rijk/ministeriele-regeling/regeling-vervolg-verdeling-frequenties-commerciële-radio-omroep-2003/BWBR0015414
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling vervolg verdeling frequenties commerciële radio-omroep 2003 BWBR0015414 ministeriele-regeling geldend 2003-08-10 https://wetten.overheid.nl/BWBR0015414 Regeling vervolg verdeling frequenties commerciële radio-omroep 2003

Regeling vervolg verdeling frequenties commerciële radio-omroep 2003

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen; b. b. commerciële radio-omroep: radio-omroep als bedoeld in artikel 1, onder e, van de Mediawet door een commerciële omroepinstelling als bedoeld in artikel 1, onder dd, van die wet; c. c. landelijke commerciële radio-omroep: commerciële radio-omroep via FM-frequenties die betrekking heeft op het verzorgen en uitzenden van radioprogrammas, bestemd voor een landelijk publiek; d. d. ongeclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep: landelijke commerciële radio-omroep, waarvoor op grond van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 zoals deze luidde vóór de inwerkingtreding van de Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 24 februari 2023, nr. WJZ 34858995 (14696), handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken en Klimaat, tot wijziging van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 in verband met modernisering van de clausuleringen geen gebruiksvoorschriften gelden; e. e. geclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep: landelijke commerciële radio-omroep waarvoor op grond van de artikelen 2 tot en met 6 van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 zoals deze luidde vóór de inwerkingtreding van de Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 24 februari 2023, nr. WJZ 34858995 (14696), handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken en Klimaat, tot wijziging van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 in verband met modernisering van de clausuleringen gebruiksvoorschriften gelden; f. f. klassieke muziek of jazz-muziek: programmacategorie van geclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep als bedoeld in artikel 4 van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 zoals deze luidde vóór de inwerkingtreding van de Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 24 februari 2023, nr. WJZ 34858995 (14696), handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken en Klimaat, tot wijziging van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 in verband met modernisering van de clausuleringen; g. g. niet-landelijke commerciële radio-omroep: commerciële radio-omroep via FM-frequenties die betrekking heeft op het verzorgen en uitzenden van radio-programmas waarvoor op grond van artikel 7 van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 zoals deze luidde vóór de inwerkingtreding van de Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 24 februari 2023, nr. WJZ 34858995 (14696), handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken en Klimaat, tot wijziging van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 in verband met modernisering van de clausuleringen gebruiksvoorschriften gelden; h. h. commerciële radio-omroep middengolf: commerciële radio-omroep via middengolffrequenties die betrekking heeft op het verzorgen en uitzenden van radio-programmas; i. i. aanvraag: aanvraag voor een of meer vergunningen voor het gebruik van frequentieruimte ten behoeve van commerciële radio-omroep; j. j. aanvrager: degene die een aanvraag doet; k. k. aanvraagdocument: document als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Frequentiebesluit ten behoeve van de verdeling van frequentieruimte voor commerciële radio-omroep; l. l. kavel: frequentie of samenstel van frequenties, ter beschikking voor de uitvoering van een vergunning, waarvan de aanspraken op het gebruiksrecht worden toegekend door middel van de procedure van vergelijkende toets; m. m. demografisch bereik: het percentage van het aantal inwoners van Nederland dat bij benadering de uitzendingen via een etherfrequentie of een samenstel van etherfrequenties in het dekkingsgebied, berekend via de technische Zero Base-planningsnorm, kan ontvangen; n. n. notaris: de notaris, genoemd in artikel 6, tweede lid; o. o. financieel bod: het bedrag dat de aanvrager als onderdeel van zijn aanvraag onvoorwaardelijk en onherroepelijk op een kavel uitbrengt.

Artikel 2

1. Een aanvraag voor een vergunning voor geclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep kan worden ingediend voor kavel A8. Deze kavel is beschreven in bijlage 1, tabel 1, bij deze regeling.

2. De Minister van Economische Zaken besluit in overeenstemming met de minister dat de bestemming van kavel A8 wijzigt van geclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep in ongeclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep, indien is vastgesteld dat geen van de ingediende aanvragen op die kavel betrekking heeft, dan wel dat alle aanvragen betrekking hebbend op die kavel niet in behandeling zijn genomen of zijn afgewezen. Een dergelijk besluit wordt aan de aanvragers van kavel A8 schriftelijk medegedeeld.

3. Een aanvrager kan kavel A8 met de bestemming geclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep slechts verwerven, indien hij niet reeds over een vergunning voor frequentieruimte met deze bestemming of met de bestemming niet-landelijke commerciële radio-omroep beschikt.

4. Indien het tweede lid wordt toegepast, kan een aanvrager kavel A8 met de bestemming ongeclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep slechts verwerven, indien hij niet reeds over een vergunning voor frequentieruimte met deze bestemming of met de bestemming niet-landelijke commerciële radio-omroep beschikt.

5. Voor zover een aanvrager zodanig verbonden is met een andere instelling dat er sprake is van eenzelfde instelling als bedoeld in artikel 82f, eerste lid, van de Mediawet is het derde en vierde lid op laatstbedoelde instelling van toepassing.

Artikel 3

1. Een aanvraag voor een vergunning voor niet-landelijke commerciële radio-omroep kan worden ingediend voor de kavels B2, B11 en B26. Deze kavels zijn beschreven in bijlage 1, tabel 2, bij deze regeling.

2. Een aanvrager kan slechts één of meer van de kavels B2, B11 of B26 verwerven, indien dit tezamen met één van de kavels waarvoor hij reeds een vergunning voor niet-landelijke commerciële radio-omroep heeft verkregen, niet leidt tot een verboden combinatie als beschreven in bijlage 2a bij deze regeling.

3. Een aanvrager kan slechts één of meer van de kavels B2, B11 of B26 verwerven, indien het demografisch bereik van deze kavels tezamen met het demografisch bereik van de kavels waarvoor hij reeds een vergunning voor niet-landelijke commerciële radio-omroep heeft verkregen, de dertig procent niet overschrijdt.

4. Een aanvrager kan slechts één of meer van de kavels B2, B11 of B26 verwerven, indien hij niet reeds over een vergunning voor frequentieruimte met de bestemming landelijke commerciële radio-omroep beschikt.

5. Voor zover een aanvrager zodanig verbonden is met een andere instelling dat er sprake is van eenzelfde instelling als bedoeld in artikel 82f, eerste lid, van de Mediawet is het tweede tot en met het vierde lid op laatstbedoelde instelling van toepassing.

Artikel 4

Een aanvraag voor een vergunning voor commerciële radio-omroep middengolf kan worden ingediend voor de kavels C7, C10 en C11. Deze kavels zijn beschreven in bijlage 1, tabel 3, bij deze regeling.

Artikel 5

De vergunningen voor commerciële radio-omroep worden verleend door middel van de procedure van vergelijkende toets.

Paragraaf 2. Aanvraagprocedure

Artikel 6

1. Degene die in aanmerking wenst te komen voor een vergunning verzoekt de minister per aangetekende brief of per brief die wordt overhandigd op het in het vierde lid genoemde adres om het beschikbaar stellen van een aanvraagdocument. In deze brief vermeldt hij zowel zijn post- als bezorgadres, zijn telefoonnummer, de naam van een contactpersoon en, indien hij over een fax beschikt, zijn faxnummer. Het aanvraagdocument kan worden opgevraagd met ingang van 15 augustus 2003, 09.00 uur. Het verzoek wordt uiterlijk op 12 september 2003 vóór 14.00 uur door de minister ontvangen. Het aanvraagdocument wordt afgehaald op het in het vierde lid genoemde adres. Indien daar in de brief om is verzocht wordt het aanvraagdocument aangetekend toegezonden.

2.

Het verzoek wordt als volgt geadresseerd:

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

p/a mr. C.A. de Zeeuw, notaris

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn

Postbus 11756

2502 AT Den Haag

Nederland

3.

Voor de beschikbaarstelling van het aanvraagdocument is een bedrag van € 175 verschuldigd. Het bedrag wordt voldaan door middel van contante betaling bij het afhalen van het aanvraagdocument dan wel door middel van overboeking naar het volgende bankrekeningnummer: 22.81.75.720

t.n.v. Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn derdengelden notariaat inzake procedure vergelijkende toets radiofrequenties.

4.

Beschikbaarstelling van het aanvraagdocument door overhandiging bij het afhalen dan wel door toezending geschiedt nadat het in het derde lid genoemde bedrag is voldaan. Het afhalen geschiedt op het volgende adres:

Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

p/a mr. C.A. de Zeeuw, notaris

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn

Koningin Julianaplein 30

Gebouw Babylon

Kantoren A, 5^e verdieping

Den Haag

Nederland

5. Het bedrag, genoemd in het derde lid, wordt niet geretourneerd.

6. De identiteit van degene die in aanmerking wenst te komen voor een vergunning is tot het moment dat de aanvraag is ingediend alleen aan de notaris bekend.

Artikel 7

1. Eenieder aan wie het aanvraagdocument overeenkomstig artikel 6 is verstrekt, kan met betrekking tot dat document vragen stellen aan de minister. De vragen worden uitsluitend schriftelijk ingediend met gebruikmaking van de daarvoor bestemde enveloppen die in het aanvraagdocument zijn opgenomen en gaan vergezeld van een diskette met daarop een elektronische versie van de vragen. Indien er verschillen bestaan tussen de schriftelijke en de elektronische versie van de vragen, is de schriftelijke versie bindend. De vragen worden uiterlijk op 22 augustus 2003, vóór 14.00 uur, door tussenkomst van de notaris op het in artikel 6, tweede lid, genoemde adres, door de minister ontvangen.

2. De vragen worden zodanig geformuleerd dat ze niet tot de identiteit van de vragensteller herleidbaar zijn en worden in de Nederlandse taal gesteld. De identiteit van de vragensteller is alleen aan de notaris bekend.

3. Uiterlijk op 3 september 2003 zendt de minister aan eenieder aan wie het aanvraagdocument is verstrekt schriftelijk antwoord op de vragen die tijdig zijn ontvangen en die voldoen aan de eisen, bedoeld in het eerste en tweede lid, vergezeld van de niet tot de identiteit van de vragensteller herleidbare versie van de vragen.

Artikel 8

1. De aanvraag wordt ingedeeld overeenkomstig bijlage 3 bij deze regeling. De aanvraag bevat de algemene gegevens en bescheiden, bedoeld in bijlage 3, onderdelen I tot en met III en VIII, bij deze regeling, en bevat daarnaast per kavel waarop de aanvraag betrekking heeft de gegevens en bescheiden, bedoeld in bijlage 3, onderdeel IV, V, VI of VII, bij deze regeling.

2. De gegevens en bescheiden, bedoeld in bijlage 3, onderdelen IV tot en met VII, dienen afzonderlijk gebundeld zijn ten opzichte van de andere op grond van deze bijlage in de aanvraag op te nemen gegevens en bescheiden.

3. De aanvraag geeft aan op welke bestemming of bestemmingen en daarbinnen op welke specifieke kavel of kavels deze betrekking heeft.

4. De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld en aangeduid als het originele exemplaar. Dit exemplaar wordt ondertekend door de aanvrager en losbladig aangeleverd.

5. In afwijking van het vierde lid, mogen de gegevens en bescheiden, bedoeld in het eerste en tweede lid, die van anderen dan de aanvrager zelf afkomstig zijn in de Engelse taal gesteld zijn.

6. De aanvraag gaat vergezeld van zeven als zodanig aangeduide afschriften.

7. Indien er verschillen bestaan tussen het originele exemplaar en de afschriften, is het originele exemplaar bindend.

8. De aanvrager informeert de minister per brief die wordt geadresseerd op de in artikel 6, tweede lid, genoemde wijze onmiddellijk over wijzigingen met betrekking tot de gegevens en bescheiden, bedoeld in het eerste lid.

9. Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het eerste lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

Artikel 9

De aanvraag heeft uitsluitend betrekking op:

a. a. kavel A8 als kavel voor geclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep; b. b. kavel A8 voor het geval zich een bestemmingswijziging als bedoeld in artikel 2, tweede lid, voordoet en deze kavel als gevolg daarvan bestemd is voor ongeclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep; c. c. één of meer van de kavels B2, B11 en B26 voor niet-landelijke commerciële radio-omroep; d. d. één of meer van de kavels C7, C10 en C11 voor commerciële radio-omroep middengolf; e. e. een combinatie van a en b; f. f. een combinatie van a, b, en d; g. g. een combinatie van a en d; h. h. een combinatie van b en d; of i. i. een combinatie van c en d.

Artikel 10

1. De aanvraag die betrekking heeft op niet-landelijke commerciële radio-omroep en zich daarbinnen op meer dan één kavel richt, geeft op de in het tweede lid genoemde wijze per kavel aan welke voorkeur aan het verkrijgen van die kavel wordt gegeven ten opzichte van de andere kavels waarop de aanvraag betrekking heeft.

