rijk/ministeriele-regeling/regeling-veiling-niet-landelijke-fm-vergunningen-met-een-lokaal-bereik/BWBR0045414
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling veiling niet-landelijke FM-vergunningen met een lokaal bereik BWBR0045414 ministeriele-regeling geldend 2021-07-17 https://wetten.overheid.nl/BWBR0045414 Regeling veiling niet-landelijke FM-vergunningen met een lokaal bereik

Regeling veiling niet-landelijke FM-vergunningen met een lokaal bereik

Hoofdstuk 1. Algemene bepaling

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanvrager: degene die een aanvraag heeft ingediend;
  • activiteitsniveau: totaal aantal activiteitspunten waarover een deelnemer op een gegeven moment in de veiling kan beschikken en welk aantal de maximale biedbevoegdheid van die deelnemer bepaalt om actief te zijn of te blijven in de veiling;
  • activiteitspunt: aan een te veilen FM-vergunning op grond van artikel 3, derde lid, toegekend punt ten behoeve van het bepalen van het activiteitsniveau van een deelnemer;
  • bekendmakingsbesluit: Besluit bekendmaking veiling kavels B39 tot en met B54;
  • beschikbare demografische ruimte: maximaal demografisch bereik minus het demografisch bereik van de vergunning of vergunningen voor niet-landelijke commerciële radio, waarover degene die in aanmerking voor een FM-vergunning wil komen en een met diegene verbonden instelling ten tijde van zijn aanvraag beschikt, uitgaande van het demografisch bereik van vergunningen voor niet-landelijke commerciële radio zoals op de dag na inwerkingtreding van het bekendmakingsbesluit door de Minister in de Staatscourant kenbaar is gemaakt;
  • bod: bieding, uitgebracht door een deelnemer via het elektronisch veilingsysteem van de Minister en bevestigd door middel van dit elektronisch veilingsysteem;
  • deelnemer: aanvrager die toegelaten is tot de veiling, bedoeld in hoofdstuk 5;
  • *FM-vergunning: * een vergunning voor niet-landelijke commerciële radio, die ingevolge het bekendmakingsbesluit wordt verdeeld;
  • maximaal demografisch bereik: maximaal demografisch bereik, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van de Tijdelijke regeling gebruiksbeperking commerciële FM-radio-omroep;
  • Minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat;
  • rente: volgens actual/360 berekende rente op basis van de door de Europese Centrale Bank vastgestelde Euro Overnight Index Average, minus 100 basispunten, met een minimum van 0%;
  • rondeprijs: minimaal te bieden bedrag, vastgesteld per FM-vergunning, per biedrond;
  • verbonden rechtspersoon: rechtspersoon als bedoeld in artikel 3 van de Tijdelijke regeling gebruiksbeperking commerciële radio omroep;
  • wet: Telecommunicatiewet.

Hoofdstuk 2. Beschikbare vergunningen

Artikel 2

Ingevolge het bekendmakingsbesluit zijn beschikbaar om op grond van deze regeling te worden verdeeld: 16 vergunningen.

Artikel 3

1. Aan een aanvrager wordt geen FM-vergunning verleend indien het demografisch bereik van die FM-vergunning de beschikbare demografische ruimte van de betrokken aanvrager overschrijdt.

2. Aan een aanvrager wordt geen combinatie van FM-vergunningen verleend, indien het gezamenlijke demografische bereik van die combinatie van FM-vergunningen de beschikbare demografische ruimte van de aanvrager overschrijdt.

3. Elke FM-vergunning komt overeen met 1 activiteitspunt. Een aanvrager kan over niet meer activiteitspunten beschikken dan het aantal dat overeenkomt met de grootst mogelijke combinatie van FM-vergunningen die voor een aanvrager mogelijk is binnen zijn beschikbare demografische ruimte.

Hoofdstuk 3. De aanvraagfase

Paragraaf 1. Eisen aan de aanvraag en aanvrager

Artikel 4

1. Degene die voor een FM-vergunning in aanmerking wil komen, dient daartoe een aanvraag in bij de Minister.

2.

