rijk/ministeriele-regeling/regeling-specifieke-uitkering-sport-en-bewegen-gezondheidsbevordering-cultuurpar/BWBR0047862
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling specifieke uitkering sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis 20232026 BWBR0047862 ministeriele-regeling geldend 2023-02-09 https://wetten.overheid.nl/BWBR0047862 Regeling specifieke uitkering sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis 20232026

Regeling specifieke uitkering sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis 20232026

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1

In deze regeling wordt verstaan onder:

    • bestuurlijke afspraken:* afspraken tussen het Rijk en gemeenten zoals vastgelegd in het GALA, en het Hoofdlijnen Sportakkoord II;
    • gezondheidsbevordering:* proces dat zich richt op het veranderen van gedrag van mensen en hun omstandigheden met als doel gezondheid te bevorderen of ziekte te voorkomen;
    • GALA:* Gezond en Actief Leven Akkoord, akkoord waarin afspraken zijn vastgelegd tussen het Ministerie van Volksgezondheid, Sport en Welzijn, gemeenten, GGDs en zorgverzekeraars over landelijke doelen op het gebied van gezondheid, bijlage I;
    • GGD:* gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid;
    • GGD GHOR Nederland:* de branchevereniging van de GGDen en GHORs;
    • GHOR:* de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio als bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio's;
    • Hoofdlijnen Sportakkoord II:* akkoord waarin afspraken zijn vastgelegd tussen de minister, VSG, VNG, het Platform Ondernemende Sportaanbieders en NOC*NSF over sport en bewegen, met addendum, bijlage II;
    • integrale aanpak:* domeinoverstijgende werkwijze waarbij organisaties die werkzaam zijn op de beleidsterreinen van de in deze regeling genoemde onderdelen, samenwerken;
    • IZA:* Integraal Zorgakkoord waarin afspraken zijn vastgelegd ten behoeve van toegankelijke, kwalitatief goede en betaalbare zorg tussen de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de minister en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en vertegenwoordigers van de zorgsector, Kamerstukken II 20222023, 31 765, nr. 655, bijlage;
    • kerngroep VNG/VSG:* samenwerkingsverband waarin in ieder geval de VNG en de VSG zijn vertegenwoordigd.
    • ketenaanpak:* werkwijze waarbij verschillende organisaties hun zorg-, hulp- en dienstverlening aan een persoon of groep personen afstemmen;
    • minister:* Minister voor Langdurige Zorg en Sport; a. * positieve gezondheid:* definitie van gezondheid die naast afwezigheid van ziekte, ook de volgende aspecten betrekt:

        a.
        lichaamsfuncties, zoals fysiek functioneren, medische feiten, energie en klachten en pijn;
      
      
        b.
        mentaal welbevinden, zoals cognitief functioneren, emotionele toestand en zelfmanagement;
      
      
        c.
        zingeving, zoals doelen, acceptatie en toekomstperspectief;
      
      
        d.
        kwaliteit van leven, zoals genieten, gelukkig zijn, balans, lekker in je vel zitten;
      
      
        e.
        sociaal-maatschappelijk participeren, zoals sociale contacten en geaccepteerd worden;
      
      
        f.
        dagelijks functioneren, zoals vaardigheden voor alledaagse levensverrichtingen, werkvermogen en kennis van gezondheid;
      

a. a. lichaamsfuncties, zoals fysiek functioneren, medische feiten, energie en klachten en pijn; b. b. mentaal welbevinden, zoals cognitief functioneren, emotionele toestand en zelfmanagement; c. c. zingeving, zoals doelen, acceptatie en toekomstperspectief; d. d. kwaliteit van leven, zoals genieten, gelukkig zijn, balans, lekker in je vel zitten; e. e. sociaal-maatschappelijk participeren, zoals sociale contacten en geaccepteerd worden; f. f. dagelijks functioneren, zoals vaardigheden voor alledaagse levensverrichtingen, werkvermogen en kennis van gezondheid;

    • SiSa:* Single information, Single audit, eenmalige informatieverstrekking, eenmalige accountantscontrole als wijze waarop provincies, gemeenten, gemeenschappelijke regelingen zich jaarlijks verantwoorden over de besteding van specifieke uitkeringen of provinciale middelen;
    • sociaal domein:* beleidsterreinen zorg en ondersteuning op basis van de Participatiewet, de Jeugdwet en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, waarvoor gemeenten verantwoordelijk zijn;
    • VNG:* Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
    • VSG:* Vereniging Sport en Gemeenten.

