rijk/ministeriele-regeling/regeling-vaststelling-grondslagen-bekostiging-landelijke-organen-beroepsonderwij/BWBR0007710
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling vaststelling grondslagen bekostiging landelijke organen beroepsonderwijs BWBR0007710 ministeriele-regeling geldend 1996-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0007710 Regeling vaststelling grondslagen bekostiging landelijke organen beroepsonderwijs

Regeling vaststelling grondslagen bekostiging landelijke organen beroepsonderwijs

Artikel 1

Van de Regeling vaststelling grondslagen bekostiging landelijke organen beroepsonderwijs ingaande 1 mei 1995 (Uitleg OCenW-Regelingen nr. 14 van 17 mei 1995, kenmerk BVE/FB-95012845), zoals luidend op 31 december 1995, wordt op de volgende wijze afgeweken:

A. A. Van bijlage 1 vastgesteld op grond van artikel 2 wordt afgeweken conform de bijlage behorende bij deze regeling. B. B. Van artikel 3 wordt in die zin afgeweken dat het percentage bedraagt 60,3. C. C. Artikel 4 blijft buiten toepassing. D. D. Van artikel 6 wordt in die zin afgeweken, dat het bedrag voor de opleidingen met relatief hoge examenkosten f 32,99 per leerovereenkomst en voor de opleidingen met relatief lage examenkosten f 21,73 per leerovereenkomst bedraagt. E. E. In plaats van artikel 8 geldt de volgende bepaling: Artikel 8.

      1.
      Op de personele vergoeding wordt een correctie aangebracht die leidt tot een verhoging onderscheidenlijk een verlaging van de vergoeding. De correctie wordt toegepast indien het verschil op jaarbasis tussen de personele vergoeding a per 1 mei 1995 en de personele vergoeding b per 1 mei 1995 2,5 procent of meer bedraagt van de personele vergoeding b.De personele vergoeding a wordt berekend overeenkomstig artikel H.3 van het UWCBO, met dien verstande dat bij die berekening
      
        
          het percentage, bedoeld in artikel H.3, zevende lid, wordt vastgesteld op 57,13;
        
        
          de budgetfactor, bedoeld in artikel H.5 van het UWCBO wordt uitgezonderd;
        
        
          de kwalificatiefactor, bedoeld in artikel H.6 van het UWCBO wordt uitgezonderd;
        
        
          de gemiddelde personeelslast, bedoeld in artikel H.7, derde lid van het UWCBO wordt gewijzigd in de voor het desbetreffende landelijk orgaan vastgestelde gemiddelde personeelslast en
        
      
    
    
      2.
      De personele vergoeding b wordt berekend overeenkomstig artikel H.3 van het UWCBO, met dien verstande dat bij die berekening
      
        
          het percentage, bedoeld in artikel H.3, zevende lid, wordt vastgesteld op 57,13;
        
        
          de budgetfactor, bedoeld in artikel H.5 van het UWCBO wordt uitgezonderd;
        
        
          de kwalificatiefactor, bedoeld in artikel H.6 van het UWCBO wordt uitgezonderd.
        
      
    
    
      3.
      De correctie bedraagt 33 procent van het verschil, verminderd met 2,5 procent van de personele vergoeding b, bedoeld in het eerste lid. De personele vergoeding, berekend overeenkomstig artikel H.3 wordt vervolgens verhoogd met de correctie.
    
    
      4.
      De correctie bedraagt 33 procent van het verschil, verminderd met 2,5 procent van de personele vergoeding b, bedoeld in het eerste lid. De personele vergoeding, berekend overeenkomstig artikel H.3 wordt vervolgens verlaagd met de correctie.
    1. Op de personele vergoeding wordt een correctie aangebracht die leidt tot een verhoging onderscheidenlijk een verlaging van de vergoeding. De correctie wordt toegepast indien het verschil op jaarbasis tussen de personele vergoeding a per 1 mei 1995 en de personele vergoeding b per 1 mei 1995 2,5 procent of meer bedraagt van de personele vergoeding b.De personele vergoeding a wordt berekend overeenkomstig artikel H.3 van het UWCBO, met dien verstande dat bij die berekening
      
      
          het percentage, bedoeld in artikel H.3, zevende lid, wordt vastgesteld op 57,13;
      
      
          de budgetfactor, bedoeld in artikel H.5 van het UWCBO wordt uitgezonderd;
      
      
          de kwalificatiefactor, bedoeld in artikel H.6 van het UWCBO wordt uitgezonderd;
      
      
          de gemiddelde personeelslast, bedoeld in artikel H.7, derde lid van het UWCBO wordt gewijzigd in de voor het desbetreffende landelijk orgaan vastgestelde gemiddelde personeelslast en
      
  • het percentage, bedoeld in artikel H.3, zevende lid, wordt vastgesteld op 57,13;
  • de budgetfactor, bedoeld in artikel H.5 van het UWCBO wordt uitgezonderd;
  • de kwalificatiefactor, bedoeld in artikel H.6 van het UWCBO wordt uitgezonderd;
  • de gemiddelde personeelslast, bedoeld in artikel H.7, derde lid van het UWCBO wordt gewijzigd in de voor het desbetreffende landelijk orgaan vastgestelde gemiddelde personeelslast en
    1. De personele vergoeding b wordt berekend overeenkomstig artikel H.3 van het UWCBO, met dien verstande dat bij die berekening
      
      
          het percentage, bedoeld in artikel H.3, zevende lid, wordt vastgesteld op 57,13;
      
      
          de budgetfactor, bedoeld in artikel H.5 van het UWCBO wordt uitgezonderd;
      
      
          de kwalificatiefactor, bedoeld in artikel H.6 van het UWCBO wordt uitgezonderd.
      
  • het percentage, bedoeld in artikel H.3, zevende lid, wordt vastgesteld op 57,13;
  • de budgetfactor, bedoeld in artikel H.5 van het UWCBO wordt uitgezonderd;
  • de kwalificatiefactor, bedoeld in artikel H.6 van het UWCBO wordt uitgezonderd.
    1. De correctie bedraagt 33 procent van het verschil, verminderd met 2,5 procent van de personele vergoeding b, bedoeld in het eerste lid. De personele vergoeding, berekend overeenkomstig artikel H.3 wordt vervolgens verhoogd met de correctie.
      
    1. De correctie bedraagt 33 procent van het verschil, verminderd met 2,5 procent van de personele vergoeding b, bedoeld in het eerste lid. De personele vergoeding, berekend overeenkomstig artikel H.3 wordt vervolgens verlaagd met de correctie.
      

F. F. In plaats van artikel 9 geldt de volgende bepaling: Indien aan een landelijk orgaan een vergoeding is toegekend voor administratief-technisch personeel op grond van artikel 5 van de Tijdelijke regeling 1995 wordt 33 procent van die vergoeding toegekend.

Artikel 2

Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst, met uitzondering van de bijlage die ter inzage wordt gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Van deze plaatsing en ter inzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel 3

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1996.