rijk/ministeriele-regeling/regeling-schoonmaakdiensten-particulieren-2005/BWBR0018541
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling schoonmaakdiensten particulieren 2005 BWBR0018541 ministeriele-regeling geldend 2005-12-16 https://wetten.overheid.nl/BWBR0018541 Regeling schoonmaakdiensten particulieren 2005

Regeling schoonmaakdiensten particulieren 2005

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. b. werkgever: de werkgever genoemd in bijlage 1 als bedoeld in artikel 3; c. c. arbeidsovereenkomst: een schriftelijk aangegaine arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610 van titel 7.10 van het Burgerlijk Wetboek met de werkgever; d. d. consumentencontract: een schriftelijke overeenkomst van de werkgever met een derde natuurlijke persoon tot het door zijn werknemer laten verrichten van een bepaald gevarieerd pakket van huishoudelijke diensten in de particuliere sfeer van die natuurlijke persoon over een bepaalde periode op een vastgesteld gemiddeld aantal uren per week en tegen een bedongen prijs; e. e. verklaring: een verklaring afgegeven door de Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, dat

      1°.
      de werknemer met wie de werkgever vóór 1 januari 2003 een arbeidsovereenkomst heeft gesloten langdurig werkloze is, overeenkomstig het voor die datum bepaalde bij of krachtens hoofdstuk IV van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekering, of
    
    
      2°.
      de werknemer met wie de werkgever na 1 januari 2003 een arbeidsovereenkomst heeft gesloten, minimaal zes maanden als werkloos werkzoekend bij de Centrale organisatie werk en inkomen ingeschreven heeft gestaan dan wel naar haar oordeel in vergelijkbare omstandigheden heeft verkeerd;

1°. 1°. de werknemer met wie de werkgever vóór 1 januari 2003 een arbeidsovereenkomst heeft gesloten langdurig werkloze is, overeenkomstig het voor die datum bepaalde bij of krachtens hoofdstuk IV van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekering, of 2°. 2°. de werknemer met wie de werkgever na 1 januari 2003 een arbeidsovereenkomst heeft gesloten, minimaal zes maanden als werkloos werkzoekend bij de Centrale organisatie werk en inkomen ingeschreven heeft gestaan dan wel naar haar oordeel in vergelijkbare omstandigheden heeft verkeerd; f. f. accountant: een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 2

1.

De minister verstrekt een subsidie aan de werkgever:

a. a. die een arbeidsovereenkomst heeft gesloten met een persoon, voor wie de Centrale organisatie werk en inkomen met inachtneming van hoofdstuk IV van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, zoals deze wet luidde voor 1 januari 2003, een verklaring als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, sub 1, heeft afgegeven; of b. b. die een arbeidsovereenkomst met een overeengekomen gemiddelde arbeidsduur van ten minste 12 uur per week, berekend over een periode van 13 weken, heeft gesloten met een persoon voor wie de Centrale organisatie werk en inkomen een verklaring als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, sub 2, heeft afgegeven.

2. Geen subsidie wordt verstrekt, indien een dienstbetrekking wordt aangegaan als bedoeld in de Wet sociale werkvoorziening of met toepassing van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand.

3. Geen subsidie wordt verstrekt, indien de huishoudelijke diensten op basis van de consumentencontracten worden verleend in de vorm van zorg waarop aanspraak bestaat ingevolge artikel 3 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ.

Artikel 3

1. Het subsidieplafond per werkgever is van 1 juli 2005 tot 1 januari 2006 vastgesteld overeenkomstig bijlage 1 bij deze regeling.

2. Het subsidieplafond per werkgever is van 1 januari 2006 tot 1 januari 2007 vastgesteld overeenkomstig bijlage 1a bij deze regeling.

Artikel 4

1. De minister verleent de subsidie voor het in dienst hebben van personen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, rekening houdend met de omvang van de uitgevoerde werkzaamheden op die consumentencontracten.

2.

