40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling tegemoetkomingen leraren in opleiding en stagiairs 2005–2006 | BWBR0018672 | ministeriele-regeling | geldend | 2005-09-10 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0018672 | Regeling tegemoetkomingen leraren in opleiding en stagiairs 2005–2006 |
Regeling tegemoetkomingen leraren in opleiding en stagiairs 2005–2006
Hoofdstuk 1
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
– – De Minister: De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; – – Bevoegd gezag: Het bevoegd gezag bedoeld in artikel 3, tweede of derde lid; – – Leraar in opleiding:
•
de student, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 3, achtste lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 33, negende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijsartikel VI of VII van de Wet van 5 juli 2001 (Staatsblad 2001, 352), of
•
de student die een opleiding volgt aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, leidend tot een getuigschrift als bedoeld in artikel 4.2.2., eerste lid, onder a of c van de Wet educatie en beroepsonderwijs, die, voorzover het niet betreft een universitaire lerarenopleiding, aan die opleiding tenminste 180 studiepunten heeft behaald dan wel binnen vier weken na benoeming of aanstelling als leraar in opleiding 180 studiepunten zal hebben behaald en die in het kader van die opleiding op basis van een leerarbeidsovereenkomst in educatie of beroepsonderwijs is benoemd of aangesteld.
• • de student, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 3, achtste lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 33, negende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijsartikel VI of VII van de Wet van 5 juli 2001 (Staatsblad 2001, 352), of • • de student die een opleiding volgt aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, leidend tot een getuigschrift als bedoeld in artikel 4.2.2., eerste lid, onder a of c van de Wet educatie en beroepsonderwijs, die, voorzover het niet betreft een universitaire lerarenopleiding, aan die opleiding tenminste 180 studiepunten heeft behaald dan wel binnen vier weken na benoeming of aanstelling als leraar in opleiding 180 studiepunten zal hebben behaald en die in het kader van die opleiding op basis van een leerarbeidsovereenkomst in educatie of beroepsonderwijs is benoemd of aangesteld. – – De stagiair: De student die:
•
een opleiding volgt aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, leidend tot een getuigschrift dat bij of krachtens artikel 186 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 171 van de Wet op de expertisecentra, artikel 33, eerste lid, onder b van de Wet op het voortgezet onderwijs, of artikel 4.2.2., eerste lid, onder a of c van de Wet educatie en beroepsonderwijs, is aangewezen als bewijs van bekwaamheid voor het in die wetten bedoeld onderwijs en
•
aan die opleiding, voorzover het niet betreft een universitaire lerarenopleiding, tenminste 180 studiepunten heeft behaald dan wel binnen vier weken na aanvang van de stageactiviteiten 180 studiepunten zal hebben behaald en
•
in het kader van de praktische beroepsvoorbereiding voor die opleiding en op basis van een stageovereenkomst, stageactiviteiten verricht.
• • een opleiding volgt aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, leidend tot een getuigschrift dat bij of krachtens artikel 186 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 171 van de Wet op de expertisecentra, artikel 33, eerste lid, onder b van de Wet op het voortgezet onderwijs, of artikel 4.2.2., eerste lid, onder a of c van de Wet educatie en beroepsonderwijs, is aangewezen als bewijs van bekwaamheid voor het in die wetten bedoeld onderwijs en • • aan die opleiding, voorzover het niet betreft een universitaire lerarenopleiding, tenminste 180 studiepunten heeft behaald dan wel binnen vier weken na aanvang van de stageactiviteiten 180 studiepunten zal hebben behaald en • • in het kader van de praktische beroepsvoorbereiding voor die opleiding en op basis van een stageovereenkomst, stageactiviteiten verricht. – – Leerarbeidsovereenkomst: Een overeenkomst die bestaat uit een arbeidsovereenkomst en een leerovereenkomst welke laatste gesloten wordt tussen drie partijen: de leraar in opleiding, het bevoegd gezag van de school/instelling waar de leraar in opleiding is benoemd of aangesteld en de instelling waaraan de leraar in opleiding is ingeschreven als student. – – Stageovereenkomst: Een overeenkomst die gesloten wordt tussen drie partijen: de stagiair, het bevoegd gezag van de school/instelling waar de stagiair in het kader van de praktische beroepsvoorbereiding stageactiviteiten verricht en de instelling waaraan de stagiair is ingeschreven als student. – – Tegemoetkoming: Een subsidie als bedoeld in artikel 4 van de Wet overige OCenW-subsidies of een aanvullende bekostiging als bedoeld in artikel 85a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs of artikel 2.2.3, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
Artikel 2
De Minister kent een tegemoetkoming toe in de kosten voor het begeleiden van een leraar in opleiding of een stagiair.
