40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling vaststelling maximumpremies Wtz | BWBR0010068 | ministeriele-regeling | geldend | 1999-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0010068 | Regeling vaststelling maximumpremies Wtz |
Regeling vaststelling maximumpremies Wtz
Artikel 1
Voor de categorie van personen die met ingang van 1 april 1986 een overeenkomst van standaardverzekering heeft afgesloten en die op de dag daaraan voorafgaand verzekerd of medeverzekerd was in de vrijwillige verzekering ingevolge de Ziekenfondswet, bedraagt de premie ten aanzien van verzekerden die de 65-jarige leeftijd hebben bereikt een bedrag van ten hoogste € 142 per verzekerde per maand en ten aanzien van verzekerden, jonger dan 65 jaar, een bedrag van ten hoogste € 110,50 per verzekerde per maand. Voor eigen, aangehuwde of pleegkinderen tot 30 jaar, die recht hebben op een tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, dan wel voor wie aanspraak bestaat op kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet of recht bestaat op persoonsgebonden aftrek wegens uitgaven voor levensonderhoud van kinderen ingevolge artikel 6.1, en afdeling 6.4, van de Wet inkomstenbelasting 2001 jo. artikel 35 en 36, van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 en die tezamen met hun ouders of een van hun ouders zijn verzekerd, bedraagt de premie ten hoogste € 55,25 per kind per maand. Premie is voor ten hoogste twee kinderen verschuldigd.
Artikel 2
Voor de categorie van personen die een overeenkomst van standaardverzekering heeft afgesloten, met uitzondering van de in de artikelen 1 en 4 bedoelde categorieën, bedraagt de premie een bedrag van ten hoogste € 142 per verzekerde per maand. Voor eigen, aangehuwde en pleegkinderen tot 30 jaar, die recht hebben op een tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, dan wel voor wie aanspraak bestaat op kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslag-wet of recht bestaat op persoonsgebonden aftrek wegens uitgaven voor levensonderhoud van kinderen ingevolge artikel 6.1, en afdeling 6.4, van de Wet inkomstenbelasting 2001 jo. artikel 35 en 36, van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 en die tezamen met hun ouders of een van hun ouders zijn verzekerd, bedraagt de premie ten hoogste € 71 per kind per maand. Premie is voor ten hoogste drie kinderen verschuldigd.
Artikel 3
Het in artikel 1 bedoelde bedrag van ten hoogste € 142 per verzekerde per maand wordt aan de verzekerde in rekening gebracht met ingang van de eerste dag van de maand waarin die verzekerde de 65-jarige leeftijd bereikt.
Artikel 4
1. Voor de categorie van personen die een overeenkomst van standaardverzekering heeft afgesloten en die recht heeft op studiefinanciering ingevolge de Wet studiefinanciering 2000, bedraagt de premie voor verzekerden jonger dan 20 jaar ten hoogste € 15,30 per verzekerde per maand en zijn verzekerden die de 20-jarige leeftijd hebben bereikt, geen premie verschuldigd. Voor eigen, aangehuwde en pleegkinderen van de in de eerste volzin bedoelde verzekerden voor wie aanspraak bestaat op kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet of recht bestaat op persoonsgebonden aftrek wegens uitgaven voor levensonderhoud van kinderen ingevolge artikel 6.1 en afdeling 6.4, van de Wet inkomstenbelasting 2001 jo. artikel 35 en 36 van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 en die tezamen met hun ouders of een van hun ouders zijn verzekerd, is geen premie verschuldigd.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van partners, bedoeld in artikel 3.4 van de Wet studiefinanciering 2000, ten behoeve van wie recht bestaat op een toelage als bedoeld in dat artikel.
3. De in het eerste lid bedoelde verzekerden zijn met ingang van de eerste dag van de maand waarin die verzekerden de 20-jarige leeftijd bereiken, geen premie verschuldigd.
Artikel 5
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1999.
Artikel 6
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling maximumpremies Wtz.