2. Het aangeven van de voorkeuren vindt plaats door de kavels op basis van voorkeur oplopend te nummeren, beginnend met het getal één voor de kavel waarvoor de belangstelling het grootst is.

Artikel 11

1. Elke aanvrager dient slechts één aanvraag in.

2. De aanvraag kan uitsluitend met ingang van 15 augustus 2003, 09.00 uur worden ingediend, en wordt uiterlijk op 12 september 2003 vóór 14.00 uur ontvangen.

3. Indiening van de aanvraag geschiedt uitsluitend door aflevering op het adres, genoemd in artikel 6, vierde lid, behoudens indien de aanvraag op 12 september 2003 na 13.00 uur wordt ingediend.

4.

Indien de aanvraag op 12 september 2003 na 13.00 uur wordt ingediend, geschiedt dit uitsluitend door aflevering op het volgende adres:

Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

p/a mr. C.A. de Zeeuw, notaris

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn

Koningin Julianaplein 30

Gebouw Babylon

Kantoren A, begane grond bij de beveiligingsbalie

Den Haag

Nederland

5. In de aanvraag vermeldt de aanvrager zowel zijn post- als bezorgadres, zijn telefoonnummer, de naam van een contactpersoon en, indien hij over een fax beschikt, zijn faxnummer.

6. De minister bevestigt onverwijld schriftelijk de ontvangst van de aanvraag.

Artikel 12

1. Elke aanvrager brengt op iedere kavel waarop zijn aanvraag betrekking heeft een financieel bod uit.

2. Het financieel bod komt overeen met het model in bijlage 4 van de regeling en maakt deel uit van de aanvraag.

3. De aanvrager is onvoorwaardelijk en onherroepelijk aan zijn bod gebonden.

Paragraaf 3. Formele en materiële toets

Artikel 13

Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan de eisen, gesteld in artikel 11, tweede tot en met vierde lid, wordt de aanvraag afgewezen.

Artikel 14

1. Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan de in de artikelen 6, eerste lid, eerste volzin, en derde lid, 8 en 11, eerste en vijfde lid, gestelde eisen, stelt de minister de aanvrager gedurende vijf werkdagen in de gelegenheid dit verzuim te herstellen.

2. De termijn bedoeld in het eerst lid, vangt aan met ingang van de dag na die waarop de minister de aanvrager in de gelegenheid heeft gesteld het verzuim te herstellen en verstrijkt op de vijfde werkdag vóór 17.00 uur.

3. Indien het verzuim niet is hersteld binnen de termijn bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.

4. In afwijking van het derde lid wordt, indien het verzuim artikel 11, eerste lid, betreft, door middel van loting bepaald welke aanvraag in behandeling blijft. De overige aanvragen worden niet in behandeling genomen. De loting geschiedt door de notaris.

Artikel 15

De Minister van Economische Zaken deelt de aanvrager zo spoedig mogelijk na de dag waarop de aanvrager op grond van artikel 11, tweede lid, de aanvraag uiterlijk kon indienen mee of de aanvraag in behandeling wordt genomen.

Artikel 16

1. De aanvrager is een privaatrechtelijke rechtspersoon als bedoeld in artikel 3 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek dan wel een natuurlijk persoon.

2. Een aanvrager is geen instelling voor publieke omroep.

3. Met een privaatrechtelijke rechtspersoon naar Nederlands recht wordt gelijkgesteld het equivalent daarvan volgens het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige lidstaten die partij zijn bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

4.

Indien de aanvrager een rechtspersoon is:

a. a. wordt deze beheerst door het recht van een van de lidstaten van de Europese Unie of een van de overige lidstaten die partij zijn bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; en b. b. heeft deze zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen een van de lidstaten van de Europese Unie of een van de overige lidstaten die partij zijn bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

5.

Indien de aanvrager een natuurlijk persoon is:

a. a. heeft deze zijn werkelijke woonplaats binnen een van de lidstaten van de Europese Unie of een van de overige lidstaten die partij zijn bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische ruimte, en b. b. is deze meerderjarig.

Artikel 17

1.

Ten aanzien van de financiële positie van de aanvrager worden de volgende eisen gesteld:

a. a. de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement; b. b. er is geen beslag gelegd op een of meer goederen van de aanvrager die tezamen een aanmerkelijk deel van zijn vermogen vormen. c. c. indien de aanvrager een rechtspersoon is:

        1°.
        is aan de aanvrager geen surséance van betaling verleend;
      
      
        2°.
        verkeert de aanvrager niet in liquidatie;

1°. 1°. is aan de aanvrager geen surséance van betaling verleend; 2°. 2°. verkeert de aanvrager niet in liquidatie; d. d. indien de aanvrager een natuurlijk persoon is:

        1°.
         is deze handelingsbekwaam ter zake van de onderhavige procedure van vergelijkende toets alsmede het verzorgen en uitzenden van radioprogrammas;
      
      
        2°.
         is ten aanzien van de aanvrager geen schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing;
      
      
        3°.
        heeft de aanvrager niet door onderbewindstelling van een of meer goederen het vrije beheer over zijn vermogen verloren;
      
      
        4°.
        overlegt de aanvrager een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag.

1°. 1°. is deze handelingsbekwaam ter zake van de onderhavige procedure van vergelijkende toets alsmede het verzorgen en uitzenden van radioprogrammas; 2°. 2°. is ten aanzien van de aanvrager geen schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing; 3°. 3°. heeft de aanvrager niet door onderbewindstelling van een of meer goederen het vrije beheer over zijn vermogen verloren; 4°. 4°. overlegt de aanvrager een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag.

2. Met een aanvrager die voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld een aanvrager die aan zodanige eisen voldoet krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

Artikel 18

1. Ten aanzien van de financiële positie van de aanvrager van kavel A8 wordt de eis gesteld dat hij een bankgarantie overlegt die overeenkomt met het model in bijlage 5 van deze regeling, ter zekerheid voor de nakoming van de betaling van het bedrag van de eerste en tweede termijn van het financieel bod zoals nader bepaald in artikel 42 van deze regeling.

2. Indien de aanvrager kavel A8 met de bestemming geclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep aanvraagt, is de hoogte van het bedrag van de bankgarantie als bedoeld in het eerste lid gelijk aan de optelsom van de bedragen van de eerste en tweede termijn van betaling van het financieel bod dat de aanvrager voor die kavel heeft uitgebracht.