Artikel 3
1. Voor een tegemoetkoming kan in aanmerking komen het bevoegd gezag dat in het schooljaar 2005−2006 een of meer leraren in opleiding benoemt of aanstelt dan wel een of meer stagiairs gelegenheid biedt tot het verrichten van stageactiviteiten.
2.
De tegemoetkoming is een subsidie voor het bevoegd gezag van:
a. a. een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; b. b. een school/instelling voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school/instelling voor speciaal- en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; c. c. een school voor praktijkonderwijs zoals bedoeld in artikel 9 van het besluit RVC regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging.
3.
De tegemoetkoming is een aanvullende bekostiging voor het bevoegd gezag van:
a. a. een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 5 van de Wet op het voortgezet onderwijs, met uitzondering van praktijkscholen met declaratiebekostiging zoals bedoeld in artikel 9 van het Besluit RVC. b. b. Een instelling voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie als bedoeld in artikel 1.3.1., een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8 of een hogeschool als bedoeld in artikel 12.3.9 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
Artikel 4
Voor tegemoetkomingen op grond van deze regeling is maximaal een bedrag van € 5.200.000,− beschikbaar.
Artikel 5
De tegemoetkoming bedraagt eenmalig € 680,− per leraar in opleiding dan wel € 6,80 per dag voor een stagiair met dien verstande dat per stagiair in het schooljaar 2005−2006 maximaal recht bestaat op € 680,− ten behoeve van de begeleiding van stageactiviteiten ongeacht het aantal scholen of instellingen waar die activiteiten plaatsvinden.
Hoofdstuk 2. Aanvraagprocedure
Artikel 6
Om voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 5 in aanmerking te komen dient het bevoegd gezag een aanvraag in die, voor zover van toepassing, omvat:
a. a. het administratienummer van het bevoegd gezag van de school/instelling; b. b. de naam en het adres van het bevoegd gezag; c. c. het brinnummer; d. d. het aantal leraren in opleiding dat in het schooljaar 2005−2006 is benoemd of aangesteld dan wel zal worden benoemd of aangesteld; e. e. het aantal stagiairs dat in het schooljaar 2005–2006 stage-activiteiten heeft verricht of gaan verrichten onder opgave van het aantal dagen; f. f. een verklaring van het bevoegd gezag waaruit blijkt dat dit zich ervan vergewist heeft dat:
–
voor betrokkene niet in hetzelfde schooljaar tegemoetkomingen zijn gevraagd voor begeleiding als leraar in opleiding én als stagiair en
–
met de aanvraag niet het in artikel 5 bedoelde maximaal beschikbaar bedrag voor begeleiding van een stagiair wordt overschreden;
– – voor betrokkene niet in hetzelfde schooljaar tegemoetkomingen zijn gevraagd voor begeleiding als leraar in opleiding én als stagiair en – – met de aanvraag niet het in artikel 5 bedoelde maximaal beschikbaar bedrag voor begeleiding van een stagiair wordt overschreden; g. g. de contactpersoon onder vermelding van diens functie en het telefoonnummer waaronder deze contactpersoon bereikbaar is.
Een aanvraag vindt uitsluitend plaats door middel van een volledig ingevuld en door het bevoegd gezag ondertekend aanvraagformulier met het kenmerk CFI-63136. Dit formulier is te downloaden via www.cfi.nl. Het aanvraagformulier is eventueel ook te bestellen met het plakcertificaat Cfi 84887 bij:
Artikel 7
De tegemoetkoming wordt op aanvraag verstrekt.
De aanvraag kan worden ingediend bij:
Artikel 8
1. Aanvragen kunnen tot en met 31 juli 2006 worden ingediend. Het bevoegd gezag ontvangt binnen 3 maanden na indiening van de aanvraag een beschikking.
2. Aanvragen die betrekking hebben op het tijdvak van 1 augustus 2005 tot en met 31 juli 2006, maar die na 31 juli 2006 worden ingediend, worden afgewezen.
Hoofdstuk 3. Verstrekking van de tegemoetkoming
Artikel 9
De Minister verdeelt het in artikel 4 genoemde maximaal beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen op grond van deze regeling.
Artikel 10
Het bevoegd gezag van wie de aanvraag om tegemoetkoming is toegewezen, ontvangt uiterlijk in de maand volgend op de maand waarin de beschikking is afgegeven de tegemoetkoming.
Artikel 11
Tegemoetkomingen, ten laste van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, worden verstrekt onder de voorwaarde dat door de wetgever voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.
Hoofdstuk 4. Verplichtingen ontvanger van de Tegemoetkoming
Artikel 12
1.
De tegemoetkoming kan worden toegekend indien is voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. a. het betreft een leraar in opleiding met wie het bevoegd gezag een leerarbeidsovereenkomst heeft gesloten voor een periode van 5 maanden, eindigend vóór de aanvang van de zomervakantie van de school/instelling bij een volledige werkweek, dan wel voor een periode die overeenkomt met een volledig dienstverband van vijf maanden, eveneens eindigend voor de aanvang van de zomervakantie van de school/instelling; b. b. het betreft een stagiair met wie het bevoegd gezag een stageovereenkomst heeft gesloten eindigend voor de aanvang van de zomervakantie van de school/instelling.
2. Het bevoegd gezag van de school/instelling verplicht zich tot een goede begeleiding van de leraar in opleiding respectievelijk stagiair op de werkplek.
Hoofdstuk 5. Vaststelling en terugvordering
Artikel 13
1.
Scholen/instellingen in de sector PO:
De tegemoetkoming wordt verstrekt als aanvullende vergoeding op uitgaven die zijn verbonden aan het in deze regeling omschreven doel. Verrekening van eventueel niet bestede middelen of overschotten vindt niet plaats. Verantwoording van de bestedingen vindt plaats als niet geoormerkte subsidie in bijlage D2 bij de AVR van het jaar waarin deze bestedingen hebben plaatsgevonden. Met ingang van 2006 vindt verantwoording plaats bij de jaarrekening. De verklaring van de accountant omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de aanvullende vergoeding.
2. Scholen/instellingen in de sectoren VO en BVE: De tegemoetkoming wordt verstrekt als aanvullende bekostiging in uitgaven die zijn verbonden aan het in deze regeling omschreven doel. Verrekening van eventueel niet-bestede middelen of overschotten vindt niet plaats. Verantwoording van de bestedingen vindt plaats bij de jaarrekening. De verklaring van de accountant omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de aanvullende vergoeding.
3. De leer-arbeidsovereenkomst(en) en stageovereenkomst(en) waarop de tegemoetkoming betrekking heeft(hebben), berust(en) bij de administratie van de school.
Artikel 14
1. De tegemoetkoming kan naar evenredigheid worden teruggevorderd indien het aantal leraren in opleiding dat is benoemd of aangesteld lager is dan het aantal ten behoeve waarvan de tegemoetkoming is verstrekt.
2. De tegemoetkoming ten behoeve van de stagiair kan naar evenredigheid worden teruggevorderd indien het aantal dagen dat stageactiviteiten zijn verricht lager is dan het aantal ten behoeve waarvan die tegemoetkoming is verstrekt.
3. Ook bij voortijdige beëindiging van de leerarbeidsovereenkomst of stageovereenkomst kan de tegemoetkoming naar evenredigheid worden teruggevorderd.
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Artikel 15
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 16
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst. Deze regeling vervalt met ingang van 1 juli 2009.
Artikel 17
De regeling toekenningen leraren in opleiding (lio) en stagiairs 2004–2005 wordt ingetrokken.
Artikel 18
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tegemoetkomingen leraren in opleiding en stagiairs 2005–2006.