De aanvraag kan van 4 januari 2022 tot en met 1 februari 2022 bij de Minister worden ingediend per aangetekende post of door middel van persoonlijke overhandiging, op het volgende adres en met de volgende adressering:

Agentschap Telecom

Ter attentie van: Projectteam uitgifte commerciële FM-frequenties

Emmasingel 1

9726 AH Groningen.

3. De persoonlijke overhandiging, bedoeld in het tweede lid, vindt in de genoemde periode uitsluitend plaats op werkdagen tussen 10.00 uur en 12.00 uur of tussen 14.00 uur en 16.00 uur. Bij persoonlijke overhandiging van de aanvraag wordt een bewijs van ontvangst afgegeven dat is voorzien van datum en tijdstip van ontvangst.

Artikel 5

1. De aanvrager is een privaatrechtelijke rechtspersoon naar Nederlands recht of het equivalent daarvan naar het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.

2.

De aanvrager voldoet verder aan de volgende eisen:

a. a. de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement of liquidatie, noch is door de aanvrager een faillissement aangevraagd; en b. b. de aanvrager is geen surseance van betaling verleend, noch is door de aanvrager surseance van betaling aangevraagd.

3. Met de eisen van het tweede lid worden gelijkgesteld zodanige eisen volgens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

Artikel 6

De aanvrager beschikt over toestemming als bedoeld in artikel 3.1 van de Mediawet 2008.

Artikel 7

De aanvraag gaat vergezeld van een door de aanvrager ondertekende verklaring als bedoeld in bijlage 1.

Artikel 8

1. Een rechtspersoon dient ten hoogste één aanvraag in.

2. Voor de toepassing van het eerste lid worden verbonden rechtspersonen tezamen aangemerkt als één rechtspersoon.

3. In de aanvraag wordt, voor zover van toepassing, vermeld van welke vergunningen voor landelijke of niet-landelijke commerciële radio in de FM-band de aanvrager en een met de aanvrager verbonden rechtspersoon reeds houder zijn. Daarbij vermeldt de aanvrager tevens zijn beschikbare demografische ruimte.

4. In de aanvraag wordt vermeld op welk aantal FM-vergunningen de aanvraag betrekking heeft.

5. De aanvraag heeft betrekking op het aantal activiteitspunten dat gelijk is aan het aantal FM-vergunningen waar de aanvraag op grond van het vierde lid betrekking op heeft.

6. In de aanvraag wordt, ten behoeve van het vaststellen van de noodzaak van veilen overeenkomstig artikel 14, vermeld welke FM-vergunning of FM-vergunningen de aanvrager bij voorkeur wenst te verwerven, uitgaande van het aantal waarop de aanvraag ingevolge het vierde lid betrekking heeft.

7. In de aanvraag worden de namen vermeld van ten minste één en ten hoogste vier natuurlijke personen, die ieder voor zich zelfstandig bevoegd zijn om namens de aanvrager handelingen te verrichten gedurende de veilingprocedure en die daartoe beschikken over een rechtsgeldige en toereikende volmacht.

8. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het in bijlage 2 opgenomen model en gaat, onverminderd de overige in deze regeling gestelde eisen, vergezeld van de in dit model genoemde gegevens en bescheiden.

9. Bij het invullen van de aanvraag neemt de aanvrager het bepaalde in artikel 3 in acht.

10. De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.

11. Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het achtste lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden, opgesteld krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

12. In afwijking van het tiende lid, kunnen de gegevens en bescheiden, bedoeld in het achtste lid, worden gesteld in één van de officiële talen van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte, mits zij vergezeld gaan van een Nederlandse vertaling.

13. De aanvrager informeert de Minister onmiddellijk over een wijziging met betrekking tot de gegevens en bescheiden, bedoeld in het zevende, achtste en elfde lid, per aangetekende post, op het adres bedoeld in artikel 4, tweede lid.

Artikel 9

Een aanvrager verplicht zich overeenkomstig bijlage 3 bij deze regeling ertoe dat een krachtens deze regeling aan hem verleende FM-vergunning wordt gebruikt voor het uitzenden van een radioprogramma van een commerciële omroepinstelling dat, voor zover het gepresenteerde programmaonderdelen tussen 07.00 uur en 19.00 uur betreft, voor ten minste 50 procent in de Nederlandse of Friese taal wordt gepresenteerd.

