rijk/ministeriele-regeling/regeling-windenergie-op-zee-2015/BWBR0036785
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling windenergie op zee 2015 BWBR0036785 ministeriele-regeling geldend 2015-12-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0036785 Regeling windenergie op zee 2015

Regeling windenergie op zee 2015

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • besluit: Besluit stimulering duurzame energieproductie;
  • kavel: kavel als bedoeld in artikel 1 van de Wet windenergie op zee;
  • kavel I: kavel I van het windenergiegebied Borssele zoals aangewezen in het desbetreffende kavelbesluit;
  • kavel II: kavel II van het windenergiegebied Borssele zoals aangewezen in het desbetreffende kavelbesluit;
  • kavelbesluit: kavelbesluit als bedoeld in artikel 1 van de Wet windenergie op zee;
  • minister: Minister van Economische Zaken;
  • netto P50-waarde vollasturen: het aantal vollasturen, waarbij de verwachte jaarlijkse energieproductie voor een gegeven combinatie van locatie en productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie dient te zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van 50%;
  • nominaal vermogen: maximale vermogen van de productie-installatie dat onder nominale condities benut kan worden voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en dat door de leverancier gegarandeerd wordt bij continu gebruik;
  • windenergiegebied Borssele: windenergiegebied Borssele, aangewezen in het nationaal waterplan, bedoeld in artikel 4.1 van de Waterwet.

Paragraaf 2. Windenergie op zee

Artikel 2

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee die is gelegen op kavel I of kavel II.

Artikel 3

Het nominale vermogen van de productie-installatie, bedoeld in artikel 2, bedraagt:

a. a. tenminste 351 MW per kavel verminderd met het aantal MW van de windmolen met het minste vermogen in de desbetreffende productie-installatie, en b. b. ten hoogste 380 MW per kavel.

Artikel 4

1. Aanvragen om subsidie worden ontvangen in de periode van de dag na de datum van inwerkingtreding van deze regeling tot 31 maart 2016, 17:00 uur.

2. Indien deze regeling in werking treedt na 3 maart 2016 eindigt de periode, bedoeld in het eerste lid, op de vijfde donderdag na de datum van inwerkingtreding van deze regeling om 17:00 uur.

3. Productie-installaties als bedoeld in artikel 2 worden aangewezen als productie-installaties waarvoor een gebundelde aanvraag kan worden ingediend als bedoeld in artikel 56, eerste lid, tweede volzin, van het besluit.

4. Per aanvrager kan in de periode, genoemd in het eerste lid, ten hoogste één niet-gebundelde aanvraag per kavel en één gebundelde aanvraag voor beide kavels worden ingediend.

Artikel 5

1.

De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:

a. a. uit de financiële onderbouwing, bedoeld in artikel 56, tweede lid, onderdeel e, van het besluit blijkt dat de omvang van het eigen vermogen van de aanvrager kleiner is dan 10% van de totale investeringskosten voor de desbetreffende productie-installatie of, in geval van een gebundelde aanvraag, voor beide productie-installaties tezamen; b. b. niet tijdig een aanvraag is ingediend als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Wet windenergie op zee; c. c. de aanvraag niet voldoet aan de criteria, gesteld bij of krachtens artikel 14, eerste lid, onderdeel d of f, of tweede lid van de Wet windenergie op zee.

2. Indien de subsidie-aanvrager een samenwerkingsverband is, is de omvang van het eigen vermogen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, gelijk aan de omvang van de eigen vermogens van de deelnemers aan het samenwerkingsverband tezamen. Indien de subsidie-aanvrager een dochteronderneming is, is de omvang van het eigen vermogen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, gelijk aan de omvang van de eigen vermogens van de moederonderneming en de dochteronderneming tezamen.

Artikel 6

1. Het subsidieplafond bedraagt € 2.500.000.000 per kavel.

2. De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

3. De criteria voor rangschikking, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit zijn niet van toepassing.

4. Per kavel wordt aan ten hoogste één producent subsidie verleend.

5. De aanvragen worden gerangschikt per kavel op basis van het tenderbedrag voor die kavel.

6. Een gebundelde aanvraag komt slechts in aanmerking voor subsidie indien de aanvraag in de rangschikking van beide kavels ten minste even hoog is gerangschikt als de hoogst gerangschikte niet-gebundelde aanvraag.

7. Indien meerdere gebundelde aanvragen in de rangschikking van beide kavels hoger worden gerangschikt dan de hoogst gerangschikte niet-gebundelde aanvraag, wordt de onderlinge rangschikking van deze gebundelde aanvragen gebaseerd op het gemiddelde tenderbedrag per kWh van de desbetreffende aanvragen.

8. Indien in de rangschikking van beide kavels een niet-gebundelde aanvraag van dezelfde aanvrager het hoogst wordt gerangschikt en de omvang van het eigen vermogen van die aanvrager kleiner is dan 10% van de totale investeringskosten voor beide productie-installaties tezamen, komt van deze aanvrager slechts de aanvraag met het laagste tenderbedrag per kWh in aanmerking voor subsidie. Indien het tenderbedrag van beide aanvragen gelijk is stelt de minister door middel van loting vast welke van beide aanvragen in aanmerking komt voor subsidie.

9. Indien voor een kavel meerdere aanvragen als hoogst zijn gerangschikt, stelt de minister de onderlinge rangschikking van deze aanvragen vast door middel van loting.

Artikel 7

Het tenderbedrag bedraagt ten hoogste € 0,124 per kWh.

Artikel 8

1. De subsidie wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen twee weken na de datum van de beschikking tot subsidieverlening een uitvoeringsovereenkomst tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidie-ontvanger overeenkomstig de overeenkomst opgenomen in de bijlage.

2. De subsidie wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat de subsidie-ontvanger binnen vier weken na de datum van de beschikking tot subsidieverlening aantoont dat een bankgarantie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de overeenkomst opgenomen in de bijlage is afgegeven.

3. Indien niet tijdig aan de voorwaarde, bedoeld in het eerste of tweede lid, is voldaan wordt subsidie voor de desbetreffende kavel verleend voor de eerstvolgende aanvraag in de rangschikking.

Artikel 9

1. De subsidie wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2. Productie-installaties als bedoeld in artikel 2 worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 6, derde lid, van het besluit.

3. Productie-installaties als bedoeld in artikel 2 worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 23, derde en vierde lid, van het besluit.

Artikel 10

1. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie in gebruik binnen 5 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening.

2. Indien het desbetreffende kavelbesluit later onherroepelijk wordt dan de datum van de beschikking tot subsidieverlening, neemt de subsidie-ontvanger de productie-installatie in gebruik binnen 5 jaar na de datum waarop dat kavelbesluit onherroepelijk is geworden.

Artikel 11

1. De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het besluit bedraagt voor productie-installaties als bedoeld in artikel 2 € 0,029 per kWh.

2. Het maximale aantal vollasturen, bedoeld in artikel 23, vijfde lid, van het besluit voor productie-installaties als bedoeld in artikel 2 is gelijk aan de netto P50-waarde vollasturen die is opgenomen in de aanvraag.

Artikel 12

1. Voor de vaststelling van de correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor 2016 wordt voor de elektriciteitsprijs de gemiddelde waarde in de periode 1 mei 2014 tot en met 30 april 2015 gehanteerd.

2.

De correcties op het tenderbedrag ten behoeve van de voorschotverlening worden voor 2016 als volgt vastgesteld:

a. a. € 0,037681 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel a, van het besluit; b. b. € 0 voor wat betreft de waarde van de garanties van oorsprong, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel b, van het besluit.

Paragraaf 3. Slotbepalingen

Artikel 13

Wijzigt de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie.

Artikel 14

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 december 2015. Indien het kavelbesluit betreffende kavel I of kavel II in werking treedt na 1 december 2015, treedt deze regeling in werking op het tijdstip waarop het kavelbesluit dat als laatste in werking treedt, in werking treedt.

Artikel 15

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling windenergie op zee 2015.

Bijlage . behorende bij