40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling veiligheidsadviseur vervoer gevaarlijke stoffen | BWBR0010216 | ministeriele-regeling | geldend | 1999-12-31 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0010216 | Regeling veiligheidsadviseur vervoer gevaarlijke stoffen |
Regeling veiligheidsadviseur vervoer gevaarlijke stoffen
Paragraaf 1. Toepassingsbereik
Artikel 1
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
2. Een wijziging van de richtlijn gaat voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
Artikel 2
Deze regeling is niet van toepassing:
a. a. op ondernemingen die uitsluitend gevaarlijke stoffen over de weg of per spoor vervoeren in hoeveelheden in dezelfde transporteenheid onderscheidenlijk dezelfde spoorwagen, die kleiner zijn dan de maximumhoeveelheden, bedoeld in randnummer 1.1.3.6 van bijlage 1 bij de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen of, voor zover het betreft vervoer over de binnenwateren, randnummer 1.1.3.6 van bijlage 1 bij de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen; b. b. voorzover de Regeling vervoer gevaarlijke stoffen met zeeschepen van toepassing is; c. c. voorzover randnummer 1.1.3.1 van bijlage 1 bij de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen van toepassing is; d. d. voorzover randnummers 1.1.3.1 en 1.1.3.3 van bijlage 1 bij de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen van toepassing zijn, of e. e. voorzover randnummer 1.1.3.1 van bijlage 1 bij de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen van toepassing is.
Paragraaf 2. De veiligheidsadviseur
Artikel 3
1. De bedrijfsleider wijst een veiligheidsadviseur aan.
2. De veiligheidsadviseur draagt er onder verantwoordelijkheid van de bedrijfsleider zorg voor, dat de handelingen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, met inachtneming van de toepasselijke regelgeving gemakkelijker en onder optimale veiligheidsvoorwaarden kunnen plaatsvinden. Hij verricht daartoe de taken, genoemd in bijlage 1.
Artikel 4
1. De veiligheidsadviseur beschikt over een geldig vakbekwaamheidscertificaat als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b.
2. Een geldig certificaat is in overeenstemming met de activiteiten van het bedrijf ten behoeve waarvan de veiligheidsadviseur werkzaam is, en kan beperkt zijn tot een of meer takken van vervoer, onderscheidenlijk tot een of meer categorieën gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 7, vierde lid, onderdeel a.
3. Het opschrift van het certificaat vermeldt een beperking als bedoeld in het tweede lid.
Artikel 5
1. Wanneer zich bij de in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, bedoelde handelingen een ongeval heeft voorgedaan dat personen in gevaar heeft gebracht of schade heeft veroorzaakt aan zaken of het milieu, stelt de veiligheidsadviseur van de betrokken onderneming, na alle ter zake dienende inlichtingen te hebben ingewonnen, ten behoeve van de leiding van de onderneming een ongevallenrapport op.
2. De bedrijfsleider bewaart het ongevallenrapport gedurende ten minste vijf jaar.
Paragraaf 3. Opleiding van de veiligheidsadviseur
Artikel 6
1.
De Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen is verantwoordelijk voor:
a. a. het afnemen van het examen voor de veiligheidsadviseur; b. b. het verstrekken van vakbekwaamheidscertificaten; c. c. het afnemen van het bijscholingsexamen; en d. d. het verstrekken van het bewijs ter verlenging van het vakbekwaamheidscertificaat.
2. De Stichting stelt het examenreglement, de eindtermen en de examenvragen vast in overeenstemming met de Minister.
3. De Minister kan de Stichting nadere voorschriften geven, niet zijnde bijzondere aanwijzingen, inzake de werkzaamheden, genoemd in het eerste lid.
4. De Stichting legt een verzameling aan van de vastgestelde examenvragen. Zij zendt deze verzameling regelmatig aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
Artikel 7
1. Het examen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, strekt ertoe vast te stellen of de kandidaat over het kennisniveau beschikt dat vereist is om de taken van veiligheidsadviseur te kunnen vervullen.
2. Na een met goed gevolg afgelegd examen ontvangt de kandidaat ten blijke daarvan een vakbekwaamheidscertificaat.
3.
Het examen berust op het uitgangspunt dat de op het examen gerichte opleiding tot doel heeft voldoende kennis te verschaffen over:
a. a. de gevaren die zijn verbonden aan de handelingen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d; b. b. de wettelijke voorschriften betreffende de betrokken takken van vervoer; en c. c. de onderwerpen, genoemd in bijlage 1.
4.
Het examen:
a. a. bestaat uit een schriftelijk gedeelte dat gericht is op de tak van vervoer waarvoor het certificaat zal worden afgegeven, onderscheidenlijk op een of meer van de volgende categorieën gevaarlijke stoffen als bedoeld in de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen:
1º.
klasse 1,
2º.
klasse 2,
3º.
klasse 7,
4º.
de klassen 3, 4.1, 4.2, 4.3, 4.5, 5.1, 5.2, 6.1, 6.2, 8 en 9, of
5º.
de VN-nummers 1202, 1203 en 1223;
1º. 1º. klasse 1, 2º. 2º. klasse 2, 3º. 3º. klasse 7, 4º. 4º. de klassen 3, 4.1, 4.2, 4.3, 4.5, 5.1, 5.2, 6.1, 6.2, 8 en 9, of 5º. 5º. de VN-nummers 1202, 1203 en 1223; b. b. kan tevens bestaan uit een mondeling gedeelte; c. c. bevat een met bijlage 1 samenhangende casuspositie; d. d. heeft in ieder geval betrekking op de in bijlage 2 bedoelde aangelegenheden.
5. Het examen bestaat uit ten minste 20 open vragen. In plaats van een of meer open vragen kan een dubbel aantal meerkeuzevragen worden gesteld.
Artikel 8
1. De Stichting stelt het vakbekwaamheidscertificaat, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, op conform het model, bedoeld in bijlage III bij de richtlijn.
2. Een geldig vakbekwaamheidscertificaat dat op basis van de richtlijn in een der andere lidstaten van de Europese Unie is verstrekt, heeft een gelijke geldigheid als het vakbekwaamheidscertificaat, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b.
Artikel 9
Een bewijs ter verlenging van het vakbekwaamheidscertificaat als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d, wordt verstrekt aan degene die:
a. a. met goed gevolg een door de Stichting afgenomen bijscholingsexamen heeft afgelegd; of b. b. ten genoegen van de Stichting aantoont in voldoende mate een bijscholingscursus te hebben gevolgd:
1º.
waarvan het niveau overeenkomt met dat van het bijscholingsexamen, en
2º.
die is afgesloten niet langer dan dertien weken voor de aanvraag van het bewijs ter verlenging van het vakbekwaamheidscertificaat.
1º. 1º. waarvan het niveau overeenkomt met dat van het bijscholingsexamen, en 2º. 2º. die is afgesloten niet langer dan dertien weken voor de aanvraag van het bewijs ter verlenging van het vakbekwaamheidscertificaat.
Artikel 10
1. Het vakbekwaamheidscertificaat heeft een geldigheidsduur van vijf jaar.
2. De geldigheidsduur van het vakbekwaamheidscertificaat wordt van rechtswege met vijf jaar verlengd, indien de betrokkene in het laatste jaar van geldigheid de beschikking krijgt over een bijscholingscertificaat.
Artikel 11
De artikelen 4, 5 en 6, eerste lid, van de Tariefregeling vervoer gevaarlijke stoffen zijn van toepassing op de activiteiten, genoemd in artikel 6, eerste lid.
Paragraaf 4. Slotbepalingen
Artikel 12
Deze regeling treedt in werking op 31 december 1999.
Artikel 13
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling veiligheidsadviseur vervoer gevaarlijke stoffen.
Bijlage 1. bedoeld in
De veiligheidsadviseur is in het bijzonder belast met de volgende taken:
De taken van de adviseur omvatten daarnaast met name de bestudering van de volgende praktijken en procedures met betrekking tot de betrokken activiteiten:
Bijlage 2. bedoeld in
De voor de afgifte van het certificaat in aanmerking te nemen kennis moet ten minste betrekking hebben op de volgende onderwerpen: