rijk/ministeriele-regeling/regeling-specifieke-uitkering-interbestuurlijk-programma-vth/BWBR0047140
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling specifieke uitkering interbestuurlijk programma VTH BWBR0047140 ministeriele-regeling geldend 2022-09-15 https://wetten.overheid.nl/BWBR0047140 Regeling specifieke uitkering interbestuurlijk programma VTH

Regeling specifieke uitkering interbestuurlijk programma VTH

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • fte: fulltime-equivalent, de rekeneenheid voor de omvang van een baan of voor de totale personeelssterkte, waarbij één fte gelijk staat aan een werkweek van 36 uur;
  • IBP: interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel;
  • minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
  • omgevingsdienst: omgevingsdienst als bedoeld in artikel 5.3, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
  • ODNL: de vereniging Omgevingsdienst NL;
  • pijler: thema van het IBP;
  • VTH: vergunningverlening, toezicht en handhaving.

Artikel 2

De artikelen 2, eerste lid, 6, eerste en vierde lid, 11, 12, aanhef en onderdelen b, c, d, e, f, g, h, i, en k, 14, eerste en vierde lid, 17, eerste lid, aanhef en onderdelen a, b, e en f, en tweede lid, 18, 21, 23, eerste lid, en 24, eerste lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M zijn van overeenkomstige toepassing op een specifieke uitkering die op grond van deze regeling wordt verstrekt.

Artikel 3

Deze regeling heeft tot doel additionele capaciteit te realiseren bij omgevingsdiensten en financiële middelen ter beschikking te stellen aan omgevingsdiensten ter uitvoering van het IBP.

Artikel 4

De minister kan op aanvraag aan een omgevingsdienst een specifieke uitkering verstrekken voor additionele capaciteit en financiële middelen voor de activiteiten, bedoeld in bijlage I, voor de periode 15 september 2022 tot en met 31 december 2024.

Artikel 5

1.

Voor een specifieke uitkering komen in aanmerking:

a. a. kosten voor de gemaakte uren van de activiteiten in bijlage I met inbegrip van inhuur met een maximum van € 130 per uur met inbegrip van omzetbelasting en reiskosten, zonder maximum van de uitkering; en b. b. kleine materiële uitgaven ten behoeve van de activiteiten, met een maximum van 10% van de uitkering.

2. Kosten als bedoeld in het eerste lid die zijn gemaakt in de periode 15 september 2022 tot en met 31 december 2024 komen voor vergoeding in aanmerking.

3. In afwijking van het eerste lid, onder a, wordt geen uitkering verstrekt voor verschuldigde omzetbelasting, tenzij de ontvanger aantoonbaar de omzetbelasting niet kan verrekenen of hiervoor geen compensatie kan krijgen op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.

Artikel 6

Het uitkeringsplafond bedraagt € 15.000.000,.

Artikel 7

De minister verstrekt per omgevingsdienst ten hoogste één specifieke uitkering van ten hoogste het bedrag dat voor die omgevingsdienst is opgenomen in bijlage II.

Artikel 8

1. Elke aanvrager dient één aanvraag in waarin alle gewenste activiteiten zijn opgenomen.

2. Een aanvraag voor een specifieke uitkering voor een activiteit wordt ingediend bij de minister met gebruikmaking van een daartoe door de minister op Rijksoverheid.nl beschikbaar gesteld digitaal formulier.

3. Een aanvraag voor een specifieke uitkering wordt ingediend in de periode van 15 september 2022 tot en met 14 oktober 2022.

4.

