rijk/ministeriele-regeling/regeling-taken-en-bevoegdheden-vrom-2002/BWBR0013199
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling taken en bevoegdheden VROM 2002 BWBR0013199 ministeriele-regeling geldend 2002-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0013199 Regeling taken en bevoegdheden VROM 2002

Regeling taken en bevoegdheden VROM 2002

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

Onverlet de algemene ambtelijke leiding van het ministerie door de secretaris-generaal zijn de hoofden van de diensten belast met de dagelijkse leiding van hun dienst. Zij ondernemen alle activiteiten die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding en de uitvoering van het door de minister en de staatssecretaris bepaalde beleid en voor het beheer van hun dienst, met uitzondering van de taken en bevoegdheden, genoemd in bijlage 1 van deze regeling, welke zijn opgedragen aan de centrale sector van het ministerie, en voorts met uitzondering van de taken en bevoegdheden, die bij of krachtens de wet zijn opgedragen aan andere instanties.

Artikel 3

1.

Aan de hoofden van de diensten en de hoofden van de organisatieonderdelen wordt mandaat verleend tot het:

a. a. nemen van besluiten die verband houden met hun taak, zoals vermeld in artikel 2; b. b. nemen van beslissingen op bezwaar, met inachtneming van artikel 10:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, tegen besluiten die verband houden met hun taak, zoals vermeld in artikel 2; c. c. vaststellen van beleidsregels die verband houden met hun taak, bedoeld in artikel 2.

2. Aan de hoofden van de diensten en de hoofden van de organisatieonderdelen wordt volmacht verleend tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen voor zover het aangelegenheden betreft die verband houden met hun taak, bedoeld in artikel 2.

3. De hoofden van de diensten en de hoofden van organisatieonderdelen worden gemachtigd tot het verrichten van andere handelingen dan het nemen van besluiten of het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, die verband houden met hun taak, bedoeld in artikel 2.

4. De hoofden van de diensten en de hoofden van de organisatieonderdelen worden gemachtigd tot het afdoen van alle overige stukken die verband houden met hun taak, bedoeld in artikel 2.

Artikel 4

De hoofden van de diensten en de hoofden van de organisatieonderdelen zijn gemachtigd tot het aangaan van de verplichtingen en het doen van de betalingen, voorzien in de vastgestelde begrotingen van hun respectievelijke diensten of organisatieonderdelen.

Artikel 5

Tenzij bij of krachtens een wettelijk voorschrift anders is bepaald stellen de minister respectievelijk de staatssecretaris, op voordracht van de secretaris-generaal en het hoofd van de betreffende dienst het jaarplan van de dienst vast. In het jaarplan wordt nader bepaald welke activiteiten door de dienst zullen worden ondernomen, welke resultaten zullen worden behaald en welke middelen zowel wat het beleid als wat het beheer betreft daarvoor in beginsel beschikbaar zijn.

Tegelijkertijd wordt bepaald welke informatie, wanneer en in welke vorm, het hoofd van dienst verstrekt over de voortgang van het beleid en over het beheer.

Artikel 6

De hoofden van de diensten en de hoofden van de organisatieonderdelen informeren terstond de minister, de staatssecretaris en de secretaris-generaal bij zwaarwegende omstandigheden en gebeurtenissen, aangaande de hen toegekende taken en bevoegdheden, die naar hun mening hun kennisneming vergen.

Artikel 7

1. De hoofden van de diensten leggen binnen twee maanden na afloop van het begrotingsjaar verantwoording af over hun activiteiten. Voor de verantwoording over de activiteiten bedoeld in artikel 4, wordt het tijdschema aangehouden dat jaarlijks door de directeur Financiële en Economische Zaken wordt voorgeschreven.

2. De minister beslist jaarlijks op voordracht van de directeur Financiële en Economische Zaken over het verlenen van decharge aan de onderscheidene hoofden van dienst over het door hen gevoerde financiële beheer.

Artikel 8

1. De hoofden van de diensten en de hoofden van de organisatieonderdelen kunnen onder nader door hen te bepalen voorwaarden bestanddelen van de aan hen verleende bevoegdheden, waaronder tevens moet worden begrepen de bevoegdheid tot het vaststellen van beleidsregels, mandateren aan personen die onder hun verantwoordelijkheid werkzaam zijn.

2. De hoofden van de diensten en de hoofden van de organisatieonderdelen kunnen onder nader door hen te bepalen voorwaarden de aan hen verleende volmacht en machtiging geheel of gedeeltelijk verlenen aan personen die onder hun verantwoordelijkheid werkzaam zijn.

3. Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste of tweede lid, doen de hoofden van de diensten en de hoofden van de organisatieonderdelen daarvan schriftelijk mededeling, vergezeld van de daaraan ten grondslag liggende regeling, aan de secretaris-generaal en als het gaat om bevoegdheden als bedoeld in artikel 4 aan de directeur Financiële en Economische Zaken.

Artikel 9

Indien de hoofden van de diensten en de hoofden van de organisatieonderdelen, dan wel door hen gemandateerden, stukken afdoen als bedoeld in artikel 3, luidt de ondertekening overeenkomstig de in bijlage 2 aangegeven formule.

Artikel 10

De minister kan, gehoord de secretaris-generaal, de taken en beveogdheden, genoemd in deze regeling, met onmiddelijke ingang wijzigen of intrekken.

Artikel 11

1. De Regeling taken en bevoegdheden VROM 1998 wordt ingetrokken. Besluiten tot mandaatverlening die berusten op artikel 9 van die regeling berusten na inwerkingtreding van deze regeling op artikel 8 van deze regeling.

2. De Tijdelijke regeling taken en bevoegdheden inspecteur-generaal VROM en de Tijdelijke regeling taken en bevoegdheden in verband met de oprichting van het Ruimtelijk planbureau worden ingetrokken.

Artikel 12

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.

2.

Deze regeling wordt aangehaald als Regeling taken en bevoegdheden VROM 2002.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage 1. Taken en bevoegdheden van de centrale sector

Bijlage 2