40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling spaarloon politie | BWBR0006740 | ministeriele-regeling | geldend | 1994-06-19 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0006740 | Regeling spaarloon politie |
Regeling spaarloon politie
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
- ambtenaar de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i van het Besluit algemene rechtspositie politie, uitgezonderd de vakantiemedewerker.
-
- bevoegd gezag degene die ten aanzien van de ambtenaar wordt aangemerkt als inhoudingsplichtige als bedoeld in de Wet op de loonbelasting.
-
- salaris het salaris, bedoeld in het Besluit bezoldiging politie.
Artikel 2
1. Het bevoegde gezag houdt op verzoek van de ambtenaar op diens salaris een bedrag in en maakt dat over op een door de ambtenaar opgegeven spaarloonrekening dan wel de rekening van de financiële instelling waarbij de ambtenaar een overeenkomst van levensverzekering waarbij een lijfrente of een kapitaalsuitkering is verzekerd, heeft afgesloten. Dit bedrag is niet hoger dan het ingevolge artikel 11, eerste lid, onderdeel h, onder 2° juncto artikel 34a, vijfde lid, van de Wet op de loonbelasting vastgestelde maximumspaarbedrag.
2. In afwijking van het eerste lid kan het bevoegde gezag een spaarinstelling aanwijzen als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen.
Artikel 3
1. Het in artikel 2 bedoelde verzoek wordt schriftelijk gedaan op een door het bevoegde gezag nader te bepalen wijze.
2.
Indien het bevoegde gezag geen spaarinstelling heeft aangewezen, overlegt de ambtenaar bij zijn verzoek een op schrift gestelde verklaring van een financiële instelling als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen, waarbij hij een spaarloonrekening heeft geopend, waaruit blijkt dat:
a. a. deze instelling ten aanzien van die spaarloonrekening conform de bepalingen van deze regeling en de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen zal handelen; b. b. deze instelling, indien het spaarbedrag wordt gestort op een spaarloonrekening, het bevoegde gezag direct na afloop van elk kalenderjaar waarin de ambtenaar heeft gespaard een schriftelijke opgave zal verstrekken waaruit het verloop van diens spaartegoed blijkt voor zover het betreft:
1.
het spaarloon;
2.
op het tegoed gekweekte inkomsten over de periode waarin het spaarloon ingevolge deze regeling niet ter beschikking van de ambtenaar komt;
-
-
het spaarloon;
-
-
-
op het tegoed gekweekte inkomsten over de periode waarin het spaarloon ingevolge deze regeling niet ter beschikking van de ambtenaar komt;
-
c. c. deze instelling ingeval van de opneming van spaargelden als bedoeld in artikel 11, tweede lid, de alsdan in te houden bedragen in verband met loonheffing, alsmede de premies ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Werkloosheidswet en de Ziektewet, dan wel hetgeen daarmee overeenkomt, volgens opgave van het bevoegde gezag aan hem zal doen toekomen.
Artikel 4
Bij het in artikel 2 bedoelde verzoek doet de ambtenaar opgave van tenminste de volgende gegevens:
a. a. het op zijn salaris in te houden spaarbedrag; b. b. of dit bedrag in gelijke maandelijkse termijnen dan wel, indien de spaarloonregeling van het korps daarin voorziet, in een keer op het salaris dient te worden ingehouden; c. c. het bank- of gironummer van de in artikel 3 bedoelde financiële instelling; d. d. het nummer van de spaarloonrekening.
Artikel 5
1. Indien de ambtenaar in maandelijkse termijnen spaart behoeft het verzoek daartoe slechts een keer te worden ingediend.
2. De ambtenaar kan telkens per 1 januari van enig kalenderjaar het bevoegde gezag schriftelijk verzoeken het maandelijks in te houden bedrag te wijzigen, een en ander met inachtneming van het in artikel 2 bedoelde maximumbedrag.
3. Het bevoegde gezag kan nadere regels stellen over de wijze waarop de ambtenaar een verzoek als bedoeld in het tweede lid indient.
4. Indien de ambtenaar spaart via een inhouding in een keer op zijn salaris dient hij het verzoek daartoe ieder jaar in.
Artikel 6
Het bevoegde gezag stort het op het salaris van de ambtenaar ingehouden spaarbedrag onmiddellijk op het door de ambtenaar opgegeven bank- of gironummer van de financiële instelling ten gunste van de spaarloonrekening van de ambtenaar respectievelijk ten gunste van de afgesloten levensverzekering.
Artikel 7
Het is de ambtenaar niet toegestaan rechtstreeks stortingen op zijn spaarloonrekening te verrichten.
Artikel 8
1.
De ambtenaar kan de op zijn spaarloonrekening gestorte spaarbedragen opnemen indien:
a. a. het spaarbedrag ten minste vier kalenderjaren op de spaarloonrekening heeft gestaan; b. b. het spaarbedrag wordt aangewend inzake de verwerving van een tot hoofdverblijf dienende eigen woning zoals bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen; c. c. het spaarbedrag wordt aangewend ter voldoening van premies verschuldigd ingevolge een overeenkomst van levensverzekering waarbij een lijfrente of een kapitaalverzekering is verzekerd, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 16, tweede lid, juncto 8, eerste en tweede lid, van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen; d. d. indien het spaarbedrag wordt omgezet in effecten conform artikel 16 juncto de artikelen 6 en 7 van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen; e. e. het spaarbedrag wordt aangewend voor eenzesde deel van de aan de ambtenaar of zijn partner in rekening gebrachte kosten voor kinderopvang, zoals bedoeld in artikel 19f van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen.
2. De ambtenaar kan vrij beschikken over de door de financiële instelling vergoede rente over de spaarbedragen.
Artikel 9
Voor het opnemen van spaarbedragen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdelen b en c, heeft de ambtenaar een schriftelijke machtiging van het bevoegde gezag nodig.
Artikel 10
1. Op verzoek van de ambtenaar beeindigt het bevoegde gezag de inhouding van spaarbedragen op het salaris van de ambtenaar.
2. Inzake het opnemen van gespaarde bedragen is artikel 8 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 11
1. De deelname aan deze regeling eindigt van rechtswege indien het bevoegde gezag geen loon uit tegenwoordig dienstverband volgens de criteria die worden gehanteerd bij het arbeidskostenforfait van de loon- en inkomstenbelasting meer aan de ambtenaar betaalt.
2.
Bij beëindiging van het dienstverband, waaronder begrepen het overlijden van de ambtenaar, geven de ambtenaar dan wel zijn nagelaten betrekkingen aan het bevoegde gezag aan of de gespaarde bedragen, met behoud van de opnamemogelijkheden als genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdelen b en c, op de spaarloonrekening zullen blijven staan zolang de in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, genoemde termijn nog niet is verstreken dan wel dat gespaarde bedragen zullen worden opgenomen.
- Indien gespaarde bedragen volgens het tweede lid worden opgenomen, geschiedt dit in overleg met het bevoegde gezag, teneinde te bewerkstelligen dat overeenkomstig artikel 22 van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen tot loonheffing krachtens de Wet op de loonbelasting, alsmede tot de inhouding van premies ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Werkloosheidswet en de Ziektewet, dan wel hetgeen daarmee overeenkomt, kan worden gekomen. Artikel 9 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 12
Het is de ambtenaar niet toegestaan het tegoed op zijn spaarloonrekening respectievelijk de afgesloten levensverzekering op enigerlei wijze in onderpand te geven of zijn rechten hierop over te dragen.
Artikel 13
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juni 1994.
Artikel 14
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling spaarloon politie.