3. Indien de aanvrager kavel A8 aanvraagt voor het geval dat artikel 2, tweede lid, wordt toegepast en de bestemming van die kavel mitsdien wijzigt in ongeclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep, is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.

4. Indien de aanvrager kavel A8 zowel aanvraagt met de bestemming geclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep als met de bestemming ongeclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep voor het geval dat artikel 2, tweede lid, wordt toegepast, is de hoogte van het bedrag van de bankgarantie als bedoeld in het eerste lid gelijk aan de optelsom van de bedragen van de eerste en tweede termijn van betaling van de hoogste van beide financiële biedingen die de aanvrager op kavel A8 heeft uitgebracht.

Artikel 19

1. Ten aanzien van de kennis en ervaring van de aanvrager voor een vergunning voor kavel A8 voor klassieke muziek of jazz-muziek, wordt de eis gesteld dat de aanvrager aantoonbaar kan beschikken over kennis en ervaring met betrekking tot de productie en exploitatie van een radioprogramma dat overwegend bestaat uit klassieke muziek of jazz-muziek.

2. Ten aanzien van de kennis en ervaring van de aanvrager voor een vergunning voor kavel A8 voor ongeclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep dan wel voor commerciële radio-omroep middengolf wordt de eis gesteld dat hij aantoonbaar kan beschikken over kennis en ervaring met betrekking tot de productie en exploitatie van een radioprogramma.

3. Ten aanzien van de kennis en ervaring van de aanvrager voor een vergunning voor niet-landelijke commerciële radio-omroep wordt de eis gesteld dat de aanvrager aantoonbaar kan beschikken over kennis en ervaring met betrekking tot de productie en exploitatie van een regionaal radioprogramma.

4. Ten aanzien van de technische middelen van de aanvrager wordt de eis gesteld dat de aanvrager aantoonbaar kan beschikken over technische middelen met betrekking tot de productie en exploitatie van een radioprogramma.

Artikel 20

1. Ten aanzien van de hoedanigheid van de aanvrager als commerciële omroep wordt de eis gesteld dat de aanvrager beschikt over de vereiste toestemming van het Commissariaat voor de Media, bedoeld in artikel 71a van de Mediawet.

2. Een aanvrager die ten tijde van het indienen van zijn aanvraag nog niet beschikt over de vereiste toestemming, bedoeld in het eerste lid, overlegt gelijktijdig met zijn aanvraag een bewijs dat die toestemming is aangevraagd. Uiterlijk op 3 oktober 2003 wordt de vereiste toestemming overgelegd door aflevering op het adres, genoemd in artikel 6, vierde lid.

Artikel 21

1.

De aanvrager van een vergunning voor landelijke commerciële radio-omroep overlegt een door hem ondertekende verklaring die overeenkomt met het model van bijlage 6 bij deze regeling, waaruit blijkt dat een krachtens deze regeling aan hem verleende vergunning voor commerciële radio-omroep zal worden gebruikt voor het uitzenden van een radioprogramma van een commerciële omroepinstelling:

a. a. dat, voor zover het gepresenteerde programmaonderdelen tussen 07.00 uur en 19.00 uur betreft, voor ten minste 50 procent in de Nederlandse of Friese taal wordt gepresenteerd, en b. b. waarin tussen 07.00 uur en 23.00 uur, voor zover in deze uren wordt uitgezonden, ten minste éénmaal per uur op het hele uur een programmaonderdeel geheel bestaande uit nieuws is opgenomen.

2. De aanvrager van een vergunning voor niet-landelijke commerciële radio-omroep overlegt een door hem ondertekende verklaring die overeenkomt met het model van bijlage 7 bij deze regeling, waaruit blijkt dat een krachtens deze regeling aan hem verleende vergunning voor commerciële radio-omroep zal worden gebruikt voor het uitzenden van een radioprogramma van een commerciële omroepinstelling dat, voor zover het gepresenteerde programmaonderdelen tussen 07.00 uur en 19.00 uur betreft, voor ten minste 50% in de Nederlandse of Friese taal wordt gepresenteerd.

Artikel 22

Indien uit de aanvraag blijkt dat voor een kavel niet is voldaan aan de eisen, bedoeld in de artikelen 16 tot en met 21, wijst de Minister van Economische Zaken de aanvraag voor het deel dat op die kavel betrekking heeft, af.

Artikel 23

Indien uit de aanvraag blijkt dat voor een kavel is voldaan aan de eisen, bedoeld in de artikelen 16 tot en met 21, stelt de Minister van Economische Zaken de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.

Paragraaf 4. Verbondenheid tussen aanvragers

Artikel 24

1. Indien de aanvragen van twee of meer aanvragers die als eenzelfde instelling als bedoeld in artikel 82f van de Mediawet moeten worden beschouwd, tezamen niet voldoen aan artikel 9 stelt de minister deze aanvragers gedurende vijf werkdagen in de gelegenheid hun aanvragen in overeenstemming met artikel 9 te brengen door het geheel of gedeeltelijk intrekken van één of meer aanvragen. Voor zover het gaat om niet-landelijke commerciële radio-omroep geven deze aanvragers daarbij tevens hun voorkeuren voor de aangevraagde kavels op overeenkomstig artikel 10 als betreft het één aanvraag.

2. Geheel of gedeeltelijke intrekking van aanvragen en het aangeven van voorkeuren conform het eerste lid, geschiedt door schriftelijke kennisgeving daarvan aan de minister op het in artikel 6, tweede lid, genoemde adres.

3. Indien geheel of gedeeltelijke intrekking van aanvragen niet overeenkomstig het eerste lid binnen de daar genoemde termijn is geschied, wordt door middel van loting bepaald welke aanvraag verder in behandeling blijft. De overige aanvragen worden afgewezen. De loting geschiedt door de notaris.

4. Indien de opgave van voorkeuren niet overeenkomstig het eerste lid binnen de daar genoemde termijn is geschied, wordt door middel van loting bepaald wat de voorkeuren voor de kavels zijn. De loting geschiedt door de notaris.

Artikel 25

1. Indien de aanvragen van twee of meer aanvragers voor niet-landelijke commerciële radio-omroep die als eenzelfde instelling als bedoeld in artikel 82f van de Mediawet moeten worden beschouwd, tezamen voldoen aan artikel 9, geven deze aanvragers hun voorkeuren voor de aangevraagde kavels op overeenkomstig artikel 10 als betreft het één aanvraag. De minister stelt deze aanvragers hiertoe gedurende vijf werkdagen in de gelegenheid.

2. Indien de opgave van voorkeuren niet overeenkomstig het eerste lid binnen de daar genoemde termijn is geschied, wordt door middel van loting bepaald wat de voorkeuren voor de kavels zijn. De loting geschiedt door de notaris.

Paragraaf 5. Toepasselijkheid procedure van vergelijkende toets

Artikel 26

1. Indien een aanvraag betrekking heeft op kavel A8 als kavel voor geclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep waarop de aanvraag van een andere aanvrager eveneens betrekking heeft, wordt die kavel in de procedure van vergelijkende toets bedoeld in de artikelen 27, 28 en 36 betrokken.

2. Indien een aanvraag betrekking heeft op kavel A8 als kavel voor ongeclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep waarop de aanvraag van een andere aanvrager eveneens betrekking heeft, wordt die kavel in de procedure van vergelijkende toets bedoeld in de artikelen 29, 30 en 37 betrokken.

3. Indien een aanvraag betrekking heeft op ten minste één of meer van de kavels B2, B11 en B26 voor niet-landelijke commerciële radio-omroep waarop de aanvraag van een andere aanvrager eveneens betrekking heeft, worden die kavels in de procedure van vergelijkende toets bedoeld in de artikelen 31, 32, 35 en 38 betrokken.

4. Indien een aanvraag betrekking heeft op ten minste één of meer van de kavels C7, C10 en C11 voor commerciële radio-omroep middengolf waarop de aanvraag van een andere aanvrager eveneens betrekking heeft, worden die kavels in de procedure van vergelijkende toets bedoeld in de artikelen 33 tot en met 35 en artikel 39 betrokken.

5. Indien de procedure van vergelijkende toets voor niet-landelijke commerciële radio-omroep bedoeld in de artikelen 31, 32, 35 en 38 niet van toepassing is, krijgt de aanvrager met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2, derde tot en met vijfde lid, en 3, tweede tot en met vijfde lid, de kavels toegewezen op volgorde van voorkeur.

Paragraaf 5a. Procedure van vergelijkende toets geclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep

Artikel 27

1. Bij de uitvoering van de vergelijkende toets voor kavel A8 als kavel voor geclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep wordt getoetst in hoeverre de aanvrager programmatisch meer biedt dan hetgeen voor die kavel is voorgeschreven op grond van de artikel 4 van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 zoals deze luidde vóór de inwerkingtreding van de Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 24 februari 2023, nr. WJZ 34858995 (14696), handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken en Klimaat, tot wijziging van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 in verband met modernisering van de clausuleringen.

2. Voorts wordt het overeenkomstig bijlage 8 in de aanvraag opgenomen bedrijfsplan voor kavel A8 getoetst op financiële haalbaarheid. Bij deze toets wordt tevens de samenhang en het realiteitsgehalte van het bedrijfsplan betrokken.

3. Bij de toets op financiële haalbaarheid van het bedrijfsplan wordt beoordeeld in hoeverre de aanvrager de kavel gedurende de looptijd van de vergunning kan exploiteren.

4.

Het bedrijfsplan bestaat uit de volgende onderdelen:

a. a. de programmatische voornemens van de aanvrager; b. b. de doelgroep waarop de aanvrager zich met zijn programmatische voornemens richt; c. c. de kennis van de luisteraarmarkt en adverteerdermarkt waarbinnen de aanvrager opereert; d. d. de inrichting van de organisatie van de aanvrager; e. e. de te verwachten netto omzet en kosten; f. f. de investeringen; g. g. de financieringsbehoefte en de wijze waarop daarin is of wordt voorzien.

Artikel 28

1. Bij de toetsing aan de criteria, bedoeld in artikel 27, beoordeelt de minister de programmatische voornemens voor een kavel met een nul (0) dan wel een plus (+), en daarnaast het bedrijfsplan voor diezelfde kavel met een nul (0) dan wel een plus (+).

2. Voor zover dat noodzakelijk is voor de toepassing van de artikelen 35 tot en met 39 wordt voor iedere kavel een rangorde tussen de aanvragers aangebracht.

3. Een aanvrager die met twee maal een plus (++) voor een kavel is beoordeeld, is voor die kavel hoger in rangorde dan een aanvrager die met minder dan twee maal een plus voor die kavel is beoordeeld.

4. Indien meerdere aanvragers met twee maal een plus (++) voor een kavel zijn beoordeeld, bepaalt de hoogte van het financieel bod voor die kavel de rangorde tussen deze aanvragers, waarbij de aanvrager met het hoogste financieel bod het hoogste in rangorde is.

5. Indien meerdere aanvragers voor een kavel met twee maal een plus (++) zijn beoordeeld en het door hen uitgebrachte financieel bod voor die kavel van gelijke hoogte is, wordt door middel van loting bepaald wat de rangorde tussen deze aanvragers is. De loting geschiedt door de notaris.

6. Een aanvrager die met een plus (+) op de programmatische voornemens en met een nul (0) op het bedrijfsplan voor een kavel is beoordeeld, is voor die kavel hoger in rangorde dan een aanvrager die met een nul (0) op de programmatische voornemens en met een plus (+) op het bedrijfsplan voor die kavel is beoordeeld, of een aanvrager die voor beide onderdelen met een nul (00) is beoordeeld.

7. Een aanvrager die met een nul (0) op de programmatische voornemens en met een plus (+) op het bedrijfsplan voor een kavel is beoordeeld, is voor die kavel hoger in rangorde dan een aanvrager die voor beide onderdelen met een nul (00) is beoordeeld.

8. Voor het bepalen van de rangorde tussen aanvragers als bedoeld in het zesde dan wel zevende lid, die een gelijke beoordeling hebben gekregen, is het vierde en vijfde lid van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf 5b. Procedure van vergelijkende toets voor ongeclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep

Artikel 29

Indien artikel 2, tweede lid, wordt toegepast, wordt bij de uitvoering van de vergelijkende toets het in de aanvraag overeenkomstig bijlage 8 opgenomen bedrijfsplan voor kavel A8 als kavel voor ongeclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep getoetst op financiële haalbaarheid. Artikel 27, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 30

1. Bij de toetsing aan de criteria, bedoeld in artikel 29, beoordeelt de minister het bedrijfsplan voor een kavel met een nul (0) of een plus (+).

2. Voor zover dat noodzakelijk is voor de toepassing van de artikelen 35 tot en met 39 wordt voor iedere kavel een rangorde tussen de aanvragers aangebracht.

3. Een aanvrager die met een plus (+) voor een kavel is beoordeeld, is hoger in rangorde dan een aanvrager die met een nul (0) voor die kavel is beoordeeld.

4. Indien er meerdere aanvragers met een plus (+) voor een kavel zijn beoordeeld, bepaalt de hoogte van het financieel bod voor die kavel de rangorde tussen deze aanvragers, waarbij de aanvrager met het hoogste financieel bod het hoogste in rangorde is.

5. Indien meerdere aanvragers voor een kavel met een plus (+) zijn beoordeeld en het door hen uitgebrachte financieel bod voor die kavel van gelijke hoogte is, wordt door middel van loting bepaald wat de rangorde tussen deze aanvragers is. De loting geschiedt door de notaris.

6. Voor het bepalen van de rangorde tussen meerdere aanvragers die met nul (0) zijn beoordeeld, is het vierde en vijfde lid van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf 5c. Procedure van vergelijkende toets voor niet-landelijke commerciële radio-omroep

Artikel 31

1. Bij de uitvoering van de vergelijkende toets voor niet-landelijke commerciële radio-omroep wordt getoetst in hoeverre de aanvrager programmatisch meer biedt dan hetgeen voor de kavels B2, B11 of B26 is voorgeschreven op grond van artikel 7, eerste lid, onder b, van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 zoals deze luidde vóór de inwerkingtreding van de Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 24 februari 2023, nr. WJZ 34858995 (14696), handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken en Klimaat, tot wijziging van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 in verband met modernisering van de clausuleringen.

2. Voorts wordt overeenkomstig bijlage 8 in de aanvraag opgenomen bedrijfsplan voor de kavels B2, B11 of B26 getoetst op financiële haalbaarheid. Artikel 27, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 32

1. Bij de toetsing aan de criteria, bedoeld in artikel 31, beoordeelt de minister de programmatische voornemens voor een kavel met een nul (0), dan wel een plus (+), en daarnaast het bedrijfsplan voor diezelfde kavel met een nul (0) dan wel een plus (+).

2. Artikel 28, tweede tot en met achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf 5d. Procedure van vergelijkende toets voor commerciële radio-omroep middengolf

Artikel 33

1.

Bij de uitvoering van de vergelijkende toets voor commerciële radio-omroep middengolf wordt het in de aanvraag overeenkomstig bijlage 8 opgenomen bedrijfsplan voor de kavels C7, C10 of C11 getoetst op:

a. a. financiële haalbaarheid; en b. b. de mate waarin de aanvrager zich met zijn programmatische voornemens specifiek richt op een toepassing voor commerciële radio-omroep middengolf.

2. Artikel 27, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 34

1. Bij de toetsing aan de criteria, bedoeld in artikel 33, beoordeelt de minister het bedrijfsplan voor een kavel met een nul (0) of een plus (+), en daarnaast of aan de aanvrager een plus (+) kan worden toegekend voor de in het bedrijfsplan opgenomen programmatische voornemens, bedoeld in artikel 33, onderdeel b.

2. Voor zover dat noodzakelijk is voor de toepassing van de artikelen 35 tot en met 39 wordt voor iedere kavel een rangorde tussen de aanvragers aangebracht.

3. Een aanvrager die met twee maal een plus (++) voor een kavel is beoordeeld, is hoger in rangorde dan een aanvrager die met één maal een plus (+) voor die kavel is beoordeeld.

4. Indien er meerdere aanvragers met twee maal een plus (++) voor een kavel zijn beoordeeld, bepaalt de hoogte van het financieel bod voor die kavel de rangorde tussen deze aanvragers, waarbij de aanvrager met het hoogste financieel bod het hoogste in rangorde is.

5. Indien meerdere aanvragers voor een kavel met twee maal een plus (++) zijn beoordeeld en het door hen uitgebrachte financieel bod voor die kavel van gelijke hoogte is, wordt door middel van loting bepaald wat de rangorde tussen deze aanvragers is. De loting geschiedt door de notaris.

6. Een aanvrager die met éénmaal een plus (+) voor een kavel is beoordeeld, is hoger in rangorde dan de aanvrager die met een nul (0) voor die kavel is beoordeeld.

7. Voor het bepalen van de rangorde tussen meerdere aanvragers die met een plus (+) dan wel een nul (0) zijn beoordeeld, is het vierde en vijfde lid van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf 6. Procedure van toewijzing algemeen

Artikel 35

De aanvrager wordt voor de kavels die in de procedure van vergelijkende toets zijn betrokken en waarop uitsluitend zijn aanvraag betrekking heeft, als hoogste in rangorde beoordeeld.

Paragraaf 6a. Procedure van toewijzing voor geclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep

Artikel 36

1. De minister wijst de kavel A8 als kavel voor geclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep toe aan de aanvrager die daarvoor als hoogste in rangorde is beoordeeld.

2.

Bij de toewijzing, bedoeld in het eerste lid, blijft de aanvrager buiten beschouwing die:

a. a. reeds over een vergunning voor frequentieruimte met de bestemming geclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep dan wel met de bestemming niet-landelijke commerciële radio-omroep beschikt, of b. b. zodanig verbonden is met een andere instelling dat er sprake is van eenzelfde instelling als bedoeld in artikel 82f, eerste lid, van de Mediawet, en laatstgenoemde instelling over een vergunning beschikt als bedoeld in onderdeel a.

Paragraaf 6b. Procedure van toewijzing voor ongeclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep

Artikel 37

1. Indien artikel 2, tweede lid, wordt toegepast, wijst de minister kavel A8 als kavel voor ongeclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep toe aan de aanvrager die daarvoor als hoogste in rangorde is beoordeeld.

2.

Bij de toewijzing, bedoeld in het eerste lid, blijft de aanvrager buiten beschouwing die:

a. a. reeds over een vergunning voor frequentieruimte met deze bestemming dan wel met de bestemming niet-landelijke commerciële radio-omroep beschikt, of b. b. zodanig verbonden is met een andere instelling dat er sprake is van eenzelfde instelling als bedoeld in artikel 82f, eerste lid, van de Mediawet, en laatstgenoemde instelling over een vergunning beschikt als bedoeld in onderdeel a.

