rijk/ministeriele-regeling/regeling-verstrekking-specifieke-uitkering-aan-gemeenten-voor-de-derde-ronde-pro/BWBR0046413
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling verstrekking specifieke uitkering aan gemeenten voor de derde ronde proeftuinen van het programma aardgasvrije wijken BWBR0046413 ministeriele-regeling geldend 2022-03-11 https://wetten.overheid.nl/BWBR0046413 Regeling verstrekking specifieke uitkering aan gemeenten voor de derde ronde proeftuinen van het programma aardgasvrije wijken

Regeling verstrekking specifieke uitkering aan gemeenten voor de derde ronde proeftuinen van het programma aardgasvrije wijken

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanvraag: de door de gemeente ingediende aanvraag met bijlagen voor een Rijksbijdrage voor de derde ronde proeftuinen van het Programma Aardgasvrije Wijken, gebruikmakend van het aanvraagformulier dat door de minister ter beschikking is gesteld;
  • aardgasvrij maken: het aardgasvrij maken van gebouwen door aansluiting op een duurzame warmtebron met goede woningisolatie;
  • college: college van burgermeester en wethouders;
  • minister: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
  • Plan van Aanpak Monitoringssystematiek PAW: het Plan van Aanpak waarin is beschreven hoe het Programma Aardgasvrije Wijken jaarlijks wordt gemonitord en geëvalueerd, gepubliceerd op https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/06/01/plan-van-aanpak-georganiseerd-leren-plan-van-aanpak-monitoring-en-evaluatie-programma-aardgasvrije-wijken;
  • stapsgewijze aanpak: een gefaseerde aanpak waarbij de gebouwen als tussenstap naar aardgasvrij gereed worden gemaakt voor aansluiting op een duurzame warmtebron door het gebouw beter te isoleren.

Artikel 2

De minister verstrekt een specifieke uitkering aan de gemeenten, genoemd in artikel 3, tweede lid, ten behoeve van het toepassen van een wijkgerichte aanpak die gericht is op het aardgasvrij maken van gebouwen, of op het met behulp van een stapsgewijze aanpak gereed maken van gebouwen voor aansluiting op een duurzame warmtebron, met als doel om te leren hoe de wijkgerichte aanpak kan worden ingericht en opgeschaald.

Artikel 3

1. De minister verstrekt een specifieke uitkering aan de gemeenten, genoemd in het tweede lid, voor de activiteiten die geformuleerd zijn in de aanvraag van die gemeente en bijdragen aan de realisatie van de doelstelling, bedoeld in artikel 2.

2.

De specifieke uitkering bedraagt voor de gemeente:

a. a. Almelo: € 4.283.596; b. b. Barneveld: € 1.928.500; c. c. Coevorden: € 3.934.522; d. d. De Bilt: € 3.735.694; e. e. Eindhoven: € 5.840.867; f. f. Enkhuizen: € 4.185.740; g. g. Haarlem: € 4.000.000; h. h. Leeuwarden: € 3.250.052; i. i. Leidschendam-Voorburg: € 4.000.000; j. j. Leusden: € 3.874.563; k. k. Noardeast-Fryslân: € 4.430.160; l. l. Peel en Maas: € 4.000.000; m. m. Schiermonnikoog: € 2.297.183; n. n. Súdwest-Fryslân: € 3.970.860; o. o. Vlissingen: € 3.900.250; en p. p. Westerkwartier: € 4.612.000.

3. De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor het bekostigen van de BTW die verschuldigd is over de kosten ten gevolge van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.

Artikel 4

Bij de toekenning van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, wordt een voorschot van 100% verleend. De betaling van dit voorschot vindt uiterlijk plaats op 31 december 2022.

Artikel 5

1.

De gemeente die een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 3 ontvangt is verplicht om:

a. a. de specifieke uitkering volledig te besteden uiterlijk op 31 december 2030 aan de activiteiten waarvoor deze is verstrekt; b. b. bij te dragen aan activiteiten van het Kennis- en Leerprogramma van het Programma Aardgasvrije Wijken en de eventuele opvolgers daarvan; en c. c. onverwijld een schriftelijke melding te doen bij de minister indien aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht, dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de verplichtingen in dit artikel zal worden voldaan of zich andere omstandigheden zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging of intrekking van de specifieke uitkering.

2. Indien de uitvoering van de activiteiten voor de datum, genoemd in het eerste lid, onder a, niet mogelijk is en dit niet aan de ontvanger is te wijten, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de ontvanger telkens met ten hoogste een jaar verlengen. Het verzoek tot verlenging wordt uiterlijk ingediend op 1 november van het kalenderjaar waarin de specifieke uitkering volledig dient te worden besteed.

3. De minister kan op een schriftelijk en gemotiveerd verzoek van het college besluiten om andere activiteiten toe te staan dan de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, indien dat in het belang is van het doel van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2.

Artikel 6

Het college informeert de minister op verzoek over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt en verleent op verzoek van de minister medewerking aan monitoring en evaluatie, zoals beschreven in het Plan van Aanpak Monitoringssystematiek PAW.

Artikel 7

1. Het college legt verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 3, op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2. Indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, blijkt dat de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, niet, niet volledig of onrechtmatig is besteed, dat niet is voldaan aan de verplichtingen gesteld op grond van artikel 5, eerste lid, of niet is voldaan aan de verantwoordingsplicht, bedoeld in het eerste lid, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, mededeling van de terugvordering aan het college.

3. De minister stelt de specifieke uitkering vast nadat het college, op de in het eerste lid bedoelde wijze, de eindverantwoording aan de minister heeft verstrekt.

4. Indien de uiterlijke datum voor het afronden van de activiteiten, bedoeld in artikel 5, eerste of tweede lid, is verstreken en het college geen eindverantwoording heeft verstrekt, stelt de minister de specifieke uitkering vast aan de hand van de eerstvolgende verantwoordingsinformatie.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2032, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verstrekt.