40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling vaststelling schoolvakanties 2019–2022 | BWBR0040691 | ministeriele-regeling | geldend | 2021-12-07 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0040691 | Regeling vaststelling schoolvakanties 2019–2022 |
Regeling vaststelling schoolvakanties 2019–2022
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*de minister:* de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media;
b. b.
*school voor basisonderwijs:* school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES;
c. c.
*school voor speciaal onderwijs:* school voor speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
d. d.
*school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs:* school, dan wel een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
e. e.
*school voor voortgezet speciaal onderwijs:* school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
f. f.
*school voor voortgezet onderwijs:* school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
g. g.
*regio:* regio Noord, regio Zuid of regio Midden, als bedoeld in artikel 3;
h. h.
*school:* school als bedoeld in de onderdelen b, c, d, e of f.
Artikel 2
Voor de vaststelling van de perioden van de zomervakantie, genoemd in artikel 6, behoort een school tot één van de regio's. De plaats van vestiging is bepalend voor de regio waartoe een school behoort. Indien een school vestigingen heeft in meer dan één regio, behoort elke vestiging tot de regio waarin ze is gelegen.
Artikel 3
De regio's zijn:
a. a. Regio Noord, bestaande uit:
1°
de provincie Groningen;
2°
de provincie Friesland;
3°
de provincie Drenthe;
4°
de provincie Overijssel;
5°
de provincie Flevoland, met uitzondering van de gemeente Zeewolde);
6°
de provincie Noord-Holland;
7°
wat betreft de provincie Gelderland de gemeente Hattem;
8°
wat betreft de provincie Utrecht de gemeente Eemnes en de voormalige gemeente Abcoude.
1° 1° de provincie Groningen; 2° 2° de provincie Friesland; 3° 3° de provincie Drenthe; 4° 4° de provincie Overijssel; 5° 5° de provincie Flevoland, met uitzondering van de gemeente Zeewolde); 6° 6° de provincie Noord-Holland; 7° 7° wat betreft de provincie Gelderland de gemeente Hattem; 8° 8° wat betreft de provincie Utrecht de gemeente Eemnes en de voormalige gemeente Abcoude. b. b. Regio Midden, bestaande uit:
1°
de provincie Utrecht, met uitzondering van de gemeente Eemnes en de voormalige gemeente Abcoude;
2°
de provincie Zuid-Holland;
3°
wat betreft de provincie Flevoland de gemeente Zeewolde;
4°
wat betreft de provincie Gelderland de gemeenten Aalten, Apeldoorn, Barneveld, Berkelland, Bronckhorst, Brummen, Buren, Culemborg, Doetinchem, Ede, Elburg, Epe, Ermelo, Geldermalsen, Harderwijk, Heerde, Lingewaal, Lochem, Montferland, met uitzondering van de voormalige gemeente Didam, Neder-Betuwe, met uitzondering van de voormalige gemeente Dodewaard, Neerijnen, Nijkerk, Nunspeet, Oldebroek, Oost-Gelre, Oude IJsselstreek, Putten, Scherpenzeel, Tiel, Voorst, Wageningen, Winterswijk en Zutphen;
5°
wat betreft de provincie Noord-Brabant de gemeenten Werkendam, met uitzondering van de kernen Hank en Dussen, en Woudrichem.
1° 1° de provincie Utrecht, met uitzondering van de gemeente Eemnes en de voormalige gemeente Abcoude; 2° 2° de provincie Zuid-Holland; 3° 3° wat betreft de provincie Flevoland de gemeente Zeewolde; 4° 4° wat betreft de provincie Gelderland de gemeenten Aalten, Apeldoorn, Barneveld, Berkelland, Bronckhorst, Brummen, Buren, Culemborg, Doetinchem, Ede, Elburg, Epe, Ermelo, Geldermalsen, Harderwijk, Heerde, Lingewaal, Lochem, Montferland, met uitzondering van de voormalige gemeente Didam, Neder-Betuwe, met uitzondering van de voormalige gemeente Dodewaard, Neerijnen, Nijkerk, Nunspeet, Oldebroek, Oost-Gelre, Oude IJsselstreek, Putten, Scherpenzeel, Tiel, Voorst, Wageningen, Winterswijk en Zutphen; 5° 5° wat betreft de provincie Noord-Brabant de gemeenten Werkendam, met uitzondering van de kernen Hank en Dussen, en Woudrichem. c. c. Regio Zuid, bestaande uit:
1°
de provincie Limburg;
2°
de provincie Noord-Brabant, met uitzondering van de gemeenten Werkendam, voor zover het betreft de kernen Sleeuwijk, Nieuwendijk en Werkendam, en Woudrichem;
3°
de provincie Zeeland;
4°
wat betreft de provincie Gelderland de gemeenten Arnhem, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Groesbeek, Heumen, Neder-Betuwe, voor zover het betreft de voormalige gemeente Dodewaard, Lingewaard, Maasdriel, Millingen aan de Rijn, Montferland, voor zover het betreft de voormalige gemeente Didam, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Rijnwaarden, Ubbergen, Westervoort, West Maas en Waal, Wijchen, Zaltbommel en Zevenaar.
1° 1° de provincie Limburg; 2° 2° de provincie Noord-Brabant, met uitzondering van de gemeenten Werkendam, voor zover het betreft de kernen Sleeuwijk, Nieuwendijk en Werkendam, en Woudrichem; 3° 3° de provincie Zeeland; 4° 4° wat betreft de provincie Gelderland de gemeenten Arnhem, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Groesbeek, Heumen, Neder-Betuwe, voor zover het betreft de voormalige gemeente Dodewaard, Lingewaard, Maasdriel, Millingen aan de Rijn, Montferland, voor zover het betreft de voormalige gemeente Didam, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Rijnwaarden, Ubbergen, Westervoort, West Maas en Waal, Wijchen, Zaltbommel en Zevenaar.
Artikel 4
Bij samenvoeging van gemeenten na publicatie van deze regeling behoort de nieuw te vormen gemeente tot dezelfde regio als die waartoe de samengevoegde gemeenten behoorden. Als de samen te voegen gemeenten tot verschillende regio’s behoorden, beslist de minister tot welke regio de nieuwe gemeente gaat behoren. Voordat de minister definitief beslist, wordt het college van burgemeester en wethouders van de nieuwe gemeente gehoord.
Artikel 5
De perioden voor de kerst- en meivakanties worden voor de jaren 2019 tot en met 2022 voor alle scholen, met uitzondering van de scholen, bedoeld in artikel 1 Wet primair onderwijs BES, en de scholen, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, gelegen op Bonaire, Sint Eustatius of Saba, en voor alle regio’s als volgt vastgesteld:
Artikel 6
De perioden voor de zomervakanties worden voor de jaren 2020, 2021 en 2022 voor alle scholen als volgt vastgesteld:
Artikel 7
1. Het bevoegd gezag van een school voor primair onderwijs kan de periode, bedoeld in artikel 6, verlengen met ten hoogste twee dagen voorafgaand aan die periode en met ten hoogste twee dagen na die periode.
2. Indien meer dan de helft van de leerlingen van de school in een andere regio woont dan de regio waar de school gevestigd is, kan het bevoegd gezag, in afwijking van artikel 2, beslissen dat de vestiging van de school voor het vaststellen van de zomervakantie behoort tot de regio waarin het merendeel van de leerlingen woont. Voor de vaststelling van het aantal leerlingen wordt uitgegaan van het aantal leerlingen dat in het voorafgaande schooljaar op 1 oktober bij de vestiging stond ingeschreven.
3. In afwijking van artikel 2 kan het bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, indien gedurende drie achtereenvolgende schooljaren telkens meer dan zeventig procent van de leerlingen is doorgestroomd naar scholen voor voortgezet onderwijs in een andere regio dan die van de school, met ingang van het daaropvolgend schooljaar die andere regio aanwijzen om de zomervakantie vast te stellen.
4. In afwijking van artikel 2 kan het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs met een tijdelijke nevenvestiging of nevenvestiging in een andere regio dan die van de hoofdvestiging, voor deze school de periode, bedoeld in artikel 6, zodanig vaststellen dat die periode niet eerder begint dan de vroegste periode en niet later eindigt dan de laatste periode van een van de vestigingen.
5. Het bevoegd gezag van een school voor cluster 3 en 4 onderwijs, als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, kan de perioden, bedoeld in artikel 6, bekorten.
6. In afwijking van artikel 6 hebben in de gemeenten Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog de zomervakanties op de scholen voor primair onderwijs en de scholen voor voortgezet onderwijs een duur van vijf weken. De zomervakanties in deze gemeenten beginnen steeds tegelijk met die regio die het eerst vakantie heeft.
7. De Inspectie van het Onderwijs toetst of de afwijkingen op grond van het tweede tot en met vijfde lid voldoen aan de in deze leden genoemde voorschriften.
Artikel 8
Het bevoegd gezag van een school kan in geval van bijzondere omstandigheden, bij de minister een verzoek indienen om te mogen afwijken van de perioden, bedoeld in artikel 5 en artikel 6.
Artikel 9
In afwijking van artikel 2.39, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, wordt op scholen voor voortgezet onderwijs in de regio waar een schooljaar vanwege de spreiding van de zomervakanties op grond van deze regeling korter duurt dan in de andere regio’s, in dat schooljaar op ten minste 184 dagen onderwijs verzorgd.
Artikel 10
Het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs kan in bijzondere gevallen en onder voorwaarde dat de centrale examens in het voortgezet onderwijs doorgang vinden op de daarvoor voorgeschreven tijdstippen, dagen die door de minister als examendag zijn aangewezen, voor vakantie bestemmen.
Artikel 11
Voor de scholen in de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba begint en eindigt de grote vakantie op hetzelfde tijdstip als in de regio in het Europese deel van Nederland waar de zomervakantie op grond van artikel 6 het eerst begint en eindigt.
Artikel 11a
Deze regeling berust mede op artikel 2.39, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
Artikel 12
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2019 en vervalt met ingang van 1 oktober 2022.
Artikel 13
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling schoolvakanties 2019–2022.