Paragraaf 2. De zekerheidstelling

Artikel 10

1. Een aanvrager verstrekt als zekerheid voor de betaling van zijn bod en om te borgen dat de vergunning wordt verleend aan een financieel bestendige vergunninghouder een waarborgsom of een bankgarantie ter grootte van € 5.000 per FM-vergunning waarop de aanvraag ingevolge artikel 8, vierde lid, betrekking heeft of, voor zover van toepassing, na toepassing van artikel 13, tweede, betrekking heeft.

2.

De waarborgsom wordt verstrekt voor de periode tot:

a. a. in geval van intrekking of afwijzing van de aanvraag, het tijdstip van de intrekking of afwijzing; b. b. in geval van niet in behandeling nemen van de aanvraag, het tijdstip van het besluit om de aanvraag niet te behandelen; c. c. in geval van toewijzing van de aanvraag, het tijdstip waarop het winnende bod als bedoeld in artikel 30 volledig is betaald.

3.

De aanvrager zorgt ervoor dat uiterlijk op het in artikel 4, tweede lid, bedoelde tijdstip:

a. a. de waarborgsom is ontvangen op bankrekeningnummer 705001199, IBAN: NL41INGB0705001199, BIC: INGBNL2A, ten name van Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Agentschap Telecom, Afdeling Finance & Control, onder vermelding van naam en nummer van het betrokken bekendmakingsbesluit; of b. b. de bankgarantie, verstrekt volgens het model, bedoeld in bijlage 4, is ontvangen op het in artikel 4, tweede lid, genoemde adres.

4. Indien blijkt dat voor meer FM-vergunningen een waarborgsom is gestort dan het aantal waarop de aanvraag na een gedeeltelijke weigering op grond van artikel 13, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid, betrekking heeft, wordt het teveel gestorte bedrag aan de betrokken aanvrager teruggestort uiterlijk twee weken na de gedeeltelijke weigering. De Minister vergoedt aan de aanvrager rente over dat teveel gestorte bedrag over de periode vanaf de dag na de dag dat de gedeeltelijke weigering op grond van artikel 13, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid is gedaan tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop het teveel gestorte bedrag door de Minister wordt teruggestort. Deze rente wordt op dezelfde dag teruggestort als de dag waarop hij het teveel gestorte bedrag terugstort.

Artikel 11

1.

Binnen twee weken nadat de aanvrager zijn aanvraag heeft ingetrokken, de Minister overeenkomstig artikel 12 heeft besloten de aanvraag niet te behandelen, de aanvraag op grond van artikel 13, derde lid heeft afgewezen, of de aanvraag heeft geweigerd op grond van 3.18 van de wet:

a. a. stort de Minister, indien de aanvrager een waarborgsom heeft verstrekt, de waarborgsom terug aan de betreffende aanvrager; of b. b. stuurt de Minister, indien de aanvrager een bankgarantie heeft verstrekt, een schriftelijke verklaring aan de bank van de betreffende aanvrager, en een kopie van deze schriftelijke verklaring aan de betreffende aanvrager.

2. Indien de Minister een waarborgsom terugstort als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, vergoedt hij tegelijkertijd de rente over de gestorte waarborgsom vanaf de dag na de dag dat de Minister de waarborgsom heeft ontvangen tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de Minister wordt teruggestort.

Paragraaf 3. Beslissingen tijdens de aanvraagfase

Artikel 12

1. Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan een van de in artikelen 8, derde tot en met tiende en twaalfde lid, of 10, eerste tot en met derde lid, gestelde eisen, deelt de Minister dit de aanvrager mee en stelt de Minister de aanvrager in de gelegenheid het verzuim te herstellen.

2. De aanvrager heeft de gelegenheid het verzuim te herstellen tot 16.00 uur op de zevende werkdag na de dag waarop de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is verstuurd.

3. De gegevens ten behoeve van het verzuimherstel worden ingediend op de wijze, bedoeld in artikel 4, tweede lid.

4. Indien het verzuim niet is hersteld binnen de termijn en op de wijze, bedoeld in het tweede respectievelijk derde lid, kan de Minister besluiten de aanvraag overeenkomstig artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht niet te behandelen.