In de aanvraag worden opgenomen:

a. a. de gegevens van de contactpersoon bij de omgevingsdienst; b. b. het bedrag van de aangevraagde specifieke uitkering; c. c. een activiteitenplan dat een beschrijving bevat van:

        1°.
        de te verrichten activiteiten, bedoeld in bijlage I;
      
      
        2°.
        de wijze waarop deze activiteiten worden ingericht en uitgevoerd;
      
      
        3°.
        de bijdrage die daarmee wordt geleverd aan de doelen van het IBP;
      
      
        4°.
        het aantal geraamde uren dat per activiteit is geraamd; en

1°. 1°. de te verrichten activiteiten, bedoeld in bijlage I; 2°. 2°. de wijze waarop deze activiteiten worden ingericht en uitgevoerd; 3°. 3°. de bijdrage die daarmee wordt geleverd aan de doelen van het IBP; 4°. 4°. het aantal geraamde uren dat per activiteit is geraamd; en d. d. een gespecificeerde begroting die inzicht geeft in de uitgaven van de omgevingsdienst, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten en de periode waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd. e. e. het bankrekeningnummer waarop het subsidiebedrag dient te worden gestort, inclusief een bewijs dat de bankrekening op naam van de aanvrager staat;

5. De directeur van de omgevingsdienst verklaart met het doen van de aanvraag dat de aanvraag is afgestemd met het dagelijks bestuur van de omgevingsdienst.

6. Ingeval van een onvolledige aanvraag wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld de aanvraag binnen twee weken aan te vullen met de gegevens die op grond van dit artikel zijn vereist.

Artikel 9

Een besluit tot verlening vermeldt in elk geval:

a. a. de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend; b. b. het bedrag van de specifieke uitkering; c. c. de wijze waarop het bedrag van de specifieke uitkering is bepaald; d. d. de termijnen waarin de voorschotten worden verstrekt; en e. e. de periode, 15 september 2022 tot en met 31 december 2024, waarvoor de specifieke uitkering is verleend.

Artikel 10

1. De omgevingsdienst besteedt de specifieke uitkering uitsluitend aan de activiteiten opgenomen in het activiteitenplan, bedoeld in artikel 8, vierde lid, onder c, en in de periode tussen 15 september 2022 en 31 december 2024.

2. De omgevingsdienst rondt de activiteiten uiterlijk op 31 december 2024 af.

3. De omgevingsdienst houdt een separate urenverantwoording en kosten per activiteit bij en bewaart deze gegevens gedurende tenminste 5 jaar.

Artikel 11

1. De minister verstrekt bij het besluit tot verlening, bedoeld in artikel 9, een voorschot van maximaal 100%.

2.

Het voorschot wordt uitgekeerd in twee termijnen:

1/3 deel binnen 6 weken na de verlening; 2/3 deel binnen 3 maanden na de verlening.

Artikel 12

De minister stelt de specifieke uitkering vast uiterlijk op 31 december van het jaar waarop de laatste verantwoording volgens het principe, bedoeld in artikel 24, eerste lid, derde volzin, van het Kaderbesluit subsidies I en M, heeft plaatsgevonden.

Artikel 13

De Minister publiceert uiterlijk op 31 december 2026 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de uitkering in de praktijk.

Artikel 14

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 september 2022. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 14 september 2022, treedt de regeling in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling wordt geplaatst.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 31 december 2024, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verstrekt.

Artikel 15

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering interbestuurlijk programma VTH.

Bijlage I. Activiteiten die in aanmerking komen voor een specifieke uitkering, behorend bij

De uitkering wordt gebruikt om aanvullende capaciteit te creëren bij een omgevingsdienst zodat activiteiten, opgenomen in onderstaande tabel, kunnen worden uitgevoerd.

Voor de onderstaande activiteiten kan de aanvullende capaciteit worden ingezet. Hiervoor geldt de gemaximeerde uurvergoeding, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a. Per activiteit zijn de verplichte indicatoren voor de verantwoording opgenomen.

Het IBP kent zes pijlers waarin alle aanbevelingen van de commissie Van Aartsen zijn opgenomen met uitzondering van aanbeveling 4 over het basistakenpakket. De opvolging van deze aanbeveling is al buiten het IBP in gang gezet. In het programmaplan IBP zijn per pijler de programmadoelen uitgewerkt inclusief planning. De zes pijlers zijn:

Bijlage II. Verdeelsleutel omgevingsdiensten, behorend bij

De omzetcijfers per omgevingsdienst waarmee het variabele bedrag van de uitkering wordt bepaald, zijn in afstemming met ODNL opgesteld.