rijk/ministeriele-regeling/regeling-specifieke-uitkeringen-n-wegen/BWBR0042835
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling specifieke uitkeringen N-wegen BWBR0042835 ministeriele-regeling geldend 2019-12-03 https://wetten.overheid.nl/BWBR0042835 Regeling specifieke uitkeringen N-wegen

Regeling specifieke uitkeringen N-wegen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • call: periode waarin een aanvraag voor een specifieke uitkering kan worden ingediend;
  • minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
  • ontvanger: de provincie Drenthe, Flevoland, Friesland, Gelderland, Groningen, Limburg, Noord-Brabant, Noord-Holland, Overijssel, Utrecht, Zeeland of Zuid-Holland.

Artikel 2

De artikelen van het Kaderbesluit subsidies I en M zijn van overeenkomstige toepassing op deze regeling.

Artikel 3

Het doel van de specifieke uitkering is het financieel ondersteunen van de ontvanger bij het treffen van kosteneffectieve infrastructurele maatregelen aan bermen van N-wegen die niet in beheer zijn bij het Rijk, gericht op het verminderen van ernstige bermongevallen, door:

a. a. het afschermen van obstakels binnen de obstakelvrije zone; b. b. het vergroten van de vergevingsgezindheid van de weg; of c. c. het vergroten van de obstakelvrije afstand.

Artikel 4

1.

De volgende kosten komen voor de verstrekking van een specifieke uitkering in aanmerking:

a. a. voorbereidingskosten; b. b. uitvoeringskosten; en c. c. infrastructurele kosten.

2. Kosten van activiteiten die na 31 december 2017 hebben plaatsgevonden kunnen voor verstrekking van een specifieke uitkering in aanmerking komen.

3.

Op grond van deze regeling wordt geen specifieke uitkering verstrekt voor:

a. a. maatregelen waarvan redelijkerwijs aangenomen moet worden dat deze geen bijdrage leveren aan het verminderen van ernstige bermongevallen; b. b. reguliere onderhoudswerkzaamheden aan bermen, bermverharding en geleiderailsconstructie; c. c. personele kosten of kosten voor inhuur van personeel ten behoeve van de voorbereiding van werkzaamheden; d. d. grondaankopen; en e. e. BTW over de kosten van activiteiten en maatregelen voor zover deze kosten in aanmerking komen voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds of verrekend kunnen worden.

Artikel 5

De specifieke uitkering bedraagt ten hoogste 25% van de kosten, bedoeld in artikel 4, eerste lid.

Artikel 6

1.

Het uitkeringsplafond voor de jaren 2019 tot en met 2021 bedraagt in totaal voor:

a. a. de provincie Drenthe: € 1.366.578,-; b. b. de provincie Flevoland: € 1.361.250,-; c. c. de provincie Friesland: € 1.763.498,-; d. d. de provincie Gelderland: € 3.596.256,-; e. e. de provincie Groningen: € 1.515.755,-; f. f. de provincie Limburg: € 1.268.013,-; g. g. de provincie Noord-Brabant: € 1.624.975,-; h. h. de provincie Noord-Holland: € 1.726.203,-; i. i. de provincie Overijssel: € 2.240.335,-; j. j. de provincie Utrecht: € 1.033.591,-; k. k. de provincie Zeeland: € 1.363.913,-; l. l. de provincie Zuid-Holland: € 1.800.792,-.

2. In de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2021 worden twee calls georganiseerd.

3. Indien na de tweede call het uitkeringsplafond per ontvanger niet volledig is uitgeput, wordt een derde call georganiseerd.

4. In de derde call vormt de optelsom van de resterende bedragen het uitkeringsplafond voor alle ontvangers. De minister doet mededeling van dit uitkeringsplafond in de Staatscourant.

5. De verdeling van beschikbare gelden voor de derde call vindt plaats op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 7

1. Een specifieke uitkering wordt op aanvraag verstrekt.

2. Een aanvraag voor een specifieke uitkering wordt ingediend binnen de door de minister kenbaar gemaakte periode voor een call.