Paragraaf 6c. Procedure van toewijzing voor niet-landelijke commerciële radio-omroep

Artikel 38

1. De minister wijst aan een aanvrager de kavel toe waarvoor hij als hoogste in rangorde is beoordeeld en waaraan hij tevens de eerste voorkeur heeft gegeven. Daarbij geldt dat de kavel niet wordt toegewezen, indien de aanvrager reeds over een vergunning beschikt voor landelijke commerciële radio-omroep.Voorts geldt dat de kavel niet wordt toegewezen, indien dit tezamen met één van de kavels waarvoor de aanvrager reeds een vergunning heeft verworven, leidt tot een verboden combinatie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, of tot overschrijding van dertig procent demografisch bereik als genoemd in artikel 3, derde lid. Indien een aanvrager een kavel niet krijgt toegewezen op grond van de vorige volzin, dan blijft deze kavel bij de verdere toewijzing van de kavels voor deze aanvrager buiten beschouwing.

2. Voor zover een aanvrager zodanig verbonden is met een andere instelling dat er sprake is van eenzelfde instelling als bedoeld in artikel 82f, eerste lid, van de Mediawet wordt voor de toepassing van het eerste lid, rekening gehouden met de vergunningen waarover laatstbedoelde instelling beschikt.

3. Vervolgens wordt het eerste lid tezamen met het tweede lid opnieuw toegepast, waarbij de in het eerste lid genoemde eerste voorkeur bij iedere nieuwe toepassing met één voorkeursnummer wordt verhoogd tot de toewijzing aan deze aanvrager stagneert, omdat de aanvrager voor die kavel niet de hoogste in rangorde.

4. Vervolgens wordt ten aanzien van de overblijvende kavels bepaald welke aanvragers de hoogste in rangorde zijn.

5. Ten aanzien van de overblijvende kavels worden het eerste tot en met vierde lid telkens opnieuw toegepast tot op grond van deze leden verdere verdeling niet meer mogelijk is, met dien verstande dat de verdeling voor een aanvrager die op grond van de vorige leden al een of meer kavels toegewezen heeft gekregen, voor hem wordt hervat met de kavel waarvoor de toewijzing aan hem is gestagneerd op grond van het derde lid.

6. Ten aanzien van de overblijvende kavels wordt het vijfde lid telkens opnieuw toegepast tot op grond van dat lid verdere verdeling niet meer mogelijk is. Daarbij blijft bij iedere nieuwe toepassing de kavel met het laagste overblijvende voorkeursnummer van de aanvrager buiten beschouwing.

Paragraaf 6d. Procedure van toewijzing voor commerciële radio-omroep middengolf

Artikel 39

De minister wijst de kavels voor commerciële radio-omroep middengolf toe aan de aanvragers die daarvoor als hoogste in rangorde zijn beoordeeld. De aanvrager die voor meerdere kavels als hoogste in rangorde is beoordeeld krijgt alle desbetreffende kavels toegewezen.

Paragraaf 7. Vergunningverlening

Artikel 40

De minister draagt de aanvragers aan wie de kavels zijn toegewezen voor het verlenen van een vergunning voor aan de Minister van Economische Zaken. Vervolgens verleent de Minister van Economische Zaken de vergunningen.

Artikel 41

De Minister van Economische Zaken wijst de overige aanvragen af.

Paragraaf 8. Betalingsverplichtingen

Artikel 42

1. De aanvrager aan wie een vergunning wordt verleend, is verplicht om het financieel bod als bedoeld in artikel 12 volledig te betalen.

2. De vergunninghouder betaalt binnen tien werkdagen volgende op de verlening van de vergunning een bedrag van 1/8 gedeelte van het financieel bod, met dien verstande dat dit bedrag alsdan is ontvangen op bankrekeningnummer 22.81.75.720 t.n.v. Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, derdengelden notariaat inzake procedure vergelijkende toets radiofrequenties.

3. Onverminderd het bepaalde in het vorige lid, is de vergunninghouder verplicht om een bedrag van 7/8 van het financieel bod in zeven gelijke termijnen te betalen. Daartoe dient de vergunninghouder met ingang van het jaar 2004 ieder opvolgend jaar een bedrag gelijk aan 1/8 van het financieel bod te betalen op de dag gelijk aan de dag van de verlening van de vergunning. Alsdan moet het bedrag zijn bijgeschreven op bankrekeningnummer 22.81.75.720 t.n.v Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, derdengelden notariaat inzake procedure vergelijkende toets radiofrequenties.

4. Indien een vergunninghouder in verzuim is door het bedrag als bedoeld in het tweede lid dan wel de eerst daarop volgende betaling overeenkomstig het derde lid niet of niet geheel te betalen, wordt de door hem overgelegde bankgarantie voor betaling aangewend.

Artikel 43

1. Indien een aanvraag van een vergunning voor landelijke commerciële radio-omroep niet in behandeling is genomen of is afgewezen, wordt de door de aanvrager overgelegde bankgarantie aan de bank teruggegeven door middel van de procedure zoals beschreven in het als bijlage 5 bij deze regeling opgenomen model van de bankgarantie. De Minister van Economische Zaken stelt de aanvrager onverwijld op de hoogte van het teruggeven van de bankgarantie.

2. Indien de vergunninghouder de verplichtingen tot zekerheid waartoe de bankgarantie strekt is nagekomen, wordt deze bankgarantie teruggegeven aan de bank die deze bankgarantie heeft afgegeven door middel van de procedure zoals beschreven in het model van de bankgarantie. De Minister van Economische Zaken stelt de vergunninghouder onverwijld op de hoogte van het teruggeven van de bankgarantie.

Artikel 44

1. Voor zover een vergunninghouder een bankgarantie heeft overgelegd op grond van artikel 18, waarvan het bedrag ter zekerheidsstelling hoger is dan de uiteindelijke betalingsverplichting waartoe de bankgarantie dient, wordt het bedrag van de bankgarantie verlaagd met het verschil hiertussen.

2. Voor zover een vergunninghouder een deel van zijn verplichtingen tot zekerheid waartoe de bankgarantie strekt is nagekomen, wordt het bedrag van de bankgarantie verlaagd met een bedrag gelijk aan het bedrag dat de vergunninghouder heeft betaald.

3. De Minister van Economische Zaken stelt de vergunninghouder onverwijld op de hoogte van het verlagen van het bedrag van de bankgarantie.

Paragraaf 9. Slotbepalingen

Artikel 45

1. Indien een aanvrager een combinatie van kavels als bedoeld in bijlage 2b verkrijgt, zendt deze instelling een programma-onderdeel, met uitzondering van nieuwsuitzendingen en reclameblokken, dat op de frequentie of frequenties van een van die kavels tussen 06.00 en 19.00 uur is uitgezonden, niet binnen een aaneengesloten periode van 30 minuten uit op de frequentie of frequenties van een van de andere kavels.