Artikel 1.2

1. Op deze regeling zijn de artikelen 4:35, 4:37 tot en met 4:38, 4:48 tot en met 4:50, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

2. Op deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing.

Artikel 1.3

1. De minister kan voor de jaren 2023, 2024, 2025 en 2026 aan een gemeente een uitkering verstrekken voor activiteiten in het kader van de ambities en doelen zoals gesteld in het GALA en het Hoofdlijnen Sportakkoord II.

2.

De activiteiten, bedoeld in het voorgaande lid, vallen onder de volgende drie hoofdthemas:

a. a. Sport, bewegen en cultuur; b. b. Gezondheid & Sociale Basis; c. c. Ondersteunende onderdelen.

3. Aan de hoofdthemas als bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met c, zijn de in de artikel 2.2, onder a en b, artikel 3.2, onder a tot en met k, en artikel 4.2, onder a en b genoemde onderdelen gekoppeld.

Hoofdstuk 2. Hoofdthema sport, bewegen en cultuur

Artikel 2.1

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

    • lokaal sportakkoord:* een akkoord waarin op basis van het Hoofdlijnen Sportakkoord II door gemeente, sportaanbieders en maatschappelijke organisaties op het terrein van welzijn, gezondheidszorg en onderwijs afspraken zijn gemaakt over het beleid rondom sport en sportief bewegen;

Artikel 2.2

Tot de in het kader van hoofdthema Sport, bewegen en cultuur als bedoeld in artikel 1.3, tweede lid, onder a, uit te voeren onderdelen behoren:

a. a. Onderdeel Lokaal Sportakkoord; b. b. Onderdeel Brede Regeling Combinatiefuncties.

Artikel 2.3

1. De ontvanger van een uitkering voor het onderdeel Lokaal Sportakkoord, bedoeld in artikel 2.2, onder a, voert ten minste een lokaal sportakkoord uit.

2. De ontvanger van een uitkering voor het onderdeel Brede Regeling Combinatiefuncties, bedoeld in artikel 2.2, onder b, coördineert dat natuurlijke personen worden aangesteld die zich beroepsmatig bezighouden met sport, bewegen en cultuurparticipatie, zoals bedoeld in het addendum Bestuurlijke afspraken Brede Regeling Combinatiefuncties 20232026, behorende bij het Hoofdlijnen Sportakkoord II.

