40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling veiligheid Joodse instellingen 2025 | BWBR0051457 | ministeriele-regeling | geldend | 2025-09-10 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0051457 | Regeling veiligheid Joodse instellingen 2025 |
Regeling veiligheid Joodse instellingen 2025
Paragraaf . Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
Joods evenement: een evenement waarvan de beoogde doelgroep grotendeels bestaat uit Joodse Nederlanders of waarbij een optreden van een Joodse spreker of artiest onderdeel is van het programma. – Joodse instelling:
– De rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid als bedoeld in artikel 55 van de Wet op het primair onderwijs dan wel artikel 4.1, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 die een bijzondere school voor Joods bijzonder onderwijs in stand houdt; – Het kerkgenootschap als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek voor zover zij haar leden in staat stelt de Joodse godsdienst te belijden; – De vereniging of stichting zonder winstoogmerk die zich krachtens haar statuten ten doel stelt het Joodse leven in Nederland te bevorderen; – Het samenwerkingsverband van Joodse instellingen onderling en het samenwerkingsverband van een of meerdere Joodse instellingen en gemeenten;
– – De rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid als bedoeld in artikel 55 van de Wet op het primair onderwijs dan wel artikel 4.1, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 die een bijzondere school voor Joods bijzonder onderwijs in stand houdt; – – Het kerkgenootschap als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek voor zover zij haar leden in staat stelt de Joodse godsdienst te belijden; – – De vereniging of stichting zonder winstoogmerk die zich krachtens haar statuten ten doel stelt het Joodse leven in Nederland te bevorderen; – – Het samenwerkingsverband van Joodse instellingen onderling en het samenwerkingsverband van een of meerdere Joodse instellingen en gemeenten;
- minister: de Minister van Justitie en Veiligheid.
- organisator van een Joods evenement: de natuurlijke of rechtspersoon die zonder winstoogmerk een Joods evenement organiseert.
Artikel 2
1. De minister kan in het kalenderjaar 2025 subsidie verlenen aan Joodse instellingen of organisatoren van een Joods evenement bij het treffen van beveiligingsmaatregelen.
2. De subsidie bedraagt maximaal € 250.000 per Joodse instelling of organisator van een Joods evenement.
Paragraaf . Aanvraag en subsidieverlening
Artikel 3
1. In 2025 kunnen aanvragen in het kader van deze regeling worden ingediend van 15 september tot en met 31 oktober 2025.
2. Een Joodse instelling of een organisator van een Joods evenement vraagt subsidie aan bij de minister met gebruikmaking van het daartoe beschikbaar gestelde formulier.
Artikel 4
Indien de aanvraag zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, van deze regeling, niet volledig is ingediend, wordt de aanvrager met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid gesteld binnen twee weken alsnog de aanvraag aan te vullen.
Paragraaf . Subsidiabele kosten
Artikel 5
Voor de subsidie als bedoeld in artikel 2, tweede lid, komen in aanmerking de in redelijkheid gemaakte kosten:
a. a. om de veiligheid van de deelnemers aan een activiteit van een Joodse instelling of van de bezoekers van een Joods evenement te bevorderen; b. b. ter voorkoming van vernieling, beschadiging, of onbruikbaarmaking van een roerende of onroerende zaak waarvan een Joodse instelling of een organisator van een Joods evenement eigenaar, huurder of gebruiker is; c. c. ter voorkoming van computervredebreuk, voor zover daardoor toegang zou kunnen worden verkregen tot niet-openbare gegevens van een Joodse instelling of van een organisator van een Joods evenement.
Artikel 6
Niet in aanmerking komen de kosten:
a. a. die zijn gemaakt voor 1 januari 2025 of na 31 december 2026; b. b. die zijn gemaakt door de organisator van een Joods evenement in het kader van een andere activiteit, niet zijnde een Joods evenement; c. c. waarvoor reeds aan de Joodse instelling of de organisator van een Joods evenement subsidie is verstrekt door een bestuursorgaan voor het geheel of een gedeelte van de kosten zoals omschreven in artikel 5. In dat geval wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan maximaal 100 procent van de werkelijk gemaakte kosten.
Paragraaf . Subsidieplafond en verdeelsystematiek
Artikel 7
1. Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt voor het kalenderjaar 2025 € 1.300.000.
2. De minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen.
Paragraaf . Verantwoording en subsidievaststelling
Artikel 8
1. Indien de verleende subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, wordt deze op 1 april 2027 ambtshalve vastgesteld.
2. Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, toont de Joodse instelling of de organisator van een Joods evenement desgevraagd uiterlijk op 1 februari 2027 aan dat de voor subsidie in aanmerking komende activiteiten zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
3. Indien de verleende subsidie € 25.000 of meer bedraagt, wordt een aanvraag tot subsidievaststelling uiterlijk op 1 april 2027, met gebruikmaking van het daartoe beschikbaar gestelde formulier, ingediend bij de minister. De minister stelt de subsidie vast binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag, dan wel binnen 22 weken nadat de termijn voor het indienen van de aanvraag tot vaststelling is verstreken.
4.
De aanvraag tot subsidievaststelling bevat:
a. a. indien de subsidie tussen de € 25.000 en € 125.000 bedraagt, een verantwoording middels een financieel verslag en een activiteitenverslag waaruit blijkt dat de voor subsidie in aanmerking komende gemaakte activiteiten zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; b. b. indien de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, een verantwoording middels een financieel verslag, een activiteitenverslag en een controleverklaring door een accountant waaruit blijkt dat de voor subsidie in aanmerking komende gemaakte activiteiten zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
Paragraaf . Slotbepalingen
Artikel 9
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2025.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de subsidies die voor die datum zijn verleend.
Artikel 10
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling veiligheid Joodse instellingen 2025.