3.

De aanvraag gaat vergezeld van:

a. a. een overzicht van de voorgestelde maatregelen en activiteiten; b. b. een toelichting op de wijze waarop en de mate waarin de voorgestelde activiteiten een bijdrage leveren aan de doelen, bedoeld in artikel 3, waarbij ook rekening wordt gehouden met duurzaamheid en natuurwaarden; c. c. een overzicht van de locaties waar de activiteiten plaatsvinden; d. d. een tijdsplanning van de activiteiten; e. e. een raming van de kosten voor de uitvoering van de voorgestelde maatregelen; en f. f. een raming die voldoende inzicht geeft in de verdeling van de kosten over de verschillende activiteiten.

Artikel 8

1. De minister beslist binnen dertien weken na de sluitingstermijn van de call op de aanvraag van de specifieke uitkering.

2.

Een besluit tot verlening vermeldt in elk geval:

a. a. de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend; b. b. het bedrag van de uitkering; en c. c. de periode waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend.

Artikel 9

De minister verstrekt bij het besluit tot verlening, bedoeld in artikel 8, tweede lid, een voorschot van 100%.

Artikel 10

1. De ontvanger besteedt de specifieke uitkering uitsluitend aan de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend.

2. Ten hoogste 25% van de meerkosten van activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend kunnen worden voldaan uit een eventueel surplus dat resteert als gevolg van lagere kosten van andere activiteiten waarvoor specifieke uitkering is verleend, mits dit tijdig aan de minister wordt gemeld.

3. Alle maatregelen waarvoor een specifieke uitkering is verleend zijn uiterlijk op 31 december 2023 gerealiseerd.

Artikel 11

1. Uiterlijk op 31 december 2024 stelt de ontvanger een rapportage op over de effecten van de gerealiseerde maatregelen op de verkeersveiligheid. De rapportage wordt openbaar gemaakt.

2.

In de rapportage, bedoeld in het eerste lid, wordt in elk geval ingegaan op:

a. a. de lengte van het wegennet waarop maatregelen zijn genomen; b. b. het aantal en het type gerealiseerde maatregelen.

3. Indien gegevens daarvoor beschikbaar zijn, maakt de ontvanger met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld format een analyse van het aantal bermgerelateerde verkeersongevallen van de situatie voor en na de gerealiseerde maatregelen.

4. Het verlenen van medewerking binnen een door de minister te stellen termijn aan een door hem ingesteld evaluatieonderzoek teneinde te beoordelen in welke mate de ontvanger bij het uitvoeren van een gesubsidieerd project een toegevoegde waarde heeft geleverd aan de in artikel 3 omschreven doelen;

5. De minister kan bij het besluit tot verlening van een specifieke uitkering andere verplichtingen opleggen die de minister noodzakelijk acht ter verwezenlijking van het doel van de specifieke uitkering.

Artikel 12

De ontvanger legt verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

Artikel 13

1. De minister stelt de specifieke uitkering vast op het bedrag dat is bepaald in de verlening indien de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend geheel zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de verplichtingen bedoeld in artikel 11, vierde en vijfde lid.

2. De minister stelt de specifieke uitkering op een lager bedrag vast indien de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden binnen de termijn, bedoeld in artikel 10, derde lid.

Artikel 14

De minister kan onverschuldigd betaalde uitkeringsbedragen en voorschotten terugvorderen voor zover na de dag waarop de beschikking waarbij de uitkering is vastgesteld is bekendgemaakt, nog geen vijf jaren zijn verstreken.

Artikel 15

1. Aanvragen die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze regeling in het kader van de eerste call worden beschouwd en behandeld als aanvragen op grond van deze regeling.

2. In afwijking van artikel 8, eerste lid, worden besluiten op aanvragen als bedoeld in het eerste lid, genomen binnen dertien weken na de inwerkingtreding van deze regeling.

Artikel 16

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2024 met dien verstande dat zij van toepassing blijft op uitkeringen die voor die datum zijn verstrekt.

Artikel 17

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkeringen N-wegen.