2. Indien een vergunning wordt verleend aan een aanvrager voor commerciële radio-omroep middengolf en die aanvrager zodanig verbonden is met één of meer vergunninghouders voor landelijke commerciële radio-omroep, niet-landelijke commerciële radio-omroep of commerciële radio-omroep middengolf dat sprake is van eenzelfde instelling is het eerste lid van overeenkomstige toepassing op die aanvragers.

3. Voor de bepaling of er sprake is van eenzelfde instelling als bedoeld in het tweede lid, is artikel 53c, eerste lid, onderdelen a en b, van het Mediabesluit, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 46

De minister kan aan een aanvrager om nadere gegevens en bescheiden verzoeken, die voor de beslissing op een aanvraag nodig zijn.

Artikel 47

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 48

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vervolg verdeling frequenties commerciële radio-omroep 2003.

Bijlage 1

Zie de cd-rom bij het aanvraagdocument voor detailinformatie over deze kavels.

Zie de cd-rom bij het aanvraagdocument voor detailinformatie over deze kavels.

Zie de cd-rom bij het aanvraagdocument voor detailinformatie over deze kavels.

Bijlage 2a. Verboden combinaties als bedoeld in artikel 3, tweede lid

[afbeelding]

Bijlage 2b

Overlappende kavels ten aanzien waarvan de verplichting geldt een verschillend programma uit te zenden.

Legenda:

Ja: de betreffende kavels overlappen elkaar (geheel of gedeeltelijk)

Nee: de betreffende kavels overlappen elkaar niet

Legenda:

Ja: de betreffende kavels overlappen elkaar (geheel of gedeeltelijk)

Nee: de betreffende kavels overlappen elkaar niet

Bijlage 3

Bijlage 4

Instructies:


[afbeelding]

Bijlage 5

De ondergetekende

…. (naam van een bank die een vergunning heeft van De Nederlandsche bank of van een andere toezichthoudende instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte) *Hetgeen in het bovenstaande cursief is gedrukt moet door de Bank worden ingevuld., gevestigd te …., mede kantoorhoudende te ….., hierna te noemen: de Bank;

In aanmerking nemende:

  1. De Bank stelt zich bij wijze van zelfstandige verbintenis tot een bedrag van …… (zegge: …….), onherroepelijk garant jegens de Staat voor de betaling van al hetgeen de Staat blijkens een schriftelijke verklaring van de Staat ter zake van de Vordering van de Aanvrager te vorderen heeft, aldus dat de Bank zich verbindt het gevorderde bedrag als eigen verplichting aan de Staat te voldoen.

  2. De Bank verbindt zich om als eigen schuld op eerste verzoek en op de enkele schriftelijke mededeling van de Staat zonder overlegging van enig ander document of opgaaf van redenen te verlangen, aan de Staat te voldoen het bedrag dat de Staat verklaart ter zake van de Vordering van de Aanvrager te vorderen te hebben, met dien verstande dat de Bank nimmer gehouden is aan de Staat meer te voldoen dan het hiervoor vermelde maximumbedrag.

  3. Deelberoepen onder deze bankgarantie zijn mogelijk. Het maximumbedrag van deze bankgarantie wordt met een bedrag gelijk met dat van elk deelberoep verlaagd.

  4. Onverminderd het bepaalde onder 3, zal het maximumbedrag van deze bankgarantie worden verlaagd voor zover bij het verlenen van de vergunning blijkt dat het bedrag waarvoor deze bankgarantie is overgelegd hoger is dan waartoe de zekerheid noodzakelijk is, dan wel de Aanvrager een verplichting nakomt tot zekerheid waartoe deze bankgarantie strekt. De verlaging vindt plaats na en door middel van ontvangst door de Bank van een per aangetekende brief gezonden schriftelijke verklaring van de Staat, dan wel van een in Nederland ingeschreven advocaat van de Staat, dat de Bank de bankgarantie dient te verlagen alsmede het bedrag waarmee het maximumbedrag van deze bankgarantie dient te worden verlaagd.

  5. Deze bankgarantie vervalt na ontvangst door de Bank van een per aangetekende brief gezonden schriftelijke verklaring van de Staat, dan wel een in Nederland ingeschreven advocaat van de Staat, dat de bankgarantie is vervallen en in ieder geval achttien (18) maanden na datum van ondertekening van deze bankgarantie, tenzij de Bank tenminste één maand voor de einddatum van deze bankgarantie per aangetekende brief een schriftelijke verklaring van de Staat, dan wel een in Nederland inschreven advocaat van de Staat heeft ontvangen dat een (civielrechtelijke of bestuursrechtelijke) procedure tussen de Staat en de Aanvrager ter zake (van een deel) van de Vordering nog aanhangig is, in welk geval deze bankgarantie telkens voor een nieuwe termijn van zes (6) maanden geldig is.

  6. Deze bankgarantie wordt beheerst door Nederlands recht. Geschillen ter zake van deze bankgarantie kunnen uitsluitend worden voorgelegd aan de bevoegde Nederlandse rechter te s-Gravenhage.

  7. Na verval van deze bankgarantie kan de Staat geen enkele aanspraak meer maken jegens de Bank uit hoofde van deze bankgarantie en is de Staat op verzoek van de Bank verplicht het origineel van deze bankgarantie aan de Bank terug te geven.

Plaats:

Datum:

(naam Bank en ondertekening)

Bijlage 6

Ondergetekende verklaart hierbij dat een krachtens deze regeling aan hem verleende vergunning voor commerciële radio-omroep zal worden gebruikt voor het uitzenden van een radioprogramma van een commerciële omroepinstelling:

Aldus verklaard en opgesteld te ................................, ................ 2003

(handtekening aanvrager)

Bijlage 7

Ondergetekende verklaart hierbij dat een krachtens deze regeling aan hem verleende vergunning voor commerciële radio-omroep zal worden gebruikt voor het uitzenden van een radioprogramma van een commerciële omroepinstelling dat, voor zover het gepresenteerde programmaonderdelen tussen 07.00 uur en 19.00 uur betreft, voor ten minste 50 procent in de Nederlandse of Friese taal wordt gepresenteerd.

Aldus verklaard en opgesteld te ................................., ............. 2003

(handtekening aanvrager)

Bijlage 8