courant.
Artikel 7
De Minister van Financiën kan voor de rechtspersoon, bedoeld in de artikelen 5.2 en 5.4 van de Comptabiliteitswet 2016, een garantie toestaan ten aanzien van de liquide middelen die de rechtspersoon in de schatkist van het Rijk aanhoudt, indien die rechtspersoon daartoe een verzoek bij de Minister van Financiën heeft ingediend en de liquide middelen die de rechtspersoon in de schatkist van het Rijk aanhoudt toereikend zijn.
Paragraaf 4. Uitvoeringstechnische bepalingen
Artikel 8
1. Voor het verplicht schatkistbankieren, bedoeld in artikel 5.2 van de Comptabiliteitswet 2016, zijn de bepalingen 1 tot en met 6 van de bijlage van deze regeling van toepassing.
2. Voor het vrijwillig schatkistbankieren, bedoeld in artikel 5.4 van de Comptabiliteitswet 2016, zijn de bepalingen 1 tot en met 7 van de bijlage van deze regeling van toepassing.
Artikel 9
De Minister van Financiën kan in overeenstemming met de betrokken Minister in een overeenkomst met een rechtspersoon die deelneemt aan schatkistbankieren nadere voorwaarden verbinden aan de deelname van die rechtspersoon.
Paragraaf 5. Het beheer van liquide middelen
Artikel 10
1.
De producten, bedoeld in artikel 5.7, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016, hebben uitsluitend de vorm van:
a. a. producten waarbij de hoofdsom tenminste aan het einde van de looptijd intact is, uitgezet bij een financiële instelling die voldoet aan de in het tweede lid bedoelde eisen; b. b. vastrentende waarden, uitgegeven door een financiële instelling die voldoet aan de in het tweede lid bedoelde eisen.
2. .De financiële instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 2 van de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden.
Paragraaf 6. Slotbepalingen
Artikel 11
Deze regeling treedt in werking per 1 januari 2018.
Artikel 12
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling schatkistbankieren RWT’s en andere rechtspersonen.