40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling screenings- en testinstrumenten LWOO en PrO schooljaar 2012–2013 | BWBR0030361 | ministeriele-regeling | geldend | 2011-08-20 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0030361 | Regeling screenings- en testinstrumenten LWOO en PrO schooljaar 2012–2013 |
Regeling screenings- en testinstrumenten LWOO en PrO schooljaar 2012–2013
Artikel 1
De screenings- en testinstrumenten ten behoeve van de indicatiestelling voor leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs voor het schooljaar 2012–2013 worden vastgesteld conform de bijlage bij deze regeling.
Artikel 2
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 3
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling screenings- en testinstrumenten LWOO en PrO schooljaar 2012–2013.
Artikel 4
De volgende regeling wordt ingetrokken: Regeling screenings- en testinstrumenten LWOO en PrO schooljaar 2011–2012.
Bijlage . bij
De scores op de IQ-testen mogen niet ouder zijn dan twee jaar redenerend vanaf de datum van aanmelding bij de RVC-VO. Tenzij in de testhandleiding anders aangegeven hoeft men geen Flynn-correctie toe te passen. Wanneer leerlingen eind groep 7 naar het LWOO of PrO gaan (na doublure vanaf groep 3) mogen de intelligentietesten van groep 8 worden afgenomen.
De commissie heeft er al diverse malen op gewezen dat men voorzichtig moet zijn met het gebruik van schriftelijk af te nemen klassikale tests ingeval er sprake is van een leerling met grote leerachterstanden (met name op begrijpend lezen) of bij onvoldoende beheersing van het Nederlands. Mede daarom is er een onderscheid aangebracht tussen een beoordeling per leerling-categorie1Voor nadere uitleg Beoordelingscategorieën wordt verwezen naar de Toelichting bij deze lijst., te weten LWOO dan wel PrO: daarom zijn schriftelijke tests voor potentiële Pro-leerlingen van een III of een IV voorzien. Hoe te handelen zie ook de verantwoording op www.rvc-vo.nl
Enkele nuanceringen:
De scores op de SE-testen mogen niet ouder zijn dan één jaar redenerend vanaf de aanmeldingsdatum bij de RVC-VO. Volgens de Regeling worden alleen leerlingen met een IQ tussen de 90 en 120 geacht dergelijke vragenlijsten in te vullen. Opgemerkt wordt dat de schriftelijke zelfbeoordelingvragenlijsten veelal te moeilijk zijn voor leerlingen met grote leerachterstanden (en met name op het gebied van begrijpend lezen). Er worden beperkingen gesteld ten aanzien van het gebruik van zelfbeoordelingvragenlijsten door leerlingen. Leerlingen zijn met zelfbeoordelingsvragenlijsten voor SEP toetsbaar wanneer ze op Begrijpend Lezen het niveau halen van de gemiddelde leerling aan het eind van groep 6 of hoger. Wanneer deze leerling een begrijpend leesniveau heeft van een gemiddelde leerling in groep 6 moet de onderzoeker nagaan of een zelfbeoordelinglijst wel een juiste keuze is. Bij een begrijpend leesniveau in groep 3, 4 of 5 wordt sterk afgeraden een zelfbeoordelingvragenlijst te gebruiken voor de vaststelling van SE problematiek. Voor het persoonlijkheidsonderzoek kan de onderzoeker in dat geval gebruik maken van gegevens uit het onderwijskundig rapport, van beoordelingslijsten door ouders en/of leerkracht én van gegevens op basis van eigen waarneming.
Voor zover de vragenlijsten van score-aanduidingen zijn voorzien van het type klinisch bereik, risicogebied, zorgscore en dergelijke, mogen alleen de scores die in een dergelijk bereik vallen gebruikt worden als argumentatie voor zorgbehoefte.
^1 Een vragenlijst voor docenten en voor leerlingen; men mag met één van beide volstaan, maar de voorkeur gaat uit naar een combinatie van beide lijsten. Het onderscheid tussen screening- en andere instrumenten komt daarmee te vervallen
^2 Bij voorkeur in combinatie met Leerling Vragenlijst (LVL) te gebruiken
^3 Bij voorkeur in combinatie met Docenten Vragenlijst (DVL) te gebruiken
De veranderingen in de lijst t.o.v. vorig jaar komen in het kort op het volgende neer:
Voor het weergeven van de leervorderingen wordt in principe altijd gevraagd om de meest recent afgenomen toetsen. Wanneer de leerling tussen 1-2-2012 tot en met 30-9-2013 wordt aangemeld, moeten de didactische toetsen in het schooljaar 2011/2012 of daarna zijn afgenomen. Bij aanmelding vóór 1-2-2012 mogen de gegevens van de didactische toetsen die in het onderwijskundig rapport worden gebruikt niet ouder zijn dan zes toetsmaanden (juli en augustus worden niet meegerekend). Uitzondering hierop is de CITO Toets Begrijpend lezen die een vast afnamemoment kent in de winter en slechts één maal per jaar kan worden afgenomen.
Alle leervorderingentoetsen die geschikt zijn voor groep 8 mogen ook gebruikt worden voor het didactisch toetsen van leerlingen in 1-VO. De DL is in dat geval 60 en dezelfde regels die voor groep 8 gelden ten aanzien van adaptief toetsen, gelden ook hier.
Het Didactische Leeftijds Equivalent (DLE) hebt u nodig bij de doorverwijzing van leerlingen naar het leerwegondersteunend Onderwijs (LWOO) en het Praktijkonderwijs (PrO). Door Cito wordt niet bij alle toetsen een koppeling gemaakt met DLE’s in de rapportages. Cito gebruikt voor de rapportage vaardigheidsscores en functioneringsniveaus. Wanneer u gebruikmaakt van het Computerprogramma LOVS, kunt u via het onderwijskundig rapport wel de benodigde DLÉs opvragen voor de doorverwijzing naar LWOO en PrO. Het is niet mogelijk om een directe verbinding te leggen tussen de scores op de papieren toets en de digitale versie, omdat in beide gevallen langs een andere route de resultaten worden verkregen. Het is derhalve nadrukkelijk gewenst te vermelden welke toetsversie is gebruikt.
Voor de omzetting van toetsresultaten naar DLE’s dient u gebruik te maken van het DLE-boek van BOOM Testuitgevers.2DLE-schalen voor indicatiestelling LWOO en PRO, voor instroom in schooljaar 2012–2013, uitgave BOOM Testuitgevers, najaar 2011.
Bij jaargroep gebonden toetsen zoals de CITO-volgsystemen dienen de RVC’s uit te gaan van toetsen die aansluiten bij het werkelijke didactische niveau van de leerling. Dit betekent dat schoolverlaters op de basisschool soms toetsen moeten maken die in jaargroepen daarvoor gebruikt worden.
Kandidaten voor LWOO en PrO hebben leerachterstanden. Bij adaptieve toetsing door de basisschool worden toetsen afgenomen die de leerling op basis van zijn eigen leerniveau redelijk zou moeten kunnen maken. Een leerling die qua leerlijn in groep 6 zit laat men niet ploeteren met de veel te moeilijke toets van groep 8. Het gebruik van de toets van groep 6 is kindvriendelijker en de score niet alleen betrouwbaarder, maar geeft ook meer inzicht in wat een leerling kan.
In het verleden was er de regel van door- of terugtoetsen, die altijd gebruikt moest worden wanneer de toetsscore 10 of meer DLE punten lager ligt dan waarvoor de toetsversie bedoeld is. Op grond van ervaringen uit het veld3zie Verantwoording 2012–2013 op www.rvc-vo.nl onder tabblad: regeling / lijst van instrumentenis de toepassing van deze regel niet meer strikt noodzakelijk. Alleen in gevallen waarin blijkt dat de uitslag sterk afwijkt van de gegevens uit het leerlingvolgsysteem of van de overige gegevens in het onderwijskundig rapport, is door- en terugtoetsen noodzakelijk, mits er qua uitslagen sprake is van strijdigheid (sommige scores verwijzen naar LWOO en andere naar PrO) en beleid (IQ tussen 75 en 80).
Door- en terugtoetsen vindt plaats wanneer:
Ter toelichting op dit laatste punt volgen hieronder 2 voorbeelden.
Een leerling behaalt op de M5 toets een score van dle 36. U verwachtte op grond van uw M5 keuze een score tussen DLE 15 en DLE 35. Nu is het DLE 36 geworden (geen PrO score maar één die past bij LWOO). U legt ter nadere verifiëring van dit niveau nu de M6 of E6 toets voor om te zien waar het niveau dan op uitkomt. U voegt beide toetsscores toe aan het onderwijskundig rapport.
Een tweede voorbeeld. Een M5 toets met een score van dle 15. Bij deze (tegenvallende) score van DLE 15 moet u terug te toetsen of het bij deze leerling echt groep 4 niveau is en wel met een E4 toets. Aan het eind van deze notitie is een tabel over hoe door- of terug- te toetsen opgenomen.
Bij deze werkwijze hoeft u niet drie keer door te toetsen. U kiest eerst op grond van uw verwachting. De eventueel tweede toets die u kiest sluit aan bij het op de test behaalde niveau. Die twee gegevens zullen bijna altijd voor elke RVC voldoende zijn. Wel is het van groot belang dat u precies de toetsinstructies van de betreffende toetshandleiding volgt.
Bovenstaande werkwijze voor toets keuze en het eventuele moeten doortoetsen is aan de orde bij de volgende toetsen:
Leestechniek en Leestempo CITO, 2001
LOVS technisch lezen groep 3 t/m 5, CITO 2010
LOVS Begrijpend lezen, CITO 2010
LOVS Spelling, CITO 2010
LOVS Rekenen-wiskunde, CITO 2010
^1 Is de score lager dan het voorafgaande leerjaar dat u adaptief had gekozen, dan is het advies: neem de toets van het leerjaar waar de behaalde DLE score naar verwijst. Dit kan twee of meer leerjaren lager worden als uw start niveau veel te hoog is geweest.
^2 Bij voorkeur in combinatie met Docenten Vragenlijst (DVL) te gebruiken
^1 In verband met normering ouder dan 15 jaar
^2 In verband met normering ouder dan 15 jaar
Wanneer een leerling bij de afname van de toets Technisch Lezen lager scoort dan DLE 20 is afname van een toets Begrijpend Lezen voor leerlingen die naar het PrO worden verwezen niet noodzakelijk.