Hoofdstuk 3. Hoofdthema gezondheid & sociale basis

Artikel 3.1

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

    • actieprogramma één tegen eenzaamheid:* programma van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport dat beoogt de eenzaamheid in Nederland te verminderen, Kamerstukken II 20222023, 29 538, nr. 344, bijlage;
    • fysieke domein:* het geheel van de beleidsterreinen ruimtelijke ordening, infrastructuur, het milieu en volkshuisvesting;
    • GLI-programma:* Gecombineerde Leefstijl Interventie, een leefstijlprogramma voor personen met overgewicht waarin leefstijlinterventies gericht op voeding, beweging en gedrag worden geboden en die behoort tot de zorg of de overige diensten als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel a, van de Zorgverzekeringswet;
    • gezondheidsachterstand:* individuele negatieve afwijking ten opzichte van de landelijk gemiddelde levensverwachting, het gemiddeld aantal gezonde jaren en de ervaren gezondheid;
    • interventie Kansrijke Start:* een erkende interventie die is opgenomen in de databank interventies op www.loketgezondleven.nl van het RIVM;
    • kansrijke Start:* programma dat de doelen nastreeft die zijn opgenomen in het Actieprogramma Kansrijke Start, Kamerstukken II 20172018, 32 279, nr. 124, bijlage, en de Vervolgaanpak actieprogramma Kansrijke Start 20222025, Kamerstukken II 20212022, 32 279, nr. 233, bijlage;
    • ketenaanpak valpreventie:* een ketenaanpak gericht op thuiswonende personen van 65 jaar of ouder met een verhoogd valrisico, bestaande uit opsporing, screening, aanbod interventies, doorverwijzing naar structureel beweegaanbod, gepubliceerd op www.loketgezondleven.nl van het RIVM.
    • landelijk model ketenaanpak voor kinderen met overgewicht en obesitas:* het door de Vrije Universiteit Amsterdam, Care for Obesity ontwikkelde model voor de aanpak van overgewicht en obesitas bij kinderen, zoals te vinden op www.kindnaargezondergewicht.nl;
    • lokale coalitie kansrijke start:* samenwerkingsverband van ten minste een gemeente, een partij uit de geboortezorg en een partij uit het sociaal domein;
    • lokale coalitie tegen eenzaamheid:* samenwerkingsverband van publieke en private partijen dat beoogt eenzaamheid tegen te gaan;
    • mantelzorg:* mantelzorg als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
    • mentale gezondheid:* een gemoedstoestand van emotioneel welzijn die mensen in staat stelt om constructieve relaties op te bouwen en om te gaan met de eisen en stress van het leven;
    • OKO:* Opgroeien in een Kansrijke Omgeving, een door het Trimbosinstituut ontwikkeld programma dat zich richt op het voorkomen van roken, alcohol en drugsgebruik onder jongeren en het versterken van hun welbevinden;
    • RIVM:* het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu, bedoeld in artikel 2 van de Wet op het RIVM.
    • respijtzorg:* het door een professional of vrijwilliger tijdelijk overnemen van mantelzorg;
    • sociale basis:* het geheel aan vrij toegankelijke formele en informele diensten, voorzieningen, netwerken, burgeractiviteiten en betekenisvolle relaties tussen burgers onderling en tussen burgers, professionals en de overheid die het mogelijk maken dat mensen in diverse sociale verbanden kunnen samenleven en participeren in de maatschappij;
    • vroegsignalering alcoholproblematiek:* activiteiten gericht op het tijdig herkennen van en hulp bieden aan personen met een beginnend alcoholprobleem om problematisch alcoholgebruik te voorkomen;
    • welzijn op recept:* een werkwijze op basis van samenwerkingsafspraken waarbij een huisarts of andere eerstelijnszorgverlener personen met psychosociale problematiek doorverwijst naar een welzijnscoach, die in een kortdurend traject begeleiding en ondersteuning biedt bij het vinden van een passende activiteit en maatschappelijke ondersteuning;
    • wijk- en dorpsaanpak:* een integrale aanpak gericht op het verbeteren van de leefsituatie van personen die woonachtig zijn in een bepaald binnen een gemeente gelegen gebied;
    • zorgverzekering:* de verzekering bedoeld in artikel 1, onder d, van de Zorgverzekeringswet.

Artikel 3.2

Tot de in het kader van hoofdthema Gezondheid & Sociale Basis als bedoeld in artikel 1.3, tweede lid, onder b, uit te voeren onderdelen behoren:

a. a. Onderdeel Terugdringen Gezondheidsachterstanden; b. b. Onderdeel Kansrijke Start; c. c. Onderdeel Mentale Gezondheid; d. d. Onderdeel Aanpak overgewicht en obesitas; e. e. Onderdeel Valpreventie; f. f. Onderdeel Leefomgeving; g. g. Onderdeel OKO & Vroegsignalering alcoholproblematiek; h. h. Onderdeel Versterken sociale basis; i. i. Onderdeel Mantelzorg; j. j. Onderdeel Eén tegen Eenzaamheid; k. k. Onderdeel Welzijn op recept.

Artikel 3.3

1. De ontvanger van een uitkering voor het onderdeel Terugdringen Gezondheidsachterstanden, bedoeld in artikel 3.2, onder a, richt zich bij de activiteiten in het kader van de ontvangen uitkering ten minste op wijken en dorpen, gelegen binnen de gemeentegrenzen, waar bovengemiddeld veel personen met een gezondheidsachterstand woonachtig zijn.

2. De ontvanger van een uitkering voor het onderdeel Kansrijke Start, bedoeld in artikel 3.2, onder b, zet ten minste lokale coalities kansrijke start voort, of richt deze op, maakt regionale samenwerkingsafspraken als bedoeld in het GALA en zet bij de implementatie en uitvoering van de activiteiten in het kader van de ontvangen uitkering, de interventies Kansrijke Start in, die zijn opgenomen in de databank interventies op www.loketgezondleven.nl van het RIVM.