Artikel 13

1.

Onverminderd het bepaalde in artikel 3.18 van de wet, wijst de Minister de aanvraag:

a. a. volledig af, indien:

        1°
        de aanvrager op grond van zijn beschikbare demografische ruimte geen van de FM-vergunningen kan verwerven;
      
      
        2°
        niet is voldaan aan de voorschriften, bedoeld in de artikelen 4, tweede lid, of 5, eerste en tweede lid;

1° 1° de aanvrager op grond van zijn beschikbare demografische ruimte geen van de FM-vergunningen kan verwerven; 2° 2° niet is voldaan aan de voorschriften, bedoeld in de artikelen 4, tweede lid, of 5, eerste en tweede lid; b. b. gedeeltelijk af, voor zover het aantal vergunningen dat is aangevraagd hoger is dan het aantal vergunningen dat de aanvrager, gelet op artikel 3.11 van de wet, ten hoogste kan verwerven.

        2.
        De aanvraag wordt gedeeltelijk geweigerd voor het aantal FM-vergunningen dat ingevolge het bepaalde in artikel 3 niet aan hem kan worden verleend. Het aantal activiteitspunten waarover de aanvrager kan beschikken, wordt met hetzelfde aantal verminderd. Bij deze gedeeltelijke afwijzing vermeldt de Minister op welk aantal FM-vergunningen de aanvraag als gevolg van deze gedeeltelijke weigering betrekking heeft.
    1.   De aanvraag wordt gedeeltelijk geweigerd voor het aantal FM-vergunningen dat ingevolge het bepaalde in artikel 3 niet aan hem kan worden verleend. Het aantal activiteitspunten waarover de aanvrager kan beschikken, wordt met hetzelfde aantal verminderd. Bij deze gedeeltelijke afwijzing vermeldt de Minister op welk aantal FM-vergunningen de aanvraag als gevolg van deze gedeeltelijke weigering betrekking heeft.
      

3.

De Minister kan een aanvraag afwijzen als:

a. a. naar zijn oordeel aannemelijk is dat de aanvrager afspraken heeft gemaakt of onderling afgestemde feitelijke gedragingen heeft verricht die afbreuk doen of kunnen doen of gedaan hebben of gedaan kunnen hebben aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure; of b. b. de aanvrager niet voldoet aan een vordering als bedoeld in artikel 18.7, eerste lid, van de wet.

Hoofdstuk 4. Vaststelling eventuele schaarste en vergunningverlening bij afwezigheid van schaarste

Artikel 14

Indien de Minister vaststelt dat, uitgezonderd de aanvragen die buiten behandeling zijn gesteld, geheel of gedeeltelijk zijn afgewezen of op grond van artikel 3.18 van de wet zijn geweigerd, ten aanzien van een FM-vergunning in meer dan één aanvraag een voorkeur is uitgesproken voor die FM-vergunning, vindt de verdeling van die FM-vergunning plaats met toepassing van de hoofdstukken 5 en 6.

Artikel 15

1. Indien de Minister vaststelt dat, uitgezonderd de aanvragen die buiten behandeling zijn gesteld, geheel of gedeeltelijk zijn afgewezen of op grond van artikel 3.18 van de wet zijn geweigerd, in slechts één aanvraag een voorkeur is uitgesproken voor die FM-vergunning, wordt die FM-vergunning aan de betreffende aanvrager om niet verleend.

2. Artikel 10, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de waarborgsom of de bankgarantie van aanvragers bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk 5. De veilingfase

Paragraaf 1. Algemene bepalingen omtrent de veiling

Artikel 16

1. De veiling vindt plaats via internet, met behulp van een elektronisch veilingsysteem, en geschiedt door middel van een simultane meerrondenveiling.

2. De Minister leidt de veiling en draagt zorg voor een goed verloop van de veiling.

3. De veiling wordt uitsluitend op werkdagen gehouden.

Artikel 17

1. Biedingen worden uitsluitend uitgebracht door middel van het elektronisch veilingsysteem.

2.

Andere communicatie vindt uitsluitend plaats via:

a. a. het elektronisch veilingsysteem; of b. b. telefonisch of per e-mail, waarbij de deelnemer bereikbaar is op het door hem in zijn aanvraag opgegeven telefoonnummer en e-mailadres en de Minister bereikbaar is op het telefoonnummer en e-mailadres bedoeld in artikel 23, onderdeel d.

Artikel 18

1. De Minister kan de veiling opschorten indien zich naar zijn oordeel bijzondere omstandigheden voordoen buiten de beïnvloedingssfeer van de Minister of de deelnemers of indien technische problemen optreden waardoor de veiling tijdelijk geen doorgang kan vinden.

2. Een deelnemer meldt een bijzondere omstandigheid of technisch probleem onverwijld, maar uiterlijk binnen tien minuten na afloop van een biedronde of verlengde biedronde, telefonisch aan de Minister.

3. Indien de technische problemen optreden bij een deelnemer, kan de Minister verlangen dat zijn biedingen worden uitgebracht door middel van een computer die de Minister ter beschikking stelt op een door hem te bepalen locatie.

4.

Indien de veiling wordt opgeschort, kan de Minister ten aanzien van de biedronde of verlengde biedronde waarin of waarna de bijzondere omstandigheden of technische problemen zijn opgetreden, besluiten dat:

a. a. alle biedingen uitgebracht in die ronde ongeldig worden verklaard, tenzij alle nog actieve deelnemers reeds een bod in die ronde hebben uitgebracht; b. b. die biedronde ongeldig wordt verklaard en opnieuw moet worden gehouden.

Artikel 19

1. Een aanvrager of deelnemer, inbegrepen diegene die een deelnemer ten behoeve van de veiling bijstaat, onthoudt zich van afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure.

2. Het is een aanvrager verboden om na het indienen van de aanvraag tot en met de dag nadat de vergunningen aan de deelnemers is verleend, volgens artikel 15, eerste lid, of artikel 31, tweede lid, verbondenheid aan te gaan met andere rechtspersonen, als bedoeld in artikel 3 van de Tijdelijke regeling gebruiksbeperking commerciële radioomroep.

3. De Minister kan de veiling stopzetten of opschorten indien naar zijn oordeel sprake is van afspraken of gedragingen in strijd met het eerste of het tweede lid.

Artikel 20

1.

Indien de deelnemer naar het oordeel van de Minister in strijd heeft gehandeld met artikel 19, eerste lid, kan de Minister:

a. a. de betrokken deelnemer uitsluiten van verdere deelname aan de veiling en het bod of de biedingen van de betrokken deelnemer uit een of meerdere biedronden ongeldig verklaren; b. b. de uitkomst van een of meer biedronden ongeldig verklaren en besluiten dat een of meer biedronden opnieuw moeten worden gehouden.

2. Indien niet eerder dan na afloop van de veiling blijkt dat een deelnemer naar het oordeel van de Minister in strijd heeft gehandeld met artikel 19, eerste lid, kan de Minister de winnende biedingen van die deelnemer ongeldig verklaren en besluiten dat de veiling opnieuw moet worden gehouden.

Artikel 21

Een deelnemer is onvoorwaardelijk en onherroepelijk aan zijn bod gebonden.

Paragraaf 2. De veilingprocedure

Artikel 22

1. De Minister deelt de aanvrager wiens aanvraag niet buiten behandeling is gesteld, geheel is afgewezen of is geweigerd op grond van artikel 3.18, van de wet schriftelijk mee dat hij als deelnemer wordt toegelaten tot de veiling.

2.

Bij de mededeling, bedoeld in het eerste lid, wordt tevens bekendgemaakt:

a. a. het totaal aantal deelnemers aan de veiling; b. b. de FM-vergunning of de FM-vergunningen waarop de deelnemer geen bod kan uitbrengen, omdat verlening van die vergunning of vergunningen aan de deelnemer in strijd zou komen met artikel 3; c. c. het aantal activiteitspunten waarover de deelnemer aan het begin van de veiling kan beschikken; d. d. de beschikbare demografische ruimte van de deelnemer; e. e. indien meerdere FM-vergunningen worden verdeeld, de combinaties van FM-vergunningen waarop de deelnemer bij aanvang van de veiling uitsluitend een bod kan uitbrengen.

