rijk/ministeriele-regeling/regeling-vergunningverlening-windenergiegebied-hollandse-kust-west-kavel-vi/BWBR0046407
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling vergunningverlening windenergiegebied Hollandse Kust (west) kavel VI BWBR0046407 ministeriele-regeling geldend 2022-04-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0046407 Regeling vergunningverlening windenergiegebied Hollandse Kust (west) kavel VI

Regeling vergunningverlening windenergiegebied Hollandse Kust (west) kavel VI

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • kavel VI: kavel VI van het windenergiegebied Hollandse Kust (west) zoals aangewezen in Kavelbesluit VI windenergiegebied Hollandse Kust (west) (Stcrt. 2022, nr. 4381);
  • minister: Minister voor Klimaat en Energie;
  • P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie: de verwachte jaarlijkse energieproductie voor een gegeven combinatie van locatie en productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, die dient te zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van 50%;
  • wet: Wet windenergie op zee.

Artikel 2

De aanvraag voor een vergunning voor kavel VI wordt ingediend in de periode tussen 14 april 2022 en 12 mei 2022, 17:00 uur.

Artikel 3

1.

Het ontwerp voor het windpark, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel a, van de wet, omvat ten minste:

a. a. een windenergie-opbrengstberekening die is opgesteld door een onafhankelijke organisatie met expertise op het gebied van windenergie-opbrengstberekeningen, met gebruikmaking van gerenommeerde rekenmodellen, omgevingsmodellen, windmodellen en windkaarten en die ten minste de locatiegegevens, het merk, type, de technische specificaties, waaronder ashoogte, rotordiameter en vermogenscurve van de windturbines, de lokale windgegevens voor het windpark en een berekening van de P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie van het windpark omvat; b. b. de bescheiden waarmee aannemelijk wordt gemaakt dat aan het van toepassing zijnde kavelbesluit wordt voldaan; c. c. informatie die aannemelijk maakt dat tijdig de verklaring, bedoeld in artikel 6.16d, eerste lid, onderdeel c, van het Waterbesluit kan worden overgelegd.

2. Bij de berekening van de P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie zijn de beschikbaarheid, zogeffecten, elektriciteitsverliezen en terugregelverliezen opgenomen, waarbij voor het zogeffect uitsluitend rekening wordt gehouden met het windpark waarvoor de aanvraag wordt gedaan.

3.

In het tijdschema voor de bouw en exploitatie van het windpark, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel b, van de wet worden de realisatiedata vermeld van de volgende activiteiten:

a. a. de instemming door de exploitant van het windpark met de voorwaarden van de netbeheerder van het net op zee voor de aansluiting en het transport van elektriciteit overeenkomstig de Elektriciteitswet 1998; b. b. de verstrekking van opdrachten aan leveranciers en installateurs; c. c. de plaatsing van de eerste fundering; d. d. de plaatsing van de eerste windturbine; e. e. de start van de levering van elektriciteit; f. f. de datum van ingebruikname van het gehele windpark; en g. g. het buiten bedrijf stellen van het windpark.

4.

De raming van de kosten en opbrengsten, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel c, van de wet, omvat in ieder geval een exploitatieberekening met:

a. a. een specificatie van de investeringskosten per component van de productie-installatie; b. b. een overzicht van alle kosten en opbrengsten van de productie-installatie; c. c. een berekening van het projectrendement over de looptijd van het project.

5.

Tot de bij de bouw en exploitatie van het windpark betrokken partijen, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel d, van de wet, worden gerekend:

a. a. de aanvrager en indien de aanvrager een samenwerkingsverband betreft, elke deelnemer aan het samenwerkingsverband; b. b. de verantwoordelijke partij voor het projectmanagement; c. c. de leverancier van de windturbines; d. d. de installateur van de windturbines; e. e. de leverancier van de funderingen; f. f. de installateur van de funderingen; g. g. de leverancier van de parkbekabeling; h. h. de installateur van de parkbekabeling; en i. i. de verantwoordelijke voor het onderhoud en de bediening van het windpark.

6.

De beschrijving van de kennis en ervaring van de betrokken partijen, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel e, van de wet, betreft de kennis en ervaring bij windparken op zee en omvat:

a. a. het geïnstalleerd vermogen van de windparken waarvoor door de verantwoordelijke partij voor het projectmanagement tijdens de bouw het projectmanagement is gedaan; b. b. het aantal door de leverancier geleverde windturbines; c. c. het aantal door de installateur geïnstalleerde windturbines; d. d. het aantal door de leverancier geproduceerde funderingen; e. e. het aantal door de installateur geïnstalleerde funderingen; f. f. het aantal elektriciteitsverbindingen op zee waarvoor door de leverancier bekabeling is geleverd; g. g. het aantal windturbines dat door de installateur van de parkbekabeling is aangesloten; en h. h. het geïnstalleerd vermogen van de windparken dat de verantwoordelijke voor het onderhoud en de bediening in onderhoud heeft en bedient.

Artikel 4

In aanvulling op artikel 12a, vierde lid, van de wet en artikel 3 bevat de aanvraag:

a. a. een samenvattende beschrijving van de realisatie, exploitatie en ontmanteling van het windpark; b. b. een financieringsplan, inclusief de beoogde financiers en het beoogde aandeel dat zij zouden dragen; c. c. indien de aanvrager een samenwerkingsverband betreft een door elke deelnemer ondertekende verklaring van deelname aan het samenwerkingsverband; d. d. de meest recent vastgestelde jaarrekening van de aanvrager, de moederonderneming ervan, elk van de deelnemers aan het samenwerkingsverband of hun moederondernemingen, waarbij de jaarrekening betrekking heeft op een jaar dat ten hoogste drie kalenderjaren voor het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend; e. e. indien van toepassing een beschrijving van de investeringen die bijdragen aan de ecologie van de Noordzee; f. f. indien van toepassing een beschrijving van de innovaties die bijdragen aan de ecologie van de Noordzee; en g. g. indien van toepassing een bewijs van financiële garanties van de moederorganisatie of- organisaties.

Artikel 5

1. De kosten voor de behandeling van een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 12a, zesde lid, van de wet bedragen € 0.

2. De periode bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel d, van de wet bedraagt 48 maanden nadat de vergunning onherroepelijk is geworden.

Artikel 6

1.

Bij de beoordeling van de technische haalbaarheid van de bouw en exploitatie van een windpark wordt in ieder geval rekening gehouden met:

a. a. het door de aanvrager overgelegde ontwerp voor het windpark, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel a, van de wet; b. b. de door de aanvrager overgelegde gegevens met betrekking tot kennis en ervaring met windparken op zee, bedoeld in artikel 3, zesde lid.

2. Bij de beoordeling van de financiële haalbaarheid van de bouw en exploitatie van een windpark wordt in ieder geval rekening gehouden met de door de aanvrager overgelegde raming van de kosten en opbrengsten, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel c, van de wet en de gegevens, bedoeld in artikel 4, onderdelen b, c en d. De omvang van het eigen vermogen van de aanvrager bedraagt ten minste 20% van de totale investeringskosten voor het windpark waarop de aanvraag betrekking heeft.

3.

Op verzoek van de aanvrager wordt voor het bepalen van de omvang van het eigen vermogen, bedoeld in het tweede lid, meegerekend:

a. a. indien de aanvrager een samenwerkingsverband is, het eigen vermogen van de deelnemers aan het samenwerkingsverband; b. b. indien de aanvrager of een deelnemer aan een samenwerkingsverband een dochteronderneming is en mits de moederonderneming daarmee schriftelijk instemt, het overige eigen vermogen van de moederonderneming.

4. Bij de beoordeling van de aannemelijkheid dat de bouw en exploitatie van een windpark gestart kan worden binnen vier jaar na de datum waarop de vergunning onherroepelijk is geworden, wordt in ieder geval rekening gehouden met het door de aanvrager verstrekte tijdschema, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel b, van de wet.

5. Bij de beoordeling van de economische haalbaarheid van de bouw en exploitatie van een windpark wordt in ieder geval rekening gehouden met de door de aanvrager overgelegde raming van de kosten en opbrengsten, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel c, van de wet.

Artikel 7

1. De verlening van een vergunning geschiedt met de toepassing van de procedure van een vergelijkende toets met financieel bod.

2. In aanvulling op artikel 25b, tweede lid, van de wet betrekt de minister bij de rangschikking de bijdrage van het project van een aanvrager aan de ecologie van de Noordzee vanuit het windpark op kavel VI.

3.

Het project van een aanvrager wordt geacht alleen bij te dragen aan de ecologie van de Noordzee:

a. a. voor zover een investering of innovatie wordt uitgevoerd binnen kavel VI; en b. b. indien uit het tijdschema van de implementatie van het project blijkt dat een investering of innovatie uiterlijk 60 maanden na onherroepelijk worden van de vergunning in gebruik is genomen.

4. Indien of voor zover het project, bedoeld in het derde lid, een demonstratie van innovatie betreft, is blijkens het projectplan bij de uitvoering van de demonstratie sprake van een prototype in een operationele omgeving in de vorm van een pilot.

Artikel 8

1. De onderlinge weging van de rangschikkingscriteria, genoemd in artikel 25b, tweede lid, onderdelen a, b en c, van de wet en artikel 7, eerste en tweede lid, vindt plaats overeenkomstig de waardering in punten zoals opgenomen in de bijlage waarbij een hoger aantal punten leidt tot een hogere rangschikking.

2. Als bij de rangschikking van de aanvragen volgens de onderlinge weging van de rangschikkingscriteria, bedoeld in het eerste lid, twee of meer aanvragen gelijk als hoogste worden gerangschikt, weegt het criterium, genoemd in artikel 7, tweede lid, zwaarder dan de criteria, genoemd in artikel 25b, tweede lid, onderdelen a, b en c, gezamenlijk.

3. Als bij toepassing van het tweede lid twee of meer aanvragen gelijk als hoogste worden gerangschikt, weegt het criterium, genoemd in artikel 25b, tweede lid, onderdeel c, van de wet, zwaarder dan de criteria, genoemd in artikel 25b, onderdelen a en b, van de wet.

4. Als bij toepassing van het derde lid twee of meer aanvragen gelijk als hoogste worden gerangschikt, weegt het criterium, genoemd in artikel 25b, tweede lid, onderdeel b, van de wet, zwaarder dan het criterium, genoemd in artikel 25, tweede lid, onderdeel a, van de wet.

5. Als bij toepassing van het vierde lid twee of meer aanvragen gelijk als hoogste worden gerangschikt, weegt de waardering in punten voor het uitgebrachte financiële bod zwaarder.

Artikel 9

1. De kosten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet bedragen € 13.465.191,35.

2. Degene aan wie de vergunning wordt verleend betaalt de vergoeding van de kosten op een door de minister bekendgemaakte rekening uiterlijk op de dag dat de termijn genoemd in artikel 10, tweede lid, verstrijkt.

Artikel 10

1. De hoogte van de bankgarantie, bedoeld in artikel 15a, eerste lid, van de wet bedraagt € 70.000.000.

2. De termijn waarbinnen de bankgarantie moet zijn verstrekt, bedraagt vier weken na de datum waarop de minister de vergunning heeft verleend.

3. De periode waarvoor de bankgarantie moet zijn verstrekt eindigt uiterlijk op het moment dat de minister in kennis is gesteld van de volledige ingebruikneming van het windpark.

4.

De hoogte van de bankgarantie die op grond van artikel 15a, vierde lid, van de wet wordt verbeurd bedraagt:

a. a. € 7.000.000 per tijdvak waarbinnen de houder van de vergunning de voor dat tijdvak in de vergunning aangegeven activiteiten niet heeft verricht; en b. b. € 7.000.000 voor elke maand volgend op het tijdvak waarbinnen het windpark volgens de vergunning volledige dient te zijn gerealiseerd.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2022.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vergunningverlening windenergiegebied Hollandse Kust (west) kavel VI.

Bijlage . behorende bij

Onderlinge weging van de rangschikkingscriteria, genoemd in artikel 25b, tweede lid, onderdelen a, b en c van de wet en artikel 7, eerste en tweede lid van de regeling