3. De ontvanger van een uitkering voor het onderdeel Mentale Gezondheid, bedoeld in artikel 3.2, onder c, maakt het onderwerp mentale gezondheid onderdeel van het lokale gezondheidsbeleid of geeft verdere uitvoering aan dit onderwerp.

4. De ontvanger van een uitkering voor het onderdeel Aanpak overgewicht en obesitas, bedoeld in artikel 3.2, onder d, voert het landelijk model ketenaanpak voor kinderen met overgewicht en obesitas uit, of draagt zorg voor de samenwerking rondom de uitvoering en implementatie van GLI-programmas voor volwassenen als bedoeld in het GALA.

5. De ontvanger van een uitkering voor het onderdeel Valpreventie, bedoeld in artikel 3.2, onder e, geeft uitvoering aan de ketenaanpak valpreventie.

6. De ontvanger van een uitkering voor het onderdeel Leefomgeving, bedoeld in artikel 3.2, onder f, weegt bij de inrichting van het fysieke domein in ieder geval het aspect gezondheid mee.

7. De ontvanger van een uitkering voor het onderdeel OKO & Vroegsignalering alcoholproblematiek, bedoeld in artikel 3.2, onder g, geeft uitvoering aan OKO of Vroegsignalering alcoholproblematiek.

8. De ontvanger van een uitkering voor het onderdeel Versterken sociale basis, bedoeld in artikel 3.2 onder h, stelt een wijk- of dorpsaanpak op, verbetert of bestendigt deze en voert deze uit.

9. De ontvanger van een uitkering voor het onderdeel Mantelzorg, bedoeld in artikel 3.2, onder i, bevordert de ondersteuning van mantelzorgers door het opstellen, verbeteren of bestendigen van een wijk- of dorpsaanpak, gericht op mantelzorg en respijtzorg en de uitvoering hiervan.

10. De ontvanger van een uitkering voor het onderdeel Eén tegen Eenzaamheid, bedoeld in artikel 3.2, onder j, werkt samen met of neemt deel aan lokale coalities tegen eenzaamheid en streeft de doelen na die zijn verwoord in het actieprogramma Eén tegen eenzaamheid.

Hoofdstuk 4. Hoofdthema ondersteunende onderdelen

Artikel 4.1

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

    • zorgverzekeraar:* verzekeraar als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Zorgverzekeringswet.

Artikel 4.2

Tot de in het kader van hoofdthema Ondersteunende onderdelen als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onder c, uit te voeren onderdelen behoren:

a. a. Onderdeel Versterking kennis- en adviesfunctie GGD; b. b. Onderdeel Coördinatiekosten regionale aanpak preventie.

Artikel 4.3

1. De ontvanger van een uitkering voor het onderdeel Versterking kennis- en adviesfunctie GGD, bedoeld in artikel 4.2, onder a, investeert in de GGD voor het opbouwen en uitbreiden van de voor deze uitkering relevante kennis ten behoeve van advisering aan ten minste het college van burgemeester en wethouders.

2. De ontvanger van een uitkering voor het onderdeel Coördinatiekosten regionale aanpak preventie, bedoeld in artikel 4.2, onder b, maakt bovengemeentelijke afspraken met in elk geval de GGD en zorgverzekeraars over voor welke onderdelen die behoren tot het hoofdthema Gezondheid & sociale basis, bedoeld in artikel 3.2, onder a tot en met k, een uitkering wordt aangevraagd.

Hoofdstuk 5. Uitkeringsplafond, hoogte van de uitkering en wijze van verdeling

Artikel 5.1

Voor de onderdelen bedoeld in artikel 2.2, onder a en b, artikel 3.2, onder a tot en met k, en artikel 4.2, onder a en b, gelden jaarlijks de in bijlage III vermelde, cumulatieve uitkeringsplafonds.

Artikel 5.2

De minister kan jaarlijks een uitkering per onderdeel als bedoeld in artikel 2.2, onder a en b, artikel 3.2, onder a tot en met k, en artikel 4.2, onder a en b, aan een gemeente toekennen ter hoogte van de bedragen zoals vermeld in bijlage IV.

Artikel 5.3

1. Indien een uitkeringsplafond als bedoeld in artikel 5.1 niet volledig wordt benut, kan de minister in overleg met de Minister van Financiën bepalen dat het resterende bedrag voor het betreffende onderdeel geheel of ten dele evenredig wordt uitgekeerd aan de aanvragers waaraan een uitkering voor het betreffende onderdeel is verleend.

