rijk/ministeriele-regeling/regeling-specifieke-uitkering-ontzorgingsprogramma-verduurzaming-kleine-en-micro/BWBR0049289
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling specifieke uitkering ontzorgingsprogramma verduurzaming kleine en micro mkb-ondernemingen en bedrijventerreinen BWBR0049289 ministeriele-regeling geldend 2024-02-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0049289 Regeling specifieke uitkering ontzorgingsprogramma verduurzaming kleine en micro mkb-ondernemingen en bedrijventerreinen

Regeling specifieke uitkering ontzorgingsprogramma verduurzaming kleine en micro mkb-ondernemingen en bedrijventerreinen

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

    *bedrijfsmatig vastgoed:* een bouwwerk als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet, waarin door een mkb-onderneming bedrijfsmatige of beroepshalve activiteiten met een winstgevend karakter worden uitgevoerd;

    *bedrijventerrein:* cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in een bestemmingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied;

    *compensabele BTW:* de BTW die in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW compensatiefonds of voor aftrek op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968;

    *kleine en micro mkb-onderneming:* kleine en micro ondernemingen als bedoeld in de bijlage bij de Aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU 2003, L 124);

    *Minister:* de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

    *organisatiegraad:* een samenwerking op een bedrijventerrein tussen eigenaren of huurders van bedrijfsmatig vastgoed, waarmee de continuïteit van onderhoud, beheer en verduurzaming van een bedrijventerrein wordt gewaarborgd.

Hoofdstuk 2. Ontzorgingsprogramma verduurzaming kleine en micro mkb-ondernemingen

Artikel 2

1. De Minister kan op aanvraag een specifieke uitkering verstrekken aan een provincie voor activiteiten ter ontzorging van een kleine en micro mkb-onderneming bij de verduurzaming van het bedrijfsproces van de onderneming of haar bedrijfsmatig vastgoed.

2.

De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, omvatten uitsluitend:

a. a. het ambtelijk organiseren en coördineren van de uitvoering van het ontzorgingsprogramma binnen de provincie; b. b. het ondersteunen van een kleine en micro mkb-onderneming door het geven van technisch, financieel of juridisch advies tot het moment van aanbesteden dan wel inkoop, indien geen sprake is van een aanbesteding; c. c. het delen van de opgedane regionale kennis en ervaring binnen en buiten de eigen provincie, gemeente, brancheorganisaties of lokale ondernemersverenigingen; d. d. het ondersteunen van een kleine en micro mkb-onderneming bij het voorbereiden en aanvragen van een subsidie of lening voor de verduurzaming van het bedrijfsproces van die onderneming of haar bedrijfsmatig vastgoed.

3.

De specifieke uitkering wordt niet besteed aan:

a. a. het ontzorgen van een kleine en micro mkb-onderneming met een agrarische functie; b. b. het ontzorgen van een eenmanszaak zonder personeel, tenzij het bedrijfsproces van de onderneming wordt uitgevoerd in een bedrijfspand, niet zijnde een woning; c. c. het opstellen en aangaan van overeenkomsten tussen een kleine en micro mkb- onderneming en een derde; en d. d. het uitvoeren van verduurzamingsmaatregelen voor een kleine en micro mkb-onderneming.

Artikel 3

1. De Minister kan in totaal ten hoogste € 32.644.420 aan specifieke uitkeringen aan provincies verstrekken voor het doel, bedoeld in artikel 2, verminderd met het bedrag aan compensabele BTW.

2. Het totaal aan specifieke uitkeringen bedraagt ten hoogste het per provincie genoemde bedrag in bijlage I, verminderd met het bedrag aan compensabele BTW.

3. Het bedrag aan compensabele BTW stort de Minister in het BTW compensatiefonds.

Artikel 4

1. Een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 2 kan door de provincie worden aangevraagd van 15 februari 2024 vanaf 12.00 uur tot en met 15 maart 2024 tot 12.00 uur, dan wel zoveel eerder indien het plafond is bereikt.

2.

Een aanvraag bevat in ieder geval:

a. a. een omschrijving van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd en de wijze waarop de activiteiten bijdragen aan het doel, bedoeld in artikel 2; b. b. een omschrijving op welke wijze wordt voldaan aan de beoordelingscriteria, bedoeld in bijlage II; c. c. een omschrijving van het provinciaal duurzaamheids- en energiebeleid voor de gebouwde omgeving, inclusief een aanpak voor de kleine en micro mkb-ondernemingen; d. d. een omschrijving van bestaande regionale netwerken en structuren van en voor de kleine en micro mkb-ondernemingen die worden benut voor de activiteiten; e. e. een omschrijving van bestaande initiatieven en samenwerking tussen kleine en micro mkb -ondernemingen die worden benut voor de activiteiten; f. f. het beoogde aantal kleine en micro mkb-ondernemingen dat ondersteund wordt, inclusief een afwegingskader hoe dit aantal wordt behaald; g. g. een omschrijving van de borging en deling van de opgedane regionale kennis en ervaring tussen provincies en gemeenten, met de betrokken beleidsdepartementen, brancheorganisaties en het kennisprogramma; h. h. een omschrijving hoe gebruik wordt gemaakt van de kennis en expertise van relevante brancheorganisaties en borging en deling van de opgedane regionale kennis met deze organisaties; i. i. de verwachte begin- en einddatum van de activiteiten; j. j. een begroting van de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering wordt aangevraagd, inclusief de compensabele BTW, waarbij de provincie onderscheid maakt tussen de advieskosten voor de kleine en micro mkb-onderneming en de kosten voor het opzetten van de organisatie van het programma; en k. k. een omschrijving van de mate waarin de provincie stimuleert dat de kleine en micro mkb-onderneming een eigen bijdrage betaalt ten behoeve van het ontzorgingsprogramma, bedoeld in artikel 2.

3. Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat door de Minister ter beschikking is gesteld op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Artikel 5

1.

Een aanvraag voor een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 4 wordt geheel of gedeeltelijk afgewezen:

a. a. voor zover de in de aanvraag genoemde activiteit niet onder artikel 2, tweede lid, valt; b. b. indien sprake is van een onvolledige aanvraag; c. c. indien het plafond, bedoeld in artikel 3, tweede lid, is bereikt; d. d. indien de aanvraag onvoldoende informatie bevat om te toetsen aan de beoordelingscriteria, bedoeld in bijlage II; of e. e. indien de aanvraag minder dan 60 punten scoort op grond van de beoordelingscriteria, bedoeld in bijlage II.

2. Er wordt geen specifieke uitkering verstrekt voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, voor zover die op andere wijze worden gesubsidieerd of gefinancierd.

Artikel 6

Indien een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 2 wordt verstrekt, vermeldt de beschikking in

ieder geval:

a. a. een beschrijving van de activiteiten waaraan de specifieke uitkering moet worden besteed; b. b. het bedrag van de specifieke uitkering, met een maximum zoals bedoeld in bijlage I.

Artikel 7

1.

De ontvanger van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, is verplicht om:

a. a. de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering is verstrekt geheel uit te voeren tussen 1 mei 2024 en 1 mei 2027; en b. b. de kosten voor levering van goederen of diensten door derden voor de uitvoering van de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering is verstrekt marktconform te bepalen.

2. Indien de afronding van de activiteiten niet voor de datum, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, buiten de schuld van de ontvanger van de specifieke uitkering mogelijk is, kan de Minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de ontvanger eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen.

3. De ontvanger van de specifieke uitkering mag deze alleen besteden ten behoeve van een kleine en micro mkb-onderneming die eigenaar is van het bedrijfsmatig vastgoed waarin zij is gevestigd of waarbij de eigenaar van het bedrijfsmatig vastgoed ingestemd heeft met de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d.

4. Indien de kleine en micro mkb-onderneming aan de energiebesparingsplicht ter verduurzaming van het energiegebruik voor gebouwgebonden maatregelen, bedoeld in 3.84 van het Besluit bouwwerken leefomgeving moet voldoen, dient zij eerst de hieraan verbonden informatieplicht, bedoeld in artikel 3.84a van dat Besluit te hebben uitgevoerd of indien sprake is van een energiebesparingsplicht voor procesgebonden maatregelen, bedoeld in artikel 5.15 van het Besluit activiteiten leefomgeving, dient zij eerst de hieraan verbonden informatie- en onderzoeksplicht, bedoeld in artikel 5.15a van dat Besluit, te hebben uitgevoerd, voordat kan worden begonnen met de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van deze regeling.

5. Op verzoek van de Minister informeert de ontvanger van de specifieke uitkering aan hem over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt.

6. Op verzoek van de Minister verschaft de ontvanger van de specifieke uitkering aan hem informatie ten behoeve van de halfjaarlijkse monitoring van de provinciale ontzorgingsprogrammas door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

7. Op verzoek van de Minister verschaft de ontvanger van de specifieke uitkering aan hem informatie ten behoeve van door de Minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht informatie te verkrijgen over de doelmatigheid en doeltreffendheid van de provinciale ontzorgingsprogrammas in relatie tot het klimaatbeleid.

Artikel 8

De Minister verleent een voorschot van 100% van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 6, onderdeel b, en betaalt dat in één keer uit.

Artikel 9

1. De provincies leggen verantwoording af over de besteding van de ontvangen specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2. Als uit de eindverantwoordingsinformatie blijkt dat de specifieke uitkering onrechtmatig is besteed gelet op het doel en de activiteiten, bedoeld in artikel 2, of onvolledig is besteed binnen de daartoe gestelde termijn, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de Minister lager worden vastgesteld en worden teruggevorderd.

3. De Minister doet binnen een jaar na ontvangst van de eindverantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan de ontvanger van de specifieke uitkering.

Hoofdstuk 3. Ontzorgingsprogramma verduurzaming bedrijventerreinen

Artikel 10

1. De Minister kan op aanvraag een specifieke uitkering verstrekken aan een provincie voor activiteiten ter ontzorging van eigenaren of huurders van bedrijfsmatig vastgoed bij het opzetten of verbeteren van de organisatiegraad op een bedrijventerrein ten behoeve van de verduurzaming ervan.

2.

De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, omvatten uitsluitend:

a. a. het ambtelijk organiseren en coördineren van de uitvoering van een programma ten behoeve van verduurzaming van bedrijventerreinen binnen de provincie; b. b. het opzetten van een organisatiegraad op een bedrijventerrein ten behoeve van de verduurzaming; c. c. het opschalen, uitbreiden of intensiveren van de bestaande organisatiegraad op een bedrijventerrein ten behoeve van de verduurzaming; d. d. het delen van de opgedane regionale kennis en ervaring binnen en buiten de eigen provincie, gemeente of brancheorganisaties of lokale ondernemersverenigingen;

3.

De specifieke uitkering wordt niet besteed aan:

a. a. het uitvoeren van verduurzamingsmaatregelen voor een bedrijventerrein; b. b. bedrijventerreinen die binnen de vijf industrieclusters van het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie vallen.

Artikel 11

1. De Minister kan in totaal ten hoogste € 22.220.000 aan specifieke uitkeringen aan provincies verstrekken voor het doel, bedoeld in artikel 10, verminderd met het bedrag aan compensabele BTW.

2. Het totaal aan specifieke uitkeringen bedraagt ten hoogste het per provincie genoemde bedrag in bijlage III, verminderd met het bedrag aan compensabele BTW.

3. Het bedrag aan compensabele BTW stort de Minister in het BTW compensatiefonds.

Artikel 12

1. Een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 10 kan door de provincie worden aangevraagd van 15 februari 2024 vanaf 12.00 uur tot en met 15 maart 2024 tot 12.00 uur, dan wel zoveel eerder indien het plafond is bereikt.

2.

Een aanvraag bevat in ieder geval:

a. a. een omschrijving van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd en de wijze waarop de activiteiten bijdragen aan het doel, bedoeld in artikel 10; b. b. het beoogde aantal bedrijventerreinen dat gefaciliteerd wordt met de voorgenomen activiteiten; c. c. een omschrijving op welke wijze wordt voldaan aan de beoordelingscriteria, bedoeld in bijlage IV; d. d. een omschrijving van het provinciaal duurzaamheidsbeleid voor de gebouwde omgeving en bedrijventerreinenbeleid; e. e. een omschrijving van bestaande regionale netwerken en structuren van ondernemers die worden benut voor de activiteiten; f. f. een omschrijving van initiatieven en organisaties voor bedrijventerreinen bij gemeenten binnen de provincie die worden benut voor de activiteiten; g. g. een omschrijving van de borging en deling van de opgedane regionale kennis en ervaring binnen de provincie, met de betrokken beleidsdepartementen, het landelijke Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen, de gemeenten en brancheorganisaties; h. h. de verwachte begin- en einddatum van de activiteiten; en i. i. een begroting van de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering wordt aangevraagd, inclusief de compensabele BTW.

3. Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat door de Minister ter beschikking is gesteld op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Artikel 13

1.

Een aanvraag voor een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 12 wordt geheel of gedeeltelijk afgewezen:

a. a. voor zover de in de aanvraag genoemde activiteit niet onder artikel 10, tweede lid, valt; b. b. indien sprake is van een onvolledige aanvraag; c. c. indien het plafond, bedoeld in artikel 11, tweede lid, is bereikt; d. d. indien de aanvraag onvoldoende informatie bevat om te toetsen aan de beoordelingscriteria, bedoeld in bijlage IV; of e. e. indien de aanvraag minder dan 60 punten scoort op grond van de beoordelingscriteria, bedoeld in bijlage IV.

2. Er wordt geen specifieke uitkering verstrekt voor activiteiten, bedoeld in artikel 10, tweede lid, voor zover die op andere wijze zijn gesubsidieerd of gefinancierd.

Artikel 14

Indien een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 10 wordt verstrekt, vermeldt de beschikking in

ieder geval:

a. a. een beschrijving van de activiteiten waaraan de specifieke uitkering moet worden besteed; en b. b. het bedrag van de specifieke uitkering, met een maximum zoals bedoeld in bijlage III.

Artikel 15

1.

De ontvanger van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 10, is verplicht om:

a. a. de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering is verstrekt geheel uit te voeren tussen 1 mei 2024 en 1 mei 2027; en b. b. de kosten voor levering van goederen of diensten door derden voor de uitvoering van de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering is verstrekt marktconform te bepalen.

2. Indien de afronding van de activiteiten niet voor de datum, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, buiten de schuld van de ontvanger van de specifieke uitkering mogelijk is, kan de Minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de ontvanger eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen.

3. Op verzoek van de Minister informeert de ontvanger van de specifieke uitkering aan hem over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt.

4. Op verzoek van de Minister verschaft de ontvanger van de specifieke uitkering aan hem informatie ten behoeve van de halfjaarlijkse monitoring van de provinciale ontzorgingsprogrammas door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

5. Op verzoek van de Minister verschaft de ontvanger van de specifieke uitkering aan hem informatie ten behoeve van door de Minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht informatie te verkrijgen over de doelmatigheid en doeltreffendheid van de provinciale ontzorgingsprogrammas in relatie tot het klimaatbeleid.

Artikel 16

De Minister verleent een voorschot van 100% van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 14, onderdeel b, en betaalt dat in één keer uit.

Artikel 17

1. De provincies leggen verantwoording af over de besteding van de ontvangen specifieke uitkering, bedoeld in artikel 10, op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2. Als uit de eindverantwoordingsinformatie blijkt dat de specifieke uitkering onrechtmatig is besteed gelet op het doel en de activiteiten, bedoeld in artikel 10, of onvolledig is besteed binnen de daartoe gestelde termijn, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de Minister worden teruggevorderd.

3. De Minister doet binnen een jaar na ontvangst van de eindverantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan de ontvanger van de specifieke uitkering.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 18

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 februari 2024 en vervalt met ingang van 1 mei 2027, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die op grond van deze regeling voor laatstgenoemde datum zijn verstrekt.

Artikel 19

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering ontzorgingsprogramma verduurzaming kleine en micro mkb-ondernemingen en bedrijventerreinen.

Bijlage I. Hoogte totaal aan specifieke uitkeringen per provincie ten behoeve van het ontzorgingsprogramma verduurzaming kleine en micro mkb-ondernemingen

Bijlage II. Beoordelingscriteria specifieke uitkering ten behoeve van het ontzorgingsprogramma verduurzaming kleine en micro mkb-ondernemingen

Bijlage III. Hoogte totaal aan specifieke uitkeringen per provincie ten behoeve van het ontzorgingsprogramma verduurzaming bedrijventerreinen

Bijlage IV. Beoordelingscriteria specifieke uitkering ten behoeve van het ontzorgingsprogramma verduurzaming bedrijventerreinen