De subsidie aan de werkgever wordt bepaald aan de hand van het aantal arbeidsuren dat in de arbeidsovereenkomsten, gesloten met personen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is overeengekomen, waarbij:

a. a. de subsidie ten hoogste € 10.340, per kalenderjaar bedraagt bij een arbeidsovereenkomst met een overeengekomen arbeidsduur van 32 uur of meer uren per week en naar rato wordt verminderd naarmate de arbeidsovereenkomst minder dan een jaar heeft geduurd of een arbeidsduur heeft van minder dan 32 uur per week of naarmate het gemiddelde aantal arbeidsuren waarvoor de werkgever loon heeft betaald minder dan 32 uur per week bedraagt; b. b. op jaarbasis het aantal overeengekomen arbeidsuren in de bedoelde arbeidsovereenkomsten niet meer bedraagt dan het aantal uren vermenigvuldigd met 1,3, waarop werkzaamheden op consumentencontracten als bedoeld in het eerste lid zijn verricht; c. c. indien niet voldaan wordt aan onderdeel b, niet wordt uitgegaan van de overeengekomen arbeidsuren, maar van het aantal uren vermenigvuldigd met 1,3, waarop werkzaamheden op consumentencontracten als bedoeld in het eerste lid zijn verricht doch niet meer dan het aantal arbeidsuren waarvoor de werkgever loon heeft betaald.

3. Indien in de arbeidsovereenkomst geen vast aantal arbeidsuren is overeengekomen en de gemiddelde arbeidsduur, naar rato van de periode waarover in een jaar is gewerkt, voldoet aan artikel 2, eerste lid, wordt bij de toepassing van het tweede lid het subsidiebedrag bepaald aan de hand van het aantal arbeidsuren waarvoor de werkgever loon heeft betaald.

Artikel 5

1. De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de administratie voor de uitvoering van deze regeling zodanig wordt ingericht, dat alle van belang zijnde vastleggingen en bewijsstukken ten behoeve van het besluitvormings-, uitvoerings-, controle- en verantwoordingsproces zichtbaar en controleerbaar zijn vastgelegd.

2. Van de administratie maken in ieder geval deel uit: de arbeidsovereenkomsten en de consumentencontracten en de daarbij behorende facturen.

3. De subsidieontvanger bewaart een afschrift van de verklaring bij de loonadministratie, zolang dat voor de subsidievaststelling noodzakelijk is.

Artikel 6

1. Een beschikking tot subsidieverlening op grond van de Regeling schoonmaakdiensten particulieren wordt per 1 juli 2005 geacht een beschikking tot subsidieverlening op grond van deze regeling te zijn.

2. De minister betaalt de subsidie bij wijze van voorschot per kwartaal aan de hand van de declaratie met opgave van de gegevens over arbeidsuren volgens de arbeidsovereenkomst, het aantal arbeidsuren waarvoor de werkgever loon heeft betaald en de gewerkte uren op consumentencontracten, die gefactureerd zijn.

3. De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de relevante gegevens over een kalenderkwartaal, opgenomen in een door hem ondertekende declaratie als bedoeld in het tweede lid, door de minister zijn ontvangen uiterlijk op de twintigste van de tweede maand volgende op het kwartaal waarop deze betrekking heeft.

4. Het voorschot wordt betaald op of omstreeks de vijftiende van de maand volgend op de maand waarin de declaratie is ontvangen. Het voorschot wordt niet verleend, indien de minister van de subsidieontvanger de bescheiden, nodig voor de subsidievaststelling betreffende voorgaande subsidieverstrekkingen, niet heeft ontvangen.

5. De subsidieontvanger informeert de Minister schriftelijk binnen vier weken over het tijdstip van beëindiging van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, en over de beëindiging van consumentencontracten.

6. Indien vóór de subsidievaststelling een verzoek tot faillietverklaring van of verlening van surséance van betaling aan de subsidie-ontvanger is ingediend, vindt geen uitbetaling van voorschotten meer plaats.

Artikel 7

1. De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de relevante gegevens over een kalenderjaar, opgenomen in een door hem ondertekende jaaropgave en, voor zover het daarin vermelde subsidiebedrag hoger is dan € 50.000,, een daarop betrekking hebbende verklaring van een accountant door de minister zijn ontvangen binnen 6 maanden na het kalenderjaar waarop deze betrekking hebben.

2. De minister stelt de subsidie vast binnen 12 maanden na ontvangst van de jaaropgave.

3. Indien de bescheiden, genoemd in het eerste lid, niet zijn ontvangen binnen 6 maanden na het kalenderjaar waarop deze betrekking hebben kan de minister de subsidie over dat kalenderjaar ambtshalve vaststellen.

4. De vastgestelde subsidie kan van de bij wijze van voorschot betaalde subsidie afwijken indien de subsidieontvanger handelt in strijd met deze regeling.

5. Bij de toepassing van het eerste lid wordt met betrekking tot het kalenderjaar 2005 voor € 50.000, gelezen: € 25.000.

Artikel 8

De declaratie, bedoeld in artikel 6, vierde lid, en de jaaropgave en de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 7, zijn ingericht volgens de bij deze regeling behorende modellen. De verklaring is gebaseerd op een onderzoek, dat is uitgevoerd overeenkomstig het bij deze regeling behorende controle- en rapportageprotocol.

Artikel 9

1. Met het toezicht op de naleving van de in deze regeling opgenomen verplichtingen zijn belast het Agentschap van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

2. De subsidieontvanger verstrekt aan de minister desgevraagd kosteloos alle inlichtingen, die hij voor evaluatie, informatievoorziening en beleidsvorming met betrekking tot deze regeling nodig heeft en verleent daartoe inzage in ter zake van belang zijnde bescheiden.

Artikel 10

Indien de ontwikkeling van het wettelijke minimumloon daartoe aanleiding geeft, maakt de minister een wijziging van het bedrag, genoemd in artikel 4, tweede lid, onderdeel a, tijdig vóór de aanvang van een kalenderjaar bekend.

Artikel 11

De Algemene Regeling SZW-subsidies is niet van toepassing.

Artikel 12

1. Bij de toepassing van artikel 5, dertiende lid, juncto artikel 10, eerste lid, van de Regeling schoonmaakdiensten particulieren wordt met betrekking tot de subsidieontvanger die gebruik maakt van de onderhavige regeling voor deze regeling gelezen: de Regeling schoonmaakdiensten particulieren 2005.

2. Bij de toepassing van artikel 6a, tweede en derde lid, juncto artikel 10, eerste lid, van de Regeling schoonmaakdiensten particulieren wordt met betrekking tot de subsidieontvanger die gebruik maakt van de onderhavige regeling voor 1 januari 2006 gelezen: 1 juli 2006.

Artikel 12a

1. Met ingang van de datum waarop aan de subsidieaanvrager subsidie op grond van artikel 3, eerste lid, van de Tijdelijke subsidieregeling beëindiging subsidiëring schoonmaakdiensten particulieren wordt verleend, beëindigt de minister de subsidie op grond van artikel 4 van deze regeling.

2. Indien aan de subsidieaanvrager subsidie op grond van artikel 3, eerste lid, van de Tijdelijke subsidieregeling beëindiging subsidiëring schoonmaakdiensten particulieren wordt verleend, wordt een eenmalig voorschot als bedoeld in artikel 5, achtste lid, van de Regeling schoonmaakdiensten particulieren, dan wel een eenmalig voorschot als bedoeld in artikel 5, negende lid, van de Regeling schoonmaakdiensten particulieren niet bij de subsidievaststelling op grond van artikel 7 in aanmerking genomen, maar bij de subsidievaststelling op grond van artikel 12 van de Tijdelijke subsidieregeling beëindiging subsidiëring schoonmaakdiensten particulieren.

3. Voorzover op grond van deze regeling subsidie is betaald die betrekking heeft op een periode waarop ook aanspraak op subsidie op grond van artikel 3, eerste lid, van de Tijdelijke subsidieregeling beëindiging subsidiëring schoonmaakdiensten particulieren bestaat, wordt de subsidie op grond van deze regeling met de subsidie op grond van artikel 3, eerste lid, van de Tijdelijke subsidieregeling beëindiging subsidiëring schoonmaakdiensten particulieren verrekend.

Artikel 13

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2005.

Artikel 14

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling schoonmaakdiensten particulieren 2005.

Bijlage 1. , als bedoeld in

Bijlage 1a. , als bedoeld in