2. Indien een uitkering die voor een bepaald jaar is toegekend voor een onderdeel als bedoeld in artikel 2.2, onder a en b, artikel 3.2, onder a tot en met k, en artikel 4.2, onder a en b, niet volledig wordt benut, kan het resterende bedrag in het betreffende jaar worden besteed aan een ander onderdeel.

3. Indien een voor een onderdeel als bedoeld in artikel 2.2, onder a en b, artikel 3.2, onder a tot en met k, en artikel 4.2, onder a en b, voor het jaar 2023 verleende uitkering niet of niet geheel in het jaar 2023 is besteed, kan het overschot tot een maximum van 20% in het jaar 2024 worden besteed aan het betreffende onderdeel.

4. Indien een voor een onderdeel als bedoeld in artikel 2.2, onder a en b, artikel 3.2, onder a tot en met k, en artikel 4.2, onder a en b, voor het jaar 2025 verleende uitkering niet of niet geheel in 2025 is besteed, kan het overschot tot een maximum van 10% in het jaar 2026 worden besteed aan hetzelfde onderdeel of aan een ander onderdeel.

Hoofdstuk 6. Aanvraag tot verlening van een uitkering

Artikel 6.1

1.

Een aanvraag tot een uitkering per onderdeel als bedoeld in artikel 2.2, onder a en b, artikel 3.2, onder a tot en met k, en artikel 4.2, onder a en b, kan worden ingediend in de periode van:

a. a. 6 februari 2023 tot en met 31 maart 2023 en b. b. 1 september 2023 tot en met 31 oktober 2023.

2. Een aanvraag ingediend tijdens de in het eerste lid, onder b, bedoelde termijn heeft betrekking op alle resterende jaren waarin voor het desbetreffende onderdeel middelen ter beschikking zijn gesteld, zoals vermeld in bijlage IV.

Artikel 6.2

Voor de aanvraag tot verlening van een uitkering wordt een door de minister vastgesteld aanvraagformulier gebruikt.

Artikel 6.3

1.

Bij de aanvraag van een uitkering voor 2024 en de jaren daarna wordt een plan van aanpak ingediend waarin wordt beschreven:

a. a. de stand van zaken met betrekking tot de doelgroepen, wijken en uitvoering van de beleidsterreinen gezondheid, sport, bewegen, cultuur en sociale basis; b. b. op welke wijze samenhang en synergie tussen de verschillende hoofdthemas en onderdelen wordt nagestreefd; c. c. welke doelen en resultaten worden nagestreefd, waarbij, voor zover relevant, aandacht wordt besteed aan:

        1°.
        de doelen en resultaten die in het GALA en het Hoofdlijnen Sportakkoord II en bijbehorende addenda zijn opgenomen;
      
      
        2°.
        waarom is gekozen voor bepaalde doelgroepen en activiteiten behorende bij de aangevraagde onderdelen;
      
      
        3°.
        op welke wijze preventie en positieve gezondheid nagestreefd worden;
      
      
        4°.
        op welke wijze gezondheidsverschillen verkleind zullen worden;
      
      
        5°.
        op welke wijze de doelgroepen waarop het plan van aanpak is gericht, betrokken zijn bij het opstellen ervan;
      
      
        6°.
        op welke wijze de voortgang van de uitvoering van het plan van aanpak bijgehouden wordt.

1°. 1°. de doelen en resultaten die in het GALA en het Hoofdlijnen Sportakkoord II en bijbehorende addenda zijn opgenomen; 2°. 2°. waarom is gekozen voor bepaalde doelgroepen en activiteiten behorende bij de aangevraagde onderdelen; 3°. 3°. op welke wijze preventie en positieve gezondheid nagestreefd worden; 4°. 4°. op welke wijze gezondheidsverschillen verkleind zullen worden; 5°. 5°. op welke wijze de doelgroepen waarop het plan van aanpak is gericht, betrokken zijn bij het opstellen ervan; 6°. 6°. op welke wijze de voortgang van de uitvoering van het plan van aanpak bijgehouden wordt. d. d. met welke partijen op welke wijze wordt samengewerkt en hoe deze samenwerking is vormgegeven, met inachtneming van de afspraken in het GALA en het Hoofdlijnen Sportakkoord II en, indien passend, de reeds aanwezige netwerkstructuren zoals omschreven in het IZA; e. e. ingeval van een reeds bestaand lokaal preventieakkoord of lokaal sportakkoord, met welke partijen en op welke wijze hieraan uitvoering is gegeven;

2. Indien voor een onderdeel geen aanvraag wordt ingediend, wordt in het plan van aanpak de reden daarvoor vermeld.

3. Het plan van aanpak dient ondertekend te zijn door ten minste één wethouder.

4. Het plan van aanpak gaat vergezeld van een positief advies van de kerngroep VNG/VSG.

Hoofdstuk 7. Algemene verplichtingen

Artikel 7.1

De aanvrager aan wie een uitkering is toegekend draagt er zorg voor dat:

a. a. een bijdrage wordt geleverd aan kennisdeling op regionaal en landelijk niveau, mede door deelname aan de landelijke monitorings- en evaluatie-instrumenten die door de minister ter beschikking worden gesteld; b. b. de uitvoering van de onderdelen en bijbehorende activiteiten waarvoor een uitkering is verleend conform de bestuurlijke afspraken is. c. c. De ontvanger van de uitkering meldt onverwijld schriftelijk aan de minister indien:

      1.
      aannemelijk is geworden dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de uitkering verbonden verplichtingen zal worden voldaan, of
    
    
      2.
      zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de uitkering.
    1. aannemelijk is geworden dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de uitkering verbonden verplichtingen zal worden voldaan, of
      
    1. zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de uitkering.
      

Hoofdstuk 8. Verlening en bevoorschotting

Artikel 8.1

1.

De minister neemt een besluit over de verlening van de uitkering:

a. a. binnen 8 weken na afloop van de aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, onder a; b. b. binnen 13 weken na afloop van de aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, onder b.

2. Het besluit tot verlening vermeldt in elk geval voor welke onderdelen als bedoeld in artikel 2.2, onder a en b, artikel 3.2, onder a tot en met k, en artikel 4.2, onder a en b, de uitkering wordt verleend, het bedrag van de uitkering, de wijze van verantwoording, de periode waarvoor de uitkering wordt verleend en de wijze waarop het verrichten van de activiteiten kan worden aangetoond.

Artikel 8.2

1. De minister verleent ambtshalve voorschotten voor 100% van het aangevraagde bedrag.

2. Het voorschot voor 2024 en volgende jaren wordt verleend na indiening van het plan van aanpak, bedoeld in artikel 6.3.

Hoofdstuk 9. Verantwoording en vaststelling

Artikel 9.1

1. Een ontvanger van een uitkering verstrekt jaarlijks uiterlijk op 15 juli van het jaar volgend op de verlening van de uitkering de verantwoordingsinformatie overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Besluit financiële verhouding 2001.

2. Daar waar sprake is van overdracht van middelen van een medeoverheid naar een andere medeoverheid is SiSa tussen medeoverheden van toepassing, conform artikel 17a, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet.

Artikel 9.2

1. De minister besluit uiterlijk 37 weken na 16 juli 2027 over de vaststelling van de uitkering.

2. Indien de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de uitkering, wordt de uitkering vastgesteld tot ten hoogste het bedrag dat is bepaald in het besluit tot verlening.

3. Indien de verantwoordingsinformatie te laat, niet of niet volledig wordt verstrekt, kan de minister de uitkering op een lager bedrag vaststellen, aan de hand van de gegevens die tot het besluit tot vaststelling beschikbaar zijn gesteld.

Hoofdstuk 10. Slotbepalingen

Artikel 10.1

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover van toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 10.2

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 16 juli 2027, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op uitkeringen die voor die datum zijn verleend.

Artikel 10.3

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis 20232026.

Bijlage I. behorend bij

GALA

Gezond en Actief Leven Akkoord

GEMEENTEN en GGD-en, ZORGVERZEKERAARS EN VWS ZETTEN GEZAMENLIJK IN OP EEN GEZOND EN ACTIEF LEVEN MET EEN STEVIGE SOCIALE BASIS

Inhoudsopgave

Bijlage 1 – Samenhang met andere trajecten

Bijlage 2 – Werkagenda VNG bij het Integraal Zorg Akkoord (IZA)

Bijlage II. behorend bij

Hoofdlijnen Sportakkoord II

Sport versterkt.

Bijlage III. behorend bij

Bijlage IV. behorend bij