3. Het aantal activiteitspunten van een deelnemer, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, is gelijk aan het aantal FM-vergunningen waar zijn aanvraag ingevolge artikel 8, vierde lid, betrekking op heeft of zoveel minder als waarop de aanvraag na een gedeeltelijke weigering op grond van artikel 13, eerste lid, onder b en tweede lid, betrekking heeft, verminderd met het aantal FM-vergunningen dat hem op grond van artikel 15, eerste lid, om niet is verleend. Indien het aantal activiteitspunten van een deelnemer nul bedraagt, wordt hij niet toegelaten tot de veiling.

Artikel 23

De Minister deelt een deelnemer uiterlijk twee weken voor de aanvang van de veiling schriftelijk mee:

a. a. de datum en aanvangstijd van de eerste biedronde; b. b. de duur van de eerste biedronde en, voor zover van toepassing, dat de biedronde overeenkomstig artikel 24, derde lid, niet eerder eindigt dan nadat die duur is verstreken; c. c. de voor de veiling benodigde programmatuur; d. d. het telefoonnummer en het e-mailadres waarop de Minister bereikbaar is; e. e. de combinatie van een gebruikersnaam en wachtwoord van de deelnemer; en f. f. het internetadres waarop de deelnemer inlogt om aan de veiling deel te nemen.

Artikel 24

1. De Minister bepaalt het tijdstip en de duur van de biedronden.

2. Een biedronde eindigt op het tijdstip waarop de door de Minister bepaalde duur van de biedronde is verstreken of, indien dat eerder is, op het tijdstip waarop alle resterende deelnemers een bod hebben uitgebracht.

3. In afwijking van het tweede lid, kan de Minister bij het vaststellen van de duur van een biedronde bepalen dat de biedronde niet eerder eindigt dan nadat de door de Minister bepaalde duur is verstreken.

Artikel 25

1. Indien een deelnemer een biedronde laat verstrijken zonder dat hij een bod uitbrengt op een of meerdere vergunningen, wordt die biedronde voor die deelnemer eenmalig van rechtswege verlengd met 30 minuten.

2. Per deelnemer worden ten hoogste twee biedronden van rechtswege verlengd, waarbij niet worden meegerekend de biedronden waarvoor de Minister op grond van de artikelen 18 of 20, heeft besloten dat deze opnieuw worden gehouden.

3. De Minister kan besluiten dat de biedronden niet worden meegerekend waarin het niet uitbrengen van een bod het gevolg was van technische problemen die zijn ontstaan vóór het verstrijken van de biedronde.

4. In afwijking van artikel 24, tweede en derde lid, eindigt een biedronde als bedoeld in het eerste lid op het moment dat de termijn van 30 minuten is verstreken of, indien dat eerder is, op het tijdstip waarop alle deelnemers wiens biedronde van rechtswege is verlengd een bod hebben uitgebracht.

5. De Minister deelt de verlenging van een biedronde zo spoedig mogelijk mee aan alle deelnemers.

Artikel 26

1. Een bieding wordt afgerond op eenheden van honderd euro en bedraagt minimaal de voor die biedronde vastgestelde rondeprijs.

2. De rondeprijs bedraagt in de eerste biedronde € 0, per FM-vergunning.

3. De rondeprijs voor een FM-vergunning in de volgende biedronden is gelijk aan het in de voorgaande biedronde hoogst geboden bedrag voor die vergunning, vermeerderd met een door de Minister vast te stellen bedrag.

4. Het eerste lid is niet van toepassing op een bieding in de laatste biedronde, bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel b.

Artikel 27

1.

Het activiteitsniveau van een deelnemer bedraagt:

a. a. in de eerste biedronde, het aantal activiteitspunten dat hem op grond van artikel 22, tweede lid, onderdeel c, is medegedeeld; b. b. in biedronden volgend op de eerste biedronde, het aantal activiteitspunten van de bieding van de deelnemer in de voorgaande ronde.

2.

In afwijking van het eerste lid bedraagt het activiteitsniveau van een deelnemer:

a. a. in de biedronde volgend op de biedronde waarin een of meer biedingen van de deelnemer als hoogste bod is aangemerkt, het aantal activiteitspunten van de bieding van de deelnemer in de voorgaande ronde minus het aantal activiteitspunten van de FM-vergunning of FM-vergunningen waarvoor de deelnemer het hoogste bod in de voorafgaande ronde heeft uitgebracht; b. b. in de biedronde volgend op een biedronde waarin het hoogste bod van de deelnemer is overboden, het aantal activiteitspunten van de bieding van de deelnemer in de voorgaande ronde plus het aantal activiteitspunten van de FM-vergunning of FM-vergunningen ten aanzien waarvan zijn hoogste bod is overboden.

3.

Een deelnemer brengt in een biedronde geen bieding uit:

a. a. die hoger is dan het activiteitsniveau van de deelnemer in die biedronde; b. b. op een FM-vergunning als bedoeld in artikel 22, tweede lid, onderdeel b; c. c. op een combinatie van FM-vergunningen, waarvan het gezamenlijke demografisch bereik zoals bekendgemaakt op de dag na inwerkingtreding van het bekendmakingsbesluit, zijn beschikbare demografische ruimte, bedoeld in artikel 22, tweede lid, onderdeel d, overschrijdt; d. d. op een FM-vergunning waarvoor de deelnemer het hoogste bod heeft.

4. Het derde lid, onderdeel d, is niet van toepassing in de laatste biedronde, bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel b.

Artikel 28

1. Na elke biedronde stelt de Minister per FM-vergunning het hoogst geboden bedrag voor die vergunning vast als hoogste bod.

2. Indien in een biedronde twee of meer deelnemers hetzelfde hoogste bedrag voor eenzelfde FM-vergunning hebben geboden, wordt door middel van loting met gebruikmaking van de veilingsoftware vastgesteld wie van hen wordt aangemerkt als de deelnemer die het hoogste bod in die ronde op die FM-vergunning heeft uitgebracht.

Artikel 29

1.

De Minister deelt elke deelnemer zo spoedig mogelijk na het einde van een biedronde mee:

a. a. het rondenummer van de vorige biedronde; b. b. per FM-vergunning, of één of meer biedingen zijn uitgebracht; c. c. per FM-vergunning, het hoogste bod; d. d. het aantal deelnemers dat nog actief is in de veiling; e. e. per FM-vergunning de rondeprijs die in de volgende biedronde geldt; f. f. de aanvangstijd en de duur van de volgende biedronde en in hoeverre in die biedronde op grond van artikel 24, derde lid, afgeweken wordt van artikel 24, tweede lid, en g. g. het rondenummer van de volgende biedronde.

2.

In aanvulling op het eerste lid deelt de Minister elke deelnemer zo spoedig mogelijk na het einde van een biedronde mee:

a. a. zijn in die biedronde uitgebrachte bieding of biedingen, of het gebrek daaraan; b. b. in hoeverre zijn bieding is aangemerkt als hoogste bod, met vermelding van de betrokken FM-vergunning; c. c. het activiteitsniveau van de deelnemer in de volgende biedronde; d. d. het aantal keer dat hij nog in aanmerking komt voor een verlenging als bedoeld in artikel 25, eerste lid.

3. In afwijking van het eerste en tweede lid, wordt geen informatie over een volgende biedronde gegeven indien de biedronden op grond van artikel 30, eerste lid, definitief eindigen.

Artikel 30

1.

De laatste biedronde is:

a. a. de eerste biedronde waarin op geen enkele vergunning een bod is uitgebracht; of b. b. die door de Minister als laatste ronde is aangekondigd.

2. De Minister kan de ronde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, aankondigen indien naar het oordeel van de Minister het verloop van de veiling zodanig is dat de vergunningen niet binnen een redelijke termijn kunnen worden verleend.

3. De ronde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt door de Minister minimaal tien ronden voorafgaand aan die ronde aangekondigd aan de deelnemers.

4. Het in de ronde voorafgaande aan de laatste biedronde uitgebrachte hoogste bod, of, in geval de laatste ronde door de Minister is aangekondigd, het in die laatste biedronde uitgebrachte hoogste bod, wordt aangemerkt als winnend bod voor die vergunning.

Hoofdstuk 6. Vergunningverlening en afwijzing aanvragen na de veilingfase

Paragraaf 1. Algemene bepaling

Artikel 31

1. De Minister deelt zo spoedig mogelijk na de veiling aan alle deelnemers mee wie het hoogste bod heeft uitgebracht.

2. De Minister verleent de winnende deelnemers de door hen gewonnen vergunningen, nadat zij de verschuldigde bedragen, bedoeld in artikel 30, vierde lid, hebben betaald.

3. Nadat de FM-vergunning is verleend, wijst de Minister de overige aanvragen voor de betreffende FM-vergunning af.

Paragraaf 2. Winnende deelnemers

Artikel 32

1. De winnende deelnemer betaalt het door hem verschuldigde bedrag binnen twee weken na de mededeling, bedoeld in artikel 31, eerste lid, door overmaking op het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 10, derde lid, onderdeel a, onder vermelding van de naam en het nummer van het bekendmakingsbesluit.

2. Het verschuldigde bedrag per vergunning is gelijk aan het winnende bod, bedoeld in artikel 30, vierde lid.

Artikel 33

1.

Indien de winnende deelnemer een waarborgsom heeft gestort, wordt de waarborgsom aangewend voor de betaling van het voor de vergunning of vergunningen verschuldigde bedrag, met dien verstande dat:

a. a. indien de totale waarborgsom van een deelnemer minder dan het voor de vergunning/vergunningen verschuldigde bedrag bedraagt, die deelnemer het restant van het verschuldigde bedrag betaalt; en b. b. indien de totale waarborgsom van een deelnemer méér dan het voor de vergunning/vergunningen verschuldigde bedrag bedraagt, het bedrag van de totale waarborgsom dat resteert aan die deelnemer wordt teruggestort.

2. Artikel 10 is van overeenkomstige toepassing op gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, met dien verstande dat de Minister slechts de rente vergoedt over het deel van de waarborgsom dat wordt teruggestort.

Paragraaf 3. Niet-winnende deelnemers en uitgesloten aanvragers

Artikel 34

Artikel 10 is van overeenkomstige toepassing op de waarborgsom of bankgarantie van niet-winnende deelnemers en van aanvragers die van deelname waren uitgesloten.

Paragraaf 4. Opnieuw veilen

Artikel 35

1.

Indien de deelnemer, bedoeld in artikel 31, tweede lid, het door hem verschuldigde bedrag niet, niet geheel of niet tijdig heeft betaald, wordt de vergunning opnieuw geveild. De hoofdstukken 5 en 6 zijn overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de Minister ten aanzien van de deelnemer, bedoeld in de eerste volzin:

a. a. diens waarborgsom niet terugstort; of b. b. diens bank geen schriftelijke verklaring stuurt dat de bankgarantie vervalt.

1. Deelname aan de veiling, bedoeld in het eerste lid, is voorbehouden aan de resterende deelnemers aan de veiling van de desbetreffende vergunning. De deelnemer, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, is van deelname uitgesloten.

2. Indien slechts één deelnemer in aanmerking komt voor deelname aan de veiling, bedoeld in het eerste lid, wordt de vergunning niet geveild, maar om niet verleend aan de desbetreffende deelnemer.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 36

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 37

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling veiling niet-landelijke FM-vergunningen met een lokaal bereik.

Bijlage 1. behorend bij

Bijlage 2. behorend bij

Bijlage 3. behorend bij

Ondergetekende verklaart dat hij, indien aan hem een FM-vergunning als opgenomen in het Bekendmakingsbesluit veiling kavels B39 tot en met B54 wordt verleend met toepassing van de Regeling veiling niet-landelijke FM-vergunningen, hij deze vergunning gebruikt voor het uitzenden van een commercieel radioprogramma dat, voor zover het gepresenteerde programmaonderdelen tussen 07.00 uur en 19.00 uur betreft, voor ten minste 50 procent in de Nederlandse of Friese taal wordt gepresenteerd.

Naam aanvrager:

Naam ondergetekende:

Handtekening:

Bijlage 4. behorend bij