rijk/ministeriele-regeling/regeling-specifieke-uitkering-instandhouding-en-doorontwikkeling-expertisecentra/BWBR0044990
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling specifieke uitkering instandhouding en doorontwikkeling expertisecentra jeugdhulp BWBR0044990 ministeriele-regeling geldend 2021-04-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0044990 Regeling specifieke uitkering instandhouding en doorontwikkeling expertisecentra jeugdhulp

Regeling specifieke uitkering instandhouding en doorontwikkeling expertisecentra jeugdhulp

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

    *bovenregionaal gebied:* een cluster van jeugdregios in een bepaald gebied zoals opgenomen in bijlage 1;

    *bestuurlijk overleg expertisecentra jeugdhulp:* overleg tussen het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de VNG en acht wethouders van de coördinerende gemeenten die verantwoordelijk zijn voor het jeugddomein;

    *coördinerende gemeente:* de gemeente, genoemd in bijlage 1, die verantwoordelijk is voor de instandhouding en doorontwikkeling van het expertisecentrum jeugdhulp voor het bovenregionale gebied;

    *expertisecentrum jeugdhulp:* centrum in een bovenregionaal gebied dat ten doel heeft om te zorgen voor een passende oplossing voor jongeren met complexe en meervoudige problematiek die vastlopen in de zorg of niet de juiste hulp krijgen en te voorkomen dat de zorgvraag van jongeren steeds complexer wordt;

    *jeugdregio:* een regionaal samenwerkingsverband waarin gemeenten bovenlokaal samenwerken voor uitvoering van jeugdhulptaken;

    *lerend netwerk expertisecentra:* een landelijk lerend netwerk van de projectleiders expertisecentrum jeugdhulp onder leiding van en georganiseerd door de landelijk projectleider;

    *minister:* de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

    *projectleider expertisecentrum jeugdhulp:* de persoon die door de coördinerende gemeente is aangesteld en de opdracht heeft om het expertisecentrum jeugdhulp binnen het desbetreffende bovenregionale gebied in stand te houden en door te ontwikkelen;

    *SiSa:* Single information, Single audit, eenmalige informatieverstrekking, eenmalige accountantscontrole. SiSa is de manier waarop provincies, gemeenten, gemeenschappelijke regelingen (hierna: medeoverheden) zich per jaar verantwoorden over de besteding van specifieke uitkeringen en/of provinciale middelen;

    *VNG:* Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Artikel 2

1. Op deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing.

2. Op deze regeling zijn de artikelen 4:35, 4:48 tot en met 4:50, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3

1. De minister kan een specifieke uitkering aan een coördinerende gemeente verstrekken voor activiteiten die nodig zijn in verband met de instandhouding en doorontwikkeling van het expertisecentrum jeugdhulp voor het bovenregionale gebied conform de uitgangspunten als bedoeld in de Kamerbrief Stand van zaken expertisecentra jeugdhulp d.d. 17 juni 2020.

2.

De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, omvatten of zijn ondersteunend aan de volgende doelstellingen:

a) a) het zorgen voor passende oplossingen voor jongeren met complexe en meervoudige problematiek die nu vastlopen in de zorg en niet de juiste hulp krijgen; b) b) het bijdragen aan een lerend stelsel en de ontwikkeling van kennis; c) c) de organisatie en het beheer van een expertisecentrum jeugdhulp.

Artikel 4

De specifieke uitkering per coördinerende gemeente bedraagt maximaal:

Artikel 5

1. De minister geeft uiterlijk 12 weken na inwerkingtreding van deze regeling een beschikking tot verlening van een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 3 voor het bedrag genoemd in artikel 4.

2. Het besluit tot verlening vermeldt in elk geval het doel waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend, het bedrag van de specifieke uitkering, de periode waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend en de wijze waarop de verantwoording plaatsvindt.

3. De minister verleent bij het besluit tot verlening van de specifieke uitkering een voorschot van 100% dat in één keer wordt betaald.

Artikel 6

1. De coördinerende gemeente informeert de minister op verzoek over de stand van zaken rond het expertisecentrum, de activiteiten die ondernomen worden en over de besteding van de middelen uit de specifieke uitkering.

2. De coördinerende gemeente draagt er zorg voor dat het expertisecentrum jeugdhulp de basisset indicatoren, zoals opgenomen in bijlage 2, gebruikt om te leren van de casuïstiek.

3. De coördinerende gemeente draagt er zorg voor dat de projectleider expertisecentrum jeugdhulp participeert in het landelijk lerend netwerk expertisecentra.

4. De coördinerende gemeente draagt er zorg voor dat de wethouder die verantwoordelijk is voor het jeugddomein deelneemt aan het bestuurlijk overleg expertisecentra jeugdhulp.

Artikel 7

1. De ontvanger van een specifieke uitkering legt verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2. Daar waar sprake is van overdracht van middelen naar een medeoverheid is SiSa tussen medeoverheden van toepassing conform artikel 17a, tweede lid van de Financiële-verhoudingswet.

3. Indien een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 3 niet of niet geheel in het jaar 2021 is besteed aan de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, kan het overschot in het jaar 2022 of 2023 worden besteed aan de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid.

Artikel 8

1. De minister besluit uiterlijk 38 weken na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 7, over de vaststelling van de specifieke uitkering.

2. Indien de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend, zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen die verbonden zijn aan de specifieke uitkering, wordt de specifieke uitkering vastgesteld op het bedrag dat bestaat uit de gerealiseerde kosten, tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

Artikel 9

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2021 en vervalt met ingang van 1 juli 2025.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering instandhouding en doorontwikkeling expertisecentra jeugdhulp.

Bijlage 1. Regio-indeling

Bijlage 